ANP 483194018


Volgens de Franse econoom en historicus Thomas Piketty zouden westerse landen krachtige sancties moeten invoeren. Alleen zo kan de tweestatenoplossing weer binnen handbereik komen.

Laten we met een optimistische noot beginnen: zowel in Israël als in Palestina zijn er vredesbewegingen van burgers die met grote vasthoudendheid en verbeeldingskracht pleiten voor een vreedzame, democratische oplossing. Helaas vormen deze groepen een minderheid, en zonder krachtige steun van buitenaf leggen ze te weinig gewicht in de schaal. 

Om de impasse te doorbreken moeten de Europese Unie en de VS, tezamen goed voor bijna 70 procent van de Israëlische export, hoognodig de daad bij het woord voegen. Als westerse regeringen de tweestatenoplossing werkelijk steunen, is het tijd om de Israëlische regering sancties op te leggen. Die regering vertrapt immers elk uitzicht op vrede openlijk door haar aanhoudende politiek van kolonisatie en repressie en door zich te verzetten tegen het bestaan van een Palestijnse staat.

Concreet betekent dit dat de militaire hulp moet stoppen. Bovenal dienen de VS en Europa Benjamin Netanyahu en zijn medestanders in de portemonnee te raken met handels- en financiële sancties, net zolang tot ze een daadwerkelijke ontmoediging van het huidige beleid tot gevolg hebben. De academische boycot van universiteiten volstaat niet. Tegelijkertijd moeten Europa en de VS niet alleen sancties opleggen aan Israël maar ook aan Hamas en zijn externe bondgenoten, en tegelijkertijd representatieve en democratische Palestijnse organisaties wezenlijk versterken.

Zo’n nauwe externe betrokkenheid, die westerse landen en een coalitie van zuidelijke landen kan samenbrengen, is vooral zo belangrijk omdat een tweestatenoplossing onhaalbaar is zonder een soort Israëlisch-Palestijnse Unie – vergelijkbaar met de Europese Unie – die beide staten omvat en een aantal fundamentele rechten waarborgt. De gebieden en volken zijn innig verweven, vanwege alle Joodse nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever, Palestijnen die in Israël werken en familiebanden hebben met Israëlische Arabieren en ook omdat de Palestijnse gebieden – de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever – niet aan elkaar grenzen. In de eerste plaats dient de Israëlisch-Palestijnse Unie vrij verkeer te garanderen, en basale sociale en politieke rechten te scheppen voor Israëli’s die in Palestina wonen of werken, evenals voor Palestijnen die in Israël wonen of werken. Een van de best uitgewerkte plannen in deze richting komt van de opmerkelijke Israëlisch-Palestijnse burgerbeweging A Land for All, die in het buitenland te vaak over het hoofd wordt gezien.

Prijs

Deze confederale structuur zou kunnen uitgroeien tot een werkelijke binationale Israëlisch-Palestijnse staat, die al zijn burgers gelijk behandelt, ongeacht afkomst, levensovertuiging en religie. Om dit proces op gang te brengen is zeer sterke druk van buitenaf essentieel, geschraagd door aanzienlijke financiële middelen (maar zeker behapbaar voor Europa en de VS) en een multinationale strijdmacht die het akkoord kan afdwingen en Hamas en andere extremistische groeperingen aan beide zijden kan ontwapenen. 

Ja, ga d’r maar aan staan. Maar wat is het alternatief? Lijdzaam toezien tot er 40.000, 50.000, 100.000 Palestijnse burgers worden afgeslacht? De westerse passiviteit heeft een exorbitante morele en politieke prijs. Ze is vooral te wijten aan het navelstaren van Europese en Amerikaanse samenlevingen, die te zeer verstrikt zitten in hun eigen verdeeldheid om werkelijk geïnteresseerd te zijn in constructieve oplossingen voor Israël en Palestina. Natuurlijk speelt het traditionele antisemitisme, dat nooit is uitgedoofd, een rol. Elk moment kan het weer oplaaien door onwetendheid over en onbegrip van de ander. Iedere Jood beschuldigen van medeplichtigheid met Israëlische generaals is net zo dom als iedere moslim verdenken van medeplichtigheid met jihadisten.

Nieuw is de beschamende uitbuiting van de strijd tegen antisemitisme. Bij rechts maar nu ook in het politieke midden worden pro-Palestijnse bundelingen van krachten onmiddellijk gebrandmerkt als antisemitisch – zelfs door beruchte antisemieten – en in verband gebracht met een denkbeeldige islamitisch-links gedachtegoed, zonder enige aandacht voor wat er werkelijk wordt gezegd en voorgesteld. In elk kamp bevinden zich provocateurs die bereid zijn met vuur te spelen. Helaas lijkt de angst voor (of zelfs haat jegens) de islam en de Europese moslims soms elke kalme reflectie in de weg te staan. En beschuldigingen van antisemitisme stellen ons in staat ons geweten te sussen en de ogen te sluiten voor alle bloedbaden.

In de VS is de moslimminderheid kleiner dan in Europa, maar de politieke reflexen zijn hetzelfde, met daarbovenop een messiaanse, half-hallucinatoire beweging van evangelische christenen die Israël steunen. Omgekeerd is er nu een trans-Atlantisch bondgenootschap van Joodse studenten en seculiere Joden van alle leeftijden dat opkomt voor Palestijnse rechten. Zij zijn de belangrijkste reden voor hoop. Aan beide zijden van de Atlantische Oceaan verwerpen jonge mensen zowel de oude verdeeldheid als de nieuwe haat. Ze zien duidelijk dat wat in Israël-Palestina op het spel staat de mogelijkheid is om samen te leven, ongeacht onze oorsprong. Het is op deze hoop dat we de toekomst moeten bouwen.


Deel dit artikel


Recent verschenen