ik woon hier al bijna vijftig jaar


Ze wonen al bijna hun hele leven in het Verenigd Koninkrijk, werken er en betalen belasting. Maar steeds meer oudere inwoners uit het voormalige Britse Gemenebest dreigen te worden uitgezet als gevolg van het nieuwe immigratiebeleid.

Renford McIntyre is inmiddels een jaar dakloos. Hij slaapt meestal op een bank in een onverwarmd fabriekspand in Dudley. Hij woont al bijna vijftig jaar in Engeland, heeft dertig jaar gewerkt als onder meer controleur in het ijkwezen, bezorger in de vleesindustrie en chauffeur in het ziekenvervoer, en heeft al die jaren belasting afgedragen. Toch is hem te verstaan gegeven dat hij geen Brits onderdaan is – en zodoende heeft hij geen werkvergunning meer en komt hij niet in aanmerking voor overheidssteun.

McIntyre, een man van 64, heeft geen douche en geen kookgelegenheid. Als hij warm wil eten of zich wil wassen, moet hij naar vrienden. ‘Dit is een verschrikkelijke plek om te wonen. Ik heb mijn trots. Ik schaam me om op mijn leeftijd zo te moeten leven,’ zegt hij.

Verbaasd en in de war

Hij was verbaasd en in de war toen hem werd verteld dat hij geen Brits staatsburger is. Hij is in 1968 met het vliegtuig vanuit Jamaica naar Engeland gekomen. Hij was veertien en werd herenigd met zijn moeder, die was overgekomen om als verpleegster aan de slag te gaan, en met zijn vader, die een baan had gevonden als kraanwerker. ‘Ik ben hier inmiddels al zo’n vijftig jaar, ik heb dag en nacht gewerkt, ik heb mijn bijdrage geleverd – maar nu wil niemand mij helpen,’ zegt hij.

In 2014 bleek bij een routine-update van de administratie van zijn laatste werkgever dat hij geen paspoort heeft en zich nooit heeft laten naturaliseren in het Verenigd Koninkrijk. Hij werd ontslagen. Omdat hij zonder papieren niet aan werk kon komen, belandde hij in een depressie en werd hij uiteindelijk dakloos. Volgens de gemeente Dudley kwam hij niet in aanmerking voor noodhuisvesting omdat hij niet rechtmatig in het land verblijft. Om vergelijkbare redenen is hem te verstaan gegeven dat hij niet voor een uitkering in aanmerking komt.

Met hulp van het vluchtelingen- en migrantencentrum in Wolverhampton heeft hij allerlei documenten verzameld waaruit blijkt dat hij 35 jaar lang ziektekostenpremie heeft betaald, maar het ministerie van Binnenlandse Zaken heeft zijn verzoek om staatsburgerschap afgewezen en wil meer bewijsmateriaal. ‘Ik kan hier zo kwaad om worden. Ik heb altijd gewerkt. Ik ben een harde werker. Ik kan nauwelijks onder woorden brengen hoe verschrikkelijk ik het vind,’ zegt hij.

Men heeft de regering van het Verenigd Koninkrijk om meer compassie verzocht

McIntyre maakt deel uit van een goeddeels onzichtbare groep mensen die meer dan een halve eeuw geleden als kind naar het Verenigd Koninkrijk zijn gekomen, uit een van de andere landen van het Gemenebest. Ze zijn hier opgegroeid in de veronderstelling dat ze Engels zijn. Maar binnen het de laatste jaren zo verharde immigratieklimaat zijn ze tot de ontdekking gekomen dat ze niet over de vereiste papieren beschikken en dat ze niet kunnen aantonen dat ze het recht hebben om hier te zijn. De reikwijdte van dit probleem wordt eigenlijk pas de laatste tijd echt duidelijk. Steeds meer van deze mensen, die hier al heel lang wonen en nu de pensioenleeftijd naderen, doen een boekje open over de hardvochtige opstelling van Binnenlandse Zaken.

Onlangs heeft The Guardian aandacht besteed aan enkele schrijnende gevallen: mensen die naar uitzetcentra waren gestuurd en erop werden voorbereid om te worden teruggestuurd naar een land waar ze sinds hun geboorte niet meer waren geweest. Paulette Wilson, een voormalige kokkin die eten bereidde voor kamerleden, werd vorig jaar oktober naar het uitzetcentrum in Yarlwood gestuurd en uiteindelijk overgebracht naar Heathrow, om op een vliegtuig te worden gezet naar Jamaica, een land waar ze niet meer is geweest sinds haar tiende (51 jaar geleden) en waar ze ook geen familie meer heeft wonen. Haar uitzetting werd op het allerlaatste moment verijdeld en dankzij de vele media-aandacht heeft ze uiteindelijk toch een verblijfsvergunning gekregen.

Sindsdien hebben enkele anderen in vergelijkbare omstandigheden zich gemeld. Sommige mensen, zoals McIntyre, zijn dakloos geworden door de weigering van Binnenlandse Zaken om te erkennen dat ze het recht hebben om hier te wonen; anderen hebben ervoor gekozen om van de radar te verdwijnen om maar niet uitgezet te worden; weer anderen heeft het de grootst mogelijke moeite gekost om zich te laten behandelen tegen kanker. Ze werden bestookt met vragen om vast te stellen of ze wel in aanmerking kwamen voor een vergoeding van de ziektekosten. Ambassadeurs van Gemenebestlanden maken zich zorgen over het aantal ouderen die afkomstig zijn uit deze landen maar al sinds hun kindertijd in Engeland wonen, en die met vergelijkbare problemen kampen. Men heeft de regering van het Verenigd Koninkrijk om meer compassie verzocht.

1. Renford McIntyre in zijn woning. – @ David Sillitoe; 2. Paulette Wilson werd bijna na 51 jaar teruggestuurd naar Jamaica. – @ Fabio De Paola; 3. Hubert Howard kan het land uit, maar er niet meer in. – © Sarah Lee / The Guardian
1. Renford McIntyre in zijn woning. – @ David Sillitoe; 2. Paulette Wilson werd bijna na 51 jaar teruggestuurd naar Jamaica. – @ Fabio De Paola; 3. Hubert Howard kan het land uit, maar er niet meer in. – © Sarah Lee / The Guardian

Judy Griffith is inmiddels 63. Ze is in 1963, op haar negende, in Barbados op het vliegtuig gestapt, om herenigd te worden met haar ouders, die waren overgehaald om naar Engeland te emigreren toen men hier mensen nodig had om als buschauffeur aan de slag te gaan. Haar moeder kocht een paar wollen sloffen voor haar, tegen de kou van Bedfordshire, en schreef haar in op de lagere school. Ze heeft 52 jaar in Engeland geleerd, gewerkt en belasting betaald, in dienst van onder meer de politie en de gemeenteraad van Camden. Het was dus een behoorlijk grote schok toen een medewerker van een uitzendbureau tegen haar zei: ‘Vanuit onze optiek bent u een illegale immigrant.’

Griffith bevindt zich in een onmogelijke situatie. Omdat haar status als Brits staatsburger werd betwist, kon ze niet werken en niet reizen. Toen in 2016 haar moeder ziek werd, in Barbados, kon ze niet naar haar toe. Toen haar moeder overleed, kon ze de begrafenis niet bijwonen. Het arbeidsbureau zet haar onder druk om werk te zoeken, maar telkens wanneer ze een geslaagd sollicitatiegesprek heeft gevoerd kan ze uiteindelijk toch niet worden aangenomen omdat ze geen paspoort heeft. Omdat ze geen geld heeft, ligt ze maanden achter met de huur voor haar flat in Londen, en vorig jaar met kerst is ze bijna uit haar huis gezet.

Ze probeert al jaren haar situatie te verbeteren, maar al haar pogingen daartoe zijn al meerdere malen stukgelopen op de onverzettelijke houding van Binnenlandse Zaken. In een laatste wanhopige poging om iets te bereiken heeft ze de dag na kerst vijf uur in een wachtkamer bij Binnenlandse Zaken gezeten, om uiteindelijk te horen te krijgen dat men weliswaar van mening was dat haar aanspraak op het staatsburgerschap hout sneed, maar dat ze ‘niet in het systeem’ zat. Ze kreeg een brief waarin men haar liet weten dat er nieuwe controles uitgevoerd moesten worden. Onderaan de brief stond: ‘Nota bene: het is niet langer mogelijk om persoonlijk navraag te doen. Als u contact met ons wilt opnemen, bel dan in eerste instantie het nummer in deze brief.’ Er stond geen nummer vermeld in de brief.

‘Ik krijg steeds te horen dat ik niet in hun systeem zit – maar ik kan ook helemaal niet in hun systeem zitten omdat er nog geen computers waren toen ik hier in 1963 arriveerde,’ zegt ze, woedend over deze kafkaëske toestanden. ‘In 2016 is mijn moeder overleden. Ik kon haar niet bezoeken toen ze ziek was, ik kon niet aanwezig zijn bij haar begrafenis. Dat vond ik echt verschrikkelijk. Wat me nog het meest raakt, zijn de oneerlijkheid en de onrechtvaardigheid.’

Buiten het systeem

Griffiths problemen begonnen een paar jaar geleden toen ze solliciteerde naar een baan en daarvoor haar Barbados-paspoort moest opsturen. In dat paspoort stond een stempel met een verblijfsvergunning. Na enige tijd stuurde het bureau het paspoort weer terug, maar het kwam nooit aan. Toen ze eindelijk op het postkantoor door iemand te woord werd gestaan, kreeg ze te horen dat de postbode was overvallen en dat alle post van die dag was ontvreemd.

‘Ik maakte me niet al te veel zorgen. Ik dacht: Ik woon hier al zo lang, ik heb hier op school gezeten; al mijn kinderen zijn hier geboren en betalen belasting.’ In 1966 werd Barbados onafhankelijk – mensen die hiernaartoe waren gekomen en die wilden blijven, moesten zich laten naturaliseren. Griffith was zich dat echter niet bewust en pas toen deze regering de immigratiewetgeving aanscherpte werd het ook echt noodzakelijk. ‘Als je niet kunt werken en niet in staat bent je gezin te onderhouden, hoe moet het dan verder? Het ondermijnt je op alle vlakken, geestelijk, lichamelijk en mentaal,’ zegt ze. ‘Voor hetzelfde geld word ik midden in de nacht van mijn bed gelicht en gedeporteerd.’

Pogingen van Jeremy Corbyn om de situatie te ontrafelen, zijn op niets uitgelopen en na drie jaar vruchteloos naar een oplossing zoeken, begon ze langzaam de moed te verliezen. Maar toen ik contact opnam met Binnenlandse Zaken kreeg ik te horen dat er ‘documenten zijn opgesteld waarin wordt bevestigd dat ze voor onbepaalde tijd mag blijven.’ Gisterochtend plofte er een envelop op haar mat met daarin de papieren waarin staat dat ze mag blijven. Ze zegt dat ze moest huilen van opluchting (en van dankbaarheid dat het Camden Law Centre haar zo goed heeft geholpen), maar dat ze ook woedend is dat ze zo lang in onzekerheid heeft moeten verkeren. ‘Ik voel woede vanwege alle vernederingen die ik heb moeten doorstaan om iets te verwerven dat eigenlijk mijn recht zou moeten zijn. Ik denk niet dat Binnenlandse Zaken zich realiseert hoe ik heb geleden,’ zegt ze.

Volgens Seth George Ramocan, de Jamaicaanse ambassadeur, zijn er heel wat mensen die met vergelijkbare problemen hebben te kampen. ‘We weten niet om hoeveel mensen het gaat, voornamelijk omdat zij zich niet bewust zijn van hun status, of beter gezegd van het feit dat ze geen status hebben. De meesten denken dat het wel goed zit, dat ze Engels zijn. Mensen belanden echt in een crisis wanneer ze erachter komen dat dat niet zo is,’ zegt hij. ‘Als je in die situatie zit, kun je geen werk vinden, heb je geen ziektekostenverzekering, geen dak boven je hoofd. Je valt volkomen buiten het systeem.’


Jay (die niet bij zijn volledige naam genoemd wil worden) is in 1966 vanuit Grenada naar Engeland gekomen. Hij was toen negen. Op het paspoort van zijn broer reisde hij naar Engeland, waar zijn vader nachtdiensten draaide in een staalplatenfabriek en zijn moeder serveerster was en in een jamfabriek werkte. Hij heeft inmiddels begrepen dat hij zich officieel moet laten naturaliseren, na 52 jaar in het Verenigd Koninkrijk, maar de hele procedure kost veel te veel geld en hij maakt zich zorgen dat hij niet over alle vereiste papieren beschikt. Omdat hij niet het risico wil lopen te worden uitgezet of in de gevangenis te belanden, heeft hij besloten zich schuil te houden en alle contact met de overheid te vermijden, ondanks het feit dat hij legaal in Engeland verblijft. De onduidelijke situatie werkt hem op de zenuwen. ‘Je ziet busjes staan van de immigratiedienst – die staan hier vaak in die kleine straatjes geparkeerd – en je denkt meteen dat ze het op jou hebben gemunt. Die gedachte spookt continu door je hoofd.’

Hubert Howard, een man van 61, heeft een vergelijkbaar traumatische ervaring. Hij ging op zijn derde met zijn moeder mee, toen die van Jamaica naar Engeland emigreerde en hij heeft nooit ergens anders gewoond. Ook hij was eerst verbijsterd en vervolgens woedend toen hem zes jaar geleden te verstaan werd gegeven dat hij een illegale immigrant was die niet rechtmatig in Engeland verbleef.

Omdat Binnenlandse Zaken had besloten dat hij illegaal was, zag zijn werkgever Peabody Trust zich genoodzaakt hem te ontslaan, ondanks het feit dat hij een zeer gerespecteerde en gewaardeerde medewerker was die al tien jaar bij het bedrijf in dienst was. Hij had jaren gewerkt als onderhoudsmedewerker bij de spoorwegen, als loodgieter en later als senior medewerker bij een woningbouwbedrijf, en gedurende de 35 jaar van zijn arbeidzame bestaan had hij altijd belasting betaald – het legde allemaal geen enkel gewicht in de schaal.

Toen zijn moeder met pensioen ging, keerde ze terug naar Jamaica en Howards problemen werden ineens manifest toen hij haar in 2005 wilde opzoeken omdat ze ernstig ziek was. Hij vroeg een paspoort aan, maar die aanvraag werd afgewezen omdat hij zich nooit had laten naturaliseren. Hij had nooit geweten dat dat moest. Zijn moeder overleed in 2006, zonder dat hij haar nog had kunnen zien.

Toen Theresa May in 2012 een ‘agressief beleid ten opzichte van illegale immigranten’ aankondigde, werd zijn leven bijzonder ingewikkeld. ‘Peabody wilde het paspoort zien waarop ik het land was binnengekomen, maar dat had mijn moeder meegenomen. De immigratiedienst kwam naar het bedrijf,’ zegt hij. ‘Mijn werkgevers kregen te horen dat ze een boete zouden krijgen als ze me niet de laan uit zouden sturen. Binnenlandse Zaken hoefde alleen maar te bevestigen dat ik legaal in Engeland verbleef, maar in plaats daarvan zeiden ze dat mijn verblijfstermijn was verstreken en dat ik geen status had. Ik probeerde aan te tonen dat ze het mis hadden. Ik ben in 2012 mijn baan kwijtgeraakt.’

‘Ik kan wel het land verlaten op een Jamaicaans paspoort, maar dan kom ik er niet meer in’

Sinds hij werkloos is, kost het hem de grootste moeite om een uitkering te krijgen. Aanvankelijk dacht hij snel weer aan het werk te zullen zijn, maar na een poosje bleek dat onmogelijk zonder papieren. In 2013 kreeg hij een brief van het departement voor werkgelegenheid en pensioenen, waarin stond dat hij niet in aanmerking kwam voor een uitkering omdat hij geen status had. In 2015 kreeg hij een brief van Capita, een door de overheid ingeschakeld bedrijf, waarin stond dat hij geen status had en het land diende te verlaten.

Later erkende Binnenlandse Zaken mondeling dat hij een zogeheten ‘settled status’ had, maar die bevestiging heeft hij nooit op schrift gekregen. Hij blijft zich zorgen maken dat het gebrek aan duidelijkheid betekent dat hij kwetsbaar blijft voor nieuwe pogingen om hem te dwingen het land te verlaten. In 2012 heeft hij een Jamaicaans paspoort weten te krijgen. ‘Ik kan wel het land verlaten op een Jamaicaans paspoort, maar dan kom ik er niet meer in.’

Immigration Act

Howard, McIntyre en Griffith hebben allemaal het recht om in het Verenigd Koninkrijk te verblijven op grond van de Immigration Act uit 1971, een wet die mensen die zich al in Engeland hadden gevestigd het recht verleende er voor onbepaalde tijd te blijven. Maar ze hebben allemaal moeite de vereiste papieren bij elkaar te krijgen om Binnenlandse Zaken ervan te overtuigen dat ze al in het land waren voor de kritieke datum.

‘Ze hebben mijn leven volledig overhoop gehaald,’ zegt Howard. ‘Ik had een vaste baan. Ze hebben mijn baan afgepakt en hebben heel duidelijk gezegd dat ik geen status heb in dit land. Ik was er kapot van toen ik mijn baan bij Peabody kwijtraakte. Het was de beste baan die ik ooit heb gehad. Toen mijn moeder overleed, kon ik er niet bij zijn. En ik heb nog altijd haar graf niet kunnen bezoeken. Sinds mijn vierde ben ik het land niet meer uit geweest, zelfs niet naar Frankrijk of Ierland. De mensen die nu het leven zuur wordt gemaakt, hebben allemaal hard gewerkt en hun bijdrage geleverd. Ik geloof niet dat het een vergissing is. Ik denk dat ze het bewust doen. Ik heb belasting en ziektekostenpremies betaald. Dat zouden ze bij Binnenlandse Zaken moeten weten. Het hele systeem is verrot, er is niemand om ons te helpen. Dat doet nog het meest pijn. Toen ik hieraan begon had ik recht op juridische bijstand, maar dat hebben ze me afgenomen. Ik kan bij niemand terecht.’

Auteur: Amelia Gentleman
Vertaler: Nicolette Hoekmeijer

Amelia Gentleman is verslaggever. In 2017 werd ze bij de Press Award uitgeroepen tot ‘specialist writer of the year’ en won ze eveneens de Orwell-prijs. Eerder was ze correspondent in Delhi voor de International Herald Tribune en correspondent in Parijs en Moskou voor The Guardian.

The Guardian
Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 332.000

Onafhankelijke kwaliteitskrant van linkse signatuur. Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde columnisten en journalisten. Altijd zeer kritisch ten opzichte van de overheid en andere instituten.


Deel dit artikel


Recent verschenen