Vanaf het voorjaar van 2016 bereisde de Noorse fotograaf Espen Rasmussen (1976) een jaar lang Europa en het oosten van de VS, op zoek naar ‘nationalisten, fascisten, christenfundamentalisten, neonazi’s en haters van de islam’ – en naar hun drijfveren en de oorzaak van hun gevoelens van afkeer of haat jegens vreemdelingen.
‘Extreemrechts’ is geen eenduidige groep, volgens fotograaf Espen Rasmussen. Sommigen hebben persoonlijke grieven die hun haatgevoelens wekken, anderen worden gedreven door samenzweringstheorieën die ze op internet oppikken. Enkelen van hen menen dat zij ‘hun strijd’ met politieke middelen zullen winnen, maar velen zien geen andere uitweg dan geweld en burgeroorlog. Gemeenschappelijk is hun overtuiging dat zij handelen uit liefde voor [eigen] volk en vaderland. En allemaal noemen ze zich “patriotten”.’
Rasmussen werd aangezet tot zijn fotografische zoektocht nadat hij in 2015 maandenlang een groep jonge vluchtelingen uit Syrië had gevolgd op hun tocht van de Turks-Syrische grens naar Duitsland. ‘ In het begin stelden Europeanen zich open voor het lot van de vluchtelingen en heetten ze hen welkom; ik hoorde politici praten over de manier waarop hun hulp zou kunnen of moeten worden geboden. Maar allengs veranderde de houding in veel landen, vooral in Oost-Europa. Er werden hekken neergezet, vluchtelingen werd de toegang geweigerd. Er verscheen politie aan de grenzen, er werden vluchtelingen gearresteerd. Er werd niet langer gepraat over hulp; de bevolking en de politici vroegen zich af hoe ze de stroom vluchtelingen konden stoppen.’
Rasmussen zag de opkomst van rechtse groepen en politieke partijen door zijn eigen lens. ‘In Groot- Brittannië gebruikte Britain First de sociale media om haat tegen moslims aan te wakkeren, in Griekenland werd de rechtse partij Gouden Dageraad de grootste, in Frankrijk werd Marine Le Pen een serieuze presidentskandidaat. Politieke bewegingen die afkeer van immigranten en homoseksuelen tentoonspreidden, kregen zetels in het parlement.’
‘Ik werkte vijftien maanden aan dit project, waarin ik uiterst rechts in Europa wilde vastleggen. Maar niet alleen door plaatjes te schieten van demonstraties en dan naar weer naar huis te gaan. Ik wilde met die demonstranten praten, naar hen luisteren om ze beter te begrijpen, zien te achterhalen waar hun haat vandaan komt. Ik wilde dicht bij hun manier van leven komen, zodat mijn project de lezers een beter inzicht zou verschaffen in de problemen met haat, propaganda, neonazisme en de uiterst rechtse groepen die zich kleden als gewone politici maar praten als rechts-extremisten. We kunnen naar mijn mening deze problemen in Europa nog niet goed overzien. Maar erover zwijgen lijkt mij zeker geen optie.’
360 | Amsterdam

