Een grafsteen voor de democratie, en meer context bij het dossierverhaal.
Het nieuwe populisme
The Guardian wijdt een heel dossier aan de opkomst van populisten.
In 1998 bevatten ongeveer 300 artikelen in The Guardian het woord ‘populisme’. In 2016 waren dat er 2000. Wat is er aan de hand? Om dit te begrijpen is de Britse krant afgelopen november een uitgebreid onderzoek gestart naar ‘dit mondiale fenomeen’. De krant trekt een halfjaar uit voor een reeks artikelen waarin wordt onderzocht ‘wie de nieuwe populisten zijn, wat de factoren zijn die hen aan de macht hebben geholpen en wat ze doen als ze eenmaal aan de macht zijn’. Alle artikelen uit deze serie zijn te lezen op de website (theguardian.com) in een dossier getiteld ‘The New Populism’.
Populisme is een blijvertje
Cas Mudde ziet rechts-populisme als vast onderdeel van onze samenleving.
De Nederlandse politicoloog Cas Mudde, werkzaam aan de Universiteit van Georgia in de Verenigde Staten, is een autoriteit op het gebied van het populisme. Hij publiceerde vorig jaar het boek Syriza. The Failure Of The Populist Promise (Springer), over de opkomst van rechts-populisme in Europa, die in zijn ogen zeer zorgelijk is. Hij maakt zich niet zozeer zorgen over de extreem-rechtse partijen, als wel over de Europese middenpartijen. Die zijn volgens hem ver naar rechts opgeschoven.
Populisme is volgens hem een reactie op globalisering, op migratie en op wat hij noemt de TINA-politiek (van ‘there is no alternative’) van het economische discours. Rechts-populisme is daarmee een vast onderdeel van westerse samenlevingen geworden.
Niet alles is populisme
Is de ‘grote golf van ontevredenheid’ die Europa en de VS overspoelt ‘werkelijk een bedreiging voor de democratie’?
Deze vraag stond laatst op de cover van het Amerikaanse blad The Nation, dat een lang essay publiceerde van de Amerikaanse historicus Steven Hahn. Zoals Hahn opmerkt ligt de term ‘populisme’ op ieders lippen zonder dat er evenwel ‘een sluitende definitie’ voor bestaat. Velen noemen het in een defensieve context zonder de bestaande instanties ook maar enigszins te betwisten, alsof deze de ultieme bewakers vormen van onze beschaving.
Volgens Hahn lijken velen de term ‘populisme’ te gebruiken als afkeurenswaardig etiket ‘voor de veronderstelde vijanden van de liberale democratie’. Met als kwalijk gevolg dat ze daarmee iedereen diskwalificeren die wezenlijke veranderingen van het systeem eist. Alle auteurs die Hahn bekritiseert zijn van mening dat we ter bestrijding van de dieperliggende redenen van de huidige crisis moeten zorgen voor meer gelijkheid en meer investeringen in infrastructuren, onderwijs en gezondheid. ‘Maar dat,’ concludeert Hahn, ‘is precies het programma dat de liberale overheden al sinds lange tijd verwerpen. Zulke initiatieven hebben alleen kans van slagen als we het moderne liberalisme aan een grondige kritiek onderwerpen en “populistisch” lijkende volksbewegingen serieus nemen.’

