Sommige Britten bereiden zich voor op een ‘no deal-brexit’. Ze hamsteren voorraden van levensmiddelen, medicijnen en hondenvoer. Zijn ze overbezorgd of hebben ze gelijk?
Jo Elgarf ziet er niet uit zoals je verwacht dat een zogenaamde prepper [iemand die voorbereidingen treft voor een ramp] eruitziet. Ze is geen vrijheidsdenker die in camouflagepak en tot de tanden toe bewapend rondkruipt in de bossen en een eekhoorn vilt voor het ontbijt, om zich voor te bereiden op de apocalyps. Ze woont met haar echtgenoot en drie jonge kinderen in een slaperige buitenwijk van Zuidwest-Londen.
Maar Elgarf noemt zichzelf graag een prepper; ze is moderator van een van het groeiende aantal preppergroepen op sociale media. Haar groep is een antibrexitgroep op Facebook met de naam ‘48% Preppers’ en krijgt per dag tussen de honderd en tweehonderd aanmeldingen. Iedereen wil klaar zijn voor een ‘no deal-brexit’. In Elgarfs geval is het hamsteren niet al te extreem; het betekent alleen dat de keukenkasten vol staan met pasta, saus, rijst, blikken, melkpoeder en waspoeder. Er staat een aantal dingen in die ze anders nooit zou kopen, zoals blikgroente – maar die gaan naar de voedselbank als ze niet nodig blijken te zijn. Voor de rest is er gewoon van alles iets meer dan gewoonlijk. Elgarf denkt dat ze genoeg in huis heeft voor het gezin om het een maand tot zes weken te kunnen uithouden.
De groep doet niet aan angst zaaien, zegt ze. Integendeel, ze proberen de mensen te kalmeren en hen te stimuleren tot het ouderwets bijhouden van een goedgevulde provisiekast. ‘Hebt u al eens in uw kast gekeken? Als u een maand ingesneeuwd raakt, hebt u dan genoeg in huis? We voorspellen niet dat er niets te krijgen zal zijn. We zeggen alleen: het zou kunnen dat als u een winkel binnenkomt, ze geen rijst meer hebben. Hebt u dan iets in huis om dat te vervangen?’
In Zwitserland, weet Elgarf, zeggen ze tegen de mensen dat ze een leefvoorraad voor twee weken in huis moeten hebben. ‘De mensen zijn daar kwetsbaar, niet alleen omdat ze daar eerder ingesneeuwd kunnen raken, maar ook omdat ze een harde grens hebben.’ Elgarf heeft Europese Studies gestudeerd. En ze heeft in de voedselindustrie gewerkt; ze weet dat ze daar op ‘net-op-tijd’-basis werken. Chris Graylings test met vrachtwagens [een test die de Britse minister van Transport begin januari uitvoerde om te kijken hoe het vrachtverkeer rond de haven van Dover zou verlopen in het geval van een harde brexit waarbij geen afspraken over grensprocedures en handel zijn gemaakt] heeft haar niet gerustgesteld. En de directeur van de Association of the British Phamaceutical Industry al evenmin, die zegt dat een no deal-brexit koste wat kost vermeden moet worden.
Veel mensen die zich bij de Facebookgroep aansluiten, maken zich zorgen over medicijnen
Het gaat Elgarf en haar gezin niet alleen om eten. Een van haar kinderen, Nora, die tijdens dit gesprek vrolijk op haar moeders schoot zit, heeft een zeldzame hersenziekte, polymicrogyrie. Ze gebruikt veel medicijnen, maar als ze twee epilepsiemedicijnen niet zou slikken – Epilim en Keppra – zou ze meerdere aanvallen per dag hebben. ‘Ze kan niet zonder,’ zegt Elgarf. Zowel Epilim als Keppra wordt geïmporteerd.
Als ze die medicijnen zou kunnen hamsteren, zou ze dat doen. Maar ze worden gecontroleerd verstrekt, een voorraad voor een maand per keer. ‘Dat zou voldoende moeten zijn,’ zeggen artsen en apothekers tegen haar. Maar wanneer het leven van je dochter op het spel staat, is ‘dat zou voldoende moeten zijn’ niet goed genoeg.
Veel mensen die zich bij de Facebookgroep aansluiten, maken zich zorgen over medicijnen, vertelt Elgarf. Onder hen zijn veel diabetici en coeliakiepatiënten. Zij moeten gerustgesteld worden. ‘We moeten zeker weten of ze een goed plan hebben, geschikt voor iedereen die afhankelijk is van geneesmiddelen.’ Ze heeft geruchten gehoord dat de meest kritieke medicijnen misschien van centrale uitgiftepunten gehaald moeten worden, waar die op voorraad liggen op basis van lijsten die door huisartsen worden verschaft. Het is duidelijk iets waarover ze heeft nagedacht.
Elgarf is er ook duidelijk over waarom ze met mij praat. ‘Stel, het is april en er is geen Epilim in dit land te krijgen, dan zeg ik: “Waar is die man van de Guardian?” En jullie zijn dan geïnteresseerd, omdat het kind dat je in januari hebt gezien nu geen medicijnen heeft.’ Nora is op haar moeders schoot in slaap gevallen.
Falafelmix
Na Zuidwest-Londen gaan we naar Cardiff, waar een andere atypische prepper woont, lid van dezelfde groep. ‘Ik zie mezelf niet als een echte prepper, maar ik tref wel de nodige maatregelen ter voorbereiding op een catastrofe,’ zegt Helena, die niet met haar achternaam in de krant wil. ‘Ik dacht altijd dat preppers een beetje gestoord waren, maar ik constateer tot mijn verbazing dat ik nu hetzelfde doe.’
Helena, die politicologie heeft gestudeerd en voor een liefdadigheidsinstelling werkt, lijkt me niet echt gestoord. Dat geldt voor geen van de mensen die ik heb gesproken. Goed geïnformeerd. Behoedzaam. Goed georganiseerd. In Helena’s geval heel goed georganiseerd: ze heeft een spreadsheet waarop in kleur staat aangegeven wat in haar huis op voorraad is (bijvoorbeeld tomaten in blik en wc-papier, met de aantekening dat iemand gemiddeld 110 rollen per jaar gebruikt), gedeeltelijk op voorraad (bijvoorbeeld ontbijtgranen), nog in afwachting van de levering (kokospoeder), of nog afhankelijk van een test (falafelmix). Falafel! Ik ga meteen naar Helena als het zover is. Ze heeft ook drank en koekjes. Vrijdag 29 maart brexitfeestje in Cardiff, mensen. En ze heeft make-up! We zullen er goed uitzien als ons trouwe schip Britannia ten onder gaat.
Helena slaat niet alleen voorraden voor zichzelf in. Dat doet ze ook voor haar hond Charlie. Terwijl de voorraad voor haarzelf goed is voor drie maanden, is die voor haar hond goed voor een heel jaar, omdat ze bang is dat dierenvoedsel geen prioriteit heeft. ‘Ik vertrouw er niet echt op dat de overheid voor mij zal zorgen, maar zeker niet dat ze voor mijn hond zal zorgen,’ zegt ze. Naast hondenvoer staan er ook hondensnoepjes en speelgoed op de spreadsheet. Voor Charlie wordt een harde brexit een feestje.
Helena ziet het als een verzekeringspolis. ‘Tenzij er opeens massaal wordt ingekocht, denk ik niet dat er in de supermarkt niets op de planken zal liggen,’ zegt ze. ‘Maar er bestaat wel een goede kans dat de keuze heel beperkt zal zijn.’
Helena’s vader is het daarmee eens. Hij denkt dat hij hetzelfde moet doen, maar is er gewoon nog niet toe gekomen. Haar moeder echter is bijna net zo’n grote voorstander van de brexit als Nigel Farage en beticht Helena van lichtgelovigheid, onwetendheid en angstzaaierij. ‘Ik geloof niet dat je paniek zaait als je je gezin probeert te beschermen,’ zegt Helena. ‘En als mensen hier al vroeg mee beginnen, betekent dat dat er, als het eenmaal 29 maart is, des te meer over is voor de mensen die niets hebben ingeslagen, omdat de leveranciers dan de kans hebben gehad om het allemaal bij te benen.’
Ze hoopt dat ze té voorzichtig is. ‘Ik wil echt niet mijn gelijk bewezen krijgen. Ik zou superblij zijn als ik over een jaar denk: goeie god, ik heb nog steeds tomaten in blik in de kast staan. Ik hoop dat mijn moeder gelijk heeft en dat de brexit een geweldig succes wordt – het land van melk en honing. En niet het land van poedermelk en bietenstroop.’ Overigens staat er zowel honing als bietenstroop op de spreadsheet.
In Cambridge is Diane ook aan het hamsteren, hoewel ze daar niet al te veel over wil zeggen. ‘Ik wil niet worden neergezet als een of andere idioot die haar keukenkast helemaal volpropt,’ zegt ze. Maar we mogen wel haar achternaam noemen: Diane Coyle, geridderd, fellow van de Academy of Social Sciences, econoom, hoogleraar Overheidsbeleid aan het Bennett-instituut van de Universiteit van Cambridge, voormalig adviseur van de het ministerie van Financiën, vicevoorzitter van de BBCTrust… kortom, bepaald geen idioot. ‘Het probleem bij toeleveringsketens is dat de spullen die je vandaag in de supermarkt koopt, gisteren nog werden vervoerd,’ legt ze uit. ‘Tegenwoordig hebben supermarkten geen magazijnen vol met artikelen. Als we een “no deal” krijgen en de vertragingen lopen op tot meer dan twaalf uur – in een nieuw rapport wordt zelfs gesproken over veel meer dan twaalf – komen er geen spullen meer in de schappen. Dan ontstaan er tekorten. En dat gaat niet alleen om spullen uit de eu en niet alleen om verse producten, het gaat om een heleboel artikelen.’
‘Als we een “no deal” krijgen, komen er geen spullen meer in de schappen’
Coyle weet dat ze niet buiten haar kopje thee kan; ze wil niet zonder theezakjes of koffie komen te zitten omdat ze niets heeft gekocht vóór de no deal-brexit. ‘Het gaat om spullen die belangrijk voor me zijn, die we invoeren, en het is ook een soort verzekering.’ Ze had voor de financiële crisis hetzelfde gedaan met contant geld. De hypotheekrente rees de pan uit. ‘De boodschap was dat de banken elkaar opeens niet meer hun geld durfden toe te vertrouwen, dus waarom zou ik mijn geld wel aan hen toevertrouwen?’ Ze nam wat geld op en borg dat op voor noodgevallen; uiteindelijk had ze het niet nodig, maar later werd wel duidelijk dat de geldautomaten bijna niet meer hadden kunnen leveren. Verwacht ze dit keer echt lege schappen? ‘Ik weet het niet, het is totaal onzeker. Er zijn goed ingevoerde mensen die zeggen dat de kans op een “no deal” significant groot is. En zelfs als die kans maar 10 procent is, waarom zou je dan niet toch dat extra stukje zekerheid inbouwen? Dat is gewoon heel verstandig.’
Coyle is bang dat veel mensen niet snappen hoe het precies zit met toeleveringsketens in een moderne economie. ‘En het gaat natuurlijk niet alleen om spullen die we in de supermarkt kopen, het gaat om alle dingen die bedrijven gebruiken om spullen te maken, alle geïmporteerde componenten. We leven in een ‘net-op-tijd’-economie. Dat heeft sinds de jaren tachtig gezorgd voor meer efficiëntie en snelheid in de productiviteit, en dat betekent dat er geen voorraad meer wordt gehouden. Dus ben je gevoelig voor vertragingen bij de invoer van spullen in ons land.’ Maar dat beseft de overheid toch wel? ‘Ik weet zeker dat de ambtenaren dat erkennen, en met hen ook enkele ministers. Maar niet alle ministers, volgens mij.’
Groenten uit de tuin
In Noord-Cornwall is Nevine Mann ervan overtuigd dat we zonder deal de EU verlaten en daar bereidt ze zich op voor. ‘We verwachten dat het minstens enkele maanden dramatisch zal zijn; hopelijk keert in de loop van de tijd de rust weer en wordt het dan minder dramatisch,’ zegt de voormalige vroedvrouw. ‘We verwachten dat op de lange termijn alles duurder en anders zal worden.’ Zij en haar gezin (vijf in totaal) zijn er klaar voor. ‘We hebben het op tijd en geleidelijk aan gedaan, om de beschikbaarheid van artikelen voor anderen niet al te zeer aan te tasten. We zijn zo goed als klaar. Ik heb nog maar een heel kort lijstje van spullen die ik nog moet kopen.’
Ze hebben een voorraad die goed is voor vier tot zes maanden, opgeslagen onder de trap, op zolder en in de garage. Eten, voor hen en voor de kat (‘die is zo kieskeurig dat ze nog liever dood gaat van de honger dan dat ze iets eet wat haar niet bevalt’), paracetamol en ibuprofen voor kinderen en volwassenen. En vitaminepillen voor het geval er een tekort komt aan groenten.
Mann hamstert ook antihistamine voor haar jongste zoon, die allergisch is voor graspollen. ‘Ik haalde die pillen altijd eens in de twee maanden. Nu haal ik ze eerder en bouw zo geleidelijk een voorraad op.’ Tot dusver hebben ze pas een buffer van een paar weken. Het is misschien minder zorgwekkend dan de Epilim en de Keppra van Nora, maar desalniettemin wel lastig: zonder antihistamine kan hij tussen maart en oktober niet naar buiten.
De familie Mann hamstert niet alleen eten en wat medicijnen. Ze zijn waarschijnlijk de beste preppers met wie ik heb gesproken. Ze waren toch al van plan zonnepanelen op het dak te laten plaatsen, maar door de dreiging van een no deal-brexit hebben ze dat eerder laten doen, en nu proberen ze zo veel mogelijk energie op te slaan op een grote batterij. Ze hebben een watertank van 1100 liter in de tuin. En ze hopen de vitaminepillen niet nodig te hebben, omdat ze groenten uit eigen tuin hebben. Ze hebben een moestuintje, waar ze winterharde soorten proberen te kweken. De resultaten zijn wisselend. Slakken hebben het meeste van de paarse broccolischeuten, de wintersla en de snijbiet opgegeten, maar de tuinbonen, peultjes, sjalotten en knoflook lukken wel goed. Die knoflook zou vast goed smaken bij de slakken, met wat peultjes erbij – maar dat is misschien meer iets voor later.
De familie heeft ook enkele volwassen fruitbomen en -struiken in de tuin staan en probeert nu uit te vogelen wat je ermee kunt doen. Mann vraagt vrienden met groene vingers om advies, ze heeft enkele beginnersgidsen gekocht en hoopt zo iets betere resultaten te krijgen. ‘We proberen een paar brexitboxen samen te stellen voor familie en vrienden van wie we weten dat ze dat niet voor zichzelf kunnen; dan hebben ze tenminste iets,’ vertelt ze.
Een brexitbox! Is dat niet enig? Wie zegt dat het tegenwoordig een en al haat, verdeeldheid en polarisatie is? En zou dat het begin kunnen zijn van wat op een dag de ‘brexitspirit’ zal worden genoemd?
Als laatste gaan we nog even kort naar Dollis Hill, een woonwijk in Noordwest-Londen. Vicky, een nieuwsgierige lerares, pakt uit de printer een kladversie van een artikel van haar vriend Sam over hamsteren voor de brexit. Het is allemaal zo ongelooflijk stom, zegt ze – niet dat mensen aan het hamsteren zijn geslagen, maar dat het zover is gekomen: een oorlogsmentaliteit in wat vredestijd zou moeten zijn. ‘Ik ga ook een voorraadje aanleggen,’ zegt ze. ‘Maar waar zullen we het opslaan? We nemen in elk geval falafelmix.’
Auteur: Sam Wollaston
