De doodsbedreigingen kwamen per telefoon, per post en per e-mail. Maar dat weerhield Roya Mahboob er niet van haar droom te verwezenlijken. Ze werd de eerste vrouwelijke IT-ondernemer van Afghanistan en een rolmodel in de strijd om vrouwenemancipatie.
In 2013 stond Roya Mahboob op de Time-lijst van de honderd invloedrijkste persoonlijkheden ter wereld. Kort daarop kregen zij en haar familie de eerste brief met een doodsbedreiging.
NZZ: Wat stond er precies in?
Roya Mahboob: ‘Dat kan ik me niet meer zo precies herinneren. Het ging er vast om dat ik de Afghaanse vrouwen zou aanzetten tot minachting van religieuze wetten en dat ik slechte echtgenotes en moeders van hen zou maken. Maar dat was nog maar het begin van een hele reeks doodsbedreigingen per telefoon, per post en per e-mail. Ze wilden dat ik zou ophouden te zijn wie ik ben.’
Wie bedoelt u precies? De taliban?
‘Het is niet zo eenvoudig dat te beantwoorden. In de eerste plaats moet je weten dat de taliban uit heel verschillende groepen bestaan. Er zijn zwaar religieuze taliban die niet gewelddadig zijn, zoals de ideologisch militante taliban. En dan zijn er natuurlijk de criminele elementen die zich uit opportunisme tot de taliban rekenen. En ten slotte zijn er nog de mannen die overdag als schijnbaar liberale zakenlieden in een pak rondlopen en ’s nachts talib worden. Het is dus moeilijk te zeggen wie precies mijn vijanden zijn.’
U hebt op uw 23e als eerste vrouw in Afghanistan een IT-bedrijf opgericht, en een groot deel van uw werk is gewijd aan de digitale opleiding van vrouwen. Hoe kwam u daartoe?
‘In tegenstelling tot de meeste Afghaanse vrouwen had ik het privilege dat mijn ouders mij een hogere opleiding lieten volgen. Ik studeerde informatica aan de Universiteit van Herat, de stad waar ik vandaan kom. Op een gegeven moment besefte ik dat de IT-branche een ideaal werkterrein is voor vrouwen. Dat geldt in het bijzonder sinds de digitalisering. Maar in Afghanistan had toen, net als nu, maar een klein deel van de bevolking toegang tot internet – met name vrouwen hebben zelden de mogelijkheid om online te gaan. Internetcafés gelden als “onveilige” plekken voor vrouwen. Dus heb ik mij voorgenomen ervoor te zorgen dat meer meisjes en vrouwen in de scholen toegang tot internet krijgen. Ik me realiseerde me: als ik ervoor zorg dat de vrouwen digitale vaardigheden verwerven, dan zal niemand hun emancipatie kunnen stoppen.’
Opvallend is dat in Europa nog altijd minder vrouwen een technische studie kiezen dan in uw regio. In Iran vormen vrouwen intussen de meerderheid aan de technisch-natuurwetenschappelijke faculteiten. Hebt u daar een verklaring voor?
‘Techniek is in meerdere opzichten het perfecte vakgebied voor vrouwen uit mijn cultuur. Ten eerste: je kunt vanuit huis werken. Dat is heel belangrijk in een conservatieve samenleving als Afghanistan, waar de meeste vrouwen thuis moeten blijven bij de familie en niet met mannelijke collega’s in dezelfde ruimte mogen zijn. Ten tweede: de mogelijkheden om geld te verdienen zijn aanzienlijk. En je kunt je goed onafhankelijk maken. Vooral het internet biedt een enorme creatieve ruimte om als vrouw in een conservatieve samenleving een beroep uit te oefenen zonder je direct kwetsbaar te maken.’
‘Wanneer je in onze cultuur als vrouw een afspraak hebt met een zakenpartner, dan is iedereen ervan overtuigd dat het om prostitutie gaat’
Maar zelf hebt u zich wel kwetsbaar gemaakt. U reed met de auto naar zakelijke afspraken. En u hebt als vrouwelijke ondernemer van zich doen spreken in de westerse media; daarmee hebt u conservatieve kringen geprovoceerd. Waarom hebt u dat risico genomen?
‘Ik wil als ondernemer zichtbaar zijn, een voorbeeld voor andere vrouwen. Wanneer je in onze cultuur als vrouw een afspraak hebt met een zakenpartner, dan is iedereen ervan overtuigd dat het om prostitutie gaat. Maar desondanks zijn Afghaanse vrouwen als vaklieden en ondernemers niet meer te stoppen. De conservatieve krachten in onze samenleving kunnen deze vooruitgang niet tegenhouden.’
Uw ouders zijn voor de Sovjettroepen naar Iran gevlucht, waar u naar school ging. Hoe was het om daar te leven als Afghaanse familie, behorend tot de soennitische minderheid?
‘Mijn vader is een ingenieur die zijn opleiding in Duitsland heeft gehad. Daardoor kon hij voor de Iraanse regering werken en lesgeven aan de universiteit. Deze omstandigheid, en onze kennis van het Perzisch, maakten het voor ons zeker eenvoudiger om in Iran te leven. Maar Afghanen uit armere, minder hoogopgeleide families hebben het in Iran heel moeilijk. Zij worden gediscrimineerd op de arbeidsmarkt en vaak uitgebuit. Maar ook voor ons was het moeilijk om te integreren in de Iraanse samenleving. Mijn ouders hadden bijvoorbeeld moeite om scholen te vinden die bereid waren om kinderen van Afghanen toe te laten.’
Iran is beroemd om zijn technische universiteiten. Hebt u daar uw interesse voor IT opgedaan?
‘Vooral het internet fascineerde mij. Ik hoorde mijn broers en mijn neven daarover spreken en wilde meepraten. Maar ons gezin kon zich geen computer permitteren, laat staan een internetaansluiting. Maar ik vond een boek over het internet, waarvan ik iedere regel verslond. Daarom wist ik bijna alles over het internet, nog voor ik het ook maar had gezien.’
En wanneer hebt u het dan voor het eerst gezien?
‘Toen wij in 2003 terugkeerden naar Afghanistan, organiseerde een van mijn neven een Yahoo Messenger-gesprek met onze familie in Iran. Maar niemand wist precies hoe dat moest. Toen zei mijn nicht: “Roya weet hoe dat moet. Zij zal de verbinding maken.” Voor mijn nichten deed ik steeds alsof ik heel vertrouwd was met de wereld van de computer. Maar dat was puur theoretische kennis.’
Dus u had toen al een internet-aansluiting?
‘Nee, in Herat was in 2003 maar één internetcafé, nadat onder het talibanregime elke vorm van telecommunicatie verboden was geweest. Mijn nicht ging met me mee naar dat café en ik vroeg of ik het internet mocht gebruiken. De eigenaar van het café was verbaasd dat er twee Perzisch-sprekende vrouwen bij hem langskwamen. Hij zei dat we bij hem het internet niet konden gebruiken, omdat alleen mannen toegang hadden. In plaats daarvan bracht hij ons naar het telecomkantoor van de stad, waar we een Iraanse ingenieur aantroffen. De man van het café stelde me aan hem voor als een vrouw die met computers en het internet wist om te gaan. Toen mocht ik voor het eerst van mijn leven het internet gebruiken. Ik werd omringd door mannen die kwamen kijken hoe een Afghaans meisje online ging. Toen wist ik zeker: ik wil alles weten over het internet.’
Twee jaar later schreef u zich in aan de universiteit van uw stad Herat, om informatica te studeren. Hoe had u zich voorbereid op die studie?
‘Indertijd bood het vn-ontwikkelingsprogramma gratis computercursussen aan voor de bevolking. In die cursus had ik vrij toegang tot het internet. Google was mijn bibliotheek, Yahoo Messenger mijn leraar Engels. Voor mij was het een openbaring. Ik wilde absoluut verder studeren.’
Hoeveel vrouwelijke studenten waren er destijds aan de universiteit?
‘We waren met vijf vrouwen, op meer dan honderd mannelijke studenten. Herat is een historische stad, vlak bij de grens met Iran, die in 2001 met Amerikaanse steun door de Afghaanse Noordelijke Alliantie is bevrijd van het talibanregime. De onderdrukking van de voorgaande jaren zat de samenleving nog vers in het geheugen. Het was nog geen goed klimaat voor vrouwen om zich uit de traditionele rollen te bevrijden. Maar tegenwoordig studeren er veel meer vrouwen aan de technische hogescholen in mijn land.’
Kort na uw studie bent u als zelfstandig IT-ondernemer begonnen en kreeg u uw eerste opdracht van het Afghaanse ministerie van Defensie. U kreeg praktisch van de ene dag op de andere de leiding over een groep oudere ontwikkelaars. Hoe werd u geaccepteerd?
‘In het begin kon niemand geloven dat ik CEO van de firma Afghan Citadel was. De ingenieurs die voor mij werkten, waren in het buitenland opgeleid en hadden geen vertrouwen in mijn capaciteiten. Wij hadden de opdracht een informatiemanagementsysteem te ontwikkelen voor de Afghaanse veiligheidsdiensten. Twee weken voor de overeengekomen leverdatum namen de mannen ontslag en namen ze het grootste deel van hun werk met zich mee. Toen greep ik terug op mijn contacten bij de universiteit en nam ik uitsluitend vrouwelijke informatici in dienst. Wij konden op de afgesproken tijd leveren. Daarna kregen we regelmatig opdrachten van de Afghaanse overheid en van internationale organisaties.’
Ondanks dit succes bent u in 2012 naar Kaboel verhuisd en hebben de meeste vrouwelijke ingenieurs uw firma verlaten. Waar bent u op vastgelopen?
‘Het was enerzijds het aantal bedreigingen, die het leven voor mij en mijn familie in Herat onmogelijk maakten. Omdat ik samenwerkte met westerse organisaties en met de Afghaanse regering, kwam ik steeds meer in het vizier van de taliban. Daarom besloot ik de zaken vanuit Kaboel te gaan leiden. Anderzijds was de samenwerking met de Afghaanse autoriteiten enorm vermoeiend. De formaliteiten van de bureaucratie zijn slopend, vooral de betalingsmoraal is slecht. Ons bedrijf heeft veel gepresteerd zonder dat we daarvoor geld hebben gezien. Vanaf 2015 verslechterde bovendien de veiligheidssituatie in Herat. De belangrijkste medewerksters ontvluchtten de stad.’
In 2014 bent u naar New York vertrokken. Is de verhuizing naar een liberale omgeving niet een capitulatie?
‘Helemaal niet. Mijn contacten maakten het mij mogelijk om buiten Afghanistan samen te werken met investeerders en organisaties die mij kunnen ondersteunen in mijn wens om de vrouwen in mijn cultuur verder te helpen.’
Hoe werkt dat?
‘Ik heb investeerders gevonden die projecten ondersteunen van mijn non-profitorganisatie Digital Citizen Fund. Inmiddels hebben we veertig Afghaanse scholen voorzien van een internetaansluiting. Meer dan 160.000 schoolmeisjes hebben daarmee toegang tot het internet. Bovendien hebben we verspreid over Afghanistan dertien centra opgezet waar meisjes digitale kennis en vaardigheden kunnen opdoen, zoals programmeren, maar ook het ontwikkelen van een businessplan.’
Wat is het belangrijkste advies dat u vrouwelijke Afghaanse ondernemers meegeeft?
‘Zoek nieuwe wegen voor wat de financiering betreft. 99 procent van de vrouwen in onze cursussen heeft geen eigen bankrekening. Vrouwen mogen wel een rekening hebben, maar de samenleving vertrouwt het westerse bankensysteem niet. Transacties worden afgehandeld via het islamitische Hawala-systeem, dat is gebaseerd op vertrouwen en waarbij overschrijvingen worden gedaan via tussenpersonen. Dat is geen oplossing voor het digitale tijdperk. Wij laten onze deelnemers daarom zien hoe je met cryptovaluta moet omgaan.’
Waarom kunnen vrouwelijke Afghaanse ondernemers niet gewoon het islamitische systeem gebruiken?
‘Het probleem is dat de betalingen vaak niet bij de vrouwen aankomen. Eén cursist had bijvoorbeeld het probleem dat haar man haar regelmatig sloeg en bovendien alle winst voor zichzelf hield. In de cursus leerde de vrouw hoe ze met bitcoins kon betalen en blockchain kon gebruiken voor haar zakelijke transacties. Zo spaarde ze genoeg geld om op zeker moment een advocaat te nemen, zodat ze zich kon laten scheiden.’
De rest van de wereld denkt bij Afghanistan vooral aan oorlog, armoede en vrouwen in boerka’s – niet aan vrouwelijke ondernemers die in bitcoins investeren.
‘Dat is een vooroordeel dat ik graag zou willen veranderen. Mijn hoop is dat de Afghaanse samenleving ooit bekend zal staan om haar innovatieve kracht en haar technologische vooruitgang, in plaats van om oorlog en verwoesting.’
Zijn er tekenen dat er iets verandert?
‘Ja, de omgeving wordt steeds liberaler, de samenleving jonger. Ruim 50 procent van onze bevolking bestaat uit jonge mensen. Deze volgende generatie zal anders zijn. Ik merk dat wanneer ik met jonge Afghaanse mannen en vrouwen spreek. Die laten zich niet meer alles zeggen, ze kennen de oude conflicten niet, ze zijn vrij van de ballast van de oorlog. Een vrije, open samenleving waarin ze kunnen leven zonder angst, is voor hen een vanzelfsprekende eis.’
Auteur: Katharina Bracher
Neue Zürcher Zeitung
Zwitserland | dagblad | oplage 115.000
Een van de oudste kranten ter wereld. Dagblad van wereldklasse, bekend om zijn intellectuele diepgaande stijl en liberale signatuur.

