wat er te doen valt e280a8tegen angstzaaien


Volgens de Amerikaanse filosoof Martha Nussbaum kunnen we denkpatronen en gevoelens aanleren die hoop geven in plaats van ten prooi te vallen aan angst. Dat is niet alleen maar makkelijk gezegd: ze wil filosofie inzetten 
om de toon van het publieke debat te verbeteren.

in het kort

• De Amerikaanse filosoof Martha Nussbaum (71) vat de explosieve tijd goed samen in haar boek Woede en vergeving, waarin ze aannemelijk maakt dat woede 
weliswaar begrijpelijk en menselijk is, maar een slechte raadgever.

• Woede, walging en afgunst worden al sinds de Oudheid gebruikt om mensen tegen elkaar op te zetten.

• Belangrijk is woede te verbinden met andere emoties, zoals hoop, vertrouwen in de mogelijkheid van rechtvaardigheid en vooral liefde, en welwillend te staan tegenover ieders menselijkheid en vermogen de juiste dingen te doen.

Op een chique gala-avond in de openbare bibliotheek van Manhattan kwam in december een keur aan internationale prominenten bijeen ter ere van een vrouw die je wel de rockster van de filosofie mag noemen: Martha Nussbaum. Haar elegante verschijning werd in het zonnetje gezet op het derde jaarlijkse gala van de Berggruen Prize, een prijs van 1 miljoen dollar voor ‘denkers wier ideeën ons houvast, wijsheid en meer zelfkennis bieden in een wereld die onder invloed van sociale, technologische, politieke, culturele en economische ontwikkelingen in hoog tempo van aanzien verandert’.

Nussbaum (71), hoogleraar ethiek en recht aan de Universiteit van Chicago, is diep begaan met het idee van rechtvaardigheid en de individuele en politieke implicaties daarvan. Maar haar interesse beperkt zich niet tot de theorie. Ze wil filosofie inzetten om de toon van het publieke debat te verbeteren. Ze heeft al vijf boeken geschreven die daaraan zijn gewijd. Haar nieuwste, Het koninkrijk van de angst, is een boeiende beschouwing over onze huidige politieke crisis vanuit het oogpunt van emotie: hoe woede, walging en afgunst al sinds de Oudheid worden gebruikt om mensen tegen elkaar op te zetten.

Dat Nussbaum het levende tegendeel is van de populaire karikatuur van intellectuelen (als mensen in een ivoren toren die zich boven het politieke gekissebis verheven voelen), komt misschien doordat ze zich spiegelt aan de aartsvaders van de filosofie. ‘De grote denkers uit de Oudheid hielden zich niet afzijdig van de politiek,’ zegt ze. ‘Seneca was de regent van keizer Nero en probeerde hem van allerlei vreselijke daden te weerhouden. Aan de politieke realiteit viel destijds niet te ontkomen.’

Het is niet pas sinds Trumps aantreden dat de angst regeert in het Amerikaanse politieke debat. Maar de bangmakerij is de afgelopen twee jaar tot een gekmakend en oorverdovend volume aangezwollen. En Nussbaum weet dat heel goed in zijn context te plaatsen en analyseert hoe angst wordt gebruikt om politiek gewin te behalen en woede te rechtvaardigen, maar ze wil, net als wij, vooral ook weten hoe we ervan af kunnen komen. Met de toename van racistisch en homofoob geweld en de constante speculaties over een impeachment is dat nu misschien de belangrijkste zorg.

Martha Nussbaum, de rockster van de filosofie. – © Hollandse Hoogte
Martha Nussbaum, de rockster van de filosofie. – © Hollandse Hoogte

In Het koninkrijk van de angst schrijft u over de openbaring die u had op de avond in 2016 waarop Trump werd gekozen.

‘Ik was in Japan, ver van mijn vrienden, zodat ik mijn schrik en mijn angst niet op de normale manier kon verwerken, door te praten en vrienden te omhelzen. Ik voelde een golf van paniek opkomen toen het nieuws kwam. Maar ik wist al dat de kiezers sterk verdeeld waren, dus waarom werd ik dan zo bang? Ik besefte dat mensen overal door dat gevoel werden bevangen. Angst kan soms nuttig zijn, maar dit was een ziedende emotionele onderstroom die mensen ervan weerhield bij elkaar te komen om te praten over wat we moeten doen om de problemen in ons land op te lossen.’

Wat is uw definitie van angst?

‘Het is de primitiefste van alle emoties, de eerste die een pasgeboren kind bij het betreden van deze tamelijk pijnlijke wereld ervaart, wanneer het anderen nodig heeft om het te beschermen. Als we ons op latere leeftijd machteloos voelen, krijgen we uit angst vaak de neiging naar zondebokken te zoeken. In plaats van de problemen aan te pakken, zeggen we dan: ‘O, het is allemaal hun schuld. Die vrouwen of die immigranten verpesten ons land.’ We komen niet tot zinvol protest of constructieve oplossingen, maar worden woedend op zo’n gemakkelijk doelwit.

Angst is ook de drijvende kracht achter weerzin, een fysieke reactie op onze eigen sterfelijkheid en onze dierlijke kant: uitwerpselen en lichaamssappen en zo. Dat zie je in iedere samenleving: dat men een bepaalde subgroep vies vindt, of dat nou een ander ras of de andere sekse is. Een belangrijk mechanisme van sociale hiërarchieën en discriminatie is het toeschrijven van extreme dierlijkheid aan andere groepen, en dat dan weer als excuus gebruiken om ze nog ondergeschikter te maken. Dan voelen wij onszelf beter. Dan zijn wij de engelen en zij de beesten.

Vrouwen zijn in alle culturen altijd zo weggezet, omdat ze menstrueren en bevallen. Zij vertegenwoordigen het weerzinwekkende lichaam. En dan heb je dat eeuwenoude racistische waanidee dat zwarte mensen dichter bij het dier zouden staan. En joden werden vaak vergeleken met insecten. Kafka’s Gedaanteverwisseling gaat over een man die ineens in een kakkerlak is veranderd.

Walging is een emotie die altijd de kop opsteekt als we ons machteloos voelen of bang zijn. Ineens hoor je mensen dan dingen zeggen waarvan je dacht dat we daar nu toch wel van af waren. Neem Trump, die Afrikaanse landen “shitholes” noemde en migranten beschrijft als een insectenplaag.’

Wat zit er achter de afkeer van vrouwen die we tegenwoordig zien?

‘Mannen zijn boos op vrouwen, omdat die niet doen wat ze geacht worden te doen: voor mannen zorgen. Ze nemen deel aan het arbeidsproces, waar ze hun rechten opeisen en vaak beter presteren dan de mannen. Ze bestaan het om mannen aan te klagen wegens aanranding en seksuele intimidatie. Ze gedragen zich niet! Dan groeit het verlangen om ze te kleineren als walgelijke schepsels. Maar de tijden veranderen. Mijn eigen senator, Tammy Duckworth, een oorlogsveteraan die in Irak haar benen heeft verloren, wilde haar tweede kind de borst kunnen geven in de Senaat. De mogelijkheid daarvoor is nu nog niet expliciet vastgelegd in de regels, maar in andere landen wel. In Nieuw-Zeeland is de premier bevallen van haar eerste kind en zij heeft zich sterk gemaakt voor het recht om borstvoeding te geven.

Overal in het land zijn er vrouwen die fantastisch presteren, en heel veel mannen die snappen dat dit geen wij/zij-kwestie is, die anders zijn opgevoed en weten hoe je een vrouw met respect bejegent. Het zijn er zo veel dat vrouwenhaters volgens mij een uitstervend ras zijn.’

Bij links heerst een tendens om conservatieven te verwijten dat ze de taal van de angst spreken.

‘Angst berust op het geloof dat jou leed te wachten staat en is makkelijk te manipuleren met retoriek. Maar onverantwoorde retoriek is niet voorbehouden aan rechts, je ziet het overal en altijd. En er zijn ook genoeg conservatieven met verantwoordelijkheidsgevoel. In Het koninkrijk van de angst vergelijk ik Trump niet met Democraten, maar met George W. Bush, die na 9/11 heel beheerst en verantwoord was in zijn retoriek. Hij zei: “We gaan de boeven pakken die dit gedaan hebben, maar we gaan niet een heel volk of een hele godsdienst demoniseren.” Ik ben het niet met alles eens wat hij heeft gedaan, maar hij sprong verantwoord om met de sentimenten van het volk.’

Kunt u voorbeelden geven van leiders die daarin uitblonken?

‘President Franklin Delano Roosevelt sprong heel goed en verantwoord om met de sentimenten van de kiezers. FDR wist dat Amerikanen de neiging hebben te denken dat armoede altijd je eigen schuld is. De dominante klasse was van mening dat armen gewoon luie donders waren die het aan zichzelf te wijten hadden. Hij begreep dat Amerika een andere houding tegenover de armen moest krijgen, dus probeerde hij te laten zien dat zij ook hun waardigheid hebben en respect verdienen. Hun leed is niet aan verkeerd gedrag of luiheid te wijten, maar aan een ramp die zij niet hebben veroorzaakt.

In het kader van zijn New Deal zette hij zelfs kunstenaars in om die boodschap over te brengen. Zoals Dorothea Lange, die enorm aangrijpende foto’s maakte van Amerikanen in armoede. En John Steinbeck schreef boeken in dezelfde geest. Dat is heel belangrijk geweest.

Martin Luther King is mijn grote voorbeeld in het denken over publieke woede. Hij stond voor een heel andere opgave met betrekking tot de sentimenten van zijn publiek. Hij moest zowel de emoties binnen zijn eigen beweging als die van het grote publiek daarbuiten bespelen. Hij zei dat woede enerzijds protest kan voeden: als je zegt dat jou iets verschrikkelijks is aangedaan, iets wat nooit meer mag gebeuren. Maar er kan ook een hang naar vergelding in zitten, de drang om de mensen pijn te doen die ons pijn hebben gedaan. Dat vond hij een heilloze weg, omdat het niet progressief of radicaal is, maar alleen een makkelijke manier om je af te reageren.

Dus zei hij: wat moeten we doen als boze mensen zich bij onze beweging aansluiten? Dan moet die woede worden gezuiverd en gekanaliseerd, en verbonden met andere emoties, zoals hoop, vertrouwen in de mogelijkheid van rechtvaardigheid en vooral liefde. Je hoeft die mensen niet eens aardig te vinden, maar je moet ten diepste welwillend staan tegenover hun menselijkheid en hun vermogen om de juiste dingen te doen. Je moet openstaan voor het vermogen van mensen om te luisteren en te veranderen. Tegen het witte publiek zei hij: “Jullie hebben ons een cheque gegeven die niet gedekt blijkt, maar jullie kunnen je schuld altijd nog voldoen.”

Dat was een prachtige manier om publieke sentimenten aan te sturen in een van de lastigste en risicovolste politieke situaties in Amerika. Zonder die enorme dichterlijke en retorische kracht van hem had het hele land in brand kunnen staan. Het is zo belangrijk geweest dat hij er toen was.’

‘Vertrouwen is meer dan ergens op kunnen rekenen. Het is een bereidheid jezelf kwetsbaar op te stellen en het lot van je project en je toekomst in andermans handen te leggen’

U schrijft ook over het belang van vertrouwen voor een goed werkende democratie. Kunt u daar wat meer over zeggen?

‘In een absolute monarchie waar de vorst alleen maar onderdanigheid en gehoorzaamheid afdwingt, kun je er misschien op rekenen dat die vorst zich op een bepaalde manier zal gedragen. Maar dat is wat anders dan vertrouwen in hem hebben.

Vertrouwen is meer dan ergens op kunnen rekenen. Het is een bereidheid jezelf kwetsbaar op te stellen en het lot van je project en je toekomst in andermans handen te leggen. Denk maar aan een slecht huwelijk. Als je door iemand geterroriseerd wordt, is het brute gedrag van die persoon wel iets waarop je kunt rekenen, maar je zult die persoon niet vertrouwen.

Een democratie berust op de gedachte dat je jouw hoop en jouw toekomst in handen legt van mensen die je niet kent. Er zullen verkeerde besluiten worden genomen en jouw mening zal niet altijd de overhand hebben, maar er is een zeker vertrouwen dat er in het merendeel van de gevallen iets uit zal rollen waarmee we kunnen leven. En dat vereist respect voor de mensen van de andere partij, ook al vinden wij soms dat zij dingen verkeerd doen.

Maar het is meer dan respect. Vertrouwen wil ook zeggen: jezelf kwetsbaar opstellen. Jezelf niet afsluiten voor de mogelijkheid van een andere uitkomst, het aan de stembus durven overlaten. Dat vraagt veel van een mens en vergt een bepaalde houding tegenover het politieke proces. Ik maak me grote zorgen over de aanvallen van president Trump daarop. Er is genoeg bewijs dat stembusfraude in Amerika geen probleem is.

Dat daar toch steeds op gehamerd wordt, is heel slecht. Net als zijn aanvallen op de media. We moeten kunnen geloven dat het nieuws in ieder geval voor een groot deel waar is. Daar moeten we op kunnen vertrouwen, wil ons politieke proces nog goed werken.’

Wat vindt u van christelijk rechts en hun steun voor Trumps taal van uitsluiting?

‘Godsdienst kan een krachtige bron van hoop zijn, en sommige mensen uit de christelijke hoek verzetten zich tegen die retoriek. Weet je nog dat Obama in zijn campagne de evangelisten om steun vroeg? Daar kreeg hij kritiek op, maar het was verstandig van hem. Je moet niet bij voorbaat een heel segment kiezers uitsluiten. Je moet laten zien dat er in Amerika geen plaats is voor haatdragende retoriek.’

Hoe kan hoop een tegengif voor angst zijn?

‘Hoop wordt meestal beschouwd als het tegenovergestelde van angst, en in zekere zin is het dat ook. Maar in de filosofische traditie gaat het vooral over de overeenkomst tussen de twee: zowel hoop als vrees berusten op de gedachte dat een hoogst onzekere uitkomst belangrijk en relevant voor jou zal zijn.

Volgens de filosofen van de Stoa had het geen zin je te bekommeren om zaken die ongewis zijn en moest je al je zorgen onderdrukken. Een ideale stoïcijn verlaat zich louter op zijn eigen wil en ratio, en kent geen vrees of hoop. Dat was een begrijpelijke reactie in de wereld waarin die stroming opkwam [vanaf de derde eeuw v. Chr.], want de samenleving bewoog zich toen in snel tempo naar een dictatuur. Maar het was een verkeerde reactie. Als je, zoals ik, van mening bent dat het belangrijk is om te houden van andere mensen, van je land en van dingen waarop je geen greep hebt, zul je onvermijdelijk zowel vrees als hoop ervaren.

Cicero was een stoïcijn die hield van de Romeinse republiek, hij gaf er uiteindelijk zijn leven voor. Op een gegeven moment treurde hij om de dood van zijn dochter en van de republiek. Zijn vrienden zeiden dat hij als rechtgeaarde stoïcijn daarmee moest ophouden, maar hij zei: “Nee, dit zijn belangrijke zaken, die verdienen mijn rouw.” En ik vind dat wij hem daarin moeten volgen, hopelijk zonder dat er een politieke moord op ons wordt gepleegd. Hij stak letterlijk zijn nek uit: voor het zwaard van de moordenaar.’

Maar hoop is toch geen kwestie van kansrekening?

‘Dat is waar. Als een familielid in het ziekenhuis ligt en er weinig kans is op een goede uitkomst, kun je toch hoop houden. Terwijl je anderzijds, ook als het ernaar uitziet dat alles weer goedkomt, toch gebukt kunt gaan onder vreselijke angst en bezorgdheid.

Maar hoop is ook niet alleen een emotie. Het is een syndroom dat tot actie aanzet. Een belangrijke jonge filosoof, Adrienne Martin, heeft daar een heel goed boek over geschreven, How We Hope: A Moral Psychology. Zij wijst erop dat hoop een manier is om naar een situatie te kijken vanuit de bereidheid te handelen. Als je bang bent, neig je tot handelingen zoals weghollen of wegduiken. Maar hoop betekent: ik stap erop af en probeer die goede uitkomst te bespoedigen.

Hoop geeft ons energie. Het zorgt ervoor dat we ons kandidaat stellen of een politicus steunen. Dat doen we niet als we vol angst en wanhoop achteroverleunen. Het is iets wat je in jezelf kunt stimuleren door denkpatronen en gevoelens aan te leren die de kans vergroten dat je eerder aan het hoop- dan aan het angstsyndroom ten prooi valt.’

Wat voor praktische gewoonten kunnen ons meer hoop geven?

‘Daarin moet iedereen zijn eigen weg vinden. Het kan bijvoorbeeld door politiek actief te worden of bij een protestbeweging te gaan, of iets te doen met je kerk. In Chicago, waar ik woon, zijn veel zwarte kerken absoluut een centrum van hoop voor de mensen. Mijn synagoge zet zich in voor sociale rechtvaardigheid, daar leeft de gedachte dat iedereen iets voor anderen kan doen. We hebben moestuinen waar we verse groente verbouwen voor de armen.

Een grote constante zijn de kunsten, dat zijn enorme instituten van hoop. Al is een kunstwerk nog zo somber, kunstenaars laten ons het innerlijk van de mens onderzoeken op een manier die niet van weerzin vervuld is, die tot dieper inzicht leidt.

Ik ga college geven over Arthur Millers Dood van een handelsreiziger. Dat is een beklemmend toneelstuk over Amerika en de teloorgang van de American dream, maar het legt ook iets bloot in onze samenleving en in mensen wat we misschien nog niet helemaal begrijpen.

Kunstenaars zien het potentieel van mensen, ze zien een mens niet louter als een middel, en die houding stimuleert een hoopvolle blik.

Maar filosofie ook. Daarom is het voor het kweken van goed burgerschap zo belangrijk dat de leerlingen en studenten aan onze universiteiten een brede algemene vorming krijgen, waarin zowel die artistieke als de socratische kant aan bod komt. De socratische filosofie brengt je een model bij voor rationeel en respectvol debat. Op een college filosofie ga je niet tegen iemand schreeuwen. Je ontleedt andermans argumenten en probeert zo te herleiden wat hun stellingen zijn, en of die stellingen tot hun logische conclusie leiden, en zo niet, waar dan de denkfout zit. Je leert rationeel en respectvol met elkaar in debat te gaan, en dat is een belangrijk ingrediënt voor een leven met hoop.’

U hebt het over rationeel debat. Hoe krijgen we dat terug?

‘Ik werk momenteel aan een nieuwe collegereeks, “Conflicting Theories of Justice and Law”, voor studenten die gepolariseerd zijn. Die wil ik een veilige omgeving bieden om met elkaar in debat te gaan. Ze krijgen conservatieve, libertaire, liberale en radicaal-linkse theorieën voorgeschoteld en kunnen aan de hand daarvan hun eigen positie bepalen. Dat is een van de hoopvolste fenomenen van allemaal: een collegezaal met totaal verschillende mensen die heel beschaafd en vriendschappelijk enorme tegenstellingen kunnen overbruggen.

Die colleges ga ik samen met conservatieve collega’s geven. Dat is ook belangrijk, zo trekken we studenten die er anders niet over zouden piekeren zo’n vak 
te volgen. Ze stemmen vaak met hun voeten en raken zo vanzelf gepolariseerd. Onze vakgroep onderscheidt zich van andere rechtenfaculteiten, doordat wij het grootste contingent conservatieve christelijke studenten hebben. Als mormoon of 
evangelische christen word je aan onze universiteit niet gemarginaliseerd of met de nek aangekeken, zoals je op Harvard of Yale misschien zou overkomen.’

Hebt u nog een laatste gedachte over hoe we het cynisme en de apathie van deze moeilijke tijden kunnen overwinnen?

‘Ik denk dat we mensen als Cicero in ere moeten houden, mensen die risico’s nemen, niet bang zijn om de strijd aan te gaan en niet alleen aan hun eigen hachje denken. De politiek is een zwaar en pijnlijk bedrijf, en mensen die daaraan beginnen en dat werk met fatsoen en vreugde doen… dat is een van de belangrijkste dingen die een mens kan doen.

Cynisme trekt mij totaal niet. Het cynisme van de filosofen uit de Oudheid is een heel ander gedachtegoed dan wat we tegenwoordig cynisme noemen, namelijk de gedachte dat alles waardeloos is. Als je, zoals ik, denkt dat dit leven het enige leven is dat we krijgen, nou ja… als dat al niet de moeite waard is, wat dan nog wel? Er zijn zo veel prachtige en verbazingwekkende dingen in de wereld: mensen, dieren, de natuur. Ik hoop vooral dat jongeren doen wat ze kunnen om onze aarde te behouden. Het zal een hele klus worden om ons overeind te houden.’

Auteur: Nina Burleigh

Newsweek
VS | weekblad | oplage 1.972.000

Gefuseerd met The Daily Beast. Initiatiefnemer Tina Brown blies het legendarische weekblad nieuw leven in.


Deel dit artikel


Recent verschenen