japan experimenteert met multiculturalisme

Japan heeft arbeidskrachten nodig. Met een nieuw visumsysteem wil het land buitenlandse werknemers aantrekken voor sectoren waar Japanners hun neus voor optrekken. Maar integratie gaat niet vanzelf in een samenleving die zichzelf als homogeen beschouwt.

Tokio heeft op 2 november een wetsvoorstel aangenomen dat voorziet in twee nieuwe visumtypes. Het visum voor ‘specifieke competentie 1’ staat een verblijf van vijf jaar toe voor een laag gekwalificeerde aanstelling in veertien sectoren (landbouw, ouderenverzorging etc.). Het visum voor ‘specifieke competentie 2’ staat gespecialiseerde werknemers toe samen met hun gezin langer te blijven. Volgens de krant Mainichi Shimbun 
‘gaat het om een historisch keerpunt in het Japanse vreemdelingenbeleid’. Inderdaad opent het land momenteel alleen zijn deuren voor hoog gekwalificeerde werknemers, zoals artsen en hoogleraren. Desondanks worden er talrijke buitenlandse studenten en leerlingen te werk gesteld, soms onder illegale en erbarmelijke omstandigheden. 7089 van hen zijn volgens het ministerie van Justitie in 2017 hun werkgever ontvlucht.

Tien jaar geleden is Tao Cheng, 
een 36-jarige Chinees, met zijn start-up popIn begonnen in het kantorencomplex Roppongi Hills in het centrum van Tokio. In 2012, toen ondernemingen en laboratoria overal op de wereld vochten om nieuw talent, heeft Japan een puntensysteem ingesteld om hoog gekwalificeerde vakmensen aan te trekken: buitenlanders met een goede opleiding en een goed inkomen kregen punten toebedeeld waarmee ze gemakkelijker in aanmerking kwamen voor een verblijfsvergunning. Dankzij dit systeem kreeg Cheng in maart 2017 ook een 
vergunning.

Na een studie informatica aan het Technologisch Instituut in Tokio vervolgde 
de jonge Chinees zijn studie aan de 
Universiteit van Tokio. Daarna ontwierp hij software waarmee je, wanneer je een woord intypt op internet, onmiddellijk de betekenis plus de betreffende connotaties te zien krijgt. Baidu, de grootste Chinese zoekmachine, heeft het programma voor meer dan een miljard yen (8 miljoen euro) van hem gekocht.

Dankzij zijn talent en zijn inspanningen heeft Cheng zijn ‘Japanse droom’ gerealiseerd. Je kunt met recht spreken van een succesverhaal. Maar de Chinese ondernemer, die nog altijd een spijkerbroek draagt, weerlegt deze indruk met een bittere glimlach. ‘In Japan is de concurrentie niet zo moordend. In China of de Verenigde Staten zouden ze niets van me hebben overgelaten.’

Cheng kwam naar Japan nadat hij was gezakt voor 
de toelatingsexamens van de Chinese universiteit. De provincie Henan in Centraal-China, waar hij vandaan komt, telt meer dan honderd miljoen inwoners. Hoewel hij zich op een uitstekende middelbare school op de examens had voorbereid, realiseerde 
hij zich dat het erg moeilijk was om in zijn land op een topuniversiteit te komen; de concurrentie was te groot.

Op aanraden van zijn oom besloot hij in Japan te gaan studeren. Gezien de grote concurrentie tussen de Verenigde Staten en China in de informaticasector was het realistisch om voor Japan te kiezen als vestiging voor een onderneming. ‘De slagingskans is er betrekkelijk hoog en als je eenmaal succes hebt, is het makkelijk om relaties aan te knopen. 
Dat ik Chinees ben is nooit een probleem geweest, 
in elk geval niet op commercieel vlak,’ zegt hij. Het 
is inmiddels achttien jaar geleden dat Cheng zich in Japan heeft gevestigd, net zo lang als hij in China heeft gewoond.

Ontvolking

Op het Japanse eiland Amami-Oshima, ongeveer 1300 kilometer ten zuiden van Tokio, zie je steeds meer buitenlandse werknemers in restaurants en bars. Deze tendens laat zich verklaren door de opening, drie jaar geleden, van een school waar Japanse les wordt gegeven, de Kakehashi International School, die nauwe banden heeft met een uitzend
bureau in Tokio.

‘Na het voltooien van de middelbare school vertrekken de jongeren hier naar de grote steden op het hoofdeiland van Japan,’ zegt Yukio Hamasaki, directeur van de school en voormalig voorzitter van de plaatselijke kamer van koophandel. ‘Het is onze missie om door het ontvangen van buitenlandse leerlingen een bijdrage te leveren aan de activiteit 
in de regio en de demografische teruggang te 
compenseren.’

Bij het Japanse restaurant Komachi werken zes buitenlandse leerlingen van de school. Een van hen, een 28-jarige Nepalees, werkt op weekdagen van 18.00 tot 22.00, nadat hij tot het middaguur lessen Japans heeft gevolgd. De eilandbewoners stellen zich 
gastvrij op tegenover deze buitenlandse leerlingen, die niet te beroerd zijn om te werken. ‘De inwoners van Amami-Oshima zien geen verschil tussen 
buitenlanders en Japanners die niet van het eiland afkomstig zijn. Ik denk dat dat komt doordat ze allemaal een andere taal spreken dan ons eilanddialect,’ zegt de 45-jarige Yuichiro Hisakura, die een restaurant voor plaatselijke specialiteiten heeft, waar hij een Indonesische leerling heeft aangenomen. De Japanse school, die in oktober 15 nieuwe leerlingen heeft ingeschreven, telt er momenteel 39. Volgend jaar moeten dat er meer dan 60 zijn. Regio’s die met ontvolking kampen, zoals het eiland Amami-Oshima, trekken veel buitenlandse leerlingen aan. De stad Goto op het eiland Kyushu is ook van plan in april een Japanse school te openen.

Om de demografische teruggang het hoofd te bieden wordt hiervoor al een lokaal ingericht, met subsidie van de staat. Volgens cijfers van het ministerie van Justitie telt het land momenteel 710 scholen waar Japanse les wordt gegeven. 240 daarvan zijn de 
afgelopen vijf jaar opgericht, bijna een per week. 
De meeste leerlingen die hier hun diploma halen, stromen door naar beroepsopleidingen of naar de universiteit.

Ruzies

Hoe moet je samenleven met mensen die een andere taal spreken en een andere manier van leven gewend zijn? De eerste buitenlandse werknemers die in de Japanse samenleving integreerden zijn de nikkeijin, afstammelingen van Japanners die naar het buitenland emigreerden, bijvoorbeeld naar Brazilië. Door 
de krapte op de arbeidsmarkt als gevolg van de economische bloei heeft Japan in 1990 zijn deuren voor hen geopend, en het merendeel kwam in tijdelijke dienst van fabrieken.

Zo is in de Japanse stad Toyota, de slaapstad waar 
het gelijknamige automerk is gevestigd, meer dan de helft van de inwoners van de wijk Homi van buitenlandse afkomst, voor het merendeel Braziliaans. In het begin waren er heel wat spanningen tussen hen en de lokale bevolking. Ruzies vanwege geluidsoverlast, rondslingerend afval of onbetaalde contributie aan bewonersverenigingen waren schering en inslag. De scholen waren niet op de ontvangst van buitenlandse kinderen berekend. Hun drukbezette ouders vonden het niet erg dat ze niet naar school gingen omdat ze op een dag toch zouden teruggaan naar hun eigen land.

Deze jongeren, die geen Japans spraken en geen plek hadden in de wijk, vochten onophoudelijk met lokale straatbendes. Na meer dan twintig jaar in Japan te hebben gewoond, overweegt de 29-jarige Braziliaan Gustavo Murayama zich er definitief te vestigen. Als Japanse afstammeling van de derde generatie is hij op 6-jarige leeftijd op de archipel gearriveerd en opgegroeid in de wijk Homi. ‘Als ik in de spiegel kijk, zie ik een buitenlander. Maar ik heb zin om me in te zetten voor Japan en me er definitief te vestigen,’ zegt hij. Hij werkt bij een uitzendbureau en broedt op 
manieren om de contacten tussen buitenlanders 
en de Japanners soepeler te laten verlopen. Zo heeft hij al een Portugeestalige informatiesite gecreëerd om Brazilianen te helpen.

De aanvankelijke ruzies in de wijk lijken verleden tijd. Toch is voor Kunihiro Kawabe, voorzitter van 
het plaatselijke verbond van wijkverenigingen en van een reflectiegroep over het samenleven met 
buitenlanders, ‘het woord “samenleven” heel mooi’, maar, zegt hij, ‘er moeten nog heel wat problemen worden opgelost’. Hij buigt zich al lange tijd over oplossingen voor samenlevingsproblemen en moet bekennen dat hij het aantal buitenlanders liever niet ziet toenemen. Bij het toelaten van buitenlandse werknemers laat Japan het aan de plaatselijke overheden en bewoners over om de problemen op te lossen die zich voordoen in het dagelijks leven.

Ook nu worden voorbereidingen getroffen om nog een groter aantal van hen aan te trekken. ‘Ze zeggen dat ze werknemers ontvangen en geen immigranten, maar dat is onzin. Het 
zijn gewoon immigranten,’ protesteert Kawabe. Van de verre eilanden voor de Japanse kust tot aan het centrum van de hoofdstad is er een groot aantal buitenlanders dat samenleeft met de Japanners. En de meeste Japanners zijn zich daarvan bewust. Eind oktober 2017 telde Japan zo’n 1,28 miljoen buitenlandse werknemers, een toename van bijna 50 procent in 5 jaar.

Japanners doen alsof ze de buitenlanders niet zien

De wijk Shinjuku in Tokio herbergt buitenlanders uit 135 landen en regio’s, en 
1 op de 8 inwoners is er buitenlander. Door mensen van verschillende oorsprong en uit verschillende 
culturen te ontvangen begeeft Japan [waar de mythe van homogeniteit diepgeworteld is] zich op de weg van het multiculturalisme. Verscheidene factoren hebben aan deze ontwikkeling bijgedragen: de daling van het geboortecijfer, de vergrijzing van de bevolking en de demografische teruggang. Omdat 
de werkzame beroepsbevolking is afgenomen, heeft het land geen andere keus dan een beroep te doen op buitenlanders.

Toch doen de Japanners alsof ze hen niet zien, alsof ze doorzichtig zijn. Het gedrag van de regering, die weigert een migratiebeleid te voeren, is daarvan het beste voorbeeld. Door haar ogen te sluiten voor de buitenlanders die zich in haar land vestigen, er 
trouwen en kinderen krijgen, heeft de regering nagelaten om de werkomgeving van nieuwkomers en buitenlandse leerlingen te verbeteren en voldoende taalonderwijs aan te bieden.

In Japan woonachtige Brazilianen juichen tijdens de WK-openingswedstrijd Brazilië-Kroatië op 13 juni 2014 in Oizumi, een stadje ten noorden van Tokio. – © Getty
In Japan woonachtige Brazilianen juichen tijdens de WK-openingswedstrijd Brazilië-Kroatië op 13 juni 2014 in Oizumi, een stadje ten noorden van Tokio. – © Getty

De regering heeft aangekondigd meer ongeschoolde arbeiders te willen aantrekken. Maar hoewel ze 
eindelijk heeft ingezien hoe groot de behoefte aan buitenlandse arbeidskrachten is, heeft ze geen enkele maatregel getroffen om het samenleven te faciliteren. Men blijft doen alsof de buitenlanders niet bestaan door familiehereniging te beperken en het aan lokale instituties over te laten om hen te helpen.

Het probleem betreft niet alleen de mensenrechten. Als er niet wordt opgetreden tegen de ongelijkheid op de arbeidsmarkt en in het dagelijks leven, kan zich dat tegen de Japanners keren, met als gevolg meer lokale ordeverstoringen, minder veiligheid 
en een toename van maatschappelijke kosten. In diverse Europese landen heeft het ontbreken van maatregelen om de immigratie in goede banen te leiden, geleid tot sociale en politieke instabiliteit.

Als Japan de buitenlanders als volwaardige burgers behandelt, in overeenstemming met de principes van een pluriforme en meertalige samenleving, 
dan zal het zijn perspectieven verbeteren. Niet de migranten moeten hiervoor verantwoordelijk worden gesteld, maar het volk dat hen ontvangt. Want de mens is geen inwisselbare machine.

Auteurs: Takuya Asakura, Ari Hiramaya en Hiroki Manabe

Asahi Shimbun
Japan | dagblad | oplage 11.720.000

De ‘Krant van de opgaande zon’ is een autoriteit in Japan, met 3000 journalisten verdeeld over 300 redacties in Japan en 30 daarbuiten. Het is de krant van intellectuelen, die zich ziet als verdediger van de democratie.


Deel dit artikel


Recent verschenen