Niger slaagde er met geld uit Europa in het aantal vluchtelingen dat Libië bereikt drastisch terug te dringen. Maar de voordelen voor het land zelf zijn ver te zoeken.
De zwaar bewapende regeringstroepen zijn gelegerd rond oases in de uitgestrekte woestijn in het noorden van Niger, waar het kwik gewoonlijk boven de 40 graden stijgt. Hoewel zowel Al-Qaida als IS actief zijn in de regio, is de missie niet bedoeld om het jihadisme te bestrijden. De Nigerese soldaten zijn hier om de strijd aan te binden met de smokkelaars die vluchtelingen vervoeren door deze onmetelijke, kale zandvlakte die slechts af en toe wordt onderbroken door een eenzame boom. De migranten hopen buurland Libië te bereiken, om van daaruit de gevaarlijke – in veel gevallen dodelijke – oversteek naar Europa te wagen. De tol van de militaire missie is hoog: sommige smokkelaars zijn gewapend, er bevinden zich militanten in het gebied en het terrein is ongenadig: na iedere missie, die twee weken duurt, moeten de banden van vijftig trucks worden vervangen, omdat ze zijn versleten door de rotsachtige, verschroeiend hete zandbodem. Maar het militaire optreden heeft vruchten afgeworpen: Niger is erin geslaagd het aantal vluchtelingen dat via Nigerees grondgebied Libië bereikt, drastisch terug te dringen.
Zak geld
Niger krijgt hiervoor een grote zak geld van Europa, dat erop is gebrand de migrantenstroom in te dammen. Eind 2017 zegde de Europese Unie het Afrikaanse transitland 1 miljard euro toe, waarvan honderden miljoenen voor antimigratieprojecten zijn bestemd. Duitsland, Frankrijk en Italië bieden individueel ook financiële steun. Dit migratiebeleid maakt deel uit van een veel bredere Europese strategie om de vluchtelingenstroom een halt toe te roepen. Daaronder valt ook de Turkije-deal uit 2016, waarmee miljarden euro’s zijn gemoeid, en de financiële steun van 100 miljoen euro aan hulporganisaties in Soedan.
Italië wordt ervan beschuldigd milities in Libië geld toe te schuiven om vluchtelingen van de overtocht te weerhouden. En hier in Niger beweert de legertop verbolgen dat Frankrijk een ex-rebel heeft gesteund die nog altijd een veiligheidsrisico vormt, waarmee het duidelijk te kennen geeft dat het de migratiestop hoger in het vaandel heeft dan de veiligheidssituatie van het Afrikaanse land.
Sinds Niger in 2015 een wet tegen mensensmokkel heeft aangenomen, hebben militairen de opdracht gekregen smokkelaars te arresteren en vast te zetten, hun voertuigen te confisqueren en de vluchtelingen over te dragen aan de politie of de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM). De migranten krijgen de keuze hun tocht voort te zetten, met het risico opnieuw te worden opgepakt, of een gratis terugreis naar hun vaderland te accepteren.
De nieuwe wet had meteen effect. Op het hoogtepunt, in 2015, reisden wekelijks vijf- à zevenduizend migranten via Niger naar Libië. Door de mensensmokkel te criminaliseren is dat aantal, volgens schattingen van de IOM, inmiddels geslonken tot duizend. Tezelfdertijd verlaten steeds meer migranten Libië vanwege de erbarmelijke veiligheidssituatie en het racistische geweld waarmee Afrikanen uit landen bezuiden de Sahara worden geconfronteerd. Als gevolg daarvan is de stroom vluchtelingen die in omgekeerde richting beweegt, op dit moment zelfs groter dan de vluchtelingenstroom náár Libië, aldus de IOM.
Een van de grootste Nigerese busbedrijven, Rimbo, vervoerde voorheen dagelijks vier busladingen migranten van de hoofdstad Niamey, in het zuiden, naar de noordelijke stad Agadez, de laatste stop voor de reis naar de Libanese grens. Inmiddels heeft het bedrijf een tweejarig contract met de IOM getekend voor het zuidwaarts vervoeren van migranten, zodat ze kunnen worden gerepatrieerd. Kortgeleden, op een winderige avond, reed een konvooi van vier Rimbo-bussen met daarin vierhonderd vluchtelingen door de stoffige straten in Niamey, na een twintig uur durende rit vanuit Agadez. De vluchtelingen, afkomstig uit West-Afrikaanse landen als Guinee, Ivoorkust en Nigeria, keerden huiswaarts.
Voor Europese leiders is deze omgekeerde migrantenstroom heugelijk nieuws; het is het levende bewijs dat Niger volop meewerkt. ‘Niger is op dit moment een van onze belangrijkste bondgenoten in de regio,’ zegt Raul Mateus Paula, ambassadeur van de EU in Niamey.
Maar de veelbelovende resultaten eisen een hoge tol, niet in het minst onder de vluchtelingen, die vastbesloten zijn Libië te bereiken en meer risico nemen dan ooit. Om patrouilles te ontduiken wijken mensensmokkelaars uit naar routes die ver van waterpunten zijn verwijderd, door met landmijnen bezaaide gebieden. Wanneer smokkelaars lucht krijgen van patrouillerende militairen, laten ze, uit angst voor arrestatie, migranten veelal achter in de woestijn. Vanwege de talloze doden hebben de Nigerese burgerbescherming en de IOM wekelijkse reddingspatrouilles op poten gezet. Het hoofd van de burgerbescherming, Adam Kamassi, vertelt dat zijn team bij iedere verkenningstocht zo’n twintig tot vijftig mensen redt. Per keer treffen ze meestal drie of vier doden aan.
In Niger gaat het harde optreden tegen mensensmokkel gepaard met economische achteruitgang en problemen op het gebied van veiligheid. Het afsluiten van de migrantenroutes heeft een toename aan werkloosheid veroorzaakt en een verschuiving naar andere criminele activiteiten, zoals overvallen en drugssmokkel, blijkt uit een document van de Nigerese inlichtingendienst. ‘Persoonlijk ken ik wel twintig mensen die door banenschaarste in de criminaliteit zijn beland,’ zegt Mahamadou Issouf, die vanaf 2005 migranten van Agadez naar de Libische grens vervoerde, maar inmiddels zonder werk zit. Eerder dit jaar viel hij midden in de woestijn, vlak bij Puit d’Espoir (‘bron van hoop’), in handen van het leger. Hij had het geluk dat ze hem lieten lopen, maar chauffeurs die bij hem in dienst waren, belandden achter de tralies en twee van zijn pick-ups werden in beslag genomen.
Nu niet alleen de migrantenstroom maar ook de daaruit voortvloeiende inkomsten goeddeels zijn opgedroogd, hebben plaatsen langs de vluchtelingenroute de grootste moeite hun basisvoorzieningen, zoals scholen en gezondheidsklinieken, draaiende te houden, blijkt verder uit het document van de inlichtingendienst. De kliniek in Dirkou, bijvoorbeeld, voorheen een belangrijk tussenstation, heeft nu minder betalende patiënten, omdat het aantal migranten dat bij hen aanklopt drastisch is afgenomen. Winkeliers die afhankelijk waren van de gestage stroom vluchtelingen, hebben hun deuren moeten sluiten. Ex-smokkelaar Hasan Mohammed, een 31-jarige inwoner van Dirkou, vervoerde sinds 2002 migranten door de woestijn. Met het verdiende geld kocht hij twee Toyota pick-uptrucks en dankzij de snel groeiende klandizie kon hij zijn twee jongere broers in dienst nemen. Inmiddels zitten zijn broers in de gevangenis een straf van zes maanden uit, de gangbare strafduur voor smokkelaars. Zijn twee pick-ups staan op een legerbasis stof te verzamelen, samen met talloze andere geconfisqueerde terreinwagens. Nu zijn inkomstenbron is weggevallen, teert Mohammed noodgedwongen op de portemonnee van welwillende vrienden.
Niet alle vluchtelingen die via Niger huiswaarts keren, eindigen in hun vaderland. Een deel blijft hangen, vechtend om de schaarse baantjes. Ongeveer tweeduizend Soedanezen die Libië hebben verlaten, zijn blijven steken in Agadez, en een grote groep Eritreeërs, Ethiopiërs en Somaliërs verblijft in Niamey en heeft gebruikgemaakt van een nieuwe regeling die het mogelijk maakt in transitlanden als Niger al asiel aan te vragen, onder andere voor Frankrijk.
De EU, die het meest profijt heeft van het harde optreden tegen mensensmokkel, wil op dezelfde voet verder gaan. Een deel van de zak geld voor Niger was bestemd voor een project waarbij smokkelaars tot ondernemer worden omgeschoold, maar dat project is in twee jaar tijd niet verder gekomen dan de pilotfase. ‘Het regent toezeggingen van grote sommen geld,’ zegt Ibrahim Yacouba, de onlangs afgetreden minister van Buitenlandse Zaken. ‘Maar in de dagelijkse werkelijkheid van degenen die betrokken waren bij de smokkelindustrie, verandert er maar weinig.’ Ook heeft het antimigratiebeleid problemen op het gebied van veiligheid gecreëerd. Volgens de Nigerese veiligheidsdienst heeft Frankrijk vorig jaar in de strijd tegen de mensensmokkelaars vanuit zijn legerbasis in het noordelijk gelegen Madama een etnische Toubou-militie gesteund. Dit heeft de woede van de Nigerese legertop gewekt, omdat de militie wordt geleid door een ex-rebel, Barka Sidimi, die volgens de overheid een veiligheidsrisico vormt. In hun ogen is dit als gezegd het zoveelste bewijs dat de EU zich weinig gelegen laat liggen aan de veiligheidssituatie in Niger en zich alleen om migratiebeperking bekommert. Het Franse leger zegt bij monde van een woordvoerder ‘geen informatie te hebben over de door u genoemde samenwerking’.
Ondanks de geboekte vooruitgang bij het terugdringen van de migratiestroom, beseffen Nigerese functionarissen maar al te goed dat het probleem van mensensmokkelaars die Niger als transitland gebruiken niet zal verdwijnen. ‘Uiteindelijk is het vechten tegen de bierkaai,’ zegt Mohamed Bazoum, minister van Binnenlandse Zaken. ‘Het aantal vluchtelingen in Libië is weliswaar gedaald, maar elders zijn nieuwe sluiproutes ontstaan: migranten reizen nu via Algerije en wagen de oversteek vanuit Marokko,’ zegt Giuseppe Loprete, oud-hoofd van de IOM in Niger, die onlangs zijn functie neerlegde. ‘Ondanks alle nadelen zal de huidige aanpak voorlopig toch worden voortgezet,’ aldus Bazoum. ‘Mensensmokkel creëert een criminele economie, en in het belang van de nationale stabiliteit en veiligheid bestrijden we alle vormen van economische criminaliteit.’
‘Wij blijven met lege handen achter,’ zegt ex-smokkelaar Mohammed. ‘Er is hier geen enkel project voor mensen zoals ik, die werkloos zijn geworden door dit nieuwe beleid. Ik heb geen uitzicht op een nieuwe baan,’ vervolgt hij ontmoedigd. ‘Ik slijt mijn dagen met nietsdoen.’
Auteur: Joe Penney

