Een jaar na Charlottesville heerst er wanorde binnen de Amerikaanse alt-rightbeweging. Maar dat betekent niet dat hun ideeën verdwenen zijn.
Na maanden van juridische problemen, tegenprotesten en interne conflicten lijken de wit-nationalisten die een jaar geleden in de straten van Charlottesville met hun fakkels en hun van haat vervulde leuzen het hele land deden opschrikken nu, in ieder geval tijdelijk, te zijn teruggedrongen naar de marge.
De lage opkomst bij een geplande demonstratie in Washington, op een zondag in augustus dit jaar, zegt weinig over de huidige mate van intolerantie, haatdragendheid en xenofobie die de VS in zijn greep heeft. Het afgelopen jaar is in de tien grootste Amerikaanse steden het aantal door haat gedreven misdaden gestegen en ook de verhalen over ‘immense geografische veranderingen’, bedoeld om angst te zaaien, zijn inmiddels gemeengoed geworden. Maar de lage opkomst in Washington zegt wel iets over de wanorde binnen een beweging die zich vorig jaar augustus in verontrustend grote aantallen manifesteerde tijdens een Unite the Right-demonstratie in Charlottesville.
‘De demonstratie in Washington was van begin af aan tot mislukken gedoemd, in die zin dat Charlottesville een jaar geleden zowel een duidelijke boodschap als een duidelijk doel had – en beide zijn in de tussentijd verzand,’ aldus Lawrence Rosenthal, voorzitter van het Berkeley Center For Right-Wing Studies. ‘En de coalitie die zich had gevormd om de demonstratie in Charlottesville te organiseren, is uit elkaar gevallen.’
Allegaartje zonder leider
Veel mensen bínnen de beweging delen die visie. ‘We krijgen momenteel zo veel tegenwerking dat niemand in de stemming is om iets te vieren,’ zegt Richard B. Spencer, een prominente wit-nationalist en een van de grote namen binnen alt-right, die verstek heeft laten gaan in Washington. ‘En ik ben niet van plan dingen te doen die het moreel ondermijnen.’
De coalitie van ouderwetse racistische groeperingen – neo-confederates en white identitarians die handig gebruik weten te maken van social media – die vorig jaar zo veel mensen op de been wist te brengen, bleek in de maanden na Charlottesville een allegaartje van groeperingen dat noch in staat was een leider te kiezen, noch te bepalen achter welke specifieke vorm van intolerantie men zich wilde scharen. Het blijkt nog niet zo eenvoudig om grote groepen ontevredenen op de been te brengen, maar dat wil nog niet zeggen dat ze van de aardbodem zijn verdwenen. Sterker nog, hun boodschap van discriminatie vindt inmiddels weerklank bij sommige politici en commentatoren.
De demonstratie in Washington – die nog nietiger leek door de duizenden tegendemonstranten – was georganiseerd door Jason Kessler (34), een van de vele mensen achter de fakkeldemonstratie van vorig jaar, die uitmondde in geweld. Op Twitter heeft hij op schandelijke wijze de spot gedreven met Heather Heyer, de jonge vrouw die om het leven kwam toen een man met wit-nationalistische sympathieën met zijn auto inreed op de tegendemonstranten bij de betoging in Charlottesville.
Die zondag in Washington liep Kessler, onder zware politiebegeleiding, provocerend door de straten van Washington, met een Amerikaanse vlag in zijn handen, geflankeerd door een klein groepje sympathisanten, van wie sommigen het ‘Make America Great Again’-petje droegen dat zo in zwang is onder de aanhang van president Trump.
Maar tekenend voor het uiteenvallen van de alt-rightbeweging, voor, tijdens en na de demonstratie in Washington, is het feit dat de rabiate racisten en neonazi’s, van wie Kessler openlijk afstand heeft genomen, op social media van leer trokken tegen Kessler en zijn weekenddemonstratie, die werd gepresenteerd als een tweede Unite-the-Rightbijeenkomst. Veel van die aanvallen werden geplaatst op Gab, een online forum waar veel leden van alt-right hun toevlucht hebben gezocht nadat ze van Twitter waren verwijderd.
De aanvallen waren zowel afkomstig van bekende leden van alt-right als van anonieme aanhangers. Hun bezwaren komen er in het kort op neer dat Kessler niet extreem genoeg is.
Een van de mensen die berichten op Gab post, en die zichzelf Sterben noemt, zegt dat Kessler zich meer moet openstellen voor nazi’s en verwante groeperingen, ‘want er zijn er nog veel meer zoals wij en de geschiedenis kiest nooit partij voor de lafaards’.
Een week voor de bijeenkomst in Washington publiceerde Andrew Anglin, de beheerder van The Daily Stormer, een neonaziwebsite, een artikel getiteld: ‘Blijf weg van Unite the Right 2 – wij trekken onze handen ervan af.’
‘We kunnen deze strijd niet op straat winnen,’ schrijft Anglin. Hij raadt aan om in plaats daarvan deel te nemen aan bijeenkomsten zoals de Stormer Book Club, waar volgelingen ‘in het echt mensen kunnen ontmoeten die net zo denken als wij’.
‘We moeten ons blijven bewegen in het veld van hip, cool, sexy, leuk,’ schrijft Anglin. ‘We moeten feeling blijven houden met de cultuur. We willen niet het stempel krijgen van een stelletje mafkezen die marsen houden’ waar ‘we verre in de minderheid zijn en door de hele wereld worden uitgelachen.’
‘Ze proberen heel bewust groeperingen zoals die van ons kapot te maken’
Een van de grote problemen van ultrarechts op dit moment is een rechtszaak die is aangespannen door de federale overheid. In oktober zijn de organisatoren van de demonstratie in Charlottesville, onder wie Spencer en Kessler, ervan beschuldigd hun volgelingen te hebben opgeroepen zich te bewapenen en geweld te plegen. Onder leiding van Roberta A. Kaplan, een advocaat uit New York, volgt men het model van een eerdere rechtszaak die ertoe heeft bijgedragen de Nuremberg Files van het internet te krijgen – een website met de namen van mensen die abortussen uitvoerden.
‘Ze proberen heel bewust groeperingen zoals die van ons kapot te maken,’ zegt Jeff Schoep, de nationale leider van de National Socialist Movement, die deelnam aan de demonstratie in Charlottesville maar die zich afzijdig heeft gehouden van de bijeenkomst in Washington van enige weken terug.
Sommigen denken dat de rechtszaak de schimmige financiële achtergronden van bepaalde alt-rightgroeperingen aan het licht zal brengen. Maar ook buiten de rechtszaal en de pers worden pogingen gedaan alt-right te ontmaskeren.
Eind juli, in de aanloop naar de bijeenkomst van dit jaar, plaatsten activisten persoonlijke informatie van organisatoren op internet, riepen ze mensen op werkgevers op de hoogte te stellen van de overtuigingen van hun medewerkers, posters op te hangen in de buurt om ze publiekelijk aan de schandpaal te nagelen, en te laten zien dat ze ‘banden onderhielden met “meer respectabele” rechtse organisaties teneinde hun ware bedoelingen aan het oog te onttrekken’.
Kessler zegt dat leden van een chatgroep op Discord, een digitale communicatieapp die erg in trek is bij ultrarechts, in de aanloop naar de bijeenkomst zijn lastiggevallen nadat hun privégegevens, waaronder telefoonnummers, adressen en nummerborden, online waren geplaatst.
Kessler kan hier geen bewijzen van tonen. Maar in
de straten van Washington is de tegenbeweging van alt-right duidelijk zichtbaar. Het gebied rond het Witte Huis zag die zondag zwart van de tegendemonstranten die luidkeels hun afschuw en minachting kenbaar maakten. Ze kregen gezelschap van leden van de ultralinkse Antifabeweging, die met helmen en maskers achter een spandoek liepen waarop werd gedreigd met geweld tegen fascisten. James Anderson, een redacteur van ItsGoingDown.org, een anarchistisch getinte website die is uitgegroeid tot een soort forum voor berichten over Antifa, vertelt dat jonge mensen van groeperingen als Black Lives Matter en de Democratic Socialists of America na Charlottesville in zee zijn gegaan met gemaskerde en in het zwart geklede antifascisten om de opkomst van
alt-right een halt toe te roepen.
‘Hun ergste nachtmerrie is uitgekomen,’ voegt Anderson eraan toe, verwijzend naar alt-right. ‘Jonge mensen, en dan ook nog eens van verschillende huidskleur, hebben de krachten gebundeld tegen ultrarechts.’
Maar sommige mensen die zijn gespecialiseerd in het wit-nationalisme zeggen dat de politieke ambities van de beweging nog altijd onrustbarend breed worden gedragen. En sommige politieke doelen die ultrarechts uitdraagt, zoals een inperking van de migratie, een verbod op positieve discriminatie en het instellen van importbeperkingen, zijn overgenomen door mainstream rechtse politici.
‘De demonstraties zijn niet van cruciaal belang voor de toekomst van alt-right,’ aldus Thomas J. Main, een politicoloog verbonden aan Baruch College. ‘Het is een politieke beweging die erop gericht is de manier van denken te beïnvloeden, en er zijn veel tekenen dat hun ideeën steeds verder doordringen in de mainstreammedia en de politieke cultuur.’
In The Rise of the Alt-Right, een publicatie van de Brookings Institution, heeft Main het dataverkeer in kaart gebracht van tien sites die met alt-right worden geassocieerd. Na Charlottesville volgde een piek in het aantal bezoeken aan The Daily Stormer, een van de populairste sites, die veel moeite heeft gehad om een internetprovider te vinden die de site wilde hosten.
Het dataverkeer bleef betrekkelijk hoog in februari van dit jaar, de recentste periode waarover gegevens beschikbaar zijn, zegt Main. Het schommelt alles bij elkaar zo rond de vier miljoen bezoeken per maand – net iets meer dan bij het linkse tijdschrift The New Republic.
Auteur: Richard Fausset, Serge F. Kovaleski en Alan Feuer
The New York Times
VS | dagblad | oplage 540.000
Krant der kranten, met als motto ‘All the news that’s fit to print’. Won meer Pulitzerprijzen dan enig ander medium.

