Door alle aandacht voor de nieuwe supermacht China, dreigt Tibet een beetje onder te sneeuwen. Maar onder de radar gaat de Chinese repressie gewoon door, aldus de Tibetaanse historicus Tsering Shakya.
Terwijl de media China ophemelen als de nieuwe globale supermacht, lijkt er steeds minder aandacht voor Tibet te zijn. In berichten over grootse economische plannen als het ‘Eén Gordel, Eén Weg’-initiatief (Belt and Road Initiative, BRI) gaat het over geopolitieke of macro-economische belangen, en nauwelijks over de gevolgen voor landen als Tibet, die ook onderdeel van het plan uitmaken. Over de groeiende politieke en economische invloed van China zijn overal ter wereld berichten verschenen. Maar hoe reageert Tibet op deze verschuivingen in de regio? Een gesprek met Tsering Shakya, een van de belangrijkste kenners van de Tibetaanse geschiedenis.
Himal Southasian: Tibet wordt vaak China’s brug naar Zuid-Azië genoemd. Maar de Chinezen zien Tibet binnen het BRI-initiatief vooral als een link met Nepal. Het is met name de provincie Yunnan die China met Zuid-Azië moet verbinden. Hoe ziet u de rol van Tibet binnen het BRI?
Tsering Shakya: ‘Tibet is een van de kerndoelen van de BRI-strategie. Er is een toenemende ongelijkheid in de ontwikkeling van de kustregio’s, en van Tibet en de westelijke provincies. Die laatste blijven op alle vlakken achter. De economie van Tibet is altijd afhankelijk geweest van staatssubsidies. In het kader van het Westelijke Ontwikkelingsproject, geïnitieerd door president Hu Jintao, mikte China op het ontwikkelen van infrastructuur om de industrialisering van het gebied te bevorderen. China ziet dit als een manier om iets aan de ongelijkheid tussen de regio’s te doen. Het denkt dat deze ongelijke ontwikkeling – en de geografische, culturele en etnische scheidslijn tussen de rest van China en Tibet – lokaal nationalisme aanwakkert, dat zich uit in protesten. Er is een tendens om wat er nu in Tibet gebeurt, en tot op zekere hoogte ook in Xinjiang [de autonome regio waar de Oeigoeren wonen], te beschouwen als een noodzakelijk gevolg van de modernisering en ontwikkeling. De Chinese staat is erin geslaagd de Tibetanen en Oeigoeren af te doen als achterlijke volkeren die zich verzetten tegen ontwikkeling. Als gevolg daarvan is er een groeiende weerstand in China tegen wat het best als religieuze identiteitspolitiek kan worden omschreven. Daar heeft China weer op ingespeeld door de situatie in Tibet en Xinjiang af te schilderen als een gevecht tegen de wereldwijde opkomst van religieus fundamentalisme. Maar vergeleken met de moslims uit Xinjiang worden de Tibetaanse boeddhisten door Beijing relatief gespaard. Dat komt doordat Tibetanen niet als zo’n ernstige bedreiging worden beschouwd als Oeigoeren en vanwege de populariteit van het Tibetaanse boeddhisme.’
HSA: Hoe is er door de Tibetanen gereageerd op het BRI?
TS: ‘Het is bijna onmogelijk om in Tibet de publieke opinie te peilen omdat er geen publieke ruimte is om grieven te uiten. Op openlijke oppositie tegen staatsbeleid volgt onmiddellijk arrestatie. De officiële media steunen alle staatsinitiatieven. Tibetaanse ambtenaren zullen ostentatief vóór het ‘Eén Gordel, Eén Weg’-initiatief zijn. Sommige onafhankelijke zakenlieden zullen misschien uitkijken naar de nieuwe economische kansen die worden geboden doordat treinen, wegen en andere infrastructuur het land toegankelijker maken. De economische bloei van China heeft tot een aanzienlijke inkomensgroei van de Tibetanen geleid. Maar die berust voornamelijk op staatssubsidies en overheidsbanen. Tegelijkertijd hebben de ontwikkeling van de winningsindustrie en de devaluatie van de landbouw negatieve gevolgen voor de Tibetaanse bevolking gehad. Ook heerst er veel angst binnen de Tibetaanse gemeenschap, vooral wat de eigen identiteit betreft. Men heeft het gevoel dat toenemende geografische en sociaaleconomische integratie leidt tot een ondermijning van de Tibetaanse cultuur en erosie van de autonomie. Er zijn bijvoorbeeld zorgen over de afname van het gebruik van de Tibetaanse taal. In de eerste jaren van de Chinese hervormingen in de jaren tachtig van de vorige eeuw moedigden de leiders van de Chinese Communistische Partij de Tibetaanse Autonome Regio (TAR) aan om plaatselijke wetten te ontwikkelen om zich tegen druk van buitenaf te beschermen, zoals wetten die voorschreven dat het Tibetaans de bestuurstaal in de regio was. Tegenwoordig hebben zulke wetten nog maar heel weinig relevantie en worden ze openlijk bespot. De snelheid en kracht van de economische veranderingen maakt elk gesprek over autonomie overbodig. In de meeste stedelijke gebieden van de TAR kunnen Tibetanen niet functioneren zonder kennis van het Mandarijn, dat vereist is voor alle opleidingen en banen.’
HSA: Hoe is het met de Tibetaanse wetenschap gesteld?
TS: ‘Het is de afgelopen twee decennia in Tibet vrijwel onmogelijk geworden om open veldonderzoek te doen; dat heeft, gevoegd bij de angst voor Chinese represailles, verhinderd dat er in Tibet echt onafhankelijk onderzoek werd gedaan, met name onderzoek dat zich richtte op moderne ontwikkeling. Soms past academisch onderzoek onbedoeld in het straatje van de staat. Onder sommige antropologen is het bijvoorbeeld populair geworden om te stellen dat er geen specifieke Tibetaanse taal en identiteit bestaan, alsof dat een nieuwe of diepzinnige ontdekking is. Maar dit ontneemt de Tibetanen het recht om een eigen identiteit te ontwikkelen tegenover anderen. Het Tibetaanse nationalisme en de vorming van een gemeenschappelijke Tibetaanse identiteit via volkscultuur, boeddhisme en een gemeenschappelijke geschiedenis zijn een interessante ontwikkeling geweest. De Chinese staat heeft een strategie ontwikkeld om dit tij te keren door “regionalisme” en “lokalisme” binnen Tibet te faciliteren. Onder het mom van het stimuleren van de plaatselijke economie door middel van toerisme moedigt de staat het organiseren van plaatselijke festivals en het tentoonstellen van plaatselijke gewoonten aan. Ondertussen wordt vertoon van de pan-Tibetaanse identiteit ontmoedigd. De academische stelling dat er geen specifiek Tibet bestaat voorziet in een perfect alibi voor deze etatistische kijk op de Tibetaanse identiteit, taal en cultuur. Wetenschappelijk onderzoek verrichten naar lokale/regionale identiteit is riskant; als je niet kritisch genoeg bent op de categorieën en definities die je gebruikt, bestaat de kans dat je uiteindelijk staatscentrische afbakeningen reproduceert op het gebied van verschillen en culturele “diversiteit”.’
HSA: Welke Tibetaanse kunstenaars en intellectuelen moeten we volgen?
TS: ‘Een van de meest kritische stemmen in Tibet is die van filmregisseur Pema Tseden. In zijn veelgeprezen Old Dog en het bekroonde Tharlo kijkt hij naar mensen die aan de rand van China’s economische ontwikkeling leven en onderzoekt hij de identiteitskwestie en de kosten die ontwikkeling met zich meebrengt voor menselijke relaties. Filmregisseurs als hij kunnen de werkelijkheid van het huidige Tibet in de taal van de internationale cinema vertalen. Ook de nieuwe Tibetaanse popmuziek is verrassend provocerend. Recente songs van de rapgroep Anu inspireren zowel Tibetanen binnen als buiten de regio. Hun nummer “Fly” was zowel qua tekst als beelden baanbrekend. Een ander nummer, “It’s only a Game”, provoceert, maar put ook uit de Tibetaanse traditie. De Tibetaanse diaspora daarentegen ontbeert helaas vindingrijkheid en creativiteit. Dissidente stemmen worden uitgestoten en geweerd uit de media, die worden gecontroleerd door de gevestigde orde in ballingschap. Een van de meest uitgesproken intellectuelen in ballingschap is Jamyang Norbu, maar hij wordt nu geweerd van radiostations die in het Tibetaans uitzenden, zoals Radio Free Asia (RFA).
Belangrijker is het falen van de Middenwegpolitiek [deze politiek, geïnitieerd door de Dalai Lama, wil de Tibetaanse kwestie vreedzaam oplossen]. Dit heeft geleid tot een gevoel van onmacht, dat nog wordt versterkt door het feit dat de Dalai Lama al op leeftijd is, door het toenemende vermogen van China om landen of groeperingen te censureren die zich ook maar de geringste uitlating over Tibet permitteren en door internationale leiders als Donald Trump en Narendra Modi, die mensenrechten, burgerrechten en milieukwesties negeren. In hun ogen zijn vragen over Tibet en mensenrechten eerder irritant dan noodzakelijk. Merkwaardig genoeg is Trump de enige Amerikaanse president die de Dalai Lama niet heeft ontmoet.’
HSA: De brand in de Jokhang-tempel in Lhasa [de oudste boeddhistische tempel in Tibet] in februari 2018 herinnerde ons maar weer eens aan de blijvende politieke macht van culturele locaties. Wat is de rol van het boeddhisme in de politiek van het huidige Tibet?
TS: ‘De reactie op de Jokhang-brand vanuit alle delen van de samenleving toont het belang van het boeddhisme voor de Tibetaanse identiteit. Maar de brand laat ook zien hoe informatie circuleert in Tibet: het wantrouwen jegens officiële kanalen, het primaat van de sociale media en de censuur daarop. De informatie verspreidt zich snel, maar wordt even gemakkelijk weer de kop ingedrukt.’
HSA: Hoe moeten we dan kijken naar de Chinese staat, die bijna als conservator optreedt door plekken als de Jokhang-tempel te veranderen van levende culturele ruimten in ondoorzichtige, ornamentele musea?
TS: ‘Conservator is een toepasselijke benaming. Zo verandert de manier waarop mensen over zichzelf denken, waarop ze over gebruiken en religie denken. Zo raak je steeds meer vervreemd van jezelf en je cultuur.’
HSA: Tien jaar geleden wees u op een culturele scheidslijn in de Tibetaanse kunstwereld. Traditionalisten beschouwden bepaalde beeldende kunst en literatuur als een verwerping van Tibet en als imitaties van het Westen. Hoe ziet het culturele landschap in Tibet er nu uit?
TS: ‘Ik denk dat de scheidslijn tussen de traditionalisten en modernisten is vervaagd. Het was echt een issue dat voortkwam uit de gruwelen van de Culturele Revolutie. Mensen zochten naar antwoorden op vragen zoals waarom Tibet veroverd en gekoloniseerd was. Sommigen gaven het verleden en de traditie de schuld van het gebrek aan sociale verandering en zagen modernisering als het antwoord. Tegenwoordig zie ik dit soort bezorgdheid niet meer in Tibet. Er is sprake van acceptatie en aanpassing. Het traditionele en het hedendaagse bestaan naast elkaar, en het stedelijke en het rurale, oftewel de traditionele en de moderne context, gaan voor Tibetanen naadloos in elkaar over.’
Auteur: Tsering Shakya
Tsering Shakya is een Tibetaanse historicus en tibetoloog en de auteur van The Dragon in the Land of Snows: A History of Modern Tibet Since 1947. Hij doceert aan het Institute for Asian Research van de University of British Columbia in Vancouver.
Openingsbeeld: Tibetaanse vrouwen verkopen gedroogde yakkaasjes in de stad Shigatse. – © Roel Burgler

