Het stadsbestuur van Beijing wilde grote schoonmaak houden onder de anarchistische marktjes in de Chinese hoofdstad. Maar stedenbouwkundigen waarschuwen voor het verdwijnen van een essentieel onderdeel van de stadscultuur.
De markt in de Nanxiaojiestraat in de Chaoyangmenwijk (Beijing-Oost) is op 21 december 2017 weer opengegaan, nadat hij een tijdlang gesloten was wegens werkzaamheden. De klanten kunnen er weer levensmiddelen zoals vlees, groenten en fruit, rijst of olie kopen, ze kunnen er weer naar de kapper, de wassalon, of ze kunnen er terecht voor huishoudelijke hulp of bezorgdiensten, en bij een zelfbedieningsboekenstalletje kun je een boek kopen en contactloos betalen. De markt is nu erg schoon en zeer ordelijk. De logo’s en de bordjes die voor de aangeboden producten zijn ontworpen vallen erg in het oog. Op de muren en de pilaren zijn maaltijdideeën aangeplakt en wordt uitleg gegeven over de seizoenskruiden.
Op de plek van deze achttien jaar oude markt waren vroeger de fabrieksruimtes van de Xinjingmaatschappij voor elektrische verwarmingstoestellen gevestigd. Zijn geschiedenis is een beknopte samenvatting van de stadsontwikkeling en stadsvernieuwing.
In 1996 eist de gemeente Beijing, die besloten had wat orde in de straatmarkten aan te brengen, dat de markten in het stadscentrum en de omliggende wijken van de straat moesten verdwijnen en in overdekte ruimtes worden ondergebracht. De autoriteiten van het Dongchengdistrict laten hun keuze dan vallen op de oude zetel
van de Xinjingmaatschappij, die het gebouw transformeert tot een overdekte markt die plaats biedt aan de vroegere ochtendmarkt in de Nanzhuganstraat en andere kleine marktkraampjes in de buurt. Kort voor de Olympische Spelen van 2008 wordt de locatie aangepast aan de dan geldende normen. In juni 2017 wordt de markt, in het kader van een gemeentelijke campagne om de markten te herinrichten en herwaarderen, opnieuw voor 1 miljoen yuan [132.600 euro] gerenoveerd door de Xinjingmaatschappij en voor eenzelfde bedrag door het comité van markthandelaren van het Dongchengdistrict. Bovendien geeft de Chaoyangmenwijk bijna 300.000 yuan [39.800 euro] uit aan honoraria van de architecten en vormgevers van het gemeentelijk instituut voor architectuur en stedenbouw van Beijing en van de centrale kunstacademie. Zhao Xin, een stedenbouwkundige van het gemeentelijk instituut, heeft zich beziggehouden met de recente ontwikkeling van de markten in Beijing. In 2015 doet ze mee aan een project om de buurt van de Witte Pagode in het Xichengdistrict weer op te knappen; de markt die tegenover de tempel stond is gesloopt. In diezelfde periode worden veel oude groentemarkten in zowel het oosten als het westen van Beijing tot sluiting gedwongen in een streven van de gemeentelijke autoriteiten om alle niet-essentiële functies van de hoofdstad uit het stadscentrum te bannen. De vuile, rommelige markten waar producten van middelmatige kwaliteit worden aangeboden en die veel niet-inwoners van Beijing aantrekken, lijken niet meer op hun plaats te zijn
in het centrum van Beijing. In mei 2017 doet het gemeentebestuur van
de Chaoyangmenwijk een beroep op
de diensten van het gemeentelijk instituut voor architectuur en stedenbouw.
Het Dongchengdistrict wenst dat er in iedere straat diensten worden aangeboden die zijn toegesneden op de behoeften van de plaatselijke bewoners. ‘Bij nieuwbouw worden er in sommige straten supermarkten gebouwd, en de oude groentemarkten verdwijnen dan stilletjes. Maar die hebben nu juist een culturele waarde die het verdient om bewaard te blijven,’ aldus de adjunct-directeur van het wijkbestuur, Li Zhe.
Nieuwe dynamiek
Voor Zhao Xin zijn de levensmiddelenmarkten een heel goed uitgangspunt voor de herinrichting van de openbare ruimte en overheidsdiensten, en om de stad een nieuwe dynamiek te geven. ‘We wilden met een proefproject testen hoe de traditionele markt gerenoveerd kan worden, waarbij de plaatselijke bewoners wordt gevraagd deel te nemen, zodat de stadsvernieuwing kan worden gestimuleerd en iedereen meedoet.’
Sheng Qiang is als assistent-professor verbonden aan de school voor architectuur en vormgeving van de universiteit van Jiaotong, Beijing. In 2005, als hij zijn proefschrift over de locaties van markten in de oude stad schrijft, doorkruist hij de stad te voet en op de fiets om de locatie van alle winkels binnen de derde rondweg in kaart te brengen. Voor hem is de groente- en fruitmarkt de meest representatieve vorm van de kleine plaatselijke levensmiddelenhandel.
Vier jaar later bezoekt hij de locaties opnieuw om zijn onderzoek voort te zetten. Hij ontdekt dat tussen 2005 en 2009 43 markten met ten minste 5 kramen binnen de derde rondweg zijn verdwenen en dat er 46 nieuwe zijn geopend. Van de verdwenen markten zijn er 3 supermarkten geworden, 23 zijn er gesloopt ten behoeve van stadsontwikkelingsprojecten terwijl de andere markten zijn getransformeerd en niet langer levensmiddelenmarkten zijn. De algemene tendens is dat grote markten voor groot- en detailhandelaren worden verplaatst en worden ondergebracht buiten het stadscentrum.
Maar Sheng Qiang heeft kunnen vaststellen dat zodra de markten verdwenen waren er in sommige gevallen in de omliggende straten nieuwe straatmarkten ontstonden. Zo was er in de buurt van de Jingsongnanlustraat een onoverdekte groentemarkt met meer dan 340 kramen die in 2015 opnieuw werd ingericht en werd omgedoopt tot Dingshengmarkt met slechts 114 kramen. ‘Raad eens waar de andere 200 marktkooplui naartoe zijn gegaan? Naar de omliggende straten, waar ze hun kramen op hebben gezet.’
Het is vier uur ’s middags op 1 december en Liu Xiuli, 45 jaar, bedient de klanten aan haar kraam op de Nanxiaojiemarkt. Ze heeft geen moment rust: ze neemt de groenten van de kraam, weegt ze, pakt ze in, en geeft het wisselgeld terug. Haar man, die naast haar staat, zegt dat ze naar huis moet om een beetje uit te rusten. Ze is al sinds vanochtend vijf uur op de been en werkt door tot acht uur ’s avonds, zeven dagen per week. Het echtpaar is zeven, acht jaar geleden vanuit de provincie Henan aangekomen in Beijing. Ze huren drie kramen op de markt en wonen er niet ver vandaan, in de Lumicangstraat.
Liu Xiuli legt uit dat haar maandinkomen schommelt tussen de 7000 en 8000 yuan [ca. 1000 euro], meer dan wat ze verdiende in haar geboortestreek, waar ze in de landbouw werkte. Maar sinds de maanden maart, april van het afgelopen jaar lopen de zaken niet meer zoals voorheen. ‘Veel niet-inwoners van Beijing die bij ons groente kochten zijn vertrokken en de restaurants waar we aan leverden zijn gesloten.’ [In november 2017 is bij een grote schoonmaakoperatie een groot aantal werknemers zonder verblijfsvergunning de stad uit gejaagd.]
De markt van Nanxiaojie telt tegenwoordig 120 marktkramen ten opzichte van de meer dan 140 van vroeger. De verkopers komen over het algemeen uit de provincies Henan, Anhui of Jiangxi. Sommigen komen uit hetzelfde dorp of zijn familie van elkaar. ‘Het zijn mensen die hard werken voor hun geld,’ aldus You Kai, marktopzichter. Als hij nachtdienst heeft, ziet hij de marktkooplui om 3 of 4 uur ’s ochtends aankomen. Ze zetten eerst hun marktwaren klaar en doen dan nog even een dutje in de wagen.
Om hun levensomstandigheden beter te kunnen begrijpen hebben de onderzoekers van het team van Zhao Xin vragenformulieren onder de markthandelaren uitgedeeld. Volgens Liu Jingyi, een collega van Zhao, blijft een aantal van de marktkooplui ondanks alles in de hoofdstad in verband met de studie van hun kinderen. Op de vraag waar ze naartoe zouden gaan als ze de markt zouden moeten verlaten geeft een minderheid aan dat ze naar hun geboortestreek zouden terugkeren, de overgrote meerderheid zegt dat ze willen doorgaan met hun werk of ander werk zullen gaan zoeken. ‘Een marktkoopvrouw zei tegen me dat ze hoe dan ook liever in Beijing wil blijven dan terug te keren naar haar geboortestreek. Daar zijn de mensen te arm: sommigen vragen of ze later mogen betalen als ze voor een paar yuan groente kopen.’
De afgelopen jaren hebben de grote steden Beijing en Shanghai maatregelen getroffen om de demografische druk te verlichten [door het aantal verblijfsvergunningen te beperken] en hoogwaardigere ondernemingen te stimuleren. ‘De groentemarkten bieden veel werk aan mensen die van buiten de stad komen. Ik heb in kaart willen brengen wat de consequenties zijn voor deze mensen als die markten worden gesloopt, en wat er van ze terecht is gekomen,’ aldus Chen Yulin, assistent-professor aan de architectuuropleiding van de universiteit van Tsinghua. Een klein deel van hen is teruggekeerd naar hun geboortestreek om er handel te drijven; sommigen hebben een ander beroep gekozen en zijn gaan werken in de kinderopvang of de beveiliging, maar het grootste deel is met de verschillende golven van stadsuitbreiding terechtgekomen op andere markten en wordt steeds verder naar de rand van de stad geduwd. Weer anderen zijn terechtgekomen in de ambulante handel en werken zonder vergunning, wat natuurlijk voor problemen zorgt bij de handhaving van de openbare orde.
‘Het grote kenmerk van een markt is dat je er van alles kunt kopen, maar een markt heeft een bepaalde omvang nodig om echt een publieke ruimte te worden’
Wat voor soort markt wil de consument eigenlijk? ‘Momenteel wordt de locatie van de markten geregeld door een circulaire uit 2001, die in 2016 is gewijzigd en waarin het aantal vierkante meters dat bestemd is voor levensmiddelenmarkten per duizend inwoners wordt vastgesteld,’ aldus Chen Yulin, die ook geïnteresseerd is in het fenomeen van de sloop en de sluiting van markten voor levensmiddelen of landbouwproducten. Afhankelijk van de bevolkingsdichtheid in de wijken worden er kleine of middelgrote hallen toegewezen aan de markten. In de oude wijken is het lastig om adequate markthallen te vinden.
Door de herinrichtings- en herwaarderingscampagne is het tot de gemeente Beijing doorgedrongen dat zij rekening moet houden met het verwachtingspatroon van de consument en dat de dienstverlening moet worden verbeterd. Zo had de gemeente zich in 2015 voorgenomen meer buurtwinkels te bouwen en ze beter te beheren en ook het aantal detailhandels voor landbouwproducten te verhogen. In een werkdocument van 2017 geeft de gemeente van Beijing aan dat zij duizend buurtwinkels heeft gerealiseerd of gerenoveerd, waarvan tweehonderd delicatessenzaken en tweehonderd kleine kruidenierszaken.
‘De indruk van de consument varieert naargelang het soort winkel. De overheid probeert nu kleinere zaken te stimuleren, zelfs micro-ondernemingen. Maar kleine groente- en fruitwinkels kunnen wel praktisch zijn maar zijn niet zo gemoedelijk en ontberen de typische marktsfeer. Het grote kenmerk van een markt is dat je er van alles kunt kopen, maar een markt heeft een bepaalde omvang nodig om echt een publieke ruimte te worden, een plek waar iedereen, arm en rijk, elkaar ontmoet. Daar vindt de echte sociale kruisbestuiving plaats,’ benadrukt Chen Yulin.
Auteur: Wang Lina
Caijing
China | tweewekelijks tijdschrift | oplage 200.000
Caijing [‘financieel en economisch tijdschrift‘ in het Chinees] is een van de moedigste Chinese publicaties als het gaat om onderzoek en opinievorming.

