achter de schermen bij charlie hebdo


Twee maanden na de aanslag op Charlie Hebdo probeert de uitgedunde redactie zich weer op te richten. Maar het is niet eenvoudig: nieuwe tekenaars overtuigen om te komen werken voor een krant die voortdurend wordt bedreigd, omgaan met de miljoeneninkomsten uit het voorlaatste nummer, en het beteugelen van oude conflicten die weer oplaaien. De echte ‘esprit Charlie’ is nog ver te zoeken.

Een klein, merkwaardig gezelschap bezoekt het nieuwe gebouw van Charlie Hebdo. Het is een team dat is gespecialiseerd in bepantsering en explosiewerend materiaal. In het gebouw zijn ook tekenaars van Charlie aanwezig, redactiesecretaresses en Riss, de nieuwe directeur van het blad. Zijn rechterarm heeft hij nog in een mitella; een van de kogels van de gebroeders Kouachi heeft zijn schouderblad verbrijzeld om vervolgens aan de achterkant weer naar buiten te komen. ‘Twee maanden geleden zou de hele bende geschaterd hebben van het lachen als ze ons zouden hebben zien praten over legeringen die kogelwerend zijn en over bewakingscamera’s, zoals in een James Bond-film,’ merkt hij bitter op. Nu staat niemands hoofd naar grappen. Acht geliefde gezichten ontbreken op de vergadering. En tegen Riss is een fatwa uitgesproken. Ze zullen, zo stellen ze vast, ‘zich achter barricades moeten verschansen’.

Een redactievergadering bij de Franse krant Libération, die na de aanslag een tijdelijk onderkomen bood aan de redactie van Charlie Hebdo. – © Getty / Reuters
Een redactievergadering bij de Franse krant Libération, die na de aanslag een tijdelijk onderkomen bood aan de redactie van Charlie Hebdo. – © Getty / Reuters

Is het satirische weekblad bestand tegen dit bunkerbestaan? Geen van de redactieleden is er echt van overtuigd. Maar al die solidariteitsbetuigingen uit de hele wereld, de 200.000 nieuwe abonnees, hebben hen opgezadeld met een verpletterende verantwoordelijkheid. ‘We maakten een fanzine, een soort Donald Duck … Hoe kun je nog tekenen in deze bewierookte Charlie? De symbolische betekenis van dit blad groeit ons boven het hoofd,’ aldus Luz, alvorens de profeet te tekenen die ‘Alles is vergeven’ uitriep, voor de voorpagina van het ‘blad van de overlevenden’. Een andere belangrijke vraag is: hoe kun je omgaan met de constante dreiging, met de mogelijke tegenstellingen, met de twijfels die de kop op steken? Riss, een oude brombeer met autoriteit, heeft tijdelijk de angst de kop ingedrukt door tot actie over te gaan. Het nieuwste nummer is uitgekomen op 25 februari. Maar het moeilijkste begint pas.

Toen François Hollande de redactie op 25 januari jl. op het Elysée ontving, raadde hij hun aan ‘de redactie open te gooien, een nieuwe generatie aan te werven’. Maar het blijkt niet zo makkelijk om die raad op te volgen. De kweekvijver van cartoonisten is beperkt. Nog geen twintig jaar geleden kwamen ze langs met hun mappen vol tekeningen en wachtten ze gretig op de verschijning van het blad om te zien of hun tekening was geplaatst. Charb, Riss, Luz begonnen zo. Opgehemeld door Cabu, gerustgesteld door Wolinski of gekoesterd door Cavanna [drie pioniers van het blad].

Maar door de crisis in de pers is die vijver opgedroogd. Nu kiest de meerderheid van de auteurs voor het stripboek: dat is lucratiever en kent minder dwingende deadlines. De tekenaars die zijn benaderd om de redactie te komen versterken hebben het aanbod afgeslagen. ‘Ze vragen: “Moet ik de redactievergaderingen bijwonen?”, “Moet ik onder mijn eigen naam publiceren?”, en ze maken een afspraak voor over een half jaar,’ zucht Riss.

We maakten een fanzine, een soort Donald Duck… Hoe kun je nog tekenen in deze bewierookte Charlie?

De nieuwe baas van Charlie verzekert me dat hij begrip voor hen heeft. ‘Ik heb zelf dagen in het ziekenhuis gelegen en ik was ervan overtuigd dat ze langs zouden komen om me af te maken…’ geeft hij eerlijk toe. ‘En ik word elke nacht wakker van dezelfde nachtmerrie.’ In het café waar we hebben afgesproken, in een zaaltje achteraf, zijn beveiligingsagenten in burger langsgekomen om vóór zijn komst de ruimte te inspecteren, en ze wachten nu discreet aan een tafeltje waar ze de ingangen in de gaten houden. Toch betreurt ook deze oud-spoorwegarbeider met zijn grijze ogen dat ‘iedereen die Charlie bezweert om toch vooral cartoons over Mohammed te blijven maken, ons ervoor laat opdraaien’.

Zelf Jyllands-Posten, die Deense krant, die op 30 september 2005 twaalf karikaturen van Mohammed had gepubliceerd die Charlie Hebdo meteen had overgenomen als blijk van solidariteit, liet het afweten. Op 14 januari koos de krant ervoor de voorpagina van zijn Franse collega’s niet te tonen. ‘Het is gewoon zo dat het nu volstrekt onverantwoordelijk zou zijn om karikaturen van Mohammed te publiceren, oud dan wel nieuw,’ aldus hoofdredacteur van de krant, Jorn Mikkelsen. ‘Veel mensen geven het liever niet toe. Ik doe het wel, maar echt met tegenzin. Jyllands-Posten heeft een verantwoordelijkheid voor de krant zelf en voor zijn medewerkers.’

De schietpartij van zaterdag 14 februari in Kopenhagen, waarbij de daders het met name gemunt hadden op de Zweedse tekenaar Lars Vilks, een van de cartoonisten van tien jaar geleden, heeft de gemoederen niet bepaald tot bedaren gebracht. Het team van Charlie had gehoopt het in het volgende nummer niet meer over islamistisch terrorisme te hoeven hebben. ‘We zeiden tegen elkaar: Yes, we gaan Sarkozy weer eens aanpakken. Nou, niet dus. We zullen het er weer over moeten hebben. En ze zullen weer zeggen dat wij geobsedeerd zijn. Wij zijn niet geobsedeerd. Zij!’

Ten minste tien miljoen euro

Toch heeft de constante dreiging die op de redactie drukt de omstandigheden veranderd. Voor de aanslag leed de redactie een kwijnend bestaan in een klimaat van engagement en onbevangenheid. Het kapitaal van de onderneming was verdeeld over drie mannen. Charb had 40 procent in handen, net als Riss, de financieel directeur, terwijl Éric Portheault de resterende 20 procent bezat. Cabu en Bernard Maris bezaten slechts een symbolisch aandeel. Aan de vooravond van de aanslagen stelde dat al helemaal niet veel voor. Het blad verkocht gemiddeld zo’n 24.000 exemplaren en had slechts 8.000 abonnees. De salarissen waren bescheiden en ze hadden kort ervoor nog mensen moeten ontslaan. Zelfs zonder schulden wisten ze niet of ze het zouden redden.

De avond van de aanslag van 7 januari vielen de vrienden van Charb van hun stoel toen ze Jeannette Bougrab [die staatssecretaris was onder Sarkozy] in tranen voor de camera’s hoorden zeggen dat ze de partner was van de baas van Charlie. De oud-voorzitster van de Halde (Hoge Autoriteit voor de strijd tegen discriminatie en voor gelijkheid) had samen met het blad gestreden voor de scheiding van kerk en staat, met name tijdens het proces dat een gesluierde medewerkster had aangespannen tegen de crèche Baby Loup. Moest ze nu zo nodig haar liaison met de verstokte vrijgezel Charb bekendmaken?

Charbs vrienden herinneren zich nog dat de ex-staatssecretaris tevergeefs enkele bankiers had voorgesteld aan de man die het front de gauche steunde. ‘We weten niet wat ze hem heeft voorgespiegeld,’ zegt een journaliste ‘maar degenen die bereid waren het blad te financieren wilden ook een aandeel in het kapitaal en dat zou nooit hebben kunnen werken.’

Door de nieuwe financiële voorspoed van Charlie is alles nu anders. De verkoop van meer dan zeven miljoen exemplaren van het ‘nummer van de overlevenden’ heeft een fortuin opgeleverd van ten minste tien miljoen euro. Via de site jaidecharlie.fr is er door 24.500 particulieren 1,75 miljoen euro gedoneerd. Google heeft 250.000 euro gestort en de vereniging Pers en pluralisme heeft 200.000 euro vrijgemaakt.

Wat te doen met al dit geld?

Het laatst verschenen nummer van Charlie Hebdo: ‘... Daar gaan we weer!’ – © Getty / Reuters
Het laatst verschenen nummer van Charlie Hebdo: ‘… Daar gaan we weer!’ – © Getty / Reuters

De giften, zo maakte Riss bekend, zullen worden doorgesluisd naar de nabestaanden van de slachtoffers en een deel zou moeten gaan naar een hulpstichting voor tekenaars die in hun eigen land worden bedreigd. Maar de verwoede gesprekken over het kapitaal van het blad laten zien dat er onenigheid begint te ontstaan.

‘Het is een nachtmerrie, al die miljoenen. Dit kan ons de doodsteek geven,’ aldus een verontruste arts Patrick Pelloux, een van de columnisten van het blad. Een verpletterende meerderheid van de redactie eist daarom dat er een ingrijpende wijziging wordt doorgevoerd die moet leiden tot een nieuwe verdeling van de aandelen en tot een transparantere besluitvorming. In de statuten van de onderneming wordt bepaald dat in geval van overlijden, de aandelen van de overledene eerst zullen worden aangeboden aan de overige aandeelhouders. Riss en Éric Portheault hebben Luz, de meest charismatische tekenaar van Charlie, voorgesteld de 40 procent van Charb, die sinds diens overlijden in handen is van zijn ouders, over te nemen. Luz heeft geweigerd. De tekenaar ijvert, net als de anderen, voor een coöperatievorm, een maatschap van redacteuren die de aandelen van het blad bezit.

‘Bij het doden hebben de terroristen geen onderscheid gemaakt in de hiërarchie,’ aldus Laurent Léger, een van de onderzoeksjournalisten van het weekblad, ‘en werken voor Charlie is nu een kwestie van leven en dood.’ Elke dag komen er berichten binnen over de drie ernstig gewonden die nog altijd in het ziekenhuis liggen. Van de jonge webmaster Simon Fieschi is de long doorboord door een kogel die wonderwel zijn ruggengraat heeft gemist, waardoor hem een dwarslaesie bespaard is gebleven. Journalist Philippe Lançon heeft al een half dozijn operaties ondergaan om zijn kaak te reconstrueren die door een kogel is weggerukt. Verslaggever Fabrice Nicolo heeft nog scherven in zijn been. Hij heeft al eerder een aanslag overleefd, op 29 maart 1985, toen er een bom ontplofte in bioscoop Rivoli Beaubourg, die daar tijdens het Joodse filmfestival was geplaatst door de islamitische jihad.

Het trauma van de overlevenden heeft de redactie geconfronteerd met wie ze zelf zijn. ‘Ik heb mijn broeder Charb gezien, met openliggende schedel,’ zegt Pelloux, die als spoedarts op 7 januari tegelijk met de hulpdiensten arriveerde bij het gebouw. ‘Ik heb nu behoefte aan waarheid.’ De tragedie heeft namelijk ook de conflicten uit het verleden weer aan de oppervlakte gebracht.

Het is een nachtmerrie, al die miljoenen. Dit kan ons de doodsteek geven

Niemand wil meer terugdenken aan het jaar 2008, toen het gezelschap verscheurd was. De redactieleden waren net aan de weet gekomen, via een artikel in Le Monde, dat het blad twee jaar daarvoor een winst had geboekt van 968.501 euro, met name dankzij de verkoop van 500.000 exemplaren van het nummer met een wanhopige Mohammed die uitroept: ‘Het is zwaar om geliefd te zijn bij klootzakken.’ 85 procent van dit dividend was verdeeld: 300.000 euro voor Philippe Val en evenveel voor Cabu, de tekenaar van de beroemde voorpagina, 110.000 voor Bernard Maris en 55.000 voor Éric Portheault.

Indertijd hadden de meeste journalisten die aan Charlie meewerkten moeite om rond te komen. Bovendien verliet Philippe Val een jaar later het schip, nadat hij door tussenkomst van Nicolas Sarkozy was benoemd tot directeur van de publieke radiozender France Inter. Niemand van de moedige strijders van vandaag, die onder politiebewaking moeten werken, wil dat het nieuwe fortuin van Charlie een splijtzwam wordt op de redactie.

Dat verklaart ook de huidige onrust. De aanpak van Riss, gecultiveerd, maar minder vrijmoedig dan Charb, schuurt. Ook Richard Malka, de advocaat van Charlie, zorgt soms voor controverse. De komst van Anne Hommel, aanbevolen door deze advocaat om de pers te woord te staan, heeft beroering gewekt. De jonge vrouw is de pr-medewerker geweest van Dominique Strauss-Kahn en van Jérôme Cahuzac [Franse onderminister van Begroting die een buitenlandse rekening buiten het zicht van de Franse fiscus had gehouden en moest opstappen]. ‘Dat druist in tegen onze waarden!’ aldus spoedarts Patrick Pelloux. Riss’ gemopper – ‘Cahuzac was anders wel lid van een regering waarvoor de redactie in 2012 gestemd heeft’ – oogstte nog wat gelach aan de redactietafel.

De schaduw van Philippe Val

Met name de schaduw van Philippe Val blijft ergernis opwekken. Nog op de dag van de aanslag had de oud-directeur via advocaat Richard Malka zijn diensten aangeboden. In de huidige redactie, waarvan de helft niet onder zijn bewind heeft gewerkt, heeft het idee van zijn terugkeer alleen al een stroom van protest opgewekt. ‘Val vertegenwoordigt de Charlie van de jaren negentig. Wij willen niks weten van zijn manier van denken, zijn connecties of zijn manier van besturen. Hij heeft zijn tijd gehad, en die tijd is voorbij,’ aldus een uiterst stellige Laurent Léger, die zelf pas na Vals vertrek bij Charlie is komen werken. ‘Uiteraard wakkeren al die media-aandacht en al dat geld en al die nieuwe abonnees de hebzucht aan,’ zegt Pelloux.

Institut du monde arabe, Parijs.
Institut du monde arabe, Parijs.

Philippe Val moest dus bakzeil halen. ‘Ik keer er niet meer terug. Ik ken de mensen van dit team niet,’ heeft hij uiteindelijk in Le Point van 5 februari verklaard. Maar hij houdt een slag om de arm: ‘Als ze een beroep op me zouden doen, zouden we over bepaalde zaken kunnen praten…’ Riss kan zijn schouders wel ophalen – ‘het is absurd om het over zijn terugkeer te hebben!’ –, niemand weet precies welke banden hij nog heeft met de man die hem, bij zijn vertrek, een deel van zijn aandelen heeft toevertrouwd, terwijl het andere deel naar Charb ging.

Buiten de muren van het gebouw zijn de tegenstanders van Val en zijn kompanen nog steeds in touw. Er gaan haantjesgedrag, machtsconflicten en politieke onenigheid schuil achter dit wantrouwen dat nog steeds niet geluwd is. Op 30 januari, tijdens het stripfestival van Angoulême, vertoonde journalist Denis Robert een – ver voor de aanslagen gemaakte – documentaire die een eerbetoon is aan Cavanna, de oprichter van de bladen Hara-Kiri en Charlie. In deze documentaire beschuldigt Nouvel Observateur columnist Delfeil de Ton, afkomstig van Hara-Kiri, advocaat Richard Malka ervan de oprichters te hebben onteigend. Cavanna heeft zelf, toen hem er enkele maanden voor zijn dood naar werd gevraagd, over Philippe Val gezegd dat ‘zijn bewind een tornado was die mij volkomen berooid en gedesillusioneerd heeft achtergelaten. En de anderen trouwens ook, want ze hebben allemaal moeite om ervan te herstellen.’

1 463611218

Verjongd

De laatste jaren waren de rijen van de vrienden van Charlie uitgedund. Jongeren lazen het blad niet, of vonden het niet grappig. Op initiatief van Charb werd de redactie een beetje verjongd. Cabu, dat nationale cultuurgoed, de vrolijke levensgenieter Wolinski, de subtiele Honoré, en de alternatieve econoom Bernard Maris waren nog van de generatie die anarchistisch, antismeris, en antikatholiek was. De rijen werden nu versterkt door Cathérine Meurisse, onderzoeksjournalist Laurent Léger en door Zineb El Rhazoui, een jonge Frans-Marokkaanse godsdienstsociologe, die ageerde tegen Mohammed VI en de fundamentalisten, en scenarioschrijver van de strip Het leven van Mohammed, getekend door Charb.

De nieuwe redactie was vooral bezorgd over de wereldwijde opkomst van het islamisme. Bij Charlie stond de scheiding van kerk en staat niet ter discussie. De ‘baardmannen’ waren de Mobiele Eenheid van vroeger. Maar deze oorlog was, op een andere manier, veel gevaarlijker.

De strijd werd echter niet altijd goed begrepen. ‘Misschien zijn wij pessimistischer of scherpzinniger dan de anderen,’ zucht Riss. Een deel van hun oude kameraden, vaak afkomstig van radicaal links, beschuldigde hen in amper bedekte termen van ‘islamofobie’. In 2011, op de dag na de aanslag die het pand van Charlie verwoestte, verscheen een manifest dat was ondertekend door radicaal links en waarin werd verkondigd dat zij weigerden het weekblad te ondersteunen. Twee jaar later had een van de ondertekenaars, Olivier Cyran, die in 2001 was vertrokken bij Charlie, de redactie beschreven als een ‘machine om ruw racisme te raffineren’ en verklaard dat zij ‘geobsedeerd waren door moslims’. Philippe Corcuff, een aanhanger van radicaal links en andersglobalist, die Charlie in 2004 had verlaten, bekritiseerde hun visie van de ‘clash of civilisations’. Dat leidde ertoe dat Charb en Fabrice Nicolino het initiatief namen voor een ingezonden brief in Le Monde van 5 december 2013, met als titel ‘Nee, Charlie Hebdo is niet racistisch!’

Al tientallen jaren zijn we aan het provoceren en op een dag keert dat zich tegen ons. We hadden het niet moeten doen

De avond van 7 januari had Siné, die het weekblad in 2008 verliet, zijn hulp aangeboden. Zonder een reactie van het weekblad af te wachten, had hij drie dagen later een speciale uitgave klaar van Siné mensuel met op de voorpagina de aanbeveling: ‘Koop Charlie Hebdo!’ Dat weerhoudt zijn vrouw en co-directrice Catherine Sinet er niet van te verzuchten: ‘Onze vrienden van Charlie zijn een beetje monomaan met die moslims. Wij vinden dat er vooral een ondraaglijk racisme heerst tegen immigranten…’ De reden dat Siné vertrok was dat Val een van zijn teksten over Sarkozy als antisemitisch had bestempeld. De Licra (Internationale Liga tegen racisme en antisemitisme) had een klacht tegen hem ingediend. In 2009 werd hij van vervolging ontslagen.

Een week na het bloedbad van 7 januari beschuldigde Delfeil de Ton, de oude strijdmakker van Cavanna bij Hara-Kiri, in de Le Nouvel Observateur Charb vrij direct, vooral vanwege het aantal slachtoffers: ‘Hij was de baas. Waar was het nou toch voor nodig om de hele ploeg hierin mee te slepen?’ In november 2011, na de brand in het pand van Charlie, haalde de columnist al de woorden van Wolinski aan; ‘Ik denk dat wij lichtzinnig en imbeciel zijn en dat we een nutteloos risico hebben genomen. Dat is alles. We denken dat we onkwetsbaar zijn. Al jaren, tientallen jaren zelfs, zijn we aan het provoceren en op een dag keert dat zich dan tegen ons. We hadden het niet moeten doen.’

Een jaar later richt diezelfde Delfeil de Ton zich tot Charb, toen een nummer van Charlie had geleid tot incidenten bij Franse ambassades in verschillende islamitische landen: ‘Onder de titel “Er is een ster geboren” een naakte Mohammed laten zien, schuin op z’n rug gekeken, in gebedshouding, met bungelende kloten en druipende pik, in zwart wit maar met een gele ster als anus. Draai het zoals je wilt, maar is het grappig, spiritueel?’

De laatste weken komen de kanttekeningen van elders. De demograaf Emmanuel Todd heeft het Japanse dagblad Nikkei toevertrouwd zich niet te kunnen vinden in de heiligverklaring van dit weekblad dat obscene karikaturen van de profeet Mohammed heeft gepubliceerd. Om er vervolgens aan toe te voegen: ‘De islam beledigen, is de zwakkeren van de samenleving vernederen.’

Beloega’s in gevecht met pakijs

Maar wat is het alternatief? Moeten ze zich dan gedeisd houden? ‘Degenen die vinden dat je geen karikatuur mag maken, hebben hun keuze gemaakt!’ roept Patrick Pelloux uit. ‘We staan tegenover een onbuigzame ideologie en we mogen niet wijken. We zijn in oorlog en we moeten de scheiding van kerk en staat heroveren!’

Daar bereiden ze zich nu allemaal op voor. Nu meer gesteund dan vroeger door gematigd links dat hen voorheen niet meer las. Ze worden gedwongen door het symbool van de vrijheid dat ze geworden zijn. En ze worden bijgevallen door de mensen die vonden dat ze overdreven en die hen nu helderziend vinden. ‘De mensen dachten niet dat het zo’n vaart zou lopen,’ zegt Caroline Fourest [essayiste die het blad in 2009 verliet]. Een paar dagen geleden zag Riss een documentaire over beloega’s in gevecht met het pakijs. De walvissen wisselden elkaar af om het water in beweging te houden en om te voorkomen dat het zou dichtvriezen. Hij had het gevoel dat hij naar een metafoor keek van hun eigen lot. ‘Wij zijn er om voor de anderen te voorkomen dat de grenzen van de vrijheid van meningsuiting worden gesloten. Maar het moeilijkste wordt nog om weer een zekere luchtigheid te laten terugkeren, die neiging om om alles te lachen, die onderdeel was van ons DNA.’

Toen de terroristen de redactieleden van Charlie vermoordden, doodden ze ook de onbevangenheid van het blad.

Auteur: Raphaëlle Bacqué
Vertaler: Dirk Zijlstra

Le Monde
Frankrijk, dagblad, oplage 345.000
In 1944 opgericht op initiatief van De Gaulle. Iconische krant, gehecht aan z’n onafhankelijkheid (maar sinds 2010 wel eigendom van drie private investeerders). Om recht te doen aan de titel ‘De wereld’ houdt Le Monde een groot netwerk van correspondenten in stand. Raphaëlle Bacqué is een van de belangrijke verslaggevers van de krant.


Deel dit artikel


Recent verschenen