addiopizzo verzet zich tegen maffia en won


In de Siciliaanse hoofdstad Palermo werden winkeliers met een migratieachtergrond jarenlang bedreigd en afgeperst. Totdat ze in het geweer kwamen tegen hun belagers… en wonnen.

Op een middag in april 2016 liep Yusupha Susso met twee vrienden door de met keien geplaveide achterafstraatjes van Palermo, toen ze werden bedreigd door een plaatselijke crimineel die banden onderhield met de Siciliaanse maffia. ‘Deze straat is van mij,’ zei Emanuele Rubino, die de jonge migranten vervolgens toeriep dat ze maar beter konden ophoepelen.

Susso, destijds 21 jaar oud en afkomstig uit Gambia, maakte zich zorgen maar liep door. Hij had immers twee vrienden bij zich, dus wat kon zijn belager nu helemaal beginnen? Het duurde niet lang of Rubino keerde met enkele anderen terug. Susso moest rennen voor zijn leven. Hij werd bijgehaald, en op beelden van een veiligheidscamera is te zien dat Rubino een pistool vasthoudt en op Susso schiet. De kogel raakte Susso in zijn hoofd, maar schampte op wonderbaarlijke wijze zijn hersenen zonder ze ernstig te beschadigen, hoewel Susso in coma raakte. Een paar maanden na de schietpartij zei hij tegen me: ‘Ik heb de hele tijd pijn.’ Hij kon niet langer zingen, voetballen of probleemloos een eind lopen.

In actie

De poging tot moord had één voordeel: ze zette winkeliers uit Palermo met een migratieachtergrond ertoe aan iets bijzonders te doen in deze stad, die al tientallen jaren door de maffia wordt gedomineerd. Ze besloten in actie te komen, omdat ze het anders met hun leven moesten bekopen. Ze kwamen in het geweer tegen degenen die hen afpersten. Met steun van een plaatselijke antimaffiagroepering, Addiopizzo, stapten elf winkeleigenaars – tien uit Bangladesh en één uit Tunesië – naar de politie van Palermo.

De meeste slachtoffers waren voor die tijd te bang om zich uit te spreken, of ze voelden zich als een roepende in de woestijn. De winkeliers hadden het lef om een aan de maffia gelieerde groep te beschuldigen van roof, diefstal, mishandeling en het almaar eisen van geld. Ze zeiden dat ze al jaren last hadden van een waslijst aan misdrijven.

Addiopizzo betekent ‘tot ziens, beschermingsgeld’, de missie van de groepering, die afpersing in Sicilië door de maffia wil uitbannen omdat die de plaatselijke middenstand lam legt en de hele gemeenschap angst inboezemt. Salvo Caradonna, een advocaat die de groepering en de winkeliers in de rechtszaal bijstaat, noemt het een belangrijke actie, omdat ‘ze een gezamenlijke aanklacht wilden indienen’. De Bengalezen deden iets waartoe de meeste Italianen niet bereid zijn, en doordat ze een front vormden waren ze moeilijker te negeren – of af te schrikken – dan één enkele eiser.

Niet alleen werd Rubino voor het gerecht gesleept wegens poging tot moord, de politie arresteerde ook nog eens negen andere leden van zijn familie, plus enkele handlangers, omdat ze standhouders op de markt van de wijk Ballarò afpersten. Daarbij hadden ze het vooral voorzien op de Bengalezen.

In november vorig jaar veroordeelde het hof van beroep in Palermo Rubino tot een gevangenisstraf van twaalf jaar omdat hij op Susso had geschoten. Nog opmerkelijker is de veroordeling, in april dit jaar, van acht van de arrestanten, onder wie Rubino, tot in totaal zestig jaar gevangenisstraf wegens afpersing, banden met de maffia en discriminatie van winkeliers op grond van hun ras. Het hof erkende ook het recht van de eisers op compensatie.

Tijdens de rechtszaak werd hun identiteit beschermd en spraken ze niet met de media. Maar na de uitspraak stemden twee winkeliers erin toe zich door mij te laten interviewen, op voorwaarde dat ik hun echte namen niet prijsgaf. Dit is het verhaal van migranten van eenvoudige komaf die het opnamen tegen de maffia en wonnen.

Afpersing

De markt van Ballarò is de oudste van Palermo en verkeerde, na tientallen jaren van verwaarlozing, stevig in de greep van de maffia. De afgelopen jaren kwam deze weinig geliefde uithoek van de Siciliaanse hoofdstad dankzij een steeds grotere immigrantengemeenschap tot bloei.

De meeste aandacht van de Italiaanse media voor migranten gaat uit naar Noord-Afrikanen, omdat onder hen het grootste aantal doden te betreuren valt. Naar schatting zijn dit jaar al negenhonderd Afrikanen overleden die de oversteek naar Europa wilden maken. Maar de inwoners uit Bangladesh, Sri Lanka en andere Aziatische landen die naar Sicilië komen, zijn een vergeten groep. Verschillende politici die ik in Palermo heb gesproken, schatten dat er tussen de tien- en vijftienduizend Bengalezen in de stad wonen. In de Via Maqueda en de Via Roma in Ballarò verkopen Bengalese straatventers plastic prullaria en runnen ze geldtransferbedrijfjes, zij aan zij naast Afrikaanse vrouwen die vlechtjes maken in het haar van jonge Sicilianen.

Jarenlang hadden Bengalese winkeliers te maken met aan de maffia gelieerde criminelen die geld eisten in ruil voor bescherming. Tafazzul Topu, een jonge Bengalese activist die in Palermo is opgegroeid, zegt dat winkeliers uit de hechte gemeenschap vaak niet over de afpersingspraktijken wilden praten, ‘omdat iedereen bang was’. Volgens Topu zwegen ze en betaalden ze om te voorkomen dat hun winkel werd leeggeroofd.

Joynal Miah is een van die winkeliers bij wie de angst voor de criminelen er jarenlang goed in zat. Hij weet nog dat hij Rubino zich zag ontpoppen van een jeugdcrimineel met een brommertje tot de keiharde misdadiger die zijn hand niet omdraaide voor moord op klaarlichte dag. Miah zegt dat de plaatselijke maffia zijn winkel dreigde te beroven en zei hem te zullen vermoorden.

Hij was te bang om over de bedreigingen te praten en naar de politie te stappen. ‘Iedereen wist in welke straten je beter niet kon komen,’ zegt hij. Hij was zelfs te bang om met zijn dochter door Ballarò te lopen. Ze vroeg waarom hij haar niet naar school bracht. Hij schaamde zich te erg om haar de waarheid te vertellen. ‘Ik stond doodsangsten uit wanneer ik die mensen zag,’ zegt hij. ‘Ik durfde niet voor me te kijken.’

De markt van Ballarò is de oudste van Palermo en verkeerde, na tientallen jaren van verwaarlozing, stevig in de greep van de maffia. Vooral standhouders met een migratieachtergrond werden er afgeperst en bedreigd. – © Hermes Images / AGF / Getty
De markt van Ballarò is de oudste van Palermo en verkeerde, na tientallen jaren van verwaarlozing, stevig in de greep van de maffia. Vooral standhouders met een migratieachtergrond werden er afgeperst en bedreigd. – © Hermes Images / AGF / Getty

Amir Ali is een vriend van Miah die via Jordanië vanuit Bangladesh naar Sicilië is gekomen. Hij bouwde een zaak op in Palermo, maar werd naar eigen zeggen gedwongen om voor bescherming te betalen toen hij filialen in Ballarò opende. ‘Het probleem was dat het niet ophield toen ik betaalde,’ vertelt Ali. ‘Het ging nog veel verder. Ze bedreigden weigeraars met geweld, sloegen hun etalageruiten in, bedreigden hun klanten. Ze bedreigden ook hun kinderen, lieten hun wapen zien, legden het op tafel, eisten geld. Toen dacht ik nog dat de politie niets kon doen en was ik écht wanhopig,’ zegt hij.

Vlak voordat Susso werd neergeschoten, was het volgens Ali zo erg dat hij overwoog uit Palermo weg te gaan. ‘Ik dacht erover de boel te sluiten en te vertrekken,’ zegt hij. Na het incident met Susso stond de gemeenschap volgens Miah voor een fundamentele keuze. ‘Hoeveel ben je bereid te slikken? Het was doorgaan of doodgaan, er moest iets gebeuren. Daarom besloten we iets te doen.’ Hij was vastbesloten het heft in eigen hand te nemen en als gerespecteerd lid van de plaatselijke Bengaalse gemeenschap samen met andere winkeliers in actie te komen. Ali en hij sloegen de handen ineen, wonnen informatie in en benaderden Addiopizzo voor hulp.

Hoop

De arrestatie van Rubino wegens poging tot moord en afpersing gaf de winkeliers hoop. ‘Toen we zagen dat het recht zijn loop had, gaf ons dat moed, niet alleen onszelf, ook onze kinderen,’ zegt Ali. ‘Vanaf dat moment begonnen we erover te praten en verdween de angst. De mensen voelden zich vrijer, de mentaliteit veranderde.’

Toch was het voor de Bengalezen zwaar toen de rechtszaak eind 2017 begon. Ze moesten voor de rechtbank verschijnen en een persoonlijke getuigenis afleggen, wat betekende dat ze tegenover Rubino en zijn handlangers kwamen te staan. ‘Ze kennen elkaar allemaal; natuurlijk waren ze doodsbang,’ zegt Caradonna, de advocaat die Addiopizzo bijstaat. ‘Het was de eerste keer in mijn leven dat ik voor de rechter verscheen,’ zegt Miah. ‘Zelfs in mijn eigen land had ik alleen maar op tv een proces gezien.’ Volgens hem was het vooral zwaar voor zijn vrouw. ‘Ze was ontzettend bang. Ze wist niet wat er kon gebeuren, of ik niet ook zou worden neergeschoten. Het had zomaar gekund.’

Er waren geen afgeluisterde telefoongesprekken en geen filmbeelden; de getuigenissen van de winkeliers vormden het belangrijkste bewijs van de aanklagers. Caradonna zegt dat dat een grote druk op de Bengalezen legde. Volgens hem was dit in de vijftien jaar waarin hij Addiopizzo bijstaat een van de meest ‘emotionele’ zaken waarbij hij betrokken was. Toch was er volgens Miah geen weg terug: ‘We moesten doorzetten. Inbinden zou hebben betekend dat ik de winkel had moeten sluiten en geen werk meer had.’

De Bengalezen kregen bovendien geen steun van de Siciliaanse winkeliers in Ballarò. ‘De wijkbewoners wilden best helpen, maar ze waren banger dan wij,’ aldus Miah. ‘Wij gingen naar de politie en maakten de zaak aanhangig, maar niemand van hen wilde een aanklacht indienen. In hun hart steunden ze ons, maar ze durfden er niet voor uit te komen.’

“Inbinden zou hebben betekend dat ik de winkel had moeten sluiten”

Wanneer je over de hoofdader van de markt van Ballarò loopt, hoor je een kakofonie van geluiden en komen de geuren van Siciliaanse delicatessen je tegemoet: arancini, caponata en gefrituurde sardientjes. Maar de wijk heeft ook een duistere kant. Jonge Sicilianen vervoeren verdachte pakketjes in de zijstraatjes, Nigeriaanse bendes beheren bordelen waar slachtoffers van mensenhandel worden uitgebuit, Afrikaanse vrouwen verkopen hun lichaam langs de hoofdweg.

Hier en daar is de sfeer ronduit louche. Daar komt bij dat het politieke klimaat overal in Italië explosief is, deels vanwege de komst van migranten. Toch heeft de uitspraak in de zaak van de Bengalese winkeliers effect gehad. Niet alleen heeft die bewezen dat het loont om je tegen de maffia en andere criminele elementen te verzetten, hij heeft ook laten zien dat migranten een positieve bijdrage kunnen leveren aan de plaatselijke gemeenschap.

Op het hoogtepunt van zijn macht bedreigde – en vermoordde – de Siciliaanse tak van de maffia, cosa nostra, prominente openbare figuren. Op 23 mei 1992 kwam rechter Giovanni Falcone om het leven bij een bomaanslag waarbij ook zijn vrouw en drie politieagenten omkwamen. Twee maanden later werd zijn vriend Paolo Borsellino, een rechter die zich eveneens tegen de maffia verzette, met een autobom vermoord.

Chaotischer

Sinds die tijd heeft cosa nostra aan macht ingeboet en lijkt de maffia steeds chaotischer en fragmentarischer te worden. Ongeveer een jaar geleden werden bijna vijftig mensen gearresteerd op verdenking van afpersing, brandstichting, verboden wapenbezit en banden met de maffia.

Wat ook meehelpt, is dat er politieke verandering in de lucht hangt. Sumi Dalia Aktar is de eerste Bengalese politicus op Sicilië. Ze werd gekozen als raadslid namens de centrum-linkse Partito Democratico, die een coalitie vormt met de Vijfsterrenbeweging. Ze zegt dat de rechtszaak van de Bengalese winkeliers laat zien dat haar gemeenschap zich inzet voor de stad.

Caradonna zegt dat de rechtszaak Ballarò heeft gered. ‘Dat is het belang ervan: de bevrijding van een hele straat, een hele wijk.’ Toen in april de uitspraak werd gedaan, was het volgens Caradonna stil in de rechtszaal. ‘Het was een bijzonder moment, het sluitstuk van een traject dat drie jaar heeft geduurd.’

Miah vindt dat Palermo ‘heel rustig’ is geworden. Hij heeft sinds het voorjaar niets meer over misdrijven gehoord en zijn gezin en hij zijn nauwelijks meer bang. ‘Mijn kinderen zijn zelfs helemaal niet bang,’ zegt hij. ‘Het is allemaal voorbij, en het zal zo blijven.’ Zijn kinderen zullen inwoners van Palermo worden. ‘Tegenwoordig loop ik zonder problemen door Ballarò,’ zegt hij, ‘en kan ik mijn dochter naar school brengen.’

Auteur: Ismail Einashe

The Sunday Times
Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 712.000

Zondagse kwaliteitskrant, in 1864 opgericht en in 1981 opgekocht door mediamagnaat Rupert Murdoch, die o.a. ook The Times bezit. Staat bekend om zijn goede research, vele bijlagen en bijdragen van populaire auteurs. Schotland en Ierland kennen een eigen editie.


Deel dit artikel


Recent verschenen