De handel in jonge Afrikaanse voetballers is big business, zeker nu Aziatische landen steeds meer investeren in hun voetbalcompetities. Malafide makelaars beloven de jonge talenten gouden bergen.
Toeristen in het Himalayagebergte in Nepal, op de steppen van Kazachstan en in de jungles van Zuidoost-Azië zullen verbaasd opkijken van alle jonge Afrikanen die er in de lokale, regionale en nationale voetbalcompetities spelen. In Aziatische competities speelt een buitenproportioneel groot aantal (voornamelijk West)-Afrikaanse voetballers. Duizenden jonge mannen verlaten Afrika om hun droom van een gloedvolle, internationale voetbalcarrière na te jagen. Nu de Europese markt zo goed als verzadigd is met aspirant-spelers, wijken de Afrikaanse jongeren uit naar Azië, in de hoop een positie bij een voetbalclub te bemachtigen.
Dat voetbal welhaast een religie is in Afrika is algemeen bekend, en veel jonge Afrikanen willen hun voetbalhelden van de Europese competities naar de kroon steken. Het pad naar een internationale voetbalcarrière, voor veel arme jongeren een van de weinige manieren om op de sociale ladder op te klimmen, wordt als een uitweg voor de armoede gezien. Zelfs de gelukkigen die een contract hebben bij lokale Afrikaanse teams, kunnen als voetballer veelal niet in hun onderhoud voorzien. Slechts een handvol professionele clubs kan het zich veroorloven zijn spelers te betalen, maar meestal zijn de spelers voor hun levensonderhoud afhankelijk van familie en giften van fans. Bovendien verdienen Afrikaanse voetballers een schijntje in vergelijking met hun buitenlandse collega’s; driekwart van de Afrikaanse sporters verdient minder dan 1000 dollar per maand. ‘Zodra een jonge voetballer talent aan de dag legt, wordt hij door een buitenlandse club benaderd met de belofte dat zijn bedje, en dat van zijn familie, zal zijn gespreid. De voetballers gaan liever het avontuur aan dan dat ze bij een lokale club blijven hangen,’ zegt Kazimir Makeh, coach van een eerstedivisieclub in Kameroen.
Op straat rondzwerven
Hoewel een plek in de selectie van een Europese club voor de meeste jonge spelers de ultieme droom is, verleggen steeds meer Afrikaanse voetballers hun blik naar clubs in Azië, die minder onbereikbaar zijn en worden gezien als een opstap naar Europees succes. Veel Aziatische voetbalclubs op hun beurt zijn op zoek naar Afrikaanse spelers, vanwege hun speelstijl en hun fysieke kunnen. Buitenlandse spelers zijn dure investeringen voor voetbalclubs, dus maken Aziatische clubs handig gebruik van de wanverhouding tussen de enorme belangstelling vanuit Afrika en het beperkte aantal beschikbare plaatsen. ‘Veel clubs profiteren van het feit dat ze deze Afrikaanse spelers voor een belachelijk laag bedrag kunnen strikken,’ zegt Gabriel Ken Gadaffi, voorzitter van de Nigerian Community Association (NCA) in Laos. De scheve situatie heeft gezorgd voor de opkomst van malafide voetbalmakelaars en andere tussenpersonen die munt slaan uit de dromen van de jonge Afrikanen.
Emmanuel Koska uit Kameroen verliet tweededivisieclub Menoua en verkocht het stuk land van zijn vader om de reis naar Thailand te kunnen betalen, waar hij volgens zijn makelaar meteen als contractspeler aan de slag kon. Na zijn aankomst in Thailand ging de spelersmakelaar er met zijn geld vandoor en het beoogde voetbalteam wilde hem niet hebben. ‘Tegenover de veertig spelers die met een officieel contract voor een Thaise club uitkomen, staan vijftig anderen die zonder contract, en dus zonder inkomen, op straat rondzwerven,’ vertelt een Kameroense spelersmakelaar over de situatie in Thailand. In 2010 werden twee Kameroense voetballers gearresteerd, omdat ze aanboden Amerikaanse dollars te vervalsen. Ze waren gestrand in Myanmar, nadat ze er niet in waren geslaagd een contract af te dwingen bij een Birmese club. Andere jonge voetballers proberen in Myanmar het hoofd boven water te houden met lesgeven of werk in de bediening. Maar zelfs wie wel een contract heeft, verdient vaak een schamel maandsalaris van niet meer dan 200 dollar – in een land waar je voor een paar voetbalschoenen al snel 100 dollar neertelt. Bovendien arriveren veel Afrikaanse voetballers met onrealistische verwachtingen, denkend dat het lage niveau van Aziatische clubs betekent dat die geen hoge eisen stellen en iedereen verwelkomen.
De hausse aan voetbalmakelaars wakkert het naïeve beeld bij jonge voetballers verder aan, zodat niet alleen spelers maar ook clubs worden gedupeerd, als na de transfer blijkt dat een speler nauwelijks een bal kan trappen. ‘Afrikaanse voetballers die hierheen komen omdat ze denken dat het allemaal van een leien dakje zal gaan, zullen bedrogen uitkomen. Op het eerste gezicht lijkt de Birmese voetbalwereld misschien weinig om het lijf te hebben, maar als ze gaan meespelen, zullen ze zien dat ze geduchte concurrentie hebben,’ vertelt Jonathan Yamoah, de Ghanese manager van Nay Pyi Taw FC. Yamoah heeft als profvoetballer de hele wereld afgereisd en op drie continenten gespeeld en streek in 2009 in Myanmar neer, toen daar de nationale voetbalcompetitie werd opgericht. Voordat hij manager werd, speelde hij voor Zeyar Shwe Myay FC. Toch blijven de voetballers uit West-Afrika toestromen, aangetrokken door de beloofde contracten en de hogere lonen. De salarissen in Azië lopen sterk uiteen: buitenlandse spelers kunnen in Bangladesh 2000 dollar per maand verdienen, tegen 9000 dollar in Thailand; topspelers in Indonesië krijgen een jaarsalaris van 80.000 dollar; het jaarinkomen van sterspelers in Vietnam ligt op 200.000 à 300.000 dollar. Met deze bedragen, die vele malen hoger zijn dan die in Afrika, verlokken scouts jonge voetballers tot de oversteek. Hoewel sommigen succes oogsten, wordt het merendeel uitgebuit, of raakt gestrand in een vreemd land, kaalgeplukt door spelersmakelaars die er met hun geld vandoor zijn gegaan. Het probleem is dat iedereen zich voor voetbalmakelaar kan uitgeven; sinds de wereldvoetbalbond FIFA zijn regels in 2015 heeft gewijzigd, is het zelfs alleen maar makkelijker geworden. Met ingang van 2015 hebben voetbalmakelaars geen licentie meer nodig. Waar makelaars voorheen een examen moesten afleggen, hoeven ze nu alleen nog maar te verklaren dat ze van onbesproken gedrag zijn. Vóór de wijzigingen van 2015 werd slechts 30 procent van de transfers afgesloten door erkende makelaars en de overige 70 procent door tussenpersonen zonder licentie. Het nieuwe systeem van de FIFA was bedoeld om illegale wervingspraktijken aan te pakken en de transfers transparanter te maken, maar de wijzigingen hebben de situatie juist verergerd. ‘Ik ken weinig bedrijfstakken waar tussenpersonen zelf een verklaring van goed gedrag mogen afleggen en waar een bemiddelaar niet wordt nagetrokken of getoetst, of aan beroepsnormen hoeft te voldoen,’ stelt Jake Marsh, hoofd sportintegriteit & anticorruptie bij het in Qatar gevestigde International Centre for Sport Security (ICSS).
In februari 2015 werden de tekortkomingen van het FIFA-systeem pijnlijk duidelijk gemaakt door een geruchtmakende zaak, waarbij de internationale spelersvakbond FIFPro onderzoek deed naar de illegale transfer van 23 Afrikaanse spelers van amper veertien jaar oud naar een ongeregistreerde voetbalacademie van de Laotiaanse club Champasak. De verhandelde jongens moesten bij aankomst in het kleine Aziatische land een zesjarig contract ondertekenen. Hoewel hun een maandloon van 200 dollar en huisvesting was beloofd, werden ze niet uitbetaald en zaten ze opgesloten in het stadion van de club, waar ze met z’n allen in één ruimte op de vloer moesten slapen. De jongeren waren uitgenodigd door de Liberiaanse ex-profvoetballer Alex Karmo, die volhoudt dat de academie naar eer en geweten heeft gehandeld en dat de spelers keurig hun loon hebben ontvangen. De Liberiaanse journalist en sportpromotor Wleh Bedell denkt daar het zijne van: ‘Deze “academie” heeft geen coach, geen sportarts. Karmo was de coach, de manager – alles. Het was volslagen absurd.’ Een jonge speler vertelde dat er geen medische hulp werd geboden, ook al liep een aantal van hen malaria en tyfus op. Hij noemde het ‘regelrechte slavernij’. FIFPro uitte het vermoeden dat de zaak niet op zichzelf stond, maar slechts het topje van de ijsberg was. De Cambodjaanse voetbalcompetitie raakte in een soortgelijk schandaal verwikkeld toen de Nigeriaan Wilson Mene in 2012 tijdens een wedstrijd in elkaar zakte en aan een hartaanval overleed. Daarbij rees het vermoeden dat zijn dood te wijten was aan de barre leefomstandigheden en de ondermaatse medische zorg die zijn Cambodjaanse club bood. Na de dood van Mene werd wereldwijd geijverd voor strengere regelgeving, hoewel veel jonge Afrikanen in Cambodja en heel Azië nog altijd gebukt gaan onder slechte werkomstandigheden.
Lage kosten voor levensonderhoud, een aangenaam klimaat en de kans om ongeveer 2000 dollar per maand te verdienen lokken Afrikaanse voetballers naar Bangladesh
Naast alle spelers die met valse beloften naar Azië worden gelokt, bestaat er een grote groep Afrikaanse voetballers die op een toeristenvisum naar Azië afreizen, in de hoop het te gaan maken. Cambodja kreeg tussen 2007 en 2010 te maken met een enorme toestroom aan Afrikaanse spelers, nadat het land entreeprijzen had ingesteld voor voetbalwedstrijden en het maandsalaris van spelers van 20 à 30 dollar per maand was gestegen naar 70 à 100 dollar. Er wordt nu door meer dan honderd Afrikanen en voetballers uit de rest van de wereld gevochten om de dertig beschikbare plaatsen voor buitenlandse spelers. In Myanmar arriveren elk jaar vlak voor het transferseizoen tientallen Afrikanen op een toeristenvisum, dromend van een contract. In de meeste gevallen blijven ze langer dan het toeristenvisum toestaat, tevergeefs wachtend op hun grote doorbraak, om vervolgens platzak in de illegaliteit – en soms in de criminaliteit – te belanden. Degenen zonder verblijfsvergunning die wel een contract binnenslepen, zijn overgeleverd aan hun werkgevers, die hen onder slechte omstandigheden en tegen schandalig lage lonen laten werken. En uit angst voor deportatie zullen spelers zonder verblijfsvergunning ook niet zo snel naar de politie stappen om misbruik aan te geven. Zelfs Louis-Paul Mfede, die bij het WK van 1990 en 1994 in het nationale elftal van Kameroen speelde en nadien zijn carrière in Indonesië voortzette, werd glashard vastgezet toen zijn visum verliep.
Olewale Sunday verliet Nigeria in de veronderstelling dat hij gecontracteerd was door een professionele Russische voetbalclub, maar belandde voor een fractie van het beloofde salaris bij een amateurclub in Tadzjikistan. Zijn verhaal staat niet op zich: Centraal-Azië is onderhand het afvoerputje voor opgelichte Afrikanen. ‘In de regio zijn nieuwe “voetbalslavenroutes” ontstaan,’ aldus David McArdle, die over voetbal in Azië schrijft. Sunday had nog geluk: hij wist in Kirgizië een positie bij een tweededivisieclub te bemachtigen. Ook Daniel Togoe, uit Ghana, kwam met hoge verwachtingen in Rusland aan en eindigde, in eerste instantie gedesillusioneerd, in Kirgizië. Togoe is nu een van de vier West-Afrikaanse spelers in het Kirgizische nationale voetbalteam. Volgens de FIFA-regels mag een voetballer voor een ander land uitkomen wanneer hij daar vijf jaar woont en het staatsburgerschap heeft gekregen. Ondanks het gemis van vrienden en familie, vermaken Togoe en zijn Afrikaanse ploeggenoten zich inmiddels prima in Kirgizië: de West-Afrikaanse elftalspelers worden er op handen gedragen.
‘Bij de Asian Confederation Challenge Cup van 2013 scoorde David Tetteh (uit Ghana) alle doelpunten voor het nationale elftal. Ik heb geen idee hoe hij over Kirgizië heeft gehoord’, schreef de Kirgizische journalist Bektour Iskender, ‘maar dankzij hem en de andere Afrikaanse spelers is ons elftal op de kaart komen te staan.’ Bengalese voetbalpromotors betonen zich al even enthousiast; de groeiende populariteit van het voetbal in Bangladesh is in hun ogen mede te danken aan de Afrikanen, die de competitie naar een hoger niveau hebben getild. De Bengalese Premier League werd pas in 2007 opgericht en sindsdien voeren Afrikaanse spelers de topscorerslijsten aan. Het allereerste doelpunt en de allereerste hattrick van die eerste competitie werd gescoord door de Nigeriaanse spits Elijah Obagbemiro Jr. In 2013 telde de voetbalcompetitie vijftig buitenlandse spelers, het merendeel West-Afrikanen, zoals de Ghanese Awuda Ibrahim, die een van de topspelers is geworden. Lage kosten voor levensonderhoud, een aangenaam klimaat en de kans om ongeveer 2000 dollar per maand te verdienen lokken Afrikaanse voetballers naar Bangladesh. ‘Het voetbal zit hier in de lift, daarom komen Afrikaanse spelers eropaf,’ zegt Abdul Samad Yussif uit Ghana. ‘Als ik tussendoor thuiskom, vraagt iedereen me het hemd van het lijf. Mijn vrienden willen ook deze kant op komen.’
Op het dak van de wereld
In de diverse Indiase voetbalcompetities spelen ongeveer vierhonderd Afrikanen, bijna iedere Thaise eredivisieclub telt minstens één Afrikaanse speler en sommige kunnen zelfs bogen op vijf. Al met al speelden in 2015 meer dan dertig Afrikaanse voetballers bij clubs op het hoogste niveau en daarnaast speelde nog een veelvoud in de lagere divisies. Afrikaanse spelers zijn ook populair in Maleisië. Ze figureren prominent in de media en doorbreken daarmee negatieve stereotypen, die dankzij de groeiende immigratie de kop opsteken – alleen al in 2013 immigreerden zo’n 79.000 Afrikanen naar Maleisië. Afrikaanse voetballers vinden zelfs hun weg naar het hooggelegen Nepal, waar ondertussen meer dan vijftig Afrikanen op verschillende niveaus spelen. Gelegen op het dak van de wereld, ingeklemd tussen China en India, is Nepal misschien wel de laatste plek waar je Afrikaanse spelers zou verwachten – zelfs de spelers zelf zijn verbaasd dat ze hier zijn beland. ‘Ik had nog nooit van Nepal gehoord,’ vertelt Adewumi Joshua Femi, uit Nigeria, ‘laat staan van Nepalees voetbal.’ Andere Afrikanen vertellen soortgelijke verhalen. De Ivoriaan Zikahi Leonce Dodoz, die bij JC Abidjan in de eerste divisie speelde, strandde in Nepal nadat hij was opgelicht door een voetbalmakelaar die hem een contract bij een club uit een grote Aziatische competitie had beloofd. Uiteindelijk wist hij zelf een plek af te dwingen bij Three Star Club. ‘Voor lokale begrippen krijgen Afrikaanse voetballers een goed salaris,’ zegt hij. ‘Het is een hele uitdaging voor ons, omdat wij Afrikanen beter betaald krijgen dan de Nepalezen,’ vult de Nigeriaanse verdediger Peter Segan hem aan, ‘dus we moeten onszelf iedere dag bewijzen.’ Voor Dodoz heeft de hele onderneming, na de eerste schok, gelukkig goed uitgepakt; hij woont inmiddels samen met zijn Nepalese vriendin en is bezig de taal te leren. Ook de andere Afrikaanse voetballers zijn te spreken over het land en loven de Nepalese gastvrijheid. Niet alle oversteken eindigen dus in een drama, hoewel alle Afrikaanse voetballers heel wat te verduren krijgen op hun riskante avontuur in Azië.
Auteur: Jeremy Luedi
Vertaler: Astrid Staartjes
Asia by Africa
Canada | asiabyafrica.com
Het blog Asia by Africa, in 2017 opgericht door freelancejournalist Jeremy Luedi, onderzoekt ‘de verbazingwekkende interactie tussen de twee grootste regio’s van de wereld’. Het platform publiceert artikelen over de meest uiteenlopende onderwerpen.

