De door droogte bedreigde baobabboom wordt aanbeden in Senegal. De bomen dienen als gemeentehuis waar pasgeboren baby’s hun naam krijgen en waar geschillen worden beslecht. Bovendien zou de apenbroodboom over bovennatuurlijke krachten beschikken.
Brede, robuuste baobabs zijn bijna als vanzelfsprekend opgenomen in het stadslandschap van Dakar, de drukke hoofdstad van Senegal. Vlak bij een snelwegoprit wassen chauffeurs hun taxi’s in de schaduw van een indrukwekkende baobab, oftewel apenbroodboom. Zijn leerachtige stam is het plaatselijke prikbord met advertenties voor loodgieters en huurappartementen.
Massieve apenbroodbomen, sommige meer dan duizend jaar oud, hebben in heel Senegal stand-gehouden; dankzij hun broze, sponsachtige hout dat ongeschikt is voor meubels, zijn ze de houtkap ontsprongen. Maar de bladeren worden door de couscous gemengd, de bast levert vezels waarvan touw wordt gemaakt, de vruchten worden in drankjes verwerkt en uit de zaden wordt olie geperst. ‘Deze boom’, zegt Adama Dieme, terwijl hij zijn hoofd achterover buigt om naar de kroon van zijn buurt-baobab te kijken, ‘is de trots van de buurt.’
Bedreigd
De baobab wordt, zoals vele andere bomen in de regio, bedreigd door diezelfde krachten die ook de samenleving op meerdere fronten treffen: klimaatverandering, verstedelijking en bevolkingsgroei. West-Afrika is veel van de natuurlijke rijkdommen die ooit nauw verweven waren met de culturele identiteit, kwijtgeraakt. Door stroperij is de populatie van wilde dieren flink uitgedund: leeuwen, giraffen en savanneolifanten worden ernstig bedreigd. Grote bosgebieden sneuvelen voor palmolie- en cacaoplantages. Mangroves sterven door vervuiling. Zelfs de ranke acacia wordt gekapt en opgestookt onder de kookketels van uitdijende gezinnen. Een recente studie stelde dat klimaatverandering de oorzaak is van de sterfte van enkele van de oudste apenbroodbomen van Afrika. Lokale onderzoekers schatten dat de helft van de Senegalese baobabs in de afgelopen vijftig jaar door droogte en stedenbouw is gesneuveld.
Niet ver van Dakar wordt op initiatief van de president een heel nieuwe stad uit de grond gestampt, een van de grootste bouwprojecten van het land – midden in een baobabbos. Van hogerhand is beloofd dat alle bomen die moeten wijken, elders opnieuw zullen worden geplant. Aan de buitenste ring van de bouwplaats verrijzen nieuwe woningen. Op de grond ligt een gevelde baobab. Uit zijn holle binnenste stijgt een schimmellucht op. Zijn bast is gehavend door bijlsporen. Niet ver ervandaan ligt een aantal verkoolde exemplaren. Een bouwvakker vertelt dat ze met benzine zijn overgoten. ‘Je hart breekt bij het zien van een gevelde baobab’, zegt hij.
‘Het is ons nationale symbool. Maar ja, huisvesting gaat voor.’
De baobabs dienen als gemeentehuis; ontmoetingsplaatsen waar dorpse knopen worden doorgehakt, waar pasgeboren baby’s hun naam krijgen, waar geschillen worden beslecht
‘Het
is ons nationale symbool. Maar ja, huisvesting gaat voor.’
In Senegal siert de baobab het presidentiële wapen. Blinde muren worden ermee opgetooid en hij prijkt op billboards.
Een luxe strandhotel heeft zich ernaar vernoemd, evenals een beroemde worstelaar. Een van de apenbroodbomen die volgens de plaatselijke bevolking 850 jaar oud is en een omtrek heeft van maar liefst 30 meter, vormt een toeristische attractie. Je kunt een overnachting boeken in een baobabboomhut of van baobab naar baobab roetsjen met een tokkelbaan. Senegal heeft weinig rivieren en geen bergen, dus baobabs rijzen als majestueuze bakens op boven de
laagbegroeiing in het vlakke landschap. Hele gemeenschappen werden rond deze bomen opgebouwd. De baobabs dienen als gemeentehuis; ontmoetingsplaatsen waar dorpse knopen worden doorgehakt, waar pasgeboren baby’s hun naam krijgen, waar geschillen worden beslecht. Hun lijvige, pythonachtige wortels dienen als zitzakken voor de vermoeiden. Hun takken bieden schaduw aan hen die verkoeling zoeken. De stammen van sommige baobabs zijn volgehangen met voorwerpen, stuk voor stuk om geluk af te dwingen: een hanenpoot, een armband, een teenslipper. Pelgrims bezoeken de immense baobab op een van de Îles de la Madeleine, eilandjes voor de kust van Dakar, om bij wijze van gebed geld of briefjes in de gleuven van de stam te schuiven.
Bidden voor regen
De afgelopen jaren is het regenseizoen steeds later begonnen en is de regenval verminderd. Terwijl het land zich opmaakt voor steeds meer droogte, scharen veel dorpelingen zich rondom de plaatselijke baobab om te bidden voor regen. In het dorp Diock, op drie uur rijden van Dakar, had het regenseizoen al lang moeten zijn losgebarsten, maar begin augustus heeft het er nog maar vier keer geregend. De giersthalmen in de omringende velden steken maar net boven de grond uit. ‘We zien op tv wat er in Europa en de rest van de wereld gebeurt’, zegt Mamadou Diop, de dorpsoudste. ‘We weten wat ons boven het hoofd hangt.’ Om de klimaatverandering te beteugelen proberen de dorpelingen het gebruik van benzine-slurpers te beperken en jonge bomen bij de houtkap te ontzien. Maar de oogsten zijn zo schamel dat een groot deel van de zeshonderd inwoners de akkerbouw heeft opgegeven en naar de stad is getrokken, waar ze werk vinden in het onderwijs of bij het leger. ‘We doen ons best de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen’, zegt Diop, ‘maar het lijkt alsof we machteloos staan.’
Iedere stad en ieder dorp kent zijn eigen baobab- traditie. In Diock loopt een pasgetrouwd stel na de huwelijksinzegening zevenmaal om de plaatselijke apenbroodboom. In Fadiouth, een schelpeneiland aan de zuidwestkust, houden rouwstoeten halt aan de voet van de dorpsbaobab, voordat ze verdergaan naar het katholieke heiligdom en de begraafplaats. Seydou Kane, werkzaam voor het ministerie van Cultuur, werd op vierjarige leeftijd in de stad Thiès besneden onder een baobab. Volwassenen hadden hem verteld dat er in de apenbroodbomen geesten huizen die boos worden als je de stam aanraakt. Na de ceremonie werd hij geacht met een mes in de boombast te kerven. Hij raapte al zijn moed bijeen, rende naar de baobab en bracht een kerf in de schors aan. ‘Nu ben je een man’, werd hem voorgehouden. ‘Nu hoef je nergens meer bang voor te zijn.’ Onlangs bezocht Kane de boom uit zijn jeugd. Hij was gestorven.
Baobabbladeren vormen een vast onderdeel van het dieet van Selbe Dione en haar zus, die in de regio Fatick wonen. Met behulp van een lange houten stok plukken ze de bladeren van de grote boom die midden in het veld van de buren staat. De boom helt opzij, alsof hij hun tegemoet wil komen. ‘Alles aan de baobab is mooi’, zegt Dione, terwijl ze omhoog kijkt naar de groene ovale vruchten en de grote, witte, hangende bloemen. ‘Van de kruin tot aan de wortel.’
Iedere stad en ieder dorp kent zijn eigen baobab-
traditie. In Diock loopt een pasgetrouwd stel na de huwelijksinzegening zevenmaal om de plaatselijke apenbroodboom. In Fadiouth, een schelpeneiland aan de zuidwestkust, houden rouwstoeten halt aan de voet van de dorpsbaobab, voordat ze verdergaan naar het katholieke heiligdom en de begraafplaats. Seydou Kane, werkzaam voor het ministerie van Cultuur, werd op vierjarige leeftijd in de stad Thiès besneden onder een baobab. Volwassenen hadden hem verteld dat er in de apenbroodbomen geesten huizen die boos worden als je de stam aanraakt.
Na de ceremonie werd hij geacht met een mes in de boombast te kerven. Hij raapte al zijn moed bijeen, rende naar de baobab en bracht een kerf in de schors aan. ‘Nu ben je een man’, werd hem voorgehouden. ‘Nu hoef je nergens meer bang voor te zijn.’ Onlangs bezocht Kane de boom uit zijn jeugd. Hij was gestorven.
Baobabbladeren vormen een vast onderdeel van het dieet van Selbe Dione en haar zus, die in de regio Fatick wonen. Met behulp van een lange houten stok plukken ze de bladeren van de grote boom die
midden in het veld van de buren staat. De boom helt opzij, alsof hij hun tegemoet wil komen. ‘Alles aan de baobab is mooi’, zegt Dione, terwijl ze omhoog kijkt naar de groene ovale vruchten en de grote, witte,
hangende bloemen. ‘Van de kruin tot aan de wortel.’
Tombe
In een aantal van de oudste baobabs van Senegal is het weefsel afgestorven, wat enorme holtes oplevert. In de kustplaats Nianing staat een baobab met een holte waarin met gemak tien mensen kunnen staan. Vroeger werden deze holtes als mausolea gebruikt voor griotten [verhalenvertellers], die er rechtop in werden begraven. Deze mannen waren wandelende bibliotheken; de kracht van hun woorden werd zo sterk geacht dat die tot in de eeuwigheid vanuit de boom zou uitstralen. De gewoonte werd in de jaren zestig verboden, maar inwoners van plaatsen met apenbroodbomen die ooit tombes waren, hebben het nog altijd over heilige baobabs. Ook zijn veel begraafplaatsen rondom baobabs aangelegd. In Kaolack liggen 45 koningen van de Guelewar-dynastie begraven onder een baobab.
In een uitgestrekt veld in Samba Dia, waarop één enkele, reusachtige baobab prijkt, hoedt de 72-jarige Aminita Ba haar geiten. Toen Ba hier vijftig jaar geleden neerstreek, bouwde ze haar huisje naast de boom, wetende dat hij als wegwijzer zou fungeren voor bezoekers. ‘Ik ben zo trots op deze baobab’,
zegt ze. ‘Je kunt hem al van verre zien, en naast
deze enorme boom staat een huisje: en dat is míjn huis.’
Dionne Searcy
Auteur: Dionne Searcy

