Honderden civiele fabrieken houden met hun oorlogsproductie de Russische economie draaiende. Een wapenstilstand zou een ‘ontwenningssyndroom’ veroorzaken – met een crisis als resultaat.
De mogelijkheid van een wapenstilstand in Oekraïne leidt tot veel discussie – en scepsis – onder politieke analisten, maar economen zijn het erover eens: financieel gezien is het niet in het belang van Rusland om de oorlog voort te zetten. De aanhoudende invasie van Oekraïne dunt de reserves uit, vergroot het begrotingstekort en stort de economie in een recessie. Toch wordt er weinig gesproken over wat er daadwerkelijk zou gebeuren als de gevechten op miraculeuze wijze zouden stoppen. De Russische economie, die al is omgevormd tot een oorlogseconomie, is op dit moment totaal niet voorbereid op vrede.
25-47 miljard roebel per dag
Hoeveel Rusland aan de oorlog uitgeeft, is wel min of meer duidelijk: de kosten voor de federale begroting, regionale begrotingen en bedrijven die gedwongen worden om als sponsors op te treden, worden geschat op een bedrag van tussen de 25 miljard (volgens berekeningen van The Insider) en 47 miljard roebel per dag (volgens Janis Kluge, onderzoeker bij het Duitse Instituut voor Internationale en Veiligheidszaken).
Het Stockholm International Peace Research Institute (SIPRI) verwacht dat de Russische militaire uitgaven tegen het einde van 2025 zo’n 7,2 procent van het bbp zullen bedragen, het hoogste niveau sinds de Sovjettijd (in 1990 bedroegen deze uitgaven 12 à 13 procent van het bbp). Deze door de staat opgelegde stimulans wordt verdeeld over de ongeveer zesduizend leveranciers en aannemers die samen het Russische militair-industriële complex vormen, zoals vermeld in het besloten register van het ministerie van Industrie en Handel. Het Dossier Center kreeg in het voorjaar van 2025 toegang tot deze gegevens. Het maakte bekend dat ongeveer een derde van de gelukkige ondernemingen (2023 om precies te zijn) actief is op het gebied van radio-elektronica, en dat er verder forse aandelen zijn in de luchtvaart (390 bedrijven), de werktuigbouw en zware machinebouw (216), de conventionele wapenindustrie (167) en de productie van munitie en speciale chemicaliën (86).
De militaire machine wordt echter ook bediend door bedrijven uit de civiele sector: lichte industrie die zich bezighoudt met de productie van militaire uniformen, voedingsmiddelen en hout (298 bedrijven), plus bedrijven die zich bezighouden met scheepsbouw (265). Kortom, het register omvat veel meer dan alleen bedrijven die uitsluitend militaire goederen produceren. ‘Ongeveer 850 ondernemingen die voorheen geen band hadden met de defensiesector, raakten bij dit werk betrokken,’ zei de Russische minister van Industrie Anton Alikhanov in juni 2024.
‘Ongeveer 850 ondernemingen die voorheen geen band hadden met de defensiesector, raakten bij dit werk betrokken’
Veel van deze bedrijven kunnen nog steeds vrij opereren: van de 6088 ondernemingen (exclusief filialen) is slechts 47 procent aan sancties onderworpen. Uit een analyse van een kwart van de bedrijven in het register van het militair-industrieel complex bleek ook dat het importvolume voor zowel gesanctioneerde als niet-gesanctioneerde organisaties over het algemeen hetzelfde is. Het opheffen van sancties zal, als en wanneer dat gebeurt, voor veel van deze bedrijven dus geen grote economische impuls betekenen.
Het kan niet gezegd worden dat bepaalde regio’s uitsluitend afhankelijk zijn van defensiebedrijven. Toch vallen de grootste clusters op, en als de defensiecontracten zouden krimpen, zou dit lokaal leiden tot een recessie. Het grootste aantal bedrijven uit het register is gevestigd in Moskou (1645), Sint-Petersburg (786) en de regio Moskou (524), maar veel rechtspersonen zijn formeel in deze gebieden geregistreerd terwijl ze elders actief zijn. Gebieden die zonder de oorlog waarschijnlijk het meest te lijden zouden hebben onder economische achteruitgang zijn Tatarstan (255 bedrijven), de regio Nizjni Novgorod (247), Sverdlovsk (182), Tsjeljabinsk (141), Samara (111), Rostov (89), Tula (85), Novosibirsk (77) en de regio Perm (76).
In verschillende gebieden maakt de defensieproductie een aanzienlijk deel uit van de industrie. De regio Sverdlovsk is bijvoorbeeld gespecialiseerd in de productie van gepantserde voertuigen. De grootste onderneming van de regio, Uralvagonzavod in Nizjni Tagil, produceert niet alleen rollend materieel voor de spoorwegen, maar ook gevechtsmaterieel, waaronder T-14 Armata-tanks, gemoderniseerde T-72B3-tanks, gepantserde BREM-1M-bergingsvoertuigen en BRM-1K-gevechtsverkenningsvoertuigen. In totaal is de regio goed voor 20 procent van de defensiebedrijven in Rusland.
De regio Tula is de grootste producent van munitie, handvuurwapens, artillerie en antitank- en luchtafweergeschut. De defensie-industrie daar omvat bedrijven zoals Tula Cartridge Works, de Imperial Tula Arms Plant en NPO Strela, dat het Russische leger voorziet van verkenningssystemen voor rakettroepen en artillerie.

De regio Rostov is ondertussen de bakermat van gevechtshelikopters zoals de Mi-24P, de Mi-28N ‘Night Hunter’, de vuursteunhelikopter Mi-35M en de Mi-26, die tot 20 ton vracht kan vervoeren in de cabine of aan een externe sleeplijn. Tatarstan, met de dronefabriek in Yelabuga, is ook de thuisbasis van fabrikant Kamaz, die de defensiesector voorziet van voertuigen die 30 procent van de totale productie van de autofabrikant uitmaken.
‘De Mustang-vrachtwagens behoren tot de meest voorkomende voertuigen in ons leger. Als onderdeel van de opdracht zijn er modellen ontwikkeld met een laadvermogen van 4, 6 en 10 ton voor het vervoer van personeel, diverse vracht en het trekken van aanhangwagens met een gewicht van 6 tot 12 ton. Deze voertuigen kunnen zowel op de weg als offroad rijden en tot op 4600 meter hoogte bergpassen oversteken,’ aldus een verklaring op de website van het staatsdefensieconcern Rostec.
Volgens het ministerie van Industrie en Handel werken in totaal 3,8 miljoen mensen in het militair-industrieel complex. En zelfs dat is niet genoeg om alle orders bij te houden. Volgens de eerste vicepremier Denis Manturov komt de sector ondanks een aanzienlijke instroom van werknemers uit civiele fabrieken naar het militair-industrieel complex nog steeds ongeveer 160.000 mensen tekort.
Schadelijk
Dat oorlog altijd schadelijk is voor de economie, staat onder economen al lang buiten kijf. Uit een analyse van gegevens uit 133 landen over de jaren 1960-2012 blijkt dat bij een stijging van 1 procent van de militaire uitgaven als onderdeel van het bbp de economische groei met 1,1 procentpunt omlaag gaat. Naarmate de defensie-uitgaven stijgen, gaan de uitgaven voor sociale voorzieningen onvermijdelijk omlaag, en in geval van oorlog kan de daling van het bbp per hoofd van de bevolking volgens deskundigen van de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling oplopen tot 40 à 70 procent.
Als we naar voorbeelden uit het verleden kijken, zien we dat het tempo van het naoorlogse herstel sterk varieert: in ongeveer een derde van de gevallen keert het bbp per hoofd van de bevolking binnen vijf jaar terug naar het niveau van vergelijkbare landen zonder oorlog, maar in bijna de helft van de gevallen blijft het zelfs tot 25 jaar na het conflict onder dat niveau. ‘Herstel is vooral moeilijk als de bereikte vrede onstabiel is. Bovendien kunnen er, zelfs als het bbp weer stijgt, onuitwisbare littekens achterblijven die gevolgen hebben voor arbeidskrachten en kapitaal,’ waarschuwen de onderzoekers. Oorlogen leiden tot hogere begrotingsuitgaven voor de komende decennia, waaronder financiële verplichtingen aan veteranen en het aflossen van schulden die zijn opgebouwd om militaire uitgaven te dekken.
Na het einde van een oorlog nemen de defensiebestellingen niet altijd onmiddellijk af. Soms verhogen staten ze zelfs om de wapenvoorraden aan te vullen en te voorkomen dat een economie die afhankelijk is geworden van defensie-uitgaven plotseling instort. Dit was bijvoorbeeld het geval na het grensconflict tussen India en Pakistan in 1999, bekend als de Kargiloorlog. De defensie-uitgaven in beide landen begonnen volgens het SIPRI te stijgen, ook al vond er – behalve dat conflict – in de jaren negentig en begin deze eeuw slechts een handvol eendaagse conflicten plaats tussen beide landen.
Herstel is vooral moeilijk als de bereikte vrede onstabiel is
Rusland zal in geval van een wapenstilstand waarschijnlijk ook zijn defensie-uitgaven niet verminderen, aldus Vladislav Inozemtsev, medeoprichter van het European Center for Analysis and Strategy: ‘Er is zo veel materieel verloren gegaan dat de defensie-industrie nog minstens vijf tot tien jaar op volle capaciteit zal draaien, of zelfs zal uitbreiden.’
Natuurlijk zal het defensiebudget op een bepaald moment na het einde van het conflict beginnen te krimpen. Volgens Konstantin Sonin, hoogleraar aan de Universiteit van Chicago, zal in alle fabrieken die tijdens het conflict zijn uitgebreid, voornamelijk wapenproducenten, de werkloosheid enorm zijn zodra de oorlog stopt. ‘De grootste slachtoffers zullen de zogenaamde “hightechbedrijven” zijn die drones, precisieraketsystemen en dergelijke produceren. Het drama van eind jaren tachtig en negentig zal zich herhalen, toen honderdduizenden mensen hun baan in de defensiesector verloren en van de regering eisten dat zij zou blijven investeren in deze zinloze productiesector die het land niet nodig had,’ zegt hij. Tegelijkertijd, zo verduidelijkt Sonin, zal de demilitarisering van de Russische economie noodzakelijk zijn om de groeivooruitzichten te maximaliseren.
Veel civiele ondernemingen zullen ook de steun van de defensiecontracten van de staat verliezen. Daarnaast zal de uitstroom van werknemers uit deze bedrijven en uit een vertragende defensie-industrie op zijn minst leiden tot een stagnatie van de loongroei, terwijl de jaarlijkse consumenteninflatie het reële inkomen opeet. Veel zal afhangen van de vraag welke sancties worden opgeheven in het geval van een wapenstilstand.
‘Exporteurs zullen meer geld hebben, Russen in het algemeen zullen meer geld hebben, en dit zal bijdragen aan de groei’
Sonin merkt op dat zelfs in het geval van een vredesakkoord in Oekraïne geen volledige opheffing van de sancties te verwachten valt. Maar zelfs een gedeeltelijke verzachting van het internationale isolement van Rusland zou een positief effect hebben op de economie van het land: ‘Exporteurs zullen meer geld hebben, Russen in het algemeen zullen meer geld hebben, en dit zal bijdragen aan de groei.’
Inozemtsev verwacht van zijn kant dat deze groei bescheiden zal zijn. ‘Grote olieleveringen aan China en gedeeltelijke olieleveringen aan India worden een jaar of twee van tevoren gecontracteerd, en Poetin zal deze niet naar Europa omleiden. Een terugkeer naar de Europese markt zal hooguit betekenen dat de gasleveringen worden hersteld, maar de inkomsten daaruit zijn ongeveer vijf keer zo laag als die uit olie. Wat olie betreft zullen alleen de Indiase kortingen (de Russische prijsverlagingen voor India als gevolg van verminderde leveringen aan Europa en sancties) verdwijnen en zullen de kosten voor transport en betalingsverwerking mogelijk dalen, wat de prijs in totaal met 10 à 12 dollar per vat zou verhogen.’
Toch zou het psychologische effect van de verschuiving in het ondernemersklimaat in Rusland op zijn minst een positieve impact kunnen hebben. ‘Bedrijfsleiders wachten op het einde van de oorlog om zekerheid te krijgen omtrent beslissingen over investeringen. En als er vrede komt, zal de economie zich gaan herstellen, ongeacht de olie-export naar Europa. De vraag waar die export heen gaat, is op dit moment amper van belang,’ aldus Inozemtsev.

