ANP 506880618


Voor het eerst heeft de uiterst rechtse FPÖ de Oostenrijkse verkiezingen gewonnen. Dat ze nog eens tot zulke hoogten zou stijgen, dat hadden ze in de partij zelf waarschijnlijk nooit gedacht. Toespelingen op het nationaalsocialisme, democratievijandigheid: er is op dit moment weer veel denkbaar in Oostenrijk.

Gemma, gemma, hop, hop, hop!’ schreeuwt John Otti in de congreshal van Graz. Heel Oostenrijk kent hem als bandleider, leadzanger en stemmingmaker van de FPÖ, maar het ‘hop, hop, hop!’ wil op deze septemberdag niet zo veel uithalen. De stemming is lauw, het publiek heeft geen zin om op afroep geestdriftig te zijn, de kopstukken zijn er nog niet, en het is ook nog ondraaglijk heet. ‘Borden omhoog!’ brult Otti. En omdat de camera’s lopen, omdat de livestream van de officiële aftrap van de verkiezingscampagne vanuit Graz in het hele land stormen van enthousiasme moet ontketenen, steken de wachtenden, conform hun figurantenrol, hun bordjes omhoog waarop ‘Kickl kan het’ staat. Dat hebben de populisten van rechts weleens beter gekund.

Het duurt bijna een uur van geforceerde warming-up, een promofilm over een gelukkige FPÖ-republiek, over een ‘vesting Oostenrijk’, het land van ‘volkskanselier’ Herbert Kickl, tot die, voorzien van een map met papieren, het podium beklimt en de hal nog eens extra opwarmt: hij wil ‘de rood-wit-rode boog spannen en de blauwe pijl van de vrijheid afschieten – recht in de roos’. Gemma, gemma, hop, hop, hop!

Zwelgen in het verleden

Dat is de ene FPÖ. De andere verzamelt zich in wijnlokalen en plattelandscafés, in openluchtzwembaden en buurthuizen. Daar waar de ‘heimatzomer’ wordt gevierd, die voorafgaat aan de officiële, agressieve verkiezingscampagne van de partij op straat en in de media. Daar zitten dertig, of soms vijftig mensen met een witte spritz en pretzels, of met pastasalade en limonade bij elkaar, die al zolang ze zich kunnen herinneren op rechtse populisten stemmen. Hier kennen de mensen elkaar, hier zwelgen ze in het verleden en kijken ze niet naar de toekomst.

Dat is de ook reden waarom twee oude heren in een met wijnranken versierd wijnlokaal in het stadje Mödling, niet ver van Wenen, heel snel bij Jörg Haider uitkomen. Dat is bij politieke bijeenkomsten in Oostenrijk ook zestien jaar na de dood van de legendarische stemmentrekker en politicus uit Karinthië nog niet veranderd. Haider, die getalenteerd, van kleur wisselend en schaamteloos populistisch de FPÖ groot maakte en de partij in het jaar 2000 zelfs een bondsregering binnenloodste. Op zeker moment gaat het altijd weer over Jörg Haider.

Voor in het restaurant wordt nog aan de techniek gesleuteld, want zo dadelijk gaat de lokale minister over ‘veiligheid en asiel’ spreken en zal ze eraan herinneren dat niets anders dan een ‘totale asielstop’ de natie kan redden. Bovendien staat de lokale kandidaat voor de parlementsverkiezingen klaar, een zorgvuldig opgemaakte presentatrice van de eigen zender van de FPÖ die eruitziet als een model, evenals Europarlementariër Petra Steger, in een staalblauwe zomerjurk die past bij de partijkleur, wier spreektempo past bij haar verleden als voormalige topsporter.

Ze is al lang bezig met leuzen als ‘Vaderlandsliefde in plaats van Marokkaanse dieven’ en ‘Meer moed voor ons Weense bloed’

Een tamelijk uitgebreid programma voor een kleine, ‘traditionele zomerse wijnproeverij’ op loopafstand van het station, waarbij de stamgasten meer lokale overlijdensberichten en ziektegeschiedenissen uitwisselen dan politieke leuzen, en de door de partij betaalde drankjes drinken. Maar in de gemeenteraad ligt de FPÖ ver achter op de ÖVP, de Groenen en de sociaal-democraten. Dat is haast pijnlijk; eerder haalde de FPÖ in de hele deelstaat Neder-Oostenrijk uiteindelijk 25 procent van de stemmen.

En deze keer mag er niets fout gaan, alles moet uit de kast worden gehaald. Na het succes bij de verkiezingen voor het Europees Parlement, waarbij de FPÖ eveneens met een kwart van de stemmen net voor de conservatieven en de sociaal-democraten eindigde, moet het bij de landelijke verkiezingen op 29 september definitief gebeuren. De deels extreemrechtse FPÖ wil de grootste partij worden en de kanselier leveren.

In de Tweede Republiek veroorzaakt dat veel minder opschudding dan bijvoorbeeld het idee van een Björn Höcke als bondskanselier in Duitsland zou veroorzaken. Een paar burgerinitiatieven, een paar open brieven: daar blijft het bij. Want de FPÖ is er al decennialang bij; ze is al te lang bezig met leuzen als ‘Vaderlandsliefde in plaats van Marokkaanse dieven’ en ‘Meer moed voor ons Weense bloed. Te veel vreemds doet niemand goed’, om nog een golf van verontwaardiging op te wekken wanneer iemand als Herbert Kickl het land definitief los wil maken uit zijn liberaal-conservatieve verankering in Europa. In drie deelstaten maken de FPÖ’ers sowieso al deel uit van de regering. En waarschuwingen voor een politiek isolement van Oostenrijk onder een zelfbenoemde ‘volkskanselier’ Kickl vinden in een EU vol grote radicale partijen ook steeds minder gehoor.

Teloorgang van het vak

De twee vriendelijke oude heren die zich voorstellen als Peter en Walter – hier tutoyeert iedereen elkaar – hebben een gezellig hoekje gevonden op de houten banken in de overdekte tuin en wisselen anekdotes uit. Walter had vroeger een taxibedrijf; intussen is hij 85, maar nog altijd mobiel, met een knalblauw hoedje. Verontwaardigd vertelt hij over de teloorgang van het vak: te veel Turken, die alle tarieven verpesten, geen Duits kennen en ‘zich tijdens het rijden voortdurend omdraaien naar de achterbank; zo stapt er geen vrouw meer in als ze voortdurend wordt aangesproken’. De concurrentie uit het buitenland is überhaupt te veel, te lawaaiig, te corrupt, te duur. ‘Ze maken de hele business kapot.’ Walter heeft zijn bedrijf allang overgedaan aan zijn zoon; dat de zaken goed lopen zou ook aan de ‘vertrouwde Oostenrijkse naam’ te danken zijn.

Zijn gesprekspartner stelt zich bescheiden voor als ‘maaltijdbezorger’; toch was hij zelfs ooit bedrijfsleider in een restaurant – in Beieren weliswaar, waar ‘de mensen me kwalijk namen dat ik het witbier voor 10 pfennig meer verkocht, maar wel met een tafelkleedje en een bloemetje’. In Beieren was hij de buitenlander, maar de ‘inheemsen’ hadden voor hem ook ‘alles kapotgemaakt’, daarom was hij naar huis gekomen. Naar waar hij thuishoorde.

Herbert Kickl geeft leiding aan een daadkrachtige, gewetenloze troep rechtsextremisten

Walter heeft een petje met Haider-opschrift, maar dat draagt hij niet in het openbaar, zeker niet bij de FPÖ, ‘want dan wil iedereen het meteen hebben’. Dat komt door de mythe van de man die de groep van voormalig nazi’s, die na de oorlog was gevormd, in de jaren negentig omvormde tot een nieuwe machtsfactor met agressieve retoriek, een opdringerig volks karakter en seksueel getint machogedrag. Dat fascineerde, al werkte het ook afstotend. Haiders opkomst duurde bijna twee decennia, zijn val slechts een paar jaar: de eerste regering van ÖVP en FPÖ werd rond de eeuwwisseling zonder hem gevormd; een door hem gestichte concurrerende partij had vooral succes in zijn thuisland Karinthië. Ten slotte racete hij zich dood in zijn limousine. 

Tegenwoordig heeft de partij Herbert Kickl: ook een Karinthiër, ook een machtspoliticus, maar van een heel ander slag. Hij verandert niet van kleur, rijdt geen snelle auto’s, maar maakt graag trektochten te voet en leeft sober; hij deelt geen bankbiljetten uit op straat – een beroemde actie van Haider – en geldt als onbenaderbaar en arrogant. Maar hij heeft de partij na een terugval weer teruggebracht op 30 procent, hij geeft leiding aan een daadkrachtige, gewetenloze troep rechtsextremisten en zijn retoriek is nog agressiever dan die van Haider. 

Democratisch gekkenhuis

Intussen staat op het podium de 36-jarige Europarlementariër Steger achter de microfoon, en die geeft ze een uur lang niet meer af: het Europees Parlement zou een ‘democratisch gekkenhuis’ zijn, Viktor Orbán is met zijn reis naar Vladimir Poetin en Donald Trump een ‘voorbeeld’, en de oorlogshitserij van het Westen moet stoppen. Waar je ook kijkt, overal klimaatcommunisme, welvaartsvernietiging en criminele buitenlanders. Dat de wereld nog overeind staat is een wonder. 

In het wijnlokaal van Mödling wordt de met water aangelengde sommerspritzer langzaam maar zeker vervangen door een paar kwartliters huiswijn. De eerste bezoekers vertrekken, Peter en Walter zijn moe, en de keurig gekapte persvoorlichter, wiens propagandamateriaal in de kartonnen doos niemand wil hebben, staart op zijn mobieltje. De spreekster benadrukt nu voor de tiende keer: ‘Zodra onze Herbert Kickl volkskanselier wordt, gaat alles anders worden.’ Dat duurt nog vier weken en de stemming is eh… goed. 

De FPÖ is zeker van de overwinning, meer dan ooit. Al bijna zeventig jaar is ze politiek actief, altijd aan de uiterst rechtse rand, verankerd in het milieu van corpsleden en in nationalistische kringen. Maar dat een partij die zich decennialang moest rechtvaardigen wegens nationaalsocialistische toespelingen en antidemocratische gezindheid, en die elk schandaal tot ‘incident’ verklaarde, door de tijdgeest omhoog gestuwd zou worden, dat hadden zelfs notoire woordvoerders van de ‘blauwen’ niet durven hopen.

Ze nemen propagandavideo’s op voor het zogeheten ‘Hitlerbalkon’ aan de Hofburg en juichen de ‘remigratie’ toe.

Blauw als partijkleur past ook goed bij de AfD, waarvan regelmatig vertegenwoordigers te zien zijn in het hoofdkantoor van de FPÖ in de Weense binnenstad, en die denkrichting past weer goed bij de opkomst van de rechtse populisten, nationalisten en racisten in heel Europa, die staan te popelen om ‘het systeem’ en ‘de elites’ te bestrijden. De FPÖ geldt in het concert van de ‘patriotten’, zoals de nieuwe Europese fractie heet, als het model voor succes – ervaren in de defensieve strijd tegen ‘het linkse establishment’ en in de strijd tegen de liberale democratie. 

Schreeuw van verzet

Dit jaar ontstond er in Turkije flinke ophef over een ceremonie op 30 augustus, de dag waarop ieder jaar de overwinning van het Turkse leger – in 1922, onder leiding van Atatürk – in de strijd om de onafhankelijkheid wordt gevierd. President Erdogan was present om de diploma-uitreiking van leerling-officiers bij te wonen.

De scène die de controverse veroorzaakte was niet op de officiële beelden van het ministerie van Defensie te zien. Buiten het protocol om begonnen bijna alle studenten aan het einde van de ceremonie te zingen: ‘Wij zijn de soldaten van Mustafa Kemal!’ Deze slogan wordt al jaren massaal door de seculiere oppositie ingezet als een strijdkreet en een schreeuw van verzet tegen de religieus-nationalistische regering van Erdogan. Vervolgens haalden de leerling-officiers hun ceremoniële zwaarden tevoorschijn en legden ze samen de eed af om een ‘seculier en democratisch’ Turkije te beschermen.

Het leger, dat altijd zeer gehecht is geweest aan de figuur van Atatürk, heeft tientallen jaren lang staatsgrepen in zijn naam gepleegd om zichzelf op te werpen als beschermer van de orde en het secularisme. Bij de recentste staatsgreep, in 1997, werd de islamistische regering van Necmettin Erbakan, mentor van Erdogan, omvergeworpen. Laatstgenoemde, destijds burgemeester van Istanboel, kreeg vier maanden gevangenisstraf. De verhouding tussen het leger met zijn vele ‘Kemalisten’ – aanhangers van Kemal Atatürk – en Erdogan is dan ook slecht. Erdogan probeert nog altijd militairen voor het gerecht te slepen wegens betrokkenheid bij de staatsgreep in 2016 en wil meer moslims en aanhangers van hemzelf in het leger krijgen.

De gezichten van de nieuwe FPÖ achter Herbert Kickl hebben kaalgeschoren koppen, ze nemen propagandavideo’s op voor het zogeheten ‘Hitlerbalkon’ aan de Hofburg, waarop de dictator uit Braunau voor een jubelende mensenmenigte de Anschluss vierde, en juichen de ‘remigratie’ toe. Het verkiezingsprogramma van deze nieuwe FPÖ had misschien zelfs Haider, die het antibuitenlandersentiment en de slogan ‘Österreich zuerst’ uitvond, zenuwachtig gemaakt: het recht op asiel moet door een soort wet op de noodtoestand worden uitgehold, migranten dienen nog nauwelijks medische zorg te krijgen, ‘politiek bedrijvende leraren’ moeten worden aangegeven, culturele en etnische homogeniteit moet worden afgedwongen. 

De kansen op een verkiezingsoverwinning waren nog nooit zo groot. Maar voor een regeringsdeelname zou de ÖVP veel moeten verliezen. Bondskanselier Karl Nehammer benadrukt intussen dagelijks dat met de FPÖ zeker een coalitie te vormen valt, maar in geen geval met voorman Kickl. De ÖVP wil de grootste partij worden en voorwaarden stellen – FPÖ: ja, Kickl als ‘veiligheidsrisico’ voor de republiek: nee.

Desinformatie

In de eetzaal van een degelijk restaurant in de minstens zo degelijke Weense wijk Hietzing hebben zich, in het kader van de aftrap van de ‘heimatzomer’-verkiezingscampagne, een paar dozijn zwetende FPÖ-aanhangers verzameld om een voordracht over ‘desinformatie en fake nieuws door de mainstreammedia’ te horen. De ORF, de door de FPÖ bijzonder gehate publieke omroep, zit maar een paar straten verderop. De spreker is Leo Lugner, en die heeft als prominent figuur ondubbelzinnig een extra voordeel. De advocaat is de schoonzoon van Richard Lugner, de bouwondernemer die het Weense Operabal regelmatig heeft verrijkt met sterren – en de lokale society met steeds nieuwe echtgenotes. Richard Lugner is een paar dagen eerder overleden. 

In Hietzing, bij zijn korte voordracht, beantwoordt de zevendertigjarige de bezorgde vragen naar zijn welbevinden steeds met een kleine buiging en een terloops ‘naar omstandigheden goed’. Dan gaat hij los, hij is daar tenslotte als mediaspecialist, want ‘als linkse mensen waarschuwen voor fake nieuws en ons dat verwijten, maken ze er meestal zelf gebruik van’.

Leo Lugner, die graag tegen de ‘globohomo-ideologie’ van de lhbti-gemeenschap tekeergaat, raadt met klem aan om alles wat de mainstreammedia schrijven te bevragen; er zijn immers zo veel goede, interessante bronnen – zoals Compact, een extreemrechts tijdschrift waartegen in Duitsland een verbodsprocedure loopt. En het kan helemaal geen kwaad als ook eens een paar Russische meningen zouden worden verdedigd.

De bondskanselier in spe, Herbert Kickl, beschouwt de klimaatpolitiek van de zittende kanselier van de ÖVP als ‘volledig over de top’

Trouwens, wat Duitsland aangaat: Solingen. De mainstreammedia hadden het gebagatelliseerd, de herkomst van de dader verzwegen. Nu komt Lugner met de Lügenpresse, en met buitenlanders, en dan met criminaliteit, vervolgens met uitzetting. De stemming zou hier ook uitstekend zijn, als het niet zo heet was. Maar de klimaatverandering en de heetste zomer aller tijden zijn ook nu weer geen thema. In het FPÖ-programma heeft het klimaat alleen een plekje in het hoofdstuk ‘Thuisland, identiteit en milieu’, omdat de bondskanselier in spe, Herbert Kickl, de klimaatpolitiek van de zittende kanselier van de ÖVP, die voor verbrandingsmotoren kiest en zich verzet tegen de natuurherstelwet van de EU, als ‘volledig over de top’ beschouwt.

Ook de spreekwoordelijk ‘hete aftrap’ van de verkiezingscampagne in Graz wordt overschaduwd door de hitte. Er resteren nu nog drie weken tot de verkiezingen. De heimatzomer is voorbij, Kickl verwacht een ‘hete herfst’ – en dat een ‘frisse blauwe wind van verandering de drek zal terugblazen in het gezicht van degenen die hem over ons willen uitstorten’. De partijleider en opperretoricus was weleens stijlvaster met zijn metaforen.

Op het moment dat hij ‘een nieuw tijdperk, een koersbepalende verkiezing’ aankondigt, is de aandacht al dramatisch verslapt. Ook Kickl, die die middag in nog het westen van het land heeft gesproken, is duidelijk moe, en moet steeds weer op zijn papier kijken. En als hij ‘de wind van verandering’ belooft, verlangt menigeen naar de avondlucht buiten de deur. Gemma, gemma, gemma liever naar huis. 


Deel dit artikel


Recent verschenen