Bouwwerken als de Tour Montparnasse in Parijs en de Vele di Scampia in Napels moeten het vaak ontgelden omdat ze lelijk of mislukt zouden zijn. Op verzoek van The New York Times nemen zeven gerenommeerde architecten de verdediging op zich.
Daniel Libeskind over de Tour Montparnasse in Parijs
‘Deze toren geldt als het meest gehate gebouw in Parijs. Ik wil voor het gebouw opkomen, niet omdat het nou zo mooi is maar om het idee erachter. De Parijzenaars raakten in paniek toen ze het zagen maar door het te verwerpen, verwierpen ze ook het idee van de dichtbebouwde ecostad. Door alle toekomstige hoogbouw te verbannen naar buurten ver weg, zoals La Défense, vond de groei alleen nog daar plaats. De Parijzenaars reageerden op esthetische gronden, zoals ze dat meestal doen, maar ze dachten niet na over wat de consequenties zijn als je een vitale, levendige stad wilt hebben in plaats van een museumstad. Mensen zijn geneigd steden te romantiseren, maar onze toenemende ecologische voetafdruk en onze schaarse middelen laten ons geen andere keuze dan goede, betaalbare hoogbouw neer te zetten. Het is geen toeval dat mensen tegenwoordig naar Londen verhuizen: er is niet alleen werk, maar ook beschikbare ruimte. Geen enkele jonge onderneming kan het zich veroorloven zich in Parijs te vestigen. De Tour Montparnasse mag dan misschien geen geniaal ontwerp zijn, hij was wel van belang voor het idee hoe de stad van de toekomst eruit moet komen te zien.’
Zaha Hadid over het Orange County Government Center in Goshen, N.Y.
‘In de jaren zestig vonden buitengewoon veel sociale hervormingen plaats. Ideeën over verandering, bevrijding en vrijheid vierden hoogtij. Tegenwoordig kiest men voor wat meer knuffelbare openbare gebouwen, maar in die tijd werden er stoere dingen gemaakt. Het complex is opgezet als een reeks met elkaar verbonden interne en externe openbare ruimten, die in elkaar overvloeien. Het is een integer, geëngageerd ontwerp, dat streeft naar verbondenheid. Als burgerlijk bestuurscentrum stond het model voor de democratie, doordat het ruimtes integreerde en volksvertegenwoordigers niet scheidde van hun kiezers. Veel vergelijkbare projecten over de hele wereld zijn ook verwaarloosd; maar daar hebben smaakvolle renovaties en een goede herbestemming lichte, genereuze gebouwen opgeleverd, waar mensen zich verbonden kunnen voelen. Het werk van Paul Rudolph is puur, maar de schoonheid zit hem in de soberheid. Er is niets aan toegevoegd om het beleefd of schattig te maken. Het is wat het is.’
Annabelle Selldorf over de Empire State Plaza in Albany
‘Tegen beter weten in hou ik van dit complex. Het is plastische, bouwkundige abstractie doorgevoerd tot in het extreme. Van een afstand geeft de skyline Albany identiteit en kracht, terwijl de plaza op straatniveau een belangrijke rol speelt in de gemeenschap. Ik weet dat anderen het te hardvochtig, te grimmig vinden, maar ik vind het prachtig in zijn monumentaliteit en kaalheid. Monumentaliteit suggereert altijd oppermacht, en dat is beangstigend. Ik heb het idee dat het minder kil zou aandoen als je meer tuinen om de plaza zou aanleggen en zou zorgen dat het aanvoelt als een onderdeel van het dagelijks leven – wat wel is geprobeerd met biologische markten en door de vijver als ijsbaan te gebruiken. Uiteindelijk gaat het erom dat je als bezoeker het gevoel hebt dat je ertoe doet, welkom bent. Als je het leven binnenlaat, wordt een ruimte levendig. Dan wordt het echt een democratische plek waar we ons kunnen verenigen en kunnen uiten.’
Ada Tolla over Vele di Scampia in Napels
‘Als iemand dit complex nu voor me neer zou zetten zonder enige achtergrondinformatie of geschiedenis, dan zou ik het als een sterk staaltje architectuur beschouwen. Het zijn iconische gebouwen die blijk geven van het modernistische idee van het recht op een woning, een woning voor iedereen. Toen dit complex werd bedacht was het heel positief, optimistisch en progressief. Het belichaamt het idee van een megastructuur als een mechanisme dat de overbevolking en verzadiging van het stadscentrum kan oplossen. De ruimtelijke planning voor de ontwikkeling van het gebied is ook een teken van dat optimisme: alle straten zijn vernoemd naar linkse, socialistische of Marxistische Italiaanse figuren. De binnenpleinen en de vorm van de gebouwen, die doet denken aan een zeil, combineren het nederigste en levendigste moment uit het Napolitaanse leven, de vicolo (smalle straat), met het uitbundige beeld van het water waarom de stad ook bekend staat. Maar het complex was vervloekt. Het werd niet volgens de specificaties gebouwd; bezuinigingen leidden tot veranderingen in de structuur en kleinere binnenplaatsen, waardoor het minder licht werd. Geen van de geplande openbare ruimten, voorzieningen, scholen of kantoren zijn ooit gebouwd. De gebouwen werden al gekraakt voordat ze klaar waren. De Camorra plaatste hekken en blokkeerde de politie de toegang. Ik vind het belangrijk om te erkennen dat de Vele geen falen van de architectuur is, maar eerder een falen in uitvoer en management. Sloop is vaak een poging om zaken onder het tapijt te vegen, en dat lijkt me niet de juiste manier om van het verleden te leren.’
Norman Foster over Vliegveld Berlijn Tempelhof in Berlijn
‘Tempelhof is een van de werkelijk grootse gebouwen uit de moderne tijd, en toch is het logisch dat niet iedereen er even enthousiast over is. De architect van het gebouw, Ernst Sagebiel, studeerde bij de Joodse meester Erich Mendelsohn maar werkte later voor de nazi’s. Het lag naast een concentratiekamp waar journalisten, politici, Joden en andere zogenaamd ‘ongewenste personen’ werden vastgehouden, dus er kleven zeer negatieve associaties aan. Als een pendule diende het eerst de doelen van het fascistische regime, en in 1948 en 1949 werd het de reddingslijn voor de luchtbrug waarmee voedsel naar de inwoners van West-Berlijn werd gebracht. Het vliegveld zit vol tegenstellingen en paradoxen. Het heeft een strenge façade, die niet zo fascistisch is, en zo in Zweden zou kunnen staan. De achterkant is een zich uitstrekkende, hangende boog. Hij verheft zich. Als je ernaartoe zou worden gebracht en je zou onder die overhanging lopen, zou je met ontzag vervuld raken. De architectuur is heroïsch; niet op een pompeuze, lege, inhoudsloze manier, maar als een werkelijk verheffend staaltje bouwkunde. Monumenten kunnen verontrustende dingen blootleggen over het verleden als je in hun voorgeschiedenis duikt. Desalniettemin hebben ze duurzame eigenschappen die, als je ze op hun eigen merites beoordeelt, wellicht een voorbeeld voor ons kunnen zijn.’
Amanda Levete over de BT Tower in Londen
‘Wat ik fascinerend vind is dat de BT Tower destijds volledig functioneel bedoeld was als telecommunicatietoren: de hoogte was dus het doel. Nu, zonder de satellietschotels, is dat doel overbodig. Daardoor heeft het gebouw veel aan visuele en symbolische kracht ingeboet. Ik was tien toen het in 1965 af was en het was jarenlang het hoogste gebouw in Londen. Als je uit het noorden kwam, zag je het vanuit de verte liggen. Dat kun je je met de huidige Londense skyline natuurlijk niet meer voorstellen. Het was het eerste gebouw met een panorama-terras; daarmee was de toren echt baanbrekend. Er was een betaalbaar restaurant. Tegenwoordig gaat hoogbouw alleen maar om het exploiteren van de skyline voor eigen gewin. Maar Londenaren kunnen ook nostalgisch zijn: we hebben een krachtcentrale die nu een galerie voor moderne kunst is [de Tate]. Ik vraag me af of de satellieten en antennes niet opnieuw moeten worden geïnstalleerd, om de toren tot een duurzame herinnering te maken aan dat moment in de jaren zestig toen Groot-Brittannië dankzij de technologie een wereldspeler werd. Er zit zoveel betekenis vervat in die elegante, slanke cilinder.’
Vincent van Duysen over het Centre Pompidou in Parijs
‘Ik bewonder de vrijmoedigheid en openheid van een gebouw dat deelneemt aan, en is verweven met de stad, de plek en de tijd. Het was zonder enig respect voor de omgeving een culturele fabriek waar je belangrijke moderne kunst-collecties kon bekijken, een super-expressief, zeer kleurrijk, complex gebouw. Het werd gezien als een afwijzing van de buurt, le Marais, en van Parijs zelf. Parijs staat voor Franse steen en lichtgrijze daken en prachtige natuurlijke kleuren, en opeens staat daar die bouwkundige machine. Aan de andere kant heeft het gebouw ook een democratisch doel, want er komen jaarlijks miljoenen mensen op af. Toen ik bouwkunde studeerde kon ik mijn ogen er niet van afhouden. Het veranderde het typische model van een museum in iets wat aantrekkelijk en uitnodigend was voor het publiek. In die tijd was het noodzakelijk dat de architectuur anders was, choqueerde. De shock bevrijdt een heleboel emoties en percepties.’
Auteur: Alexandra Lange
Vertaler: Martinette Susijn
Alexandra Lange is architectuur- en ontwerpcriticus.
The New York Times
Verenigde Staten, dagblad, oplage 990.000
De krant der kranten, met als motto ‘All the news that’s fit to print’. Won meer journalistieke prijzen dan enig ander medium.

