Inladen van bacoven op een boot in de transporttrens 1915 Koninklijke Verzamelingen Den Haag


Suriname kende meer vroege vrouwelijke fotografen, maar van de zussen Augusta en Anna Curiel, die tussen 1904 en 1937 een fotostudio in Paramaribo runden, is veel erfgoed bewaard gebleven. Te zien in Foam, Amsterdam tot 6 november.

De expositie Augusta Curiel – Yere Mi Sten (Hoor Mijn Stem) laat behalve unieke beelden van Suriname ook zien hoe ver de twee zussen vooruitliepen op hun tijd. Als ongetrouwde vrouwen voerden zij een zelfstandig (mannelijk) beroep uit in een periode waarin dat hoogst ongebruikelijk was. Hun moeder was een vrijgemaakte slaaf en Augusta werd slechts tien jaar na de afschaffing van de slavernij geboren, wat hun verhaal extra betekenis geeft in de context van Suriname’s koloniale verleden van maar liefst 287 jaar.

Wat Augusta (1873-1937) en Anna (1875-1958) bijzonder maakte, was dat zij zich waagden aan gevaarlijke reizen naar bauxietmijnen in de Amazone en andere afgelegen locaties, zegt Lucia Nankoe, die de tentoonstelling samenstelde. 

De zussen fotografeerden alles zonder censuur: van koloniaal bestuurders en hun families tot straatscènes met armoedige erfwoningen. Overdag gingen ze met hun loodzware plaatcamera op pad en ’s avonds doken ze de donkere kamer in. De chemische stoffen moesten met ijs op temperatuur worden gehouden. 

Na Augusta’s dood in 1937 zette Anna de studio voort, maar raakte in 1952 in financiële problemen. Zij verkocht huis en studio en schonk vermoedelijk een deel van hun archief aan het Surinaams Museum. Vierhonderd glasnegatieven in bruine dozen werden in 2006 ontdekt door een conservator.

De expositie, die loopt tot 6 november, toont werk uit verschillende museumcollecties en privéalbums. Het is hoog tijd dat er meer aandacht komt voor fotografisch erfgoed uit Suriname, vindt Nankoe. In Paramaribo herinnert nog geen straatnaam aan de pioniers Curiel. ‘Maar dat gaat nu komen. Let maar op.’  


Deel dit artikel


Recent verschenen