Eind december werd in Jakarta een jonge vrouw aangehouden toen ze zich opmaakte om een zelfmoordaanslag te plegen op de presidentiële garde. Het weekblad Tempo wist haar op het politiebureau te spreken te krijgen. Een interview.
De jonge vrouw is opmerkelijk kalm. Ze vermijdt elk oogcontact met mannen. Ze klinkt vastberaden als ze spreekt over de jihad en de amaliyah [een Arabische term die door extremisten wordt gebruikt voor (zelfmoord)aanslagen], de goede daden volgens een bepaalde interpretatie van de Koran. Er verschijnt alleen een lachje op haar gezicht als ze over haar man, Muhammad Nur Solihin, begint.
Hoe kwam u ertoe om dit te doen?
‘Het begon met een soort nieuwsgierigheid. Waarom zou je moeten doden? Waarom iemand de handen afhakken? Ik vond de redenaties daarvoor hard, fanatiek. Ik was er fel op tegen en op de Facebookpagina van een jihadiste discussieerde ik daarover. Maandenlang bleef ik tegen de anderen ingaan. Ze zeiden: “Ukhti [zusje], als je werd verkracht, als er familie van je werd verkracht, wat zou er dan gebeuren? Dan zou je toch woedend zijn?”’
Dus wat was uiteindelijk uw conclusie?
‘Dat ik wraak zou nemen natuurlijk. In de islam zijn we samen één lichaam. Als een van onze broeders of zusters wordt onderdrukt, wat voel je dan? Dan doet dat toch pijn? Daarmee begon mijn interesse. In alles wat ze zeggen zit wel een kern van waarheid, dacht ik toen. Maar ik begreep nog steeds niet waarom de media schreven dat we niet het recht hebben dit of dat te doen. Toen vroegen ze me: “Zusje, op welke media zoek jij? Op islamitische media of op media van ongelovigen?”’
Kunt u een voorbeeld noemen van zo’n jihadistisch account?
‘Dat van oelama Binti Gulam. Ze zeggen dat ze in Syrië zit. Ze is als een grote zus voor me en legt me veel dingen uit. En er zijn ook anderen die dat doen.’
‘In de pauzes van mijn werk in een bejaardentehuis probeerde ik te begrijpen wat de zin van dat geweld was’
Zelfs al weet u niet wie er echt achter die accounts zitten, dan gelooft u toch wat ze zeggen?
‘Het klopt niet dat ik dat niet weet. Als er een spion achter zo’n account zit, dan merk je dat uiteindelijk wel. Als je de reacties leest, dan weet je of het account echt of nep is. Om het zeker te weten doe ik rondvraag.’
Hoe lang volgt u die jihadistische accounts al?
‘Sinds een jaar.’
Maar wanneer bent u zich echt in de islamitische leer gaan verdiepen?
‘Sinds ik in Taiwan ben gaan werken. Daar zijn mobiele telefoons veel goedkoper in gebruik dan hier. In de pauzes van mijn werk in een bejaardentehuis probeerde ik te begrijpen wat de zin van dat geweld was. Op dat moment dacht ik nog helemaal niet aan de jihad. Ik dacht alleen dat de door de mens gemaakte wetten zouden moeten worden aangepast en vervangen door de wetten van de Koran.’
Waarom zocht u op sociale media naar informatie over het geloof?
‘Omdat het me moeilijker leek om dat in de echte wereld te doen. Dan zijn de mensen die je ernaar vraagt geslotener, wantrouwender. Ze verdenken [als ze jihadist zijn] degenen die vragen stellen ervan spionnen te zijn. Ze zijn bang om ontmaskerd te worden. Dus het is veiliger om dat op sociale media te doen. Ik vroeg me af waarom je zou moeten doden en bommen plaatsen. Was er geen andere manier?’
Toen ontstond uw plan voor amaliyah?
‘Toen ik [in maart 2016] uit Taiwan terugkwam nog niet meteen. Maar in de loop van de tijd werd mijn verlangen om dat te doen steeds groter. Toen de gelegenheid zich voordeed, insjallah, was ik er klaar voor.’
Hebt u contact gehad met Bahrun Naim [het vermeende brein achter de aanslagen in Jakarta van januari 2016 waarbij vier doden vielen, en sinds 2014 strijder voor IS in Syrië]?
‘Ja, heel kort geleden nog, in december. Mijn man heeft me met hem gelinkt en daarna nam Bahrun Naim meteen contact met me op.’
Wat zei hij tegen u?
‘Hij vertelde me wat het doelwit was, namelijk de presidentiële garde. Ik moest het doen tijdens de training, niet bij de wisseling van de wacht.’
Kreeg u een schema van hem?
‘Bahrun Naim zei: “Maak je daarover maar niet druk. Er is een team dat de locatie gaat verkennen. Jij hoeft alleen jouw taak te kennen.”’
Wat was het wachtwoord voor het tot ontploffing brengen?
‘Dat was er niet. Het moest meteen gebeuren, de ontploffing stond gepland voor zondagmorgen om zeven uur. Want dan oefent de presidentiële garde altijd. Het team had alles verkend.’
Hadden ze u geleerd hoe je een bom tot ontploffing brengt?
‘Nee, dat moest mijn man me onderweg naar het doelwit leren.’
Zou dat genoeg zijn geweest?
‘Insjallah.’
Waarom volgde u de orders van Bahrun Naim op?
‘U bedoelt: waarom deed ik wat hij zei? Omdat mijn man en ik trouw hadden gezworen. Het was mijn opdracht om een goede daad te doen. En Bahrun Naim heeft hier de leiding over zijn broeders.’
Gelooft u dat u dankzij deze zelfmoordaanslag in het paradijs was gekomen?
‘Het is aan Allah om te bepalen of ik naar het paradijs ga of naar de hel. Het gaat er vooral om dat ik alles doe om dat te verdienen, dat is genoeg.’
‘Ik was niet bang. Het was alsof ik naar een film keek. Ik dacht: O, dus zo ziet dat eruit’
Had u al eerder zelfmoordaanslagen meegemaakt? Wat ging er door u heen toen u die zag gebeuren?
‘Ik heb er veel gezien. Waar ik aan dacht? Ik was niet bang. Het was alsof ik naar een film keek. Ik dacht: O, dus zo ziet dat eruit.’
Is het nodig om voor ‘goede daden’ bommen in te zetten?
‘Dat wisselt per persoon. Je doet wat je kunt.’
Beseft u dat u het risico loopt te worden veroordeeld?
‘Dat weet ik, ja. Er staat me vast een gevangenisstraf of de doodstraf te wachten. Ik ben er klaar voor.’
Denkt u dat u het verkeerde pad hebt gekozen?
‘Misschien is dat zo voor de wet van de mensen, de wet die het parlement heeft aangenomen. Maar volgens de Koran is het de juiste weg.’
Maar de Koran zegt niet dat je moet doden.
‘Hoezo? Wie is er begonnen met doden? Onschuldigen, onze moslimbroeders die niet gezondigd hebben, doden wij niet.’
Bij de presidentiële garde zitten toch ook moslims?
‘Ja, maar die zijn in dienst van de president. En de president is de man die de wetten van de Koran heeft omgezet in door mensen gemaakte wetten, vandaar al dat onrecht.’
Erkent u Joko Widodo als president?
‘Ja, hij is de president van Indonesië.’
Auteurs: Wayan Agus Purnomo en Anton Aprianto
Vertaler: Tess Visser
CONTEXT: Undercover
Op 11 december 2016, een dag na de arrestatie van zelfmoordterroriste Dian Yulia Novi en haar echtgenoot, benaderde Tempo de antiterrorisme-eenheid Brigade 88 met het verzoek om de twee te interviewen. Omdat de arrestatie in Indonesië werd gezien als een manier om de aandacht af te leiden van het proces wegens godslastering tegen de burgemeester van Jakarta [en door velen niet werd geloofd], stemde de brigade toe – op voorwaarde dat de journalisten hun identiteit geheim hielden. Pas aan het eind van het gesprek vertelden ze wie ze waren. Hierop verklaarden Dian en haar man dat ze geen bezwaar hadden tegen publicatie van het interview.

