In de Future Library verzamelt kunstenares Katie Paterson boeken die pas over een kleine eeuw zullen worden gepubliceerd. Een symbolische daad van hoop in een doorgedraaide wereld.
Op een voorheen open plek in de bossen van Nordmarka, op een uur rijden van de stadsgrenzen van Oslo, groeien duizend sparren. De komende 95 jaar zullen ze blijven groeien, om in 2114 te worden gekapt, tot pulp te worden vermalen, te worden samengeperst en gebleekt, om uiteindelijk te dienen als papier voor de Future Library, de bibliotheek van de toekomst, een project van de Schotse kunstenares Katie Paterson: een bloemlezing van honderd niet eerder gepubliceerde werken van enkele van de meest gevierde schrijvers van de 21ste eeuw.
Voor elk jaar dat de bomen groeien, zal er één boek worden toegevoegd aan de bibliotheek. De boeken worden geschonken door schrijvers die worden geselecteerd door de raad van bestuur van de Future Library – een gift van de literaire poortwachters van het heden aan de lezers van de toekomst. Afgelopen zomer hebben een kleine honderd mensen de jaarlijkse pelgrimstocht gemaakt naar de open plek, om te aanschouwen hoe de Turkse schrijfster Elif Shafak het vierde manuscript voor de bibliotheek overhandigde aan Paterson. De bibliotheek bevat nu werken van Margaret Atwood, David Mitchell en de IJslandse auteur Sjón. Het overhandigingsritueel, zoals het wordt genoemd, is ingetogen.
Het publiek wordt bijeengeroepen door de fluittonen en kreten van een Noorse volkszanger die de oogst van het land inzegent. Anne Beate Hovind, voorzitter van de raad van bestuur van de Future Library, die in 2014 door de gemeenteraad van Oslo in het leven is geroepen, introduceert Paterson en Shafak bij het publiek, en vertelt vervolgens over de jonge aanplant – inmiddels een kleine veertig centimeter hoog en speciaal voor de gelegenheid opgedoft. Om de stammen zijn mooie, rode strikken geknoopt en het uiteinde van de naalden is van een jonger, frisser groen dan het wilde gras eromheen.
In eerdere jaren regende het en maakten boswachters uit de buurt koffie en warme chocomelk op grote ijzeren roosters boven een vuur, terwijl het publiek rillend onder een paraplu stond. Maar dit jaar is het al de hele dag – de hele zomer zelfs – ongebruikelijk warm en droog, en zitten de aanwezigen zwetend en met een flesje water tussen de jonge aanplant in het gras te luisteren naar Shafak, een vooraanstaand feministe en criticaster van het Turks nationalisme, en auteur van tien romans.
Ze noemt het schrijven van een roman voor de Future Library een ‘seculiere geloofsdaad’ in een wereld die lijkt te zijn doorgedraaid, die met grof geweld de verschillen tussen mensen benadrukt in plaats van te zoeken naar dat wat mensen bindt. ‘Als je een boek schrijft,’ zegt ze, ‘geloof je dat het iemand zal bereiken, iemand die anders is dan jijzelf bent, en dat er op die manier een verbinding ontstaat. Dat je in staat zal zijn de grenzen van het zelf te overschrijden, het zelf dat je bij je geboorte hebt meegekregen, je hoopt dat je in staat zult zijn te raken aan de realiteit van een ander.’
Maar over 95 jaar zullen de zaailingen zijn uitgegroeid tot echte bomen en die bomen zullen worden geofferd aan het geschreven woord, en het valt met geen mogelijkheid te voorspellen aan wiens realiteit die dan zullen raken. De komende 95 jaar zien er weinig veelbelovend uit voor de zaailingen, die veel meer dan hun voorgangers te maken zullen krijgen met allerlei door de mens veroorzaakte rampen: stormvloeden, bosbranden, hittegolven en droogten, allemaal in de hand gewerkt door het broeikaseffect.
En dan is er ook nog de net iets minder dramatische mogelijkheid dat de mensen, met de ontberingen van het leven van alledag, zich op een gegeven moment niet meer om de bomen zullen bekommeren, noch om de boeken waartoe de bomen zijn voorbestemd. De aankondiging van de auteur van het jaar gaat telkens gepaard met minder tamtam dan het jaar ervoor, en er zijn dit keer maar heel weinig reacties geweest op de keuze voor de vijfde auteur: Han Kang, winnaar van de Man Booker International Prize 2016 voor haar roman De vegetariër.
Het lijkt steeds meer iets onverteerbaar gekunstelds te hebben om een roman te schrijven die niet gelezen kan worden – een vorm van uitgesteld genot die nooit echt iets zal opleveren omdat er geen echte inzet is, alleen een symbolische. En ook op een directere manier heeft het iets onverteerbaars, in onze wegwerpmaatschappij en in deze tijd van massale ontbossing, om bomen te planten in de wetenschap dat ze zullen worden gekapt om papier te produceren.
Tijdperk van big data
Toch is de Future Library ineens minder zoetsappig, minder tactloos, als je denkt aan de veertigduizend boeken die in 48 voor Christus in de bibliotheek van Alexandrië in vlammen zijn opgegaan, of aan de brand die het Museo Nacional in Brazilië [afgelopen september] in de as heeft gelegd, vermoedelijk door een ongeluk met een papieren lampion, waarbij manuscripten en kunstvoorwerpen verloren zijn gegaan die in een periode van tweehonderd jaar waren verzameld. Het was schokkend om, in dit tijdperk van harde schijven en big data, met de neus op de feiten te worden gedrukt: hoe snel het materiaal waaruit geheugen is opgebouwd, kan verdwijnen.
De Future Library maakt de materialiteit van cultuur tastbaar door te benadrukken dat we het trage, arbeidsintensieve proces om de taal te behouden niet uit het oog mogen verliezen. De boodschap is dat we er niet te licht over mogen denken. En de boodschap is ook dat we ons er niet altijd voldoende van bewust zijn hoe literatuur tot stand komt, wordt verspreid, wordt geconserveerd en in ere wordt gehouden.
Maar dat zijn gedachten voor morgen en niet voor vandaag, want dit is een heuglijke dag. Shafaks manuscript wordt verzegeld in een prachtige grijze doos, die wordt dichtgeknoopt met een paars lint. ‘Niet openmaken en niet over de inhoud praten,’ zegt Hovind tegen Shafak terwijl ze opstaat om de doos te overhandigen aan Paterson, die stilletjes en ongegeneerd huilt. Ze legt uit dat ze dit jaar extra emotioneel is omdat ze net een kind heeft gekregen. Ze heeft het meegenomen naar het bos vandaag: een vlasblond ukkie dat 96 zal zijn wanneer de bloemlezing van de Future Library zal worden gedrukt.
Shafak kust Paterson op beide wangen wanneer ze haar het geschenk overhandigt. ‘Ik mag alleen de titel van het manuscript prijsgeven,’ verontschuldigt ze zich wanneer ze zich weer naar het publiek keert. ‘Het heet: Het laatste taboe.’
Ark van de literatuur
‘Mensen of dingen die als taboe worden beschouwd, zijn te vergelijken met voorwerpen die worden geladen met elektriciteit,’ heeft de Britse antropoloog Northcote W. Thomas ooit gezegd. Taboe, een Polynesisch woord dat door Sigmund Freud is vertaald als ‘heilige angst’, verwees gewoonlijk naar een handeling die zowel heilig als verboden was, gewijd en gevaarlijk. Het is uitstekend van toepassing op de Future Library, waar een milieutaboe wordt gekoppeld aan een artistiek taboe: bomen die worden geplant om te worden gekapt; boeken die worden geschreven om niet te worden gelezen.
Deze taboes geven de manuscripten een extra lading. In 2020 zullen ze worden overgebracht naar de New Deichman Library, die momenteel in Oslo wordt gebouwd, en daar zullen ze te zien zijn in een Stille Ruimte: een baarmoedervormige zaal met uitzicht op het bos, betimmerd met hout van de bomen uit het bos. Er kunnen een of twee bezoekers tegelijk naar binnen, om naar de manuscripten te kijken die in hun glazen vitrine liggen en zo het verstrijken van de jaren afwachten.
De Stille Ruimte heeft meer van een gebedsruimte dan van een leeszaal, en Paterson zelf spreekt van een ‘contemplatieve ruimte’. Zij hoopt dat de ruimte de verbeelding van de bezoeker zal prikkelen, en dat hij of zij vervolgens op reis zal gaan door de ‘dieptes van de tijd’ om de geheimen van het woud te doorgronden. Patersons beschrijving van de Stille Ruimte maakt duidelijk dat de boeken van de Future Library nooit bedoeld zijn geweest om te lezen, niet in ons leven, en zelfs niet in de toekomst.
Ze zijn bedoeld om te worden verafgood, om verlangen op te roepen – een verlangen dat al zijn kracht ontleent aan het feit dat het onmogelijk is ze te lezen of te reproduceren. De connectie die zij tot stand brengen tussen schrijver en lezer is niet de directe manier van aanspreken die Shafak toedicht aan boeken die fysiek over de wereld reizen, maar de projectie van een literaire verwantschap die zo intens is, zo transcendent, dat het de moeite loont om erop te wachten – of zelfs om zónder te sterven.
Deze taboes geven de manuscripten een extra lading
Patersons beschrijving van de Stille Ruimte maakt duidelijk dat de boeken van de Future Library nooit bedoeld zijn geweest om te lezen, niet in ons leven, en zelfs niet in de toekomst. Ze zijn bedoeld om te worden verafgood, om verlangen op te roepen – een verlangen dat al zijn kracht ontleent aan het feit dat het onmogelijk is ze te lezen of te reproduceren. De connectie die zij tot stand brengen tussen schrijver en lezer is niet de directe manier van aanspreken die Shafak toedicht aan boeken die fysiek over de wereld reizen, maar de projectie van een literaire verwantschap die zo intens is, zo transcendent, dat het de moeite loont om erop te wachten – of zelfs om zónder te sterven.
Het is geen toeval dat deze betovering nieuw leven wordt ingeblazen op het moment dat boeken als tastbaar voorwerp als een bedreigde soort worden beschouwd, een tijd waarin de levensvatbaarheid van boeken wordt bedreigd door de opkomst van nieuwe media-technologieën en -economieën. Hoewel de paniek onterecht is – er worden momenteel meer boeken uitgegeven en gedrukt dan ooit tevoren – grijpt de angst snel om zich heen. Je hoort de felheid in Patersons stem wanneer ze tijdens het overhandigingsritueel spreekt over het bewuste moment over honderd jaar.
‘Er zal leven zijn! Er zullen boeken zijn!’ Ze bedoelt dat er altijd een bepaald soort boeken zullen blijven: boeken die zijn geschreven door auteurs die al op een voetstuk zijn geplaatst binnen het westerse, witte literaire establishment; boeken die ongevoelig zijn voor de grillige marktwerking en die David Mitchell, refererend aan de Future Library, de ‘Ark van de literatuur’ heeft genoemd. Maar deze ark behoedt niet diegenen die daar de meeste behoefte aan hebben. De ark ontfermt zich vooral over auteurs die al hebben laten zien dat ze het sterkst zijn, zeker naar de smaak van de literaire wereld anno nu.
Een stuk naïever lijkt de koppeling van de mystieke waarde van het boek aan de toekomst van het leven op aarde, alsof de totemistische machten van het manuscript op de een of andere manier een ecologische ramp zouden kunnen afwenden. De hoop die verscholen ligt in de Future Library wordt, op haar beurt, geschraagd door een haast apocalyptische doemgedachte. De vernietiging van het milieu is een angstaanjagende, gecompliceerde, politieke kwestie, maar de raad van bestuur van de Future Library laat zich erover uit met een merkwaardige kalmte.
‘Dit is een eenvoudige plek,’ zegt Hovind over de plek in het bos. Paterson sluit zich hierbij aan. ‘Dit is een heel gewoon bos,’ zegt ze, alsof het feit dat de bomen eenvoudig en alledaags zijn, betekent dat het niet ingewikkeld hoeft te zijn om ze te beschermen, alsof alles wat de bomen bedreigt met de juiste intenties als vanzelf kan verdwijnen. Het optimisme van de kunst gedijt bij het milieupessimisme – dat is de redenatie die ten grondslag ligt aan projecten zoals de Future Library, waar verzamelingen worden aangelegd van gewijde voorwerpen.
Veel van die projecten vinden plaats in of rond Oslo, een rijke stad die het zich kan permitteren een van de meest duurzame steden ter wereld te zijn. Gesteund door de stijgende olieprijzen en het grote sociale vangnet in Noorwegen, heeft Oslo veel geïnvesteerd in initiatieven op het gebied van duurzaamheid: waterkrachtcentrales, bussen op biobrandstof, elektrische auto’s, een energiezuinig vliegveld. Hier wordt het niet alleen gezien als een privilege, maar ook als een plicht om je niet alleen rekenschap te geven van het nu, maar ook van de komende honderd jaar.
Genenbank
Wie vanuit Oslo drie uur in noordelijke richting vliegt, naar Spitsbergen, een eilandengroep die schuilgaat onder een dikke laag permafrost, treft daar de Svalbard Global Seed Vault aan, een ‘genenbank’ waar monsters kunnen worden opgeslagen van wel vierenhalf miljoen zaden van over de hele wereld: tarwe, linzen en kikkererwten uit Irak; rijst uit China en Japan; aardappelen uit Ierland; chilipepers uit Mexico.
In het geval van een kernaanval of een gebeurtenis waarbij een deel van de mensheid wordt weggevaagd – denk aan overstromingen, droogten, aardbevingen, tsunami’s, waar we allemaal al eerder getuige van zijn geweest en waarbij overal ter wereld oogsten zijn verwoest – zullen de zaden in de opslagplaats gebruikt worden om de mondiale voedselvoorraad opnieuw op te kweken. Meerdere mensen hebben dit de hedendaagse ‘Ark van Noach’ genoemd, met het verschil dat het hier niet gaat om twee, maar vijfhonderd exemplaren van elk gewas.
De gehele zadenbank is gelegen ín de berg, met uitzondering van de ingang, een hellend vlak grijs beton, dat is gesierd met een werk van de Noorse kunstenaar Dyveke Sanne getiteld Perpetual Repercussion: een installatie van verwrongen spiegels, prisma’s, roestvrijstalen balken en glasvezelkabels die blauwgroene en witte lichtflitsen de poolnacht in sturen – een artificieel noorderlicht. De bron van het licht is moeilijk vast te stellen; de stralen lijken afkomstig van overal en nergens.
Dat is precies hoe de biologen van Svalbard zich voorstellen dat de zaden de aarde zullen herbevolken: via een gelijktijdige verspreiding op talloze verschillende plekken, waarmee hun aura van curiositeit net zo snel wordt doorbroken als ze door een biosferische ramp zijn geactiveerd. Als de ark de ene metafoor is die schrijvers gebruiken in relatie tot de zadenbank en de Future Library, dan is de andere metafoor die van de tijdcapsule – wereldvreemd, optimistisch, zoekend naar verbinding met een andere tijd en een andere plaats. Niet ver van de zadenbank bevindt zich de roestvrijstalen kist die in 2017 is ingegraven in Hornsund, in Svalbard, door permafrostonderzoekers van de Poolse Academie van Wetenschappen.
In deze kist zit een verzameling ‘technofossielen’: een mobiele telefoon, een creditcard, een kompas, een in hars gevatte bij, DNA-monsters van een mens en van een rat, en driehonderd uitgedroogde Tardigrada – achtpotige minuscule dieren, die in de volksmond ‘beerdiertjes’ worden genoemd. In een poëtisch gebaar hebben veel wetenschappers een vingerafdruk achtergelaten op het deksel van de kist. ‘Onze tijdcapsule zal ergens in de toekomst ontdekt worden, en degenen die hem vinden zullen de boodschap ongetwijfeld begrijpen,’ zegt Marek Lewandowski, de wetenschapper die heeft geselecteerd wat er in de kist ging. ‘Als ze goed kijken naar wat erin zit, zullen ze begrijpen wie wij waren.’
Getuigen van ons bestaan
Het verlangen naar toekomstig begrip is een krachtige fantasie van blijvende menselijke aanwezigheid, en het bewust begraven van spullen is een oude gewoonte die deze fantasie een concrete invulling geeft. Voorwerpen kunnen getuigen van ons bestaan.
Maar de tijdcapsule stoelt op een logica die tegengesteld is aan die van de bibliotheek en de zadenbank. De tijdcapsule maakt gebruik van voorwerpen die voor ons steeds normaler zijn geworden, en voorziet een toekomst en een toekomstige mens voor wie die voorwerpen heel bijzonder zouden kunnen blijken.
De kunstzinnig-biologische voorraden die we nu aanleggen, bepalen welke alledaagse dingen – boeken, zaden – we nu als bijzonder bestempelen, voordat ze in de vergetelheid kunnen raken, zodat we ons een wereld kunnen voorstellen waarin we nooit zijn verdwenen. ‘Koester hoop voor de toekomst, bereid je voor op de Fallout,’ aldus de leden van een oceaanexpeditie die toeristen meeneemt tot vlak bij de Svalbard-zadenbank.
Hoop is niet verontrustend
‘De Future Library is op zich een heel optimistisch initiatief omdat je er ten eerste van uitgaat dat er over honderd jaar nog mensen zullen zijn,’ zei ook Margaret Atwood in een interview met Slate uit 2015. ‘Ten tweede ga je ervan uit dat er een bos zal groeien. Je gaat ervan uit dat de bibliotheek er nog altijd zal zijn. Je gaat ervan uit dat mensen nog altijd in staat zullen zijn om te lezen en dat ook wíllen.’ Maar hoop is een ingetogen en melancholieke emotie, een ethisch standpunt dat eerder wordt gedefinieerd door een horizon van onmogelijkheid dan door handelingen.
Hoop is niet verontrustend. Hoop roept geen weerstand op; ze wordt meestal beschouwd als iets wat de politiek overstijgt. Misschien is dat ook de reden dat het optimisme voor het grijpen lijkt binnen de kunst. Het is bij uitstek een taak voor kunstenaars om de hoop nieuw leven in te blazen; sterker nog, het is het enige wat kunst de toekomst heeft te bieden. De Future Library is in zoverre echt dat er boeken voor worden geschreven en dat er bomen groeien om het gedachtegoed te laten materialiseren. Maar de politiek erachter is denkbeeldig.
Auteur: Merve Emre
The New York Times | zie pagina 30
New York Times
Verenigde Staten | dagblad | oplage 1.120.402
De krant der kranten. Won meer journalistieke prijzen dan enig ander medium. Het motto ‘All the news that’s fit to print’ wordt sinds 1896 bewaakt door de familie Ochs Sulzberger. Met digitaal erbij heeft de krant in totaal 3 miljoen abonnees.

