buigen voor china

Wil je als wereldster goede zaken doen in een autocratisch bestuurd land als China, dan gelden er strenge gedragsregels. De Chinese cultuur ophemelen heeft de voorkeur.

De eerste keer dat Amerika’s basketbalsuperster James Harden diep door het stof moest voor China sprak hij niet eens over het studentenverzet in Hongkong, voor Beijing een buitengewoon gevoelig onderwerp. Hij had het ook niet over de stevige pressie die Beijing uitoefent op de NBA basketbalbond. En het ging al helemaal niet over democratie. Nee, het betrof een onbenullige verkeersovertreding met zijn scooter.

’s Werelds op een na machtigste economie rolde de rode loper uit voor Harden, zeg maar gerust de meest gevierde NBA-speler in jaren. Dat gebeurde afgelopen zomer toen hij met zijn team, de Houston Rockets, China bezocht. Uit eerbied voor de Chinese cultuur stak Harden zich in een toepasselijk fleurige outfit, hij leek net een figurant uit een Chinese opera. Zijn jeugdige bewonderaars plakten op hun beurt valse baarden op om zijn hippe kincoiffure na te bootsen. De zoveelste promotietour voor Adidas-sneakers werd aldus een daverend succes.

Totdat de politie in Shanghai hem bekeurde omdat hij tegen de rijrichting in reed met zijn e-scootertje, wat overigens doodgewoon is in China. Hij wist meteen wat hem te doen stond. ‘Ik wil me oprecht verontschuldigen voor deze verkeersovertreding,’ liet hij zijn fans weten op Weibo, het Chinese twitter.

Onlangs overkwam het hem opnieuw, met net zo’n diepe knieval als gevolg. Ditmaal voor iets waarvoor je je in de VS geenszins hoeft te schamen.

Promotiecontracten

Nieuw beleid van de NBA: het gaat nu niet alleen om hoe je je gedragen moet als je goede zaken wilt doen in een autocratisch bestuurd land; het is ook de manier waarop wereldsterren zich gedwongen aanpassen om lucratieve promotiecontracten binnen te slepen voor merkartikelen.

Deze basketbalspelers citeren nu uit hetzelfde handboek – ‘hoe maak ik het China naar de zin’ – dat Hollywood de afgelopen twintig jaar als ongeschreven wet hanteert.

De NBA ontsnapte pasgeleden ternauwernood aan een geopolitieke storm. Daryl Morey, teamleider van de Houston Rockets, maakte een misstap door de protesterende studenten in Hongkong per tweet steun te betuigen. Daarmee haalde hij zich direct de woede van de Chinese regering op de hals. Chinese fans dreigden vervolgens alle banden met het team te verbreken. Waarop Morey de tweet snel deletete, een knieval die in de VS op flinke kritiek stuitte.

De NBA reageerde dubbelzinnig door weliswaar het recht op vrijheid van meningsuiting te onderschrijven, maar zei zich er tegelijk van bewust te zijn hiermee China te beledigen. Dit bracht de NBA nog verder in verlegenheid. De bond kreeg in de VS de wind van voren omdat de meningsvrijheid er bekaaid afkwam, terwijl de Chinezen met dit slappe excuus geen genoegen namen.

Basketballer James Harden van de Houston Rockets bezoekt de Technische Universiteit van Beijing op  22 juni en geeft een demonstratie in traditioneel kostuum.  © Un Likun / Visual China Group  / Getty
Basketballer James Harden van de Houston Rockets bezoekt de Technische Universiteit van Beijing op 22 juni en geeft een demonstratie in traditioneel kostuum. © Un Likun / Visual China Group / Getty

De spelers vrezen nu voor hun economische belangen in China. Sterspeler LeBron, steeds verder in het nauw gedrongen naarmate de crisis escaleert, is net een miljoenendeal voor het leven aangegaan met schoenfabrikant Nike. Bovendien is hij producer en hoofdrolspeler in de vervolgfilm Space Jam 2, die in 2021 een kassucces moet worden.

Ook Harden heeft een vet contract getekend, met Adidas, voor zeker 200 miljoen dollar. Samen met teamgenoot Russell Westbrook stond hij Chinese journalisten te woord. Intussen liepen de spanningen hoog op. Ze stuitten op een dilemma waaruit nog geen topdiplomaat zich zou redden. Harden verontschuldigde zich opnieuw: ‘Ja, we houden echt van China, we spelen hier graag, allebei spelen we hier meerdere keren per jaar. Jullie zijn gek op ons, en we beschouwen jullie als voorname fans, wij vinden echt alles wat jullie doen prachtig.’

Er gaat een waar drama vooraf aan dit pijnlijke stuntelen en draaien. Een paar jaar terug begaf Hollywood zich in een vroeg stadium op deze Chinese miljardenmarkt en belandde in een politiek mijnenveld: vrijheid van meningsuiting versus autoritair beleid.

De vlam sloeg in de pan in 1997 toen de filmindustrie in de VS kort na elkaar twee films over Tibet uitbracht, Sony’s Seven years in Tibet met Brad Pitt en Disney’s Kundun van Martin Scorsese, over het leven van de dalai lama. In die tijd stond de Chinese markt nog in de kinderschoenen. Per jaar mochten maar een paar buitenlandse films worden vertoond.

Vertoning

China maakte direct duidelijk niet gediend te zijn van speelfilms die sympathiseren met de figuur die sinds zijn ballingschap in 1959 decennialang China’s soevereiniteit in twijfel trekt met zijn streven naar autonomie voor Tibet.

Hollywood kwam in eenzelfde situatie terecht als de NBA nu, er viel heel veel te verliezen. Als de filmstudio’s buigen voor Chinese eisen halen ze zich de woede op de hals van het Amerikaanse publiek, maar als ze geen zelfcensuur toepassen kunnen ze de miljoenendeals wel vergeten.

En ja hoor, vlak na het uitkomen van de twee films maakte Beijing haar dreigement waar, vertoning ervan in China werd geweigerd. De boodschap was overduidelijk: als je hier geld wilt verdienen, steek dan je neus niet in onze interne aangelegenheden. Zowel Sony als Disney gingen door het stof. ‘We hebben een stomme fout gemaakt,’ aldus Sony’s topman Eisner een jaar later bij een bezoek aan toenmalig premier Zhu Rongji. ‘Het slechte nieuws is dat de film er überhaupt kwam, het goede nieuws dat geen hond kwam kijken.’

Hij bood zijn welgemeende excuses aan: ‘In de toekomst gaan we dit soort zaken, waarmee we onze vrienden beledigen, uit de weg.’ Het knipmessen werkte. Sony en Disney mochten zakendoen in China. Politiek ging deel uitmaken van een nieuwe strategie. Supersterren kregen voortaan een lijstje mee met wat ze wel en wat ze niet konden zeggen. De Chinese cultuur ophemelen heeft de voorkeur. Heikele kwesties als Tibet, Taiwan of het bloedbad op het Plein van de Hemelse Vrede in Beijing in 1989 zijn taboe.

Als je hier geld wilt verdienen, steek dan je neus niet in onze interne aangelegenheden

Vaak gaat dit met vallen en opstaan. Angelina Jolie was in 2014 in Shanghai om haar film Maleficent te promoten. Wie is je favoriete Chinese regisseur, werd haar gevraagd. Antwoord: ‘Nou, ik weet niet of je Ang Lee Chinees kunt noemen, hij is Taiwanees, maar hij draait in het Chinees en met Chinese acteurs en actrices.’ Oeps, in China lokt zelfs de geringste suggestie dat Taiwan geen deel zou uitmaken van China felle reacties uit.

Haar toenmalige echtgenoot Brad Pitt werd weliswaar toegelaten, maar hij hield zich er wijselijk buiten. Volgens Jolie was hij in China om jiao ze, Chinese dumplings, te leren maken.

Dit soort dilemma’s uit de weg gaan moet de NBA nog leren. Honderden miljoenen dollars zijn er te verdienen aan sportschoenen in deze groeimarkt, maar als je Beijing tegen de haren in strijkt kun je het vergeten.

Tegelijkertijd worden sterspelers als ambassadeurs ingezet, die dikwijls hun mond voorbijpraten wanneer ze politieke onderwerpen aansnijden. ‘Ik kan me nauwelijks voorstellen hoe groot de druk op hen is, ze moeten weten wat je wel en niet kunt zeggen,’ aldus de website Nice Kicks. Vooral omdat deze generatie geboren is rond de tijd dat basketbal op de Chinese tv populair werd. Tegenwoordig wordt de sport beter bekeken in China dan elders in de wereld. T-shirts van sterspelers als LeBron James, Stephen Curry en James Harden zijn zeer in trek.

Pop

Chinese textielfabrikanten gaan lucratieve contracten aan met deze spelers. Maar je zet ze zo op het spel met een enkele miskleun, want wat de spelers buiten het veld zeggen is van groter belang voor de censuur dan hun prestaties.

Dat geldt ook voor popsterren. Toen Lady Gaga in 2016 de dalai lama ontving, brak op sociale media een ware storm los. Op internet en op radio en tv werd haar muziek prompt geboycot.

De NBA betreedt deze markt in een tijd waarin de Chinese middenklasse – even groot als de hele bevolking van de VS – zich verplaatst naar de grote steden. Via internet raakt ze bekend met de grote namen in sport-, film- en muziekwereld buiten China.

Maar Beijing bepaalt in hoeverre buitenlanders zaken kunnen doen in China. In 2014 besloot het Chinese gezag dat vóór 2025 een half miljard Chinezen een of andere tak van sport moet beoefenen. En basketbal is veruit het populairst.

James Harden geeft een clinic aan jonge fans met opgeplakte baarden – het handelsmerk van Harden –  in het Tainhe Sports Centre in Guangzhou op 23 juni tijdens  zijn door Adidas gesponsorde tournee door China. © Visual China Group / Getty
James Harden geeft een clinic aan jonge fans met opgeplakte baarden – het handelsmerk van Harden –  in het Tainhe Sports Centre in Guangzhou op 23 juni tijdens zijn door Adidas gesponsorde tournee door China. © Visual China Group / Getty

‘Draag de Olympische gedachte uit en breng de kernwaarden van het socialisme in de praktijk,’ aldus dit dictaat. Het lijkt nogal hoogmoedig en ambitieus, om 500 miljoen Chinezen tegelijk uit hun luie stoel te krijgen, maar hiermee geeft Beijing de zakenwereld het groene licht om flink te investeren in sport.

Vanaf 2013 rezen Chinese investeringen in Hollywood de pan uit omdat de regering de kunsten en investeringen in het buitenland als prioriteit stelde, met flinke belastingvoordelen.

Succes in China is verzekerd zodra een commerciële rage samenvalt met wetgeving. NBA’s gladjes verlopen Chinese avontuur werd in alle sectoren geprezen als voorbeeld voor westerse ondernemingen. Na zijn knieval scoort Harden nog steeds hoog in Shanghai’s immense winkelcentra. Dat gebeurt met een video in alle Adidas-winkels. Maar toen hem werd gevraagd of hij voortaan gemakkelijk praat over politiek nam de woordvoerster van de Houston Rockets het direct van hem over: ‘Alleen vragen over basketbal alstublieft.’ De NBA annuleerde de volgende dag alle persconferenties met spelers en trainers in China.

Auteur: Ben Cohen in New York, Erich Schwartzel in Los Angeles en James T. Areddy in Shanghai

Wall Street Journal
Verenigde Staten | dagblad | oplage  2.000.000

De bijbel voor zakenmensen. Maar bij het lezen is enig beleid nodig: naast reportages van hoge kwaliteit drukt de krant hoofdredactionele commentaren af die zó patriottisch zijn dat ze hun geloofwaardigheid verliezen.


Deel dit artikel


Recent verschenen