GettyImages 504964914


Waar vroeger woede en verontwaardiging klonken, heerst nu stilte. De Arabische wereld raakt steeds meer verdeeld tussen zij die alles verliezen en zij die alles bezitten. ‘Het zijn altijd de leiders die willen vechten, nooit de mensen.’

De afgelopen maanden heeft zich een pijnlijk nieuw ritueel ontwikkeld bij ontmoetingen tussen mensen uit bepaalde Arabische landen. Het is een empathische manier om na te gaan hoe iemand ervoor staat: ‘Hoe gaat het met je? Waar is je familie? Ik hoop dat je veilig bent, dat zij veilig zijn. We zijn er voor je.’

Deze woorden bieden troost, maar brengen ook ongemak. Troost, omdat de solidariteit oprecht is en van onschatbare waarde. Ongemak, omdat het leed dat velen treft te groot is om in woorden te vatten. Alles lijkt doordrenkt met overlevingsschuld, maar ook met een besef: de rampen die onze naties verscheuren, hebben de afstanden tussen ons verkleind.

Palestina vormt het hart van deze gedeelde pijn – een open wond die voortdurend aan de oppervlakte komt. Waar vroeger woede en verontwaardiging klonken, heerst nu stilte. Daarbovenop komt de situatie in Libanon. Voor het staakt-het-vuren vertelde een Libanese vriend dat het vreemd voelde om mogelijk geen land meer te hebben om naar terug te keren. Een ander reageerde kort maar krachtig toen ik vroeg hoe het ging met haar familie in Beiroet: ‘Shit.’ Meer woorden wijdden we er niet aan.

Wrede oorlog

Ondertussen verkeert Soedan al anderhalf jaar in een wrede oorlog. Zelfs in de bezette Westelijke Jordaanoever vroegen bijna alle Palestijnen die ik sprak naar Soedan. Hun besef van de oorlog aldaar werd versterkt door hun eigen ervaringen. ‘Het is zo’n schande,’ zei een man, ‘en zo onnodig. Het zijn altijd de leiders die willen vechten, nooit de mensen.’ Het voelt als één grote oorlog, met complexe oorzaken, maar eenvoudige gevolgen: overal hetzelfde menselijke leed.

Kijk je breder, dan lijkt de situatie in de Arabische wereld somberder dan ooit. Overal woeden brandhaarden, groot en klein. Libië, Irak, Jemen en Syrië worden verscheurd door aanhoudende conflicten – met in Syrië opnieuw een escalatie – of zuchten onder humanitaire crises.

De afgelopen jaren hebben een ontstellend hoge tol geëist. Niet alleen in termen van leven en dood, maar ook van ontheemding. Honderdduizenden Libanezen zijn de afgelopen maanden gevlucht, een tragisch beeld dat zich in de hele regio herhaalt. Voor velen is het leven een onzekere aaneenschakeling van verplaatsingen en moeizame hervestigingen. Bijna elke Soedanees die ik ken, leeft met familieleden opeengepakt in tijdelijke onderkomens, uit koffers, wachtend op de volgende verhuizing. En zij behoren tot de gelukkigen, beschermd tegen de etnische zuiveringen en hongersnood die elders in het land plaatsvinden.

Steden kunnen worden herbouwd, maar erfgoed is onherstelbaar

Een ander verlies speelt zich af op de achtergrond. Al gaat het hier niet om leven en dood, het is niet minder schrijnend: de vernietiging van cultureel erfgoed. Grote historische steden worden verwoest en gaandeweg worden beschavingen weggevaagd. Alle UNESCO-werelderfgoederen in Syrië zijn beschadigd of vernietigd. Gaza’s Grote Omari-moskee, waarvan de fundamenten teruggaan tot de vijfde eeuw, werd door Israëlische bombardementen verwoest. De oude stad Sanaa in Jemen, al meer dan 2500 jaar bewoond, staat sinds 2015 op de lijst van bedreigd werelderfgoed. En in Soedan zijn dit jaar tienduizenden artefacten geroofd, sommigen daterend uit de tijd van de farao’s. Steden kunnen worden herbouwd, maar erfgoed is onherstelbaar.

Zelfs stabiele landen als Egypte ontkomen hier niet aan. Erfgoedlocaties worden gesloopt voor stedelijke ontwikkeling door een regering die Egypte zo snel mogelijk wil moderniseren, zoals je ook zou verwachten van het eenzijdige militaire bewind. Het is een metafoor voor de regio: om macht te consolideren, vernietigt de politieke elite doodleuk de identiteit van het volk. 

Nu dit soort eeuwenoude gebouwen verdwijnen, voel ik mijn eigen culturele identiteit ook vervagen. Daarmee verdwijnen ook andere zaken: het gevoel ergens thuis te horen, continuïteit, toekomstperspectief. Als ik naar mijn kinderen kijk, besef ik dat de topografie van Soedan en de Arabische wereld zoals ik die ken, voor hen onbekend zal blijven. De banden die mij met mijn ouders verbonden, worden bij hen verbroken.

Ik dacht altijd: Jullie hebben toch ook gefaald? Jullie generatie heeft dit niet omgezet in duurzame politieke verandering

Nu kom ik zeker nostalgisch over, alsof ik het verleden idealiseer, terwijl dat altijd verre van perfect is geweest. En met mijn verhalen over vroeger irriteer ik vast de nieuwe generatie, maar ooit was ikzelf die nieuwe generatie die luisterde naar ouderen, terwijl zij sigaretten rookten en theedronken. Hun woorden: ‘Jullie hadden erbij moeten zijn toen we gratis medicijnen studeerden in Bagdad, naar het theater gingen in Damascus, Malcolm X verwelkomden in Omdurman. Toen we grote uitgeverijen hadden en een pan-Arabische solidariteit.’ Ik dacht altijd: Jullie hebben toch ook gefaald? Jullie generatie heeft dit niet omgezet in duurzame politieke verandering.

Nu het centrum van macht en welvaart verschuift naar de olierijke Golfstaten, waar hyperconsumptie en moderniteit hoogtij vieren, hoor ik mezelf dezelfde woorden uitspreken: ‘Het is niet altijd zo geweest.’ Het waren niet altijd modespektakels in Riyad of grootse sportevenementen die de aandacht opeisten, terwijl elders geweld oplaaide. We voelden niet altijd de behoefte om ons te bewijzen aan grootmachten of onze internationale smaak tentoon te spreiden.

Schaduwmachten

Ik begrijp die oudere generaties nu beter, kan het ze vergeven. Hun falen was onderdeel van een groter geheel: wereldwijde en binnenlandse allianties die volksopstanden onderdrukten of vernietigden. Elke strijd was er een tegen schaduwmachten.

Een Iraakse vriendin bood recent wat troost. Bagdad, zei ze, voelt voor het eerst in twintig jaar weer enigszins normaal. De situatie is verre van ideaal, maar er is een mogelijkheid dat er een nieuwe start komt, binnen enkele decennia. Misschien is dat wel het beste waarop we kunnen hopen: een nieuwe start, geen herstel van het verleden. Tot die tijd kunnen we niet veel anders dan onze hoop met elkaar delen: ‘Ik hoop dat je veilig bent. Ik hoop dat het goed met je gaat. We zijn er voor je.’ 


Deel dit artikel


Recent verschenen