Punk, ‘de woedende puist op het gezicht van Groot-Brittannië’, werd halverwege de jaren zeventig meteen merchandising. Juweliersketens boden veiligheidsspeldbroches aan en de groene hanenkam deed het goed op posters en T-shirts. We wachten op de jubileumtheedoek deze zomer met Johnnie Rottens lofzang God Save the Queen.
Studenten Marxistische culturele theorie die bewijzen zoeken voor de taaie veerkracht van het late kapitalisme, moeten de komende maanden hun ogen en oren openhouden. De betrekkelijke gezondheid van het systeem is te zien in het gemak en de handigheid waarmee het zijn oude vijand, de punkrock, tot handelswaar maakt en in de armen sluit voor een zomer vol jubilea en revivals.
Toen de punk uitbarstte, als een woedende puist op het gezicht van het Groot-Brittannië van halverwege de jaren zeventig, wekte dat in de rest van de samenleving zo veel angst en minachting, dat het nu bijna komisch aandoet. In 1976 uitten de Sex Pistols op een regionale tv-zender een paar sappige verwensingen, en meteen schreeuwden de koppen van de tabloids hysterisch dat het einde van de natie nabij was. Een zesenveertigjarige vrachtwagenchauffeur in de buitenwijken schopte zijn tv-toestel aan diggelen en Bernard Brook-Partridge, een Conservatief lid van de Londense gemeenteraad, stelde dat ‘de meeste van deze groepen er een stuk op vooruit zouden gaan als ze dood neervielen’.
In Derby moesten de Sex Pistols om in het gemeentehuis komen spelen voor een panel deftige wethouders dat zou beoordelen of de groep wel geschikt was om de jeugd van de East Midlands aan bloot te stellen. Met een maximum aan burgerlijke opgeblazenheid werden ze afgewezen.
Maar ondanks al dat woest schuimbekken en wanhopig handenwringen herstelde de beschaafde samenleving zich en wist ze deze aanval redelijk goed te doorstaan. De punkers pasten exact in de sociologische omschrijving van de ‘volksduivel’: duidelijk herkenbaar, tamelijk machteloos en makkelijk te verslaan. Binnen enkele weken na de schunnige uitbarsting van de Pistols op de tv-schermen van het land, boden reguliere juweliersketens al veiligheidsspeldbroches aan. Later zouden de arrogante jongeren met groene hanenkam een populair ansichtkaartonderwerp vormen, naast de bewakers van de Tower en de Koningin Moeder.
Toonaangevende journalisten en tv-makers gingen vooral tekeer tegen de veronderstelde botheid van de punk, maar de beweging had wel degelijk een intellectuele kern
Dit lange inkapselingsproces komt dit jaar in een stroomversnelling, als Groot-Brittannië het veertigjarig bestaan van de punk viert. De ironie van een gezellig, nostalgisch feest in naam van de meest afstotende en bijtend onsentimentele esthetiek uit de moderne tijd zal sommigen niet ontgaan, maar in ieder geval klopt de timing redelijk goed. Amerikaanse groepen als Blondie, The New York Dolls en de Ramones waren al vanaf 1973 actief in de barscene van Manhattan, maar hun muziek was eerder een tamelijk eerbiedige herleving van de pop- en rockstijlfiguren uit de jaren zestig, een revival van de simpele blijheid die in het geheiligde tijdperk van de progressieve rock vergeten was.
Maar 1976 was het jaar waarin een zeer Britse culturele opstand uitbrak, één en al nihilistische minachting en boosaardige scherpte. Toonaangevende journalisten en tv-makers gingen vooral tekeer tegen de veronderstelde botheid van de punk, maar de beweging had wel degelijk een intellectuele kern. Malcolm McLaren, de manager van de Sex Pistols, was even vertrouwd met het werk van de Franse marxist Guy Debord en de situationisten als met het showbizzmanagement-handboek van grootheden als Larry Parnes en Brian Epstein.
Nationaal erfgoed
Mocht je nog niet weten wat je deze zomer gaat doen: punk. Londen is het toneel van ‘optredens, toespraken, films, voorstellingen en exposities… van mode tot film, van politiek tot identiteit en, natuurlijk, muziek’. Oudgedienden zoals The Damned en Buzzcocks zullen overal in de stad zorgen voor drankovergoten feesten. Het gebouw van de Sex Pistols in Denmark Street is zelfs uitgeroepen tot nationaal erfgoed.
Nog niet bekend is wat het echte icoon van de punkjaren als herdenking zal doen. Het was de koningin wier gescheurde en verminkte, maar voorname gezicht van een duizendtal posters en T-shirts straalde. En het was Johnny Rottens melancholieke, bijna larkineske lofzang op haar, die de punk zijn beste nummer gaf: ‘God Save the Queen’: ‘O God save history / God save your mad parade. / God save the queen / We mean it man / And there is no future / In England’s dreaming.’ Woorden die we binnenkort zeker op een jubileumtheedoek zullen tegenkomen.
Auteur: Stuart Maconie
De schrijver is auteur van The People’s songs: The Story of Modern Britain in 50 Records (liedjes van het volk: het verhaal van modern Groot-Brittannië in 50 platen.)
Beeld bovenaan: – © Erica Echenberg / Getty Images
Financial Times
Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 448.000
Toonaangevende krant voor de Londense City en de rest van de wereld. Internationale economie en management worden uitputtend behandeld.

