China breidt zijn invloed langs de Mekongrivier in snel tempo uit door het bouwen van grote infrastructuurprojecten. Maar in landen als Thailand en Laos groeit de zorg over het gebrek aan inspraak.
Van de kantoorbediende uit de stad tot de schipper uit het dorp, voor veel mensen verandert het leven – ten goede of ten kwade – onder de toenemende invloed van China in de Mekongregio. Die situatie leidt tot verschillende reacties. Een hotelmanager in Phuket zegt dat hij graag Mandarijn wil leren om meer Chinese klanten te kunnen bedienen, maar hij schrikt ook van hun luidruchtige en onhandelbare gedrag. Een kantoorbediende uit Bangkok, die zichzelf een boekenwurm noemt, zegt dat hij veel over China heeft gelezen en onder de indruk is van hun geweldige geschiedenis. Maar tegelijk geeft hij ook toe zich bedreigd te voelen door de grote invloed van China op het Thaise zakenleven.
Een Vietnamese vriendin vertelde dat ze ondanks de politieke spanningen tussen China en Vietnam een manier had gevonden om als ondernemer zaken te doen tussen beide landen. Ze koopt online goedkope kleding in bij een Chinese handelaar en verkoopt die weer op de Vietnamese markt. Een doerianteler in Rayong zegt meer te verdienen als hij zijn fruit verkoopt aan Chinese handelaren, die een hogere prijs betalen dan de plaatselijke afnemers – ongeveer 90 tot 100 baht tegenover 70 baht [100 baht is 2,5 euro]. Op deze prijsverhoging hebben zijn oude lokale klanten verontwaardigd gereageerd.
Het inkomen van Thaise compostproducenten daalt echter omdat verscheidene ingrediënten, zoals de schillen van doerians en ander fruit, worden opgekocht en via Laos naar China worden vervoerd.
1,54 miljard dollar
De veranderingen die Thailand ondergaat weerspiegelen de landing van de Rode Draak in de Mekongregio, als onderdeel van China’s initiatieven om zijn economische invloed in de wereld te vergroten. Op 14 november 2015 stelde de Chinese premier Li Keqiang een subregionaal samenwerkingsverband voor, de Lancang Mekong Cooperation (LMC), om de samenwerking tussen China, Cambodja, Laos, Myanmar, Thailand en Vietnam te bevorderen. Dat voorstel leidde in maart 2016 tot de eerste officiële top. Op deze bijeenkomst bood Li een lening aan van 1,54 miljard dollar en nog eens tien miljard dollar om de infrastructuur en transportnetwerken in de Mekongdelta te verbeteren, zoals spoorwegen, waterwegen, havens en faciliteiten voor het vliegverkeer. Deze vergadering werd op 23 december 2016 gevolgd door een LMC-bijeenkomst in Siem Reap in Cambodja. Vier dagen later keurde het Thaise cabinet een infrastructuurplan goed om het transport over water samen met andere LMC-landen te verbeteren.
Voor dat project zullen rotsen in de Mekong worden opgeblazen zodat vrachtschepen met een capaciteit van vijfhonderd ton erdoorheen kunnen varen. Een Thais dorpje aan de rivier protesteerde tegen het project omdat de bevolking zich zorgen maakte over de milieuschade en de impact die het zou hebben op de plaatselijke middelen van bestaan.
Toen ik mensen op straat vroeg hoe men om moest gaan met de aanwezigheid van China in de Mekong, antwoordde men meestal dat we moesten onderhandelen met China. Maar de mensen hadden geen idee hoe je die onderhandelingen moest aanpakken, omdat ze zich bewust waren van de grootte en de macht van het land. ‘Het zal niet makkelijk zijn,’ zeiden ze.
Chadin Chiepleam (64) is een schipper die met een toeristenboot door Khon Pi Long vaart, een serie stroomversnellingen over een lengte van 1,6 kilometer in de Mekong op de grens tussen de provincies Chiang Rai en Bokeo in Laos. De naam van die stroomversnellingen betekent ‘waar de geest verdwaalde’.
Tijdens de droge tijd is Khon Pi Long een obstakel voor grote vrachtschepen. Chadin kent dit gedeelte van de rivier met al zijn stroomversnellingen op zijn duimpje, en gidste aan het begin van deze eeuw een groep Chinese zakenlieden over de rivier. De tocht duurde tien dagen. Pas na afloop realiseerde Chadin zich dat de Chinese bezoekers gewoon informatie aan het vergaren waren over het navigeren op de rivier voor een door China gesteund project. De ontwikkeling van het infrastructuurproject van de Mekong was toen achter de schermen al in volle gang.
Twintig jaar geleden werden in de bovenloop van de Mekong in China een aantal waterkrachtcentrales gebouwd. Hierdoor zijn de hoogte en de stroomsnelheid van het water niet langer seizoengebonden. Ook verdwenen veel vissoorten. Akkers langs de rivier hadden last van plotselinge overstromingen – ook in de droge tijd. Vissers moesten ander werk zoeken om hun brood te kunnen blijven verdienen. Tegelijk steeg de vraag naar elektriciteit in de door armoe getroffen grensstreken van China, Laos en Myanmar.
In 2008 werd de snelweg R3A geopend, die van Thailand via Laos naar China loopt. In 2013 volgde de vierde Thais-Laotiaanse Vriendschapsbrug, die de Chinese provincie Kunming verbindt met Laos en het Thaise district Chiang Kong in de provincie Chiang Rai. Tijdens Chinees Nieuwjaar werd de plaatselijke Thaise bevolking geconfronteerd met een toestroom van Chinese caravans. Vorig jaar kwamen 3500 vrachtschepen aan in de haven van Chiang Saen. De meeste schepen waren Chinese en Laotiaanse boten gehuurd door Chinese zakenlieden. Volgens de mensen ter plaatse zat er maar één Thaise boot tussen. De douane in Chiang Saen meldde dat vorig jaar 99 procent van de goederen die via de haven werden geïmporteerd afkomstig was uit China, met een waarde van 704 miljoen baht. Ter vergelijking: in 2012 bedroeg die waarde 483 miljoen baht. De belangrijkste importgoederen waren knoflook, zonnebloem- en pompoenpitten en granaatappels. Daardoor werd knoflook uit China een belangrijker ingrediënt in het eten van de plaatselijke bevolking. Tegelijkertijd waren de belangrijkste exportgoederen in Chiang Saen diepvrieskip en -varkensvlees. De export naar China bedroeg 2,8 miljard baht, en was goed voor 19 procent van de totale export.
In Chiang Rai ontdekte men dat een door Chinezen gedreven bananenkwekerij een grote hoeveelheid chemicaliën gebruikte.
‘Ach, wat valt er verder nog te zeggen? China is heel groot’
‘Ach, wat valt er verder nog te zeggen? China is heel groot,’ zegt Chadin terwijl hij de situatie weglacht. In die lach klinkt dezelfde nervositeit door die ik bij veel mensen bemerk die ik interview over de steeds langer wordende arm van China. Ze willen zich er wel tegen verzetten, maar ze voelen zich te klein.
‘China is ontzettend groot. Dat maakt mensen behoedzaam,’ vertelt Aksornsri Phanishsarn, deskundige op het gebied van Thais-Chinese betrekkingen aan de faculteit Economie van de universiteit van Thammasat. Ze wijst op de omvang van China’s economische macht en invloed. Het Belt and Road Initiative, beter bekend als de Nieuwe Zijderoute, combineert nieuwe infrastructurele netwerken op het land en maritieme routes om de Chinese economie te verbinden met de Euraziatische regio.
‘We zijn slechts een schakel in China’s vervoersketen,’ legt Aksornsri uit. ‘De huidige structuur van de Thais-Chinese handel is een probleem. De regering moet hogere prioriteit verlenen aan het produceren van goederen die aan China verkocht kunnen worden dan aan het stimuleren van de Chinese export.’
De Mekong blijft voor Zuid-China de brug naar de rest van Zuidoost-Azië, waar veel natuurlijke hulpbronnen zijn, een groeiende middenklasse en een consumentenpotentieel, wat zeer aantrekkelijk is voor Chinese investeerders. Op de eerste LMC-vergadering vorig jaar verklaarde premier Li dat lidstaten zullen profiteren van een win-winsituatie waar de voordelen collectief worden gedeeld. Maar de top-down benadering van China’s verovering van de Mekong heeft aan de onderkant aanleiding gegeven tot allerlei meningen. Sommigen bekritiseren China omdat het probeert kleine landen uit te buiten.
Veel Chinese ontwikkelingsprojecten, variërend van kopermijnen in Myanmar tot papiermolens en thermische energiecentrales in Vietnam, tot met veel chemicaliën werkende bananenboerderijen in Thailand, hebben tot veel zorgen over het milieu geleid.
Provincie van China
Sommige mensen noemden de opkomst van Chinese investeerders in hun land ‘een bedreiging voor de soevereiniteit’. Nu de argwaan jegens China groeit, beginnen die gevoelens bij de bevolking tot de overheid door te dringen en gaan ze niet meer zo overhaast te werk bij het aanknopen van nieuwe economische betrekkingen.
Veel mensen zijn boos geworden omdat hun stem niet werd gehoord bij de Chinese investeringen die de overheden onderling regelden. In een essay beschrijft Pollavat Prapattong, docent aan de Mae Fah Luang Universiteit in Chiang Rai, de Chinese investeringsaanpak als ‘een poging om van de stad, haar omgeving en de omliggende gebieden een soort China voor de Chinezen te maken.’
‘Inspraak van de burgers is een aspect dat in de ontwikkelingspolitiek van China de afgelopen dertig jaar heeft ontbroken,’ vertelt Brian Eyler, directeur van het Southeast Asia Programme aan het Stimson Center. ‘De centrale overheid vond dat niet nodig omdat China’s economische machine van rurale gebieden grote infrastructuurprojecten kon maken. Om de infrastructuur op een duurzamere en inclusievere manier verder te ontwikkelen zouden Chinese projectontwikkelaars en nationale en lokale overheden in de Mekongregio de bevolking tijdens de diverse stadia van de implementatie van die projecten meer inspraak moeten geven.’
Eyler noemt een casestudy in Laos als voorbeeld. Daar worden hele steden opnieuw ingericht om plaats te maken voor de spoorlijn van en naar China. De voorsteden van Luang Prabang en Vientiane lijken langzaam een onderdeel van de Chinese provincie Yunnan te gaan worden. De centrale Chinese overheid wil dat buitenlandse investeerders maatschappelijk en milieutechnisch verantwoord te werk gaan. Maar er wordt maar op een beperkt aantal bedrijven controle uitgeoefend.
‘Volgens mij zal de negatieve beeldvorming over China altijd leiden tot argwaan en twijfel omtrent China’s plannen met de regio,’ legt Eyler uit. ‘China moet veel obstakels uit de weg ruimen om aan de regio te laten zien dat zijn projecten duurzaam zijn, zowel commercieel als ecologisch. China heeft veel voordelen geplukt van de uitbreiding van de handel en de investeringen in de Mekongregio en ook de diplomatie gebruikt om te voorkomen dat Zuidoost-Azië gaat samenspannen tegen dat land in het geschil om de Zuid-Chinese Zee.
Hij kon gewoon rondkomen van het vissen. Maar het Chinese beheer van de dam heeft de waterstroom zozeer beïnvloed dat er veel minder vis is
Het is moeilijk te beoordelen of gewone mensen voordeel zullen hebben bij China’s nieuwe infrastructuur in de Mekong. Mensen worden ook gedwongen om hun dagelijks leven aan te passen.
Prayun Saen-ae, een visser (55) in de provincie Loei, slaapt tegenwoordig tussen de twee en vier uur per dag. Hij heeft verschillende banen om de kost te kunnen verdienen; zo is hij rubbertapper, bouwvakker en monteur tegelijk. Voor er stroomopwaarts een Chinese dam werd gebouwd, was zijn leven gemakkelijker. Hij kon gewoon rondkomen van het vissen. Maar het Chinese beheer van de dam heeft de waterstroom zozeer beïnvloed dat er veel minder vis is. Op de vraag hoe hij zich hieraan aanpast, antwoordt hij: ‘Een visser zoals ik kan tenminste zelf beslissen wanneer ik wil gaan vissen, wanneer ik wil werken of slapen. Het leven moet toch doorgaan, hoe dan ook.’ Voor zijn oude houten huis, zag ik dat op sommige apparaten ‘Made in China’ stond.
Als je je niet wilt aanpassen is een verandering heel moeilijk, maar na verloop van tijd raken mensen eraan gewend. In de maalstroom van de veranderingen spoelt het verzet weg.
Auteur: Paritta Wangkiat
Bangkok Post
Thailand | dagblad | oplage 55.000
In 1946 opgericht onafhankelijk, Engelstalig dagblad dat wordt gemaakt door een team internationale redacteuren. Het richt zich op de stedelijke elite en expats.

