President Trump schijnt elk document dat door hem is afgehandeld direct te verscheuren. Omdat het onbegonnen werk is hem dat af te leren, en elk officieel epistel gearchiveerd dient te worden, plakken medewerkers de snippers weer aan elkaar. Handmatig, met transparante tape.
De eerste vijf maanden van de regering Trump stond Solomon Lartey (54) in het Old Executive Office Building, waar de ambtenaren van de presidentiële staf werken, gebogen over een bureau vol snippers papier. Lartey had een ambtelijke carrière van bijna dertig jaar achter de rug en verdiende een jaarsalaris van 65.969 dollar als systeembeheerder voor het archiveren van officiële stukken. Maar bij alle regeringen waarvoor hij had gewerkt had hij nog nooit iets dergelijks meegemaakt. Nooit eerder had hij de papieren van de president in elkaar hoeven plakken.
Gewapend met rollen transparante Scotch Tape moesten Lartey en zijn collega’s elke dag stapels papiersnippers uitzoeken en weer in elkaar passen, ‘als een legpuzzel’, zegt hij. Sommige papieren waren alleen maar middendoor, maar andere waren in zulke kleine stukjes gescheurd dat het wel confetti leek. Het was heel precies werk, dat het gevolg was van een botsing tussen de wettelijke regels voor het bewaren van Witte Huisgegevens en de vreemde en hardnekkige gewoonte van president Donald Trump om papieren te verscheuren wanneer hij er klaar mee is – zijn ‘onofficiële archiveersysteem’, zoals sommige medewerkers het noemen.
Transparant
Er is een wet waarin staat dat het Witte Huis alle officiële memo’s, brieven, e-mails en papieren die de president aanraakt moet bewaren en ze naar het nationaal archief moet sturen, waar ze als historische documenten worden opgeslagen. Maar Witte Huismedewerkers kregen al snel door dat ze er Trump niet van konden weerhouden om papieren te verscheuren wanneer hij er klaar mee was en ze dan in de prullenbak of op de vloer te gooien, zeggen mensen die dit van nabij hebben meegemaakt. Dus besloten zijn medewerkers maar om de snippers achter de president op te ruimen: zo konden ze voorkomen dat hij de wet overtrad. Stafmedewerkers haalden de snippers papier uit het Oval Office en uit het woonverblijf van de president en stuurden ze naar het archief tegenover het Witte Huis zodat Lartey en zijn collega’s ze konden uitzoeken.
‘We hadden Scotch Tape, de transparante soort,’ zegt Lartey. ‘Als we stukken van een document vonden, plakten we ze weer aan elkaar en als het dan weer compleet was, gaven we het terug aan de afdelingsleiding.’ De herstelde papieren gingen dan naar het nationaal archief om daar volgens de regels te worden opgeslagen. Volgens Lartey zaten bij de papieren die hij kreeg onder andere krantenknipsels waarop Trump opmerkingen had gekrabbeld of woorden had omcirkeld, uitnodigingen en brieven van partijleden of parlementsleden, onder wie de Democratische fractievoorzitter in de Senaat, Chuck Schumer.
‘Ik had een keer een brief van Schumer – die had hij verscheurd. Het was krankjorum. Hij scheurde papieren aan snippertjes.’
Lartey werkte niet alleen. Volgens hem was zijn hele afdeling belast met de taak om papieren weer aan elkaar te plakken in de eerste maanden van de regering-Trump. Een van zijn collega’s, Reginald Young Jr. (48), die als leidinggevende op de afdeling werkte, zegt dat hij in zijn twintig jaar overheidsdienst nooit eerder zo’n soort opdracht had gekregen.
‘Onder de regering-Trump moesten we dit verdragen,’ zegt Young. ‘Ik keek mijn directeur aan en zei: “Menen jullie dit nou echt? Wij verdienen hier meer dan 60.000 dollar per jaar, we horen veel belangrijker dingen te doen dat dit.” In mijn ogen was dit het laagste soort werk dat je kon doen, afgezien van de vuilnisbakken legen.’
Het Witte Huis weigerde commentaar te geven op de gewoonte van de president om papieren te verscheuren. Volgens Young en Lartey waren er in ieder geval afgelopen voorjaar nog steeds medewerkers belast met de taak om papiersnippers aan elkaar te plakken.
Het systeem dat Lartey en Young beschrijven vormt een scherp contrast met de manier waarop het gegevensbeheer onder de president Obama werkte. Die hanteerde een heel gestructureerde procedure voor de verwerking van papieren.
‘Alle officiële papieren die het Oval Office ingingen, kwamen er ook weer uit, voor zover ik weet,’ vertelt Lisa Brown, die al eerste stafsecretaris voor president Obama heeft gewerkt. ‘Ik kan me niet herinneren dat de president ooit een officieel document heeft weggegooid.’ Volgens haar was er in die tijd een strikt vastgelegde procedure voor de manier waarop met presidentiële stukken werd omgegaan. Alle papieren die naar de president gingen zaten ‘in verschillende mappen, elk met een eigen kleur etiket, één kleur voor memo’s over besluiten, bijvoorbeeld, en een andere kleur voor brieven. Zo gingen de documenten naar de president toe en dan kwamen ze in dezelfde map terug naar het secretariaat, om verder verspreid en afgehandeld te worden. Het was een heel gestructureerde werkwijze.’
Volgens Brown was Obama erop gebrand om documenten te bewaren voor het nageslacht – ook papieren die officieel niet naar het archief hoefden te worden gestuurd. ‘Ik weet nog goed dat hij me zijn met de hand geschreven speech over ras uit de verkiezingscampagne stuurde,’ vertelt ze. ‘Eigenlijk hoefde niet al het campagnemateriaal het Witte Huis binnen te komen of in het archief te worden bewaard.’
Dat bewaarinstinct bezit Trump niet. Iemand die van nabij weet hoe Trump in het Oval Officie opereert, zegt dat hij ‘altijd alles op zijn bureau dat is afgehandeld’ verscheurt. Medewerkers hebben hem wel gezegd dat hij dat niet moest doen, maar het bleek lastig om hem de gewoonte af te leren. En terwijl de president de wet rond de presidentiële documenten kennelijk aan zijn laars lapt, vatten zijn directe medewerkers het begrip ‘presidentieel document’ wel heel breed op. Alles wat niet puur persoonlijk is – zelfs een briefje dat een medewerker op een partijbijeenkomst in zijn handen gestopt kreeg, waarna hij het doorgaf aan Trump – wordt aangemerkt als document dat naar het archief moet, waar de medewerkers vervolgens kunnen zorgen dat het Witte Huis zich aan de wet houdt. Het team van mensen die deze klus uitvoeren is inmiddels kleiner, want veel ambtenaren zijn eerder dit jaar ontslagen.
Zo kregen ook Solomon Lartey en Reginald Young afgelopen voorjaar plotseling hun ontslag. Beiden zijn nu werkloos en hebben nog steeds geen idee waarom ze zomaar ineens hun pasje moesten inleveren en onder escorte van de geheime dienst het Witte Huis-terrein moesten verlaten.
‘Het enige excuus dat ik ooit van hen heb gekregen was dat je nu eenmaal in dienst bent zolang de president dat wil’
Lartey vertelt dat hij op 23 maart aan het eind van de werkdag werd ontslagen, zonder enige waarschuwing vooraf. Per direct was zijn toegang tot geheime informatie vervallen. Later werden er vijf dozen persoonlijke bezittingen per post bij hem thuis bezorgd.
‘Ik was stomverbaasd. Ik vroeg: “Waarom kunnen jullie me niet vertellen waarom ik weg moet?” Ik zat daar goed, ik dacht dat ik er tot mijn pensioen zou blijven. Ik had nooit gedacht dat ik ontslagen zou worden.’ Hij tekende een vooraf opgestelde brief waarin stond dat hij vertrok vanwege een andere carrièremogelijkheid. Maar hij zit nog steeds zonder baan.
Young, die op 19 april werd ontslagen, zegt dat hij zich tegen zijn ontslag verzette, waarna zijn officiële status werd veranderd van ‘ontslag genomen’ in ‘ontslagen’. ‘Vervolgens werd ik gedwongen om een ontslagbrief te tekenen. Daarna escorteerden ze me naar de parkeergarage en namen mijn parkeerkaart in beslag.’ Hij noemde zijn ontslag traumatisch en frustrerend kafkaësk. ‘Het enige excuus dat ik ooit van hen heb gekregen was dat je nu eenmaal in dienst bent zolang de president dat wil.’
Auteur: Annie Karni
Vertaler: Annemie de Vries
Politico
België | www.politico.eu
Europees broertje van de Amerikaanse politieke website, sinds 2015 actief in Brussel. Valt op door goede verslaggeving en scherpe profielen. Heeft ook een bescheiden printeditie.
CONTEXT: Snippers plakken en ontslag
Reginald Young en Solomon Lartey werden door Politico benaderd voor een gesprek omdat de twee ambtenaren in het Witte Huis plotseling te horen kregen dat er geen werk meer voor hen was. Beiden zijn sinds het voorjaar werkloos en weten nog altijd niet waarom ze werden gedwongen, zonder enige verklaring, een ontslagbrief te ondertekenen. In gesprek hierover met Politico vertelden ze en passant, maar tot in detail, hoe ze de snippers van papieren die de president had verscheurd en weggegooid, weer aan elkaar moesten plakken. Geen van beiden zag er een probleem in om te vertellen over de eigenaardigheid van deze klus, waarvan ze zelfs het idee begonnen te krijgen dat het een soort straf was, schrijft de politieke nieuwssite, die de voormalig medewerkers in bescherming neemt tegen eventuele repercussies over het naar buiten brengen van gênante informatie over de president. Personeelschef Irene Porada, verantwoordelijk voor het ontslag van Young en Lartey, wilde geen commentaar geven. Ook een reactie van de woordvoerder van het Witte Huis bleef uit.

