De oorlog in Oekraïne leidt niet alleen tot binnenlandse onrust in Rusland, maar ook tot de vrees dat Poetin overgaat tot de inzet van kernwapens. Reden te meer om de ‘nucleaire koorts’ in Rusland scherp in de gaten te houden, schrijft Ana Palacio, voormalig minister van Buitenlandse Zaken van Spanje.
De opstand van Jevgeni Prigozjin met zijn Wagner-groep heeft de klaarblijkelijke kwetsbaarheid van Vladimir Poetins regime het afgelopen weekend in een schril daglicht gezet. Het duurde weliswaar niet lang voordat Prigozjin eieren voor zijn geld koos en zijn naar Moskou oprukkende manschappen weer bevel gaf rechtsomkeert te maken, maar toch illustreert dit incident met een opstandige krijgsheer weer eens hoe dreigend en existentieel het gevaar is dat een agressieve en onstabiele nucleaire mogendheid voor de wereld vormt.
Sinds Oekraïne vorig jaar door Rusland werd binnengevallen, en vooral sinds het duidelijk werd dat Poetin daar niet de snelle overwinning zou behalen waarop hij blijkbaar had gerekend, doemt als een van de mogelijke uitkomsten ook een nachtmerriescenario aan de horizon op: dat Poetin ten val wordt gebracht en Rusland zal worden verscheurd door een machtsstrijd tussen krijgsheren, die dan ook met elkaar zullen wedijveren om de macht over het grootste nucleaire arsenaal ter wereld.
Constant gevaar
Dit scenario leek even werkelijkheid te worden toen Prigozjin het Russische leger beschuldigde van aanvallen op Wagner-kampen en in reactie daarop het zuidelijke hoofdkwartier van het leger in Rostov aan de Don innam en zijn eigen huurlingenleger liet oprukken naar Moskou. En al is deze opstand nu met een sisser afgelopen, er is geen enkele garantie dat er geen tweede poging volgt, zeker als je ziet hoeveel steun Prigozjin bij sommige delen van de Russische bevolking lijkt te genieten.
Maar ook met Poetin in het Kremlin blijven de Russische kernwapens een constant gevaar vormen. Het is immers de dreiging van nucleaire escalatie die het Westen ervan weerhoudt Oekraïne te hulp te schieten met militair ingrijpen, en die de NAVO dwingt de timing en de aard van haar militaire steun aan de Oekraïense strijdkrachten heel precies uit te kienen.
Poetin heeft het Westen herhaaldelijk gemaand om op zijn tellen te passen. In 2014, het jaar waarin hij de Donbas binnenviel en de Krim annexeerde, heeft Rusland een nieuwe militaire doctrine aangenomen waarbij het zich het recht voorbehoudt kernwapens in te zetten bij een aanval met conventionele wapens die een bedreiging vormt voor het voortbestaan van de Russische staat. Vier jaar later bekrachtigde Poetin zijn geloof in dat principe nog eens. Ja, het zou een ‘mondiale catastrofe’ zijn, gaf hij toe, maar een wereld zonder Rusland had toch geen bestaansrecht.
Hij voert dit nucleaire wapengekletter steeds verder op. De toespraak waarmee hij afgelopen september de annexatie van nog eens vier Oekraïense oblasten (provincies) afkondigde, zat vol bijtende opmerkingen over het militaire verleden van de Verenigde Staten, waaronder het feit dat de VS als enige land ter wereld ooit nucleaire wapens heeft gebruikt. En eerder deze maand bevestigde Poetin opnieuw dat hij bereid is kernwapens in te zetten als hij dat nodig acht voor ‘het voortbestaan’ en de bescherming van de ‘territoriale integriteit, onafhankelijkheid en soevereiniteit’ van de Russische staat. Hij zei ook dat zijn land dankzij het gigantische Russische kernwapenarsenaal een ‘strategisch voordeel’ heeft tegenover de NAVO. In februari heeft Rusland het START-verdrag opgeschort, het laatste verdrag over de nucleaire wapenbeheersing die het nog met de VS had.
Rusland is momenteel in de greep van een repressie die doet denken aan de Sovjettijd
Die provocerende nucleaire retoriek van Poetin begint de laatste tijd ook door te klinken in de commentaren van andere prominente Russen. Sergej Karaganov, erevoorzitter van de Russische Raad voor Buitenlands en Defensiebeleid, pleitte in een recent opiniestuk voor de mogelijkheid van een preventieve nucleaire aanval. Zo’n aanval op ‘een reeks doelwitten in een aantal verschillende landen’ zou Rusland volgens hem in staat stellen ‘diegenen die hun verstand verloren hebben weer tot rede te brengen’ en ‘de wil van het Westen te breken’. Zelfs voor een havik als Karaganov is dat een schokkende stellingname.
Maar misschien nog wel zorgwekkender is dat er nu ook zulke opruiende taal te horen is van figuren die zich in het verleden juist altijd gematigd opstelden. Dmitri Trenin, de voormalig directeur van het Carnegie Moscow Center, gold binnen Rusland lange tijd als de stem van de rede, maar ook hij pleit er nu voor dat Rusland ‘de nucleaire kogel’ in ‘het magazijn van zijn revolver’ laadt. Hij oppert dat een preventieve aanval de ‘mythologie’ zou ontkrachten van artikel 5 van de NAVO (dat een aanval op één lidstaat een aanval is op allen) en zo tot het uiteenvallen van heel dat bondgenootschap kan leiden.
Er klinken natuurlijk ook wel tegengeluiden. De opvatting van Karaganov wordt bestreden door mensen als Fjodor Loekjanov, de huidige voorzitter van de Russische Raad voor Buitenlands en Defensiebeleid, Ivan Timofejev, directeur-generaal van de denktank Russische Raad voor Internationale Zaken, en Aleksej Arbatov van de Russische Academie van Wetenschappen. Maar zo’n pleidooi moet wel in patriottische termen worden vervat, want Rusland is momenteel in de greep van een repressie die doet denken aan de Sovjettijd. Dat blijkt wel uit de recente arrestatie van Evan Gershkovich, de journalist van The Wall Street Journal, en de krankzinnige gevangenisstraf die een oppositiefiguur als Vladimir Kara-Moerza wordt opgelegd. Historisch is interne repressie in Rusland altijd verbonden geweest met externe agressie.
Voorlopig hoeft Rusland nog geen kernwapens in te zetten, zegt Poetin, althans niet om het voortbestaan van de Russische staat te garanderen. Maar een krijgsheer als Prigozjin zou daar heel anders over kunnen denken. In ieder geval lijkt de kans op de inzet van kleinere, ‘tactische’ kernwapens in Oekraïne sowieso toe te nemen. Terwijl Ruslands conventionele arsenaal stilaan uitgeput raakt, heeft het land onlangs een lading van zulke wapens op het grondgebied van zijn naaste bondgenoot Belarus gestationeerd, en het wil er nog meer sturen.
‘Nucleaire koorts’
Volgens een enquête van het Levada Center uit april dit jaar meende een derde van de ondervraagde Russen dat de Russische leiders wel bereid zijn kernwapens in te zetten in Oekraïne, al is 86 procent van de Russen van mening dat kernwapens onder geen enkel beding mogen worden gebruikt. Vorige week erkende president Biden nog dat er een ‘reëel’ gevaar bestaat op de inzet van tactische kernwapens door Rusland. Dat zou de wereld een stuk gevaarlijker maken – zeker als Poetin er zomaar mee wegkomt. Als het Westen zwicht voor nucleaire chantage van Rusland, vallen er meer aanvallen te verwachten, in Moldavië en elders.
De oorlog in Oekraïne roept niet alleen het schrikbeeld op van het uiteenvallen van de Russische staat, maar ook van een nucleaire confrontatie zoals de Cubacrisis van 1962 – maar dan misschien een crisis die niet kan worden bezworen. Vanwege dit gevaar moet het Westen alle beschikbare middelen inzetten om de vinger aan de pols te houden van het binnenlands debat in Rusland om te zien of de ‘nucleaire koorts’ in het land niet te hoog oploopt. De opstand van Prigozjin toonde natuurlijk wel aan dat in Rusland alles mogelijk is. En zoals de kremlinologen uit de Koude Oorlog na decennia van koffiedik kijken moesten constateren, valt het onmogelijk te voorspellen of je uit het maatschappelijk debat en uitingen in openbare media iets kunt afleiden over een nieuwe consensus in de politieke en militaire top. Maar er staat voor de wereld zoveel op het spel dat we het op zijn minst moeten proberen.
Lees ook:

