Ze stromen bij duizenden Europa binnen, van alles beroofd, behalve van hun onmisbare smartphone. De weg om het Duitse ‘Beloofde Land’ te bereiken is lang en vol obstakels.
Op het station van Gevgelija in Macedonië hangt een wirwar van verlengsnoeren uit een raam die zich zigzaggend een weg banen naar een tafeltje op het perron. Alle stopcontacten worden in beslag genomen door opladers. De vluchtelingen betalen een euro om de batterij van hun mobieltje te mogen opladen. En zonder dat mobieltje kunnen ze niet. Communicatie is van levensbelang: waar zijn familie en vrienden, wanneer en waar is de afspraak met de mensensmokkelaars, wie kan geld sturen? Sommige kwaadwillenden vragen zich af hoe die ‘zogenaamde vluchtelingen’ aan smartphones, spijkerbroeken en merktennisschoenen komen. Om echte vluchtelingen te lijken, hadden ze tienduizenden kilometers op hun blote voeten moeten afleggen en in lompen moeten arriveren met hun geiten.
In Macedonië
Ze zijn te voet in Macedonië gearriveerd vanuit het Griekse dorpje Idomeni. De twee grensposten worden door hooguit drie kilometer gescheiden. De migranten zeggen geen Griekse grenswachters te hebben gezien en de Macedoniërs gebaarden alleen maar dat ze konden doorlopen. Af en toe krijgen ze het verzoek enkele uren te wachten omdat het station van Gevgelija overvol is. Het recente machtsvertoon van de Macedonische politie tegenover de migranten was alleen maar een ijdele poging om de toestroom te vertragen. Ze dwalen met duizenden door het station en de aangrenzende straten. Ze slapen op de perrons of in het naburige park.
Voordat de Macedonische politie de grens voor korte tijd blokkeerde, arriveerden er tweeduizend vluchtelingen per dag op het station van Gevgelija. Maar er zijn te weinig treinen om hen naar Servië te vervoeren: behalve een internationale trein, van Thessaloniki naar Belgrado, zijn er een stuk of drie plaatselijke treinen zonder vaste dienstregeling. Je weet nooit hoe laat ze aankomen, en óf ze wel aankomen. Eenmaal op het perron blijven de deuren op slot en mogen reguliere reizigers eerst instappen voordat de treinen bestormd worden door vluchtelingen. Na enkele gewelddadige vechtpartijen om een plekje in de treinen te bemachtigen, is besloten voorrang te geven aan families met kleine kinderen. Zo heeft men enige orde in de algehele chaos weten te scheppen.
Bovenleiding
Artsen bezoeken het station eenmaal per dag. Er is me verteld dat vijf vrouwen de afgelopen week een miskraam hebben gehad. Dat komt in geen enkele statistiek voor. Ik hoor dat twee mensen op het dak van een wagon zijn geklommen met de bedoeling hun mobieltje aan een bovenleiding op te laden. Ze zijn voor tachtig procent verbrand, maar hebben het overleefd. De meest voorkomende verwondingen zijn het gevolg van knokpartijen in de rij voor de politiegrenspost. Daar wachten de immigranten op een document dat bevestigt dat ze in Macedonië zijn aangekomen en dat ze 72 uur hebben om een asielaanvraag te doen. Met andere woorden, ze hebben drie dagen om er stiekem vandoor te gaan naar Servië.
Het document machtigt hen om alle vormen van openbaar vervoer te gebruiken. Sommigen wachten enkele dagen op het papier. De mensen hergroeperen zich op basis van etniciteit, schreeuwen, duwen elkaar opzij, dreigen, schelden elkaar uit. ‘Het ergst zijn de Pakistani’s,’ vertrouwt een Syrische Koerd me toe.
Zo haalt Gevgelija overal ter wereld de voorpagina’s. De burgemeester van het stadje, Ivan Frangov, is er niet blij mee. Tot dan toe ontving men er alleen maar welgestelde toeristen die in de tien casino’s kwamen gokken. Frangov vertelt over het veiligheidsrisico voor Macedonië, over de Grieken die het probleem naar het noorden exporteren, de burgers die de straat niet meer op durven. ‘Ik heb met de vluchtelingen te doen, maar dat wil nog niet zeggen dat ons land het slachtoffer van de situatie moet worden.’
Maar het zakeninstinct heeft de inwoners van Gevgelija niet verlaten. Op het perron hebben ze geïmproviseerde kraampjes gezet om bananen, popcorn, chips en flessen water te verkopen, drie keer zo duur als in de winkels tweehonderd meter verderop. Ook de taxichauffeurs profiteren ervan. Angel Stojankov legt uit dat ze de migranten niet oplichten, ze hanteren gewoon de tarieven die de taximeter aangeeft, 100 euro voor vier passagiers tot aan de Servische grens. ‘We brengen ze tot de officiële doorgangspost, daarna gaan ze verder via landweggetjes.’
Van Macedonië naar Servië. Of je nu een taxi, trein of bus neemt, alle wegen leiden naar Tabanovce, het laatste Macedonische dorp voor de Servische grens. De UNHCR heeft er een kamp ingericht, wat schuilplaatsen om de aangekomenen tegen zon en regen te beschermen. Niemand belet de immigranten overigens om door te reizen. Zaman, een Marokkaan, arriveert met een grote rugzak en vervolgt meteen zijn weg richting Servië.
De transportbedrijven doen goede zaken
Belgrado
Om de grens over te komen, moet je gewoon geduld hebben. De Macedonische politie is nergens te bekennen, aan Servische zijde zijn maar vier agenten. Zij moeten de toestroom naar Servië doseren zodat de druk op Presevo, de Servische stad waar zich het eerste opvangkamp voor vluchtelingen bevindt, niet te hoog wordt.
We stoppen op een parkeerplaats langs de snelweg. Daar pauzeert een bus, afgeladen met vluchtelingen. De chauffeur laat me een brief van het ministerie van Binnenlandse Zaken zien waarin transportbedrijven wordt verzocht speciale busdiensten te openen tussen het opvangcentrum in Presevo en Belgrado. Ze hebben positief op het verzoek gereageerd. De prijs van een kaartje is niet omhooggegaan, 16.000 dinar [14 euro], en de bussen zijn vol. De chauffeur heeft alle passagiers op een lijst gezet, dus alles gaat volgens de regels. Ze beschikken allemaal over een Servisch document dat hun drie dagen geeft om hun asielaanvraag in te dienen. Maar niemand is van plan om van dit recht gebruik te maken. Ze willen maar één ding: naar Hongarije.
Belgrado is de enige grote stad waar de migranten enige tijd rust houden tijdens hun Balkanreis. Het park tussen de twee busstations en een park tegenover de economische faculteit worden geheel in beslag genomen door tenten, dekzeilen en wasgoed dat te drogen hangt aan lijnen die tussen de bomen zijn gespannen. De migranten slapen onder de blote hemel, behalve als het regent. In dat geval schuilen ze in een naburige garage, waar ze tussen de auto’s slapen. De vluchtelingen weigeren met de Duitse media te praten uit vrees dat dat tegen hen wordt gebruikt op het moment dat ze asiel zullen aanvragen. ‘In Irak zijn er grote problemen met IS. Als die je te pakken krijgen, hakken ze je hoofd eraf. Daarom wil ik naar Duitsland,’ legt de 17-jarige Ahmad uit.
De jeugdherbergen in de wijk zijn vol. Een plaatselijk eettentje maakt reclame voor hamburgers en ‘cevapcici’ [traditionele gehaktrolletjes], allemaal halal. De mensen passen zich aan aan de vraag van het moment. Maar de prijzen zijn niet overeenkomstig de situatie. Enkele meters verderop kun je dezelfde hamburgers kopen voor drie keer zo weinig. De zaken gaan bijzonder goed, er worden verkoopsters geworven. Ook de transportbedrijven doen goede zaken: er is een dozijn extra busdiensten geopend naar Subotica en Kanjiza, de kaartjes worden lang van tevoren verkocht.
Dat is de kant die Mehdi op wil. Hij is Iraniër en verklaart dat hij atheïstisch is, wat problemen geeft in de sjiitische republiek. Hij heeft net een glas vruchtensap gedronken op de binnenplaats van de club Mixer, een populaire plek voor alternatieve cultuur. ’s Zomers wordt de binnenplaats van Mixer omgetoverd tot een liefdadigheidsbazaar. Er worden tafels vol kleren neergezet. De inwoners van Belgrado dragen hun steentje bij, meer dan noodzakelijk. ‘Er komen artsen om de vluchtelingen te onderzoeken,’ vertelt een vrijwilliger die helpt bij de verdeling van kleren, water en eten. Een grootmoeder heeft brood, paté en koekjes gebracht.
Wat zal hij doen als de muur klaar is? ‘Dan spring ik eroverheen’
Richting Hongarije
Boven het dorp Backi Vinogradi geeft een hoge paal met thermische camera’s aan dat we bij de Hongaarse grens komen. Een enorme militaire truck rijdt langzaam de grens langs. Via versterkers klinkt Money, Money, Money, de beroemde hit van Abba. De soldaten die de afrastering moeten aanbrengen, maken grappen. Twee grote rollen prikkeldraad liggen klaar om geplaatst te worden, de bouw van de muur nadert zijn voltooiing [op 29 augustus was het zover].
Een soldaat vraagt ons wat we komen doen. ‘Wilt u foto’s maken? Geen probleem.’ Hij legt ons beleefd uit dat de migranten hier de grens niet over komen. Denkt hij nou echt dat drie meter prikkeldraad mensen zal tegenhouden die niet meer naar huis kunnen? ‘Dat hopen we. Ons doel is om ze naar de officiële grensposten te dirigeren,’ zegt hij. Maar daar komen ze Hongarije niet in.
Prikkeldraad
Twintig kilometer meer naar het zuidwesten, in een verlaten steenbakkerij in de buurt van Subotica, treffen we de 27-jarige Milad. Over het afsluiten van de Hongaarse grens met prikkeldraad maakt hij zich niet al te veel zorgen. Wat hem meer zorgen baart, is dat ‘de Pakistani’ hem niet belt. Dat is zijn smokkelaar. ‘Hij koopt politiemensen om,’ zegt Milad. De genoemde Pakistani slaagt er kennelijk in om dagelijks een twintigtal mensen van de steenbakkerij naar Duitsland te krijgen. Zijn diensten kosten Milad en diens familie 4.500 euro. Wie geen geld heeft, zal voor een andere optie moeten kiezen. Voor enkele tientallen euro’s brengen de smokkelaars hen naar plekken waar de grens makkelijker te passeren lijkt en laten hen vervolgens aan hun lot over.
Tijdens ons bezoek aan de verlaten steenbakkerij waren er niet veel migranten. Binnen blijkt uit de overvloedige Arabische graffiti dat er daar duizenden mensen zijn gepasseerd. ‘En niemand heeft me gedood,’ grapt Tibor Varga, de breedgeschouderde dominee in camouflagebroek. Hij bezoekt de steenbakkerij al vier jaar, sinds de ‘Arabische lente’. Tibor brengt brood, eieren, tandpasta… Volgens hem is het hek van prikkeldraad een steeds terugkerend gespreksonderwerp bij de vluchtelingen, maar ze beschouwen het maar zelden als een onoverkomelijk obstakel. ‘Ze hebben wel andere problemen, die veel erger zijn dan een paar meter prikkeldraad,’ besluit hij.
Dat doet me denken aan een jonge Syrische arts die ik in Gevgelija heb ontmoet. Toen hij al enkele maanden onderweg was, hoorde hij over de ‘Hongaarse muur’. Hij heeft geen geld om smokkelaars te betalen. Wat zal hij doen als de muur klaar is? ‘Dan spring ik eroverheen, ik knip hem stuk, ik zal alles doen om erdoorheen te komen,’ zegt hij. En trouwens, de kniptangen gaan als warme broodjes over de toonbank in de ijzerwinkels van Subotica.
Nemanja Rujevic

