de vs china en de logica van een handelsoorlog


De VS en China zijn bereid een handelsoorlog te riskeren omdat beide landen denken te kunnen winnen. Maar China heeft een streepje voor, ze hoeft geen kiezers te behagen.

Het worden niet voor niets handelsoorlogen genoemd. Het laatste, rancuneuze rondje handelssancties van de VS en China is ingegeven door de emoties – angst en trots – die ook tot echte oor-
logen leiden. Het ene land doet een agressieve zet, waardoor het andere zich genoodzaakt ziet om met gelijke munt terug te betalen. Beide partijen denken dat ze, als ze inbinden, gezichtsverlies lijden, niet alleen tegenover hun eigen volk, maar tegenover de hele wereld. De regering-Trump vindt dat China op handelsgebied al tientallen jaren ‘valsspeelt’. Maar in plaats van met concessies op de eerste Amerikaanse tariefverhogingen van juli te reageren, stelden de Chinezen zelf tariefverhogingen in. En daarom legt Trump nu opnieuw een verhoging op van 10 procent over Chinese exporten ter waarde van 200 miljard dollar.

Het lag voor de hand dat de Chinezen niet zouden inbinden, maar nieuwe heffingen op Amerikaanse goederen zouden aankondigen. Volgens de logica van de escalatie zwoer Trump daarop dat er nog hogere tariefverhogingen zouden komen – van misschien wel 
25 procent – op nagenoeg de gehele Chinese export naar Amerika.
Beide partijen zijn bereid een handelsoorlog te riskeren omdat ze denken dat ze een goede kans maken om die te winnen. De VS gelooft dat de Chinese economie hapert en daarom gevoelig is voor Amerikaanse druk. Larry Kudlow, de belangrijkste economische adviseur van het Witte Huis, zei onlangs dat ‘de Chinese economie simpelweg achteruitkachelt’. De Amerikanen weten ook dat de Chinezen een gigantisch handelsoverschot met de VS hebben en daarom kwetsbaar zijn als het aankomt op een tarievenoorlog.

Winnen

De Chinese overheid gelooft daaren-tegen dat haar autoritaire politieke stelsel veel beter bestand is tegen een handelsoorlog dan het Amerikaanse, dat gevoelig is voor pressie van ontevreden kiezers. Het zal het regime in Beijing niet zijn ontgaan dat de Amerikaanse regering al heeft beloofd sojaboeren te compenseren die last hebben van de Chinese tariefverhogingen.

Zoals Jeremy Shapiro van de Raad 
Buitenlandse Zaken van de Europese Unie zegt: ‘Beide partijen denken dat ze kunnen winnen en zijn daarom bereid de strijd aan te gaan. Oorlog is, in de taal van de politicologie, bijna altijd een strijd om relatieve macht, anders zou 
er geen reden zijn om de wapens op 
te pakken. In dit geval is een handelsoorlog nodig om erachter te komen wie het bij het rechte eind heeft.’

Tot dusver wordt de handelsoorlog vooral met tariefverhogingen uitgevochten. Maar het zal niet lang duren of China komt Amerikaanse goederen tekort waarover het importtarieven kan heffen. Dus zal de Chinese overheid naar andere manieren moeten zoeken om terug te slaan.

Er tekenen zich al een paar veranderingen af. Diplomaten zeggen dat China het niet meer zo nauw neemt met de handhaving van handelssancties tegen Noord-Korea, die voor de 
VS van belang zijn om het regime van Kim Jong-un te dwingen zijn kern-wapens op te geven. De Chinezen gaan daarnaast waarschijnlijk met regel-geving Amerikaanse bedrijven dwarszitten die in China actief zijn. En China zou zijn valuta zo kunnen manipuleren dat die in waarde daalt, waarmee het prijseffect van een tariefverhoging van 10 procent gemakkelijk teniet wordt gedaan.

Ook wordt er ineens druk gespeculeerd over de rol van China als grote opkoper van Amerikaanse staatsschulden. 
Sommige economen roepen al heel lang dat China druk op de VS zou kunnen uitoefenen door simpelweg 
te weigeren Amerikaanse schatkist-papieren op te kopen, waardoor het lastiger wordt om het Amerikaanse overheidstekort te financieren. Hillary Clinton heeft al eens gezegd dat het moeilijk voor Amerika zou worden om ‘hard’ tegen Beijing op te treden, omdat China ‘de bankier van Amerika’ is. Tijdens het presidentschap van Barack Obama overheerste echter het idee dat China zijn aandeel in de 
Amerikaanse schuld nooit zou durven dumpen, omdat de waarde van China’s eigen tegoeden daardoor zou kelderen. Maar nu de Amerikaanse staatsschuld nog verder de pan uitrijst doordat Trump de belastingen heeft verlaagd, zullen de Chinezen zeker de mogelijkheid onderzoeken om het dreigement van de schuldenkwestie als vergeldingsmaatregel in te zetten. Breekt er eenmaal oorlog uit, dan worden er allerlei nieuwe wapens ontwikkeld. Dat 
geldt net zo goed voor echte als voor handelsoorlogen.

Auteur: Gideon Rachman

Beeld: Vrachtwagens staan klaar voor de containers die aankomen in de haven van San Pedro, 
Los Angeles, een belangrijk doorvoerpunt van handelswaar naar en van Azië. – © Getty Images

CONTEXT: Steeds hogere importtarieven

Washington past sinds 24 september de met 
10 procent (en volgens Trump in de toekomst zelfs met 25 procent) verhoogde accijnzen toe op producten uit China ter waarde van nog eens 200 miljard dollar. Die maatregel wordt door Beijing gezien als ‘een hernieuwde aanval’ en beantwoord met de aankondiging van invoerheffingen van 5 tot 10 procent op importen uit de VS tot een waarde van 60 miljard dollar. De escalatie die de regering-Trump heeft ingezet, heeft betrekking op importen uit China ter waarde van in totaal meer dan 250 miljard, dat wil zeggen op meer dan de helft van alle Chinese exporten (505 miljard dollar in 2017).

Dat spel van maatregelen en tegenmaatregelen heeft een logische consequentie: het einde van de gesprekken tussen Amerikaansen en Chinese vertegenwoordigers om te trachten de crisis te bezweren. De Chinese onderminister van Handel, Wang Shouwen, heeft een bezoek aan Washington afgezegd, dat voor 20 september in de agenda stond en bedoeld was om een ontmoeting voor 
te bereiden tussen vicepremier Liu He en de Amerikaanse minister van Financiën, Steven Mnuchin.

In Washington verzetten binnen de regering de voorstanders van een harde lijn jegens Peking, zoals Peter Navarro, de belangrijkste raadgever in het Witte Huis op het gebied van buitenlandse handel, of Robert Lighthizer, de officiële Amerikaanse 
handelsvertegenwoordiger, zich tegen degenen die, zoals Mnuchin, pleiten voor een dialoog.

Aan Chinese zijde ‘is de frustratie voelbaar’, schrijft de Financial Times. ‘De Chinezen twijfelen aan het nut van de gesprekken [met de Amerikaanse minister van Financiën].’

CONTEXT: Soja-oorlog

In juli verhoogde Beijing de invoerrechten op soja uit de VS met 25 procent in antwoord op de Amerikaanse handelsmaatregelen. China importeert ongeveer 100 miljoen ton soja per jaar, de helft 
uit Brazilië en een derde deel uit de VS, aldus de Financial Times. Om zijn immense varkens- en 
kippenhouderijen te voederen is China voor 85 procent afhankelijk van deze importen, heeft de Chinese versie van de Japanse financiële krant Nihon Keizai Shimbun (ofwel: The Nikkei) berekend.

Het is dus zaak om te weten op welke termijn 
Beijing erin zal slagen zijn afhankelijkheid van Amerikaanse soja af te bouwen. In het eerste halfjaar van 2018 importeerde China 13 miljoen ton, zes keer zo weinig als in 2017. Beijing heeft Brazilië al benaderd, de voornaamste wereldproducent, met in het achterhoofd het conflict dat zich aandient met Washington. Tevens heeft de Chinese regering de binnenlandse productie aangemoedigd, die 
zou moeten stijgen van 1 tot 15 miljoen ton per jaar.

Van hun kant hebben de Amerikaanse producenten, wier oogst dit jaar buitengewoon was, de 
prijzen op de wereldmarkt zien dalen. Zij hopen 
de daling van de export naar China te kunnen 
compenseren met het vinden van afzetgebieden 
in Midden-Amerika en Europa.

Financial Times
Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 448.000

Toonaangevende krant voor de Londense City en de rest van de wereld. Internationale economie en management worden uitputtend behandeld.


Deel dit artikel


Recent verschenen