ANP 455572053


In Oekraïne behandelen artsen in plaats van de gebruikelijke patiënten nu oorlogsslachtoffers. Revista 5W ging langs bij een ziekenhuis in Odessa en een in Dnipro, waar veel zorgmedewerkers gebukt gaan onder de verschrikkingen die ze dagelijks te zien krijgen.

‘Dit is andere koek,’ zegt Irakli Belestov. Iets waaraan noch hij, noch zijn collega’s in het kinderziekenhuis in Odessa kunnen wennen. Dit zijn geen baby’s met een aangeboren ziekte, geen kinderen met hartproblemen. Het gaat niet om breuken bij jongeren door ongelukken – die genezen ze al jaren. 

Wat de hoofdchirurg van dit ziekenhuis bedoelt, is dat hij nu kinderen ontvangt die een ander soort letsel hebben opgelopen. Met ‘andere koek’ bedoelt hij: oorlog. ‘Gisteren konden ze voetballen en vandaag moeten ze een been of arm laten amputeren. Het is een schok voor de artsen, maar vooral voor de ouders. Het is moeilijk om aan te zien. Het is niet normaal. We zijn gewend aan patiënten met andere problemen. Maar dit is iets anders.’

Belestov is nog niet gewend geraakt aan deze verschrikkelijke nieuwe situatie. Misschien gebeurt dat ook nooit. Misschien is het een cliché om te denken dat professionals – een chirurg, een journalist, een boer, een taxichauffeur – kunnen wennen aan de dagelijkse pijn van oorlog. Belestov zegt dat sinds het begin van de Russische invasie in Oekraïne tussen de vijftien en twintig minderjarige patiënten met oorlogswonden in zijn ziekenhuis zijn behandeld. Een veel groter aantal moest worden doorverwezen naar andere ziekenhuizen.

‘Het is psychologisch erg zwaar om hiermee om te gaan, maar als wij het niet doen, doet niemand het’

Deze gevallen achtervolgen hem en zijn collega’s en herinneren hen, ook op de rustige dagen in Odessa, aan de gebeurtenissen aan het front en in gebieden die regelmatig onder vuur liggen. ‘Ik ben niet alleen arts, maar ook een mens, ik ben een vader. We doen alles wat we kunnen om patiënten te helpen, omdat we willen dat ze in de toekomst een normaal leven kunnen leiden. Het is psychologisch erg zwaar om hiermee om te gaan, maar als wij het niet doen, doet niemand het.’

Er is een overvloed aan werk in dit ziekenhuis, dat niet alleen Odessa bedient, maar ook het zwaar getroffen Mykolajiv verder naar het oosten, en de rest van Zuid-Oekraïne. Doordat andere ziekenhuizen in de regio in onbruik zijn geraakt, is dit ziekenhuis, dat goed staat aangeschreven, een referentiepunt geworden voor medische zorg aan minderjarigen. De metamorfose van dit ziekenhuis komt niet alleen door de komst van oorlogsgewonden – die vormen een minderheid – maar vooral door de zorg voor zwangere vrouwen en kinderen die bescherming zochten tegen bommen. Alle contradicties die gepaard gaan met het streven naar medische dienstverlening in een land dat in oorlog is, in een gebied dat soms niet in oorlog lijkt te zijn, komen hier samen.

Mickey Mouse

Het is een groot ziekenhuiscomplex, met een kinderspeelplaats bij de ingang, een kiosk en zelfs enkele winkels. Er is geen sprake van luxe, uitbundigheid of decadentie. Binnen zijn er lange gangen met stickers van Mickey Mouse en SpongeBob op de deuren. Afdelingen voor hart-, thorax- en buikchirurgie. Aquarellen van bijen, vissen, galopperende paarden met landschappen op de achtergrond. Een afdeling neonatale intensive care met open couveuses en dekens met beertjes en kleuren. ‘De situatie is verbeterd, omdat we hulp kregen,’ zegt Natalia Sivolap, hoofd van de afdeling. Ze heeft halflang blond haar en om haar nek hangen een stethoscoop, een parelketting en een gouden kruis.

Langs haar loopt een verpleegster in roze pyjama en hemelsblauw schort naar een van de baby’s. Sivolap onderstreept dat ze nog steeds behoefte aan hulp hebben, en ze legt uit aan wat precies. Als ze door het ziekenhuis loopt, is het nagenoeg onmogelijk om haar bij te houden: je moet bijna rennen. Ze wordt begroet door artsen, verpleegkundigen en patiënten. Een dame zegt haar gedag, pakt haar hand, betuigt genegenheid en deelt haar kennelijk iets mee in vertrouwen. Het gebeurt snel en Sivolap, die ook de waarnemend medisch directeur van het ziekenhuis is, vervolgt alweer haar tocht door de ingewikkelde gangen van het gebouw.

‘Als je met oorlogsgewonden werkt, vraag je je af: Waarom? Waarvoor?’

‘De eerste keer dat ik hier kwam, verdwaalde ik,’ grapt ze. Als we in een vergaderzaal gaan zitten om te praten, wordt ze ernstiger. ‘Veel kinderen in het ziekenhuis komen niet alleen uit Odessa, maar ook uit [het door Rusland bezette] Cherson of Mykolajiv. Er staat dus grote druk op de medische staf. De situatie zorgt voor problemen met hun geestelijke gezondheid. Er zijn kinderen die hier komen nadat ze hun huis en hun familie hebben verloren. Het medische personeel heeft psychologische steun nodig, net als de ouders van kinderen die oorlogsverwondingen hebben opgelopen. Als je een kind ziet dat opzettelijk is verwond, dan is dat erg pijnlijk. Het maakt me woedend, net als iedereen in het ziekenhuis. Het is moeilijk te bevatten waarom dit gebeurt. Als je met oorlogsgewonden werkt, vraag je je af: Waarom? Waarvoor?

Sivolap herinnert zich een nacht waarin twee kinderen in het ziekenhuis aankwamen die gewond raakten door Russische beschietingen. Ze herinnert zich een meisje dat een aanval in de buurt van Odessa meemaakte en waarvan beide voeten moesten worden geamputeerd. Ze herinnert zich een kind uit Mykolajiv met beschadigde inwendige organen, dat uiteindelijk naar een ander ziekenhuis werd doorverwezen. ‘Maar andere ziekenhuizen hebben nog ernstiger problemen.’

Oorlogsziekenhuis

Sivolap plaatst alles in een context. Een paar dagen geleden woonde ze een webinar waar Oekraïense deskundigen vreselijke verwondingen van soldaten lieten zien die zij hier niet heeft gezien. Dit is nog steeds een ziekenhuis voor moeder en kind en geen oorlogsziekenhuis. Natalia pretendeert niet de stress en druk van haar werk te kunnen vergelijken met dat van een militair hospitaal.

Doorgaans is de gedachte dat oorlog bestaat uit gevechten en bombardementen en dat degenen die direct lijden de oorlogsslachtoffers zijn. De rest is slechts een neveneffect. Maar dat moet hoognodig worden herzien, want als de middelen en de aandacht naar elders verschuiven, wordt ‘de rest’ plotseling te veel. Om het bij de gezondheidszorg te houden: kanker- en hartpatiënten en mensen die aan zeldzame ziekten lijden of die een operatie of gynaecologische zorg nodig hebben, kunnen geen van allen wachten tot een oorlog voorbij is.

Soms loopt alles door elkaar. De negentienjarige Diana Roesina ligt met haar baby in een kamer met vier bedden. Het is nog niet koud in Odessa, maar de verwarming draait al op volle toeren. Roesina is een paar dagen geleden bevallen, ze was al zwanger toen de oorlog begon. Ze woonde in een klein dorp in de provincie Cherson en wist te ontsnappen aan de Russische bezetting. ‘We werden wakker op 24 februari en ze belden ons om te vertellen dat de oorlog was begonnen. We geloofden het niet.’

‘Sommige ziekenhuizen in Cherson zijn verwoest, en de ziekenhuizen die nog functioneren zijn er alleen voor het Russische leger…’

‘We waren bang omdat het luchtalarm steeds afging en daarna was er vuur, klonken schoten… We besloten in de kelder te schuilen. Het was koud en er waren voedseltekorten. De buren hielpen ons, we deelden voedsel. We hebben zeven dagen en zeven nachten in de kelder geschuild, maar dat kon niet langer vanwege de kou, dus begonnen we een deel van de dag boven door te brengen bij het vuur. Uiteindelijk besloten we Cherson te verlaten. We vonden een man met een auto die mensen hielp met evacueren. Alles ging goed, maar bij de laatste controlepost in het door Rusland bezette gebied stonden enkele Tsjetsjeense soldaten, die op auto’s en mensen begonnen te schieten.’

Roesina kwam uiteindelijk met haar moeder aan in Mykolajiv, op twee uur rijden van Odessa. Haar man bleef achter in door Rusland bezet gebied, maar had ook alle reden om te vluchten. ‘Op een dag zochten soldaten hem op, sloegen hem, deden een zak over zijn hoofd, bonden zijn handen vast, richtten een pistool op zijn slaap. Ze namen hem mee naar een weiland en ontdeden hem van zijn kleren. Ze plunderden ons huis, namen alles mee.’

Roesina’s man moest bij sommige controleposten betalen om verder te mogen. Hij wist uit de door Rusland gecontroleerde gebieden te komen en kwam in Odessa aan om zich bij Diana te voegen. Het ergste was achter de rug. ‘Sommige ziekenhuizen in Cherson zijn verwoest, en de ziekenhuizen die nog functioneren zijn er alleen voor het Russische leger… Ik was ingeschreven bij een ziekenhuis en had er tot 24 februari medische controle, maar vanaf dat moment tot aan mijn aankomst in Odessa niet meer.’

In het ziekenhuis in Odessa kon Diana terecht voor gynaecologische controles en daar is ze ook bevallen. Cherson ligt iets meer dan tweehonderd kilometer verderop, maar lijkt te bestaan in een parallelle dimensie, omdat het door Rusland is bezet. Maar Roesina legt zich er niet bij neer. Deze ontheemding is tijdelijk, veel mensen die de oorlog zijn ontvlucht denken zo. ‘We hopen dat Oekraïne Cherson zal heroveren en als dat gebeurt gaan we terug, omdat we daar ons huis en ons werk hebben. Ik hoop dat dat in de nabije toekomst zal zijn, hopelijk voor Kerstmis.’ Tijdens ons gesprek huilt de baby een paar keer met gesloten ogen. Diana kijkt naar hem. Even lijkt het of hij wakker wordt, maar dan slaapt hij verder.

Vrijwillig chirurg

Ziekenhuizen veranderen en artsen veranderen. Vjatsjeslav Dolenko had een privékliniek in Kyiv en woonde in Irpin, aan de rand van de hoofdstad. Hij was onder andere cosmetisch chirurg. Hij had een flat gekocht, zijn leven liep op rolletjes. Maar na 24 februari veranderde alles. Hij raakte zijn werk kwijt, de kliniek verdween, zijn huis werd vernietigd. Zijn vrouw en zoon verlieten het land en hij ging naar Vinnytsja, in het hart van Oekraïne. Daar werkt hij nu in een militair hospitaal. ‘Nu ben ik vrijwillig chirurg. Ik word niet betaald, ons land is in oorlog en ik begrijp dat ik nodig ben. Ik werk met soldaten en burgers die schotwonden hebben of verwondingen door explosies.’

De vrijwilligersnetwerken gingen op volle toeren draaien toen de Russische invasie begon. Zij ondersteunen ontheemden, autoriteiten en strijdkrachten. De grens tussen civiel en militair is vervaagd en overal wordt alles ingezet wat voorhanden is. ‘Ik ben niet de enige, er zijn meer chirurgen en verpleegkundigen in het land die gratis werken – omdat het nodig is en omdat we geen keus hebben,’ zegt Dolenko. ‘Als we het niet doen, verliezen we ons land.’

‘Ik ben verrast door wat er gebeurt. Toen de oorlog begon, verdwenen alle problemen. Hiervoor hadden we ieder onze eigen conflicten of geschillen, met de buurman, met andere klinieken, met een of ander bedrijf, we concurreerden met elkaar – maar dat hield allemaal op en we werden één geheel dat werkt voor hetzelfde.’ Er is meer dan een half jaar verstreken, maar zowel de persoonlijke als gemeenschappelijke omstandigheden die de chirurg beschrijft wijzen op een noodsituatie die niet afneemt. Hij zegt dat hij geen last heeft van stress, hij begrijpt niet hoe hij het allemaal doet, maar hij blijft werken. ‘Ik hoop terug te gaan naar plastische chirurgie. Maar nu moet ik dit doen.’

Sinds het begin van de Russische invasie heeft de WHO 550 aanvallen op medische voorzieningen in Oekraïne geregistreerd

In elke oorlog is gezondheidszorg een van de sectoren die het meest te lijden heeft. Oekraïne is geen uitzondering. Sinds het begin van de Russische invasie heeft de Wereldgezondheidsorganisatie 550 aanvallen op medische voorzieningen in Oekraïne geregistreerd. De behoefte aan voorraden is het grootst in gebieden die door de gevechten worden getroffen, maar ook in gebieden zoals Odessa, waar een deel van de zeven miljoen mensen wordt opgevangen dat door het conflict in Oekraïne ontheemd is geraakt.

‘Sinds het begin van de oorlog zijn veel gezondheidswerkers naar Europa vertrokken,’ zegt Pavel Vasiljevitsj, directeur van het kinderziekenhuis van Odessa. ‘Degenen die zijn gebleven hebben nu meer patiënten, maar ze weten waarom ze hier werken, ze kennen hun prioriteiten: de mensen, de regio en het land.’ In zijn kantoor legt hij kalm de situatie in het ziekenhuis uit. Hij is zo iemand die je met zijn ogen gerust weet te stellen. Een vaardigheid die hem helpt bij het uitvoeren van een van zijn taken als directeur: zorgen voor de geestelijke gezondheid van het zorgpersoneel. Hij vertelt dat hij de meest gestreste werknemers een week vrij probeert te geven, hij zorgt voor versnaperingen tijdens de vergaderingen en stimuleert dat ze elke gelegenheid aangrijpen om elkaar te steunen, om samen te werken.

‘Misschien begint Rusland morgen nieuwe aanvallen en moeten we weer 24/7 werken’

‘Het is heel belangrijk dat we humanitaire hulp krijgen. Niet alleen fysiek, maar ook mentaal; anders voelt het alsof we er alleen voor staan. Er zijn veel artsen uit het Verenigd Koninkrijk, Spanje of Italië die mij gebeld hebben en hulp hebben aangeboden. Sommigen kwamen ons met de auto voorraden brengen. Dankzij dat soort hulp voelt het medisch personeel zich gesteund, het zorgt ervoor dat ze meer en beter kunnen werken.’

Zijn ziekenhuis is een van de Oekraïense ziekenhuizen die steun hebben ontvangen van Farmamundi, een ngo die grote voorraden geneesmiddelen en medische benodigdheden naar het hele land heeft gestuurd. Een ander is het Mechnikov-ziekenhuis, in de stad Dnipro die wordt doorkruist door de gelijknamige rivier, in het centrum van Oekraïne. Net als Odessa bedient dat ziekenhuis nu niet langer alleen de eigen provincie, maar ook andere door de oorlog getroffen gebieden. Gewonde patiënten – zowel burgers als militairen – komen er uit verschillende delen van Oost- en Zuid-Oekraïne heen voor een operatie. Het belang van dit ziekenhuis was al voor de oorlog van 2022 bekend.

‘Dit ziekenhuis heeft een geschiedenis, het was belangrijk tijdens de Eerste en Tweede Wereldoorlog,’ zegt het hoofd van de medische afdeling; zijn naam en die van zijn collega’s verschijnen om veiligheidsredenen niet in dit verslag. ‘Nu is het opnieuw een strategische plek.’

Geen keuze

Het werk is sterk toegenomen sinds Rusland zijn invasie van Oekraïne begon. Het ziekenhuis is vol, bevestigt ook de hoofdzuster terwijl ze dozen met medicijnen uitlaadt in het magazijn. ‘Al tijdens de pandemie werkten we hard. Nu is het type patiënten veranderd; vroeger was het ziekenhuis gericht op corona en nu is het er voor oorlogsgewonden. Ze komen uit Mykolajiv, Donetsk, Charkiv… Eerst krijgen ze medische zorg en als het nodig is, worden ze hierheen gebracht. Als ze aan de beterende hand zijn, verwijzen we ze door naar andere centra.’

Zij en haar collega’s berusten in de toegenomen werkdruk die de oorlog met zich meebrengt. Ze herhalen op verschillende manieren steeds dezelfde opvatting: het is wat het is, er is geen andere keuze, we hebben geen andere optie. ‘We werken hard, net als de monteurs, de ingenieurs… Het is moeilijk, maar niet onmogelijk.’ Ze wil benadrukken dat de inspanning collectief is: dat was zo tijdens de ergste maanden van de pandemie en nu is dat weer zo. De beheerder van de apotheek, die heen en weer loopt om de dozen met medicijnen te controleren, zegt: ‘Aan het begin van de oorlog werkten we vierentwintig uur per dag, zeven dagen per week en hadden we geen vakantie,’ zegt ze. ‘Nu is de situatie stabieler en hebben we wat meer tijd… Maar wie weet? Misschien begint Rusland morgen wel nieuwe aanvallen en moeten we weer 24/7 werken.’

‘Morgen’ werd het niet, maar wel kort erna. Dit gesprek vond plaats op 23 september. Op 10 oktober – een dag nadat Vladimir Poetin Oekraïne beschuldigde van de explosie op de brug die zijn land met de Krim verbindt – lanceerde Rusland een gecoördineerde aanval met 83 raketten op verschillende plekken in Oekraïne, waaronder Dnipro.

Deze reportage werd mogelijk gemaakt dankzij een samenwerking met de ngo Farmamundi.

Toen de Russische invasie in Oekraïne begon, stelde Farmamundi haar noodprotocol in werking en richtte zich op twee hoofdzaken: levering van medicijnen en medische voorraden en directe humanitaire actie in het land, in samenwerking met de lokale ngo’s Gender Bureau en IDC.

Naast de eerste distributie van voedsel- en hygiënepakketten verleent de ngo ook psychische steun en juridisch advies aan vluchtelingen in Oekraïne en asielzoekers in Moldavië en Servië. In de komende vijftien maanden zal Farmamundi zich concentreren op het opzetten en bestieren van centra voor tijdelijk verblijf voor binnenlandse ontheemden. Daarbij wordt prioriteit gegeven aan geestelijke gezondheidszorg en psychosociale steun, met de nadruk op vrouwen en kinderen.


Deel dit artikel


Recent verschenen