Uit een exclusief onderzoek van journaliste Marie Maurisse voor de actiegroep Public Eye blijkt dat de Zwitserse tabaksindustrie een dubbele standaard hanteert: sigaretten die in Afrika worden verkocht zijn giftiger dan de sigaretten die in Europa worden gerookt. Bedrijven hebben daar vrij spel in, domweg omdat regeringen niet over de middelen beschikken om een proactief gezondheidsbeleid te voeren.
Bestemming: Casablanca
De zon komt op boven Medina, de oude wijk van Casablanca. In de smalle steegjes van de zakelijke hoofdstad van Marokko maken inwoners op zachte toon een praatje, kopen vrouwen wasmiddel en spelen kinderen verstoppertje achter de sierlijke houten deuren die de gevels tooien.
Marwane staat voor zijn winkel met jurken en djellaba’s (lange, ruimvallende gewaden) en neemt een trekje van zijn sigaret. Het is niet zijn eerste sigaret van deze dag, die een lange dag belooft te worden, en het zal ook zeker niet zijn laatste zijn – hij moet wachten tot de avond valt voordat hij zijn zaak kan sluiten. Wat rookt hij? Winston, zegt hij en hij houdt het pakje omhoog. Als we het wat beter bekijken zien we op de zijkant een vertrouwde mededeling: ‘Made in Switzerland’.
Diezelfde mededeling zien we overal tijdens ons verblijf in Marokko, in oktober 2018. Niet alleen in de voormalige Medina maar ook in de scholen, cafés en restaurants van de stad. Overal zien we mannen, vrouwen en tieners sigaretten roken die in Zwitserland zijn vervaardigd. Het zijn altijd dezelfde merken: Winston, Camel en Marlboro.
Ibtissam, een jonge vrouw op het terras voor café Le Noble in Maarif, een winkelbuurt, drukt haar sigaret uit in de asbak voordat ze weer aan het werk gaat. ‘Ik ben op mijn twaalfde begonnen en ik heb helemaal geen zin om te stoppen,’ licht ze toe. ‘Voor mij is het een vorm van vrijheid.’
Weet ze dat ze Zwitserse sigaretten rookt? ‘Natuurlijk weet ik dat. Voor mij is dat een bewijs van de kwaliteit – ze zijn beter dan Marokkaanse sigaretten,’ luidt haar reactie.
Zwitserland exporteert voldoende om meer dan vier miljoen mensen een jaar lang elke dag een pakje te kunnen laten roken
Zwitserland gaat prat op de export van verrukkelijke chocolade en kwalitatief hoogstaande horloges. Toch is er nog een ander Zwitsers exportproduct dat minstens zo succesvol is, maar waar men beduidend minder mee te koop loopt: sigaretten. In 2016 heeft Zwitserland 34,6 miljard sigaretten geproduceerd – bijna 2 miljard pakjes. Zo’n 25 procent daarvan is op de binnenlandse markt verkocht. Bijna 75 procent is geëxporteerd: voldoende om meer dan vier miljoen mensen een jaar lang elke dag een pakje te kunnen laten roken. Het is een stabiele bron van inkomsten voor de Zwitserse economie.
‘Het exportinkomen uit tabaksproducten is met een totaal van 561 miljoen Zwitserse frank vergelijkbaar met de export van de meeste Zwitserse handelsartikelen, zoals kaas (578 miljoen Zwitserse frank) of chocolade (785 miljoen Zwitserse frank),’ aldus een onderzoek dat KPMG eind 2017 publiceerde.
De voornaamste bestemming van deze sigaretten is Japan. Marokko en Zuid-Afrika staan op nummer twee en drie.
Misbruik van een gebrek aan middelen
In 2017 werd 2900 ton Zwitserse sigaretten geëxporteerd naar Marokko, wat neerkomt op zo’n 3,625 miljard saffies. In allerlei kleine winkeltjes worden de pakjes sigaretten verkocht voor 33 dirham (3,5 Zwitserse frank). Echt zuinige klanten kopen losse sigaretten, voor twee dirham per stuk. De pakjes zijn gecertificeerd: ze hebben een SICPA-stempel van de Zwitserse certificeringsinstantie.
Tot 2003 werden de pakjes lokaal vervaardigd, bij de Société Marocaine des Tabacs. Na de dood van Hassan II werd wet 46.02 op de productie van tabak afgekondigd, waarmee de bedrijfstak werd geliberaliseerd. Internationale bedrijven lieten er geen gras over groeien en overspoelden de markt. Tegenwoordig wordt dik de helft van de sigaretten die in Marokko worden gerookt, geïmporteerd, vooral uit Zwitserland maar ook veel uit Turkije. De sigaretten arriveren per boot in de haven Tanger Med, of ze gaan zelfs via ‘Casa’ (Casablanca). De mensen die wij daar hebben gesproken, zeiden allemaal nadrukkelijk dat de douane de goederen inspecteert – de douane maakt containers open, haalt er een willekeurige doos uit en kijkt of de lading overeenkomt met de invoerpapieren. Desondanks is een van de algemene indrukken van ons onderzoek dat er alleen gedetailleerd wordt gecontroleerd als het gaat om de afdracht van belastingen – er vindt geen enkele controle plaats op de bestanddelen van de sigaretten of de giffen die ze bevatten.
Tegenwoordig wordt dik de helft van de sigaretten die in Marokko worden gerookt, geïmporteerd, vooral uit Zwitserland maar ook veel uit Turkije.
Drie tabaksgiganten op Zwitserse bodem
Philip Morris International (PMI) heeft zijn wereldwijde operationele hoofdkwartier gevestigd in Lausanne. Daarnaast heeft het bedrijf een fabriek in Neuchâtel, waar in 2017 meer dan vijftien miljard gewone sigaretten en rookvrije sigaretten worden geproduceerd – die laatste maken 15 procent uit van de wereldwijde productie van PMI, en hier vallen ook de merken IQOS Heets, Marlboro, Chesterfield en L&M onder. Het hoofdkantoor van Philip Morris Products SA is ook gevestigd in Neuchâtel. In 2017 bedroegen de inkomsten 28 miljard Zwitserse frank.
In Zwitserland heeft British American Tobacco (BAT) kantoren in Lausanne en een fabriek in Boncourt – in 1999 overgenomen van de Rothmans, die de fabriek op hun beurt weer hadden overgenomen van de familie Burrus, drie jaar daarvoor. In de fabriek produceert BAT Pall Mall, Gladstone, Dunhill, Lucky Strike, Kent, Winfield, Vogue, Players, Parisienne en Alain Delon. In 2017 bedroegen de inkomsten 26 miljard Zwitserse frank.
Het hoofdkantoor van Japan Tobacco International (JTI) zit in Genève, in een gloednieuw gebouw. JTI heeft ook een grote fabriek in het Duitssprekende deel van Zwitserland, in Dagmersellen, in het kanton Luzern. In 2017 heeft het Japanse bedrijf daar in totaal 10,8 miljoen sigaretten geproduceerd, onder zestien verschillende merknamen. De merken die het breedst worden gedistribueerd zijn Winston, Camel en Natural American Spirit. In 2018 bedroegen de inkomsten 18 miljard Zwitserse frank.
1. en 2. Het hoofdkantoor van respectievelijk Philip Morris International in Lausanne en Japan Tobacco International in Genève, en 3. een fabriek van British American Tobacco in Boncourt.
Intense lobby
Tabaksfabrikanten gebruiken agressieve reclamecampagnes om nieuwe, jonge klanten aan zich te binden.
In juli 2017 onthulde de Engelse krant The Guardian dat British American Tobacco (BAT) in Kenia en Oeganda heeft geprobeerd de overheid te beletten preventieve maatregelen tegen roken in te voeren. In Togo, Burkina Faso en Ethiopië lobbyt de tabaksproducent intensief om de overheid ervan te overtuigen dat neutrale pakjes niet leiden tot een daling van de verkoop.
In rijke landen, zoals Zwitserland, worden de schadelijke effecten van tabak geleidelijk erkend door de fabrikanten. Om het publiek te overtuigen van zijn goede bedoelingen heeft Philip Morris, concurrent van BAT, onlangs zelfs geholpen bij de oprichting van een stichting voor een rookvrije wereld, de Foundation for a Smoke-Free World.
De WHO is zich terdege bewust van deze veelzeggende semantische discrepantie: ‘Onderzoek heeft aangetoond dat verschillende maatregelen, zoals belasting op tabak, expliciete afbeeldingen om het roken te ontmoedigen, een volledig verbod op advertenties en promotie, hulp aan mensen die proberen te stoppen, allemaal resulteren in een verminderde vraag naar tabaksproducten. (…) Als Philip Morris International echt zou streven naar een rookvrije wereld, dan zouden ze dergelijke maatregelen ondersteunen. Maar het bedrijf komt er juist tegen in het geweer. Het bedrijf is op grote schaal aan het lobbyen en spant langdurige en kostbare juridische procedures aan tegen op feiten gebaseerd antirookbeleid.’ Zo heeft Philip Morris 24 miljoen dollar gestoken in een poging te verhinderen dat er in Uruguay, een land met nog geen vier miljoen inwoners, waarschuwingen tegen de gevolgen van roken op sigarettenpakjes zouden komen. Na een juridische strijd van zes jaar heeft het bedrijf de zaak verloren.
Onderzoek heeft aangetoond dat verschillende maatregelen, zoals belasting op tabak, expliciete afbeeldingen om het roken te ontmoedigen, een volledig verbod op advertenties en promotie, hulp aan mensen die proberen te stoppen, allemaal resulteren in een verminderde vraag naar tabaksproducten.
In Marokko is er een wet aangenomen die roken in cafés en restaurants verbiedt. Maar die wet wordt niet nageleefd.
Preventieprogramma’s op scholen zijn een zeldzaamheid en worden opgezet door instellingen met een zeer beperkt budget. En wat de sigaretten zelf betreft, er is geen regelgeving wat betreft de ingrediënten. In 2012 heeft de Marokkaanse overheid een wet ingediend die min of meer vergelijkbaar is met de Europese wetgeving en die een maximum stelt aan de toelaatbare hoeveelheden teer, nicotine en koolmonoxide. De wet waarin dat allemaal werd vastgelegd is echter nooit doorgevoerd, en er is geen laboratorium om de aanwezige hoeveelheden van deze bestanddelen te controleren.
Dubbele standaard
Waar rook is, is vuur. Dus wilden we meer weten over de bestanddelen van de sigaretten die worden gemaakt in Zwitserland maar vervolgens worden verkocht in Marokko.
Daarvoor hebben we een methode gebruikt die voor zover wij weten volledig innovatief is: we hebben een vergelijkend onderzoek gedaan naar de hoeveelheid zwavel, nicotine en koolmonoxide in enerzijds sigaretten die worden gerookt in Europa en anderzijds sigaretten die worden gerookt in Marokko. Dat is geen eenvoudige taak omdat hier geen algemeen toegankelijke gegevens over zijn. Natuurlijk, het percentage van de bestanddelen wordt soms vermeld op het pakje zelf, maar het is onduidelijk of de producenten zich ook aan die waarden houden. De uiteindelijke vraag is of de Zwitserse sigaretten die in Marokko worden gerookt dezelfde sigaretten zijn als de sigaretten die worden verkocht in een kiosk op de luchthaven van Genève of in Frankrijk. De enige manier om daarachter te komen is door middel van het analyseren van monsters.
Adrian Kay, de woordvoerder van de nationale gezondheidsdienst, laat weten dat Zwitserland niet beschikt over ‘een laboratorium dat is toegerust om een dergelijk onderzoek uit te voeren’. Toch weten wij een laboratorium te vinden dat wel in staat is zo’n analyse uit te voeren: het Institute for Work and Health (IST) in Lausanne, verbonden aan het CHUV (het universiteitsziekenhuis van Lausanne) dat deel uitmaakt van het netwerk van gecertificeerde laboratoria van de WTO.
In antwoord op onze vraag hebben Gregory Plateel, die aan het hoofd staat van de laboratoria, en analist Nicolas Concha-Lozano, een rookapparaat moeten bouwen. De methode die zij hanteren is feitelijk ‘op maat gemaakt’: drie kokers om de sigaret vast te houden, een pompje om een trek te nemen en een buisje waarin een deel van de rook wordt opgevangen. Niets wordt aan het toeval overgelaten – het apparaat wordt bestuurd door een computer die elke minuut gedurende twee seconden een monster vergaart van 35 ml.
Er zijn veel politici die de visie van de sigarettenfabrikanten onderschrijven
Er zijn dan ook veel politici die de visie van de sigarettenfabrikanten onderschrijven. Sommigen zijn makkelijk aan te wijzen, zoals Gregor Rutz, raadslid voor de Swiss People’s Party en voorzitter van het verbond van Zwitserse tabaksfabrikanten. Anderen hebben alleen indirecte banden met de sector maar verzetten zich tegen het aanscherpen van het preventiebeleid, zoals Hans-Ulrich Bigler, die aan het hoofd staat van USAM, een Zwitserse vakvereniging. Sommige voormalige parlementsleden zijn later door deze bedrijven in dienst genomen, zoals Sylvie Perrinjaquet uit Neuchâtel, die op haar website vermeldt dat ze consultant is voor Philip Morris International en die een badge heeft die haar toegang verschaft tot het parlement.
Toen Laurent Favre in 2012 parlementslid was in Bern, verzette hij zich tegen de invoering van de nieuwe 10-1-10-standaard die door de Europese Unie was aangenomen. Inmiddels is hij president van de Kantonsraad in Neuchâtel, het kanton waar het hoofdkwartier en de fabriek van Philip Morris International zijn gevestigd.
Zwitserland zou niet beschikken over ‘een laboratorium dat is toegerust om een dergelijk onderzoek uit te voeren’. Toch weten wij zo’n laboratorium te vinden.
Gregory Plateel en Nicolas Concha-Lozano hebben maar liefst dertig pakjes sigaretten geanalyseerd, uit Marokko, Frankrijk en Zwitserland, die we hun vorig jaar september hebben geleverd. Hun methode is overeenkomstig de ISO-standaarden die dienen als uitgangspunt voor alle onderzoeken waarbij dergelijke tests worden gedaan. In Zwitserland en Europa hebben de autoriteiten de 10-1-10-standaard ingevoerd, de maximaal toelaatbare waarden teer, nicotine en koolmonoxide voor sigaretten die worden verkocht op de Zwitserse of Europese markt: 10 mg teer, 1 mg nicotine en 10 mg koolmonoxide. Deze standaard hebben we als uitgangspunt genomen bij de analyse van onze monsters. Uit de resultaten blijkt duidelijk een dubbele standaard – Marokkanen roken sigaretten die schadelijker zijn dan de sigaretten die Europeanen roken. Voor alle geteste bestanddelen geldt dat vrijwel alle sigaretten die worden vervaardigd op Zwitserse bodem en worden gerookt in Marokko zwaarder, verslavender en giftiger zijn dan Zwitserse of Franse sigaretten.
Het roken van een Camel Light in Casablanca is schadelijker dan het roken van een Camel Filter in Lausanne
Zo bevat een monster van een Winston-sigaret meer dan 16,31 mg deeltjes per sigaret, in tegenstelling tot de 10,5 mg van een Winston Classic die in Lausanne is gekocht. Als we kijken naar de nicotinewaarden dan is het verschil tussen de sigaretten die in Marokko worden verkocht en de sigaretten die in Zwitserland worden verkocht al helemaal opvallend: volgens de resultaten van IST zit er 1,28 mg in een Camel van Zwitserse makelij die wordt verkocht in Marokko, tegen maar net 0,75 mg in Camel Filters die in Zwitserland worden verkocht. Als we kijken naar koolmonoxide, dat de hoeveelheid zuurstof in het bloed doet afnemen, zien we ook grote verschillen tussen Winston Blues die worden gerookt in Marokko (9,62 mg per sigaret) en die in Zwitserland (5,45 mg). Ondanks de geruststellende benaming is het roken van een Camel Light in Casablanca schadelijker dan het roken van een Camel Filter in Lausanne.
‘De voorkeur van de consument’
In Zwitserland en Europa zijn de maximale waarden die een sigaret mag bevatten: 10 mg teer, 1 mg nicotine en 10 mg koolmonoxide.
Er zijn echter veel slechtere uitslagen. In sommige gevallen waren de waarden die de Zwitserse wetenschappers vaststelden hoger dan de waarden die op het pakje werden vermeld. Dat was met name het geval bij de nicotinewaarde van Marokkaanse sigaretten: Winstons bevatten bijna 1,5 mg nicotine, terwijl op het pakje een waarde wordt vermeld van 1 mg. Volgens Ivan Berlin, een internationaal vermaard toxicoloog gespecialiseerd op dit terrein en werkzaam in Parijs en Lausanne, vergroot een hogere dosering nicotine de verslavingsgevoeligheid.
‘Als je het hebt over een grotere afhankelijkheid, gaat het erover dat mensen moeite hebben om nee te zeggen. Daarmee is er sprake van een grotere giftigheid.’
Jacques Cornuz staat aan het hoofd van een kliniek voor ambulante zorg, verbonden aan de universiteit van Lausanne. Hij is tevens epidemioloog en tabaksspecialist, en van 2007 tot 2014 stond hij aan het hoofd van de Federal Commission for the Prevention of Smoking (CFPT). Als wij hem onze resultaten voorleggen, draait hij er niet omheen en zegt: ‘Je zou met recht kunnen zeggen dat we van een truck van twintig ton overstappen op een truck van veertig ton.’
Reacties van de fabrikanten
Japan Tobacco International, de fabrikant van Winston en Camel, zei in reactie op onze vragen dat ‘Alle producten die met tabak te maken hebben worden geassocieerd met gezondheidsrisico’s.’ Daarom ‘is het onmogelijk om de werkelijke consumptiegewoonten van de gebruikers door een gestandaardiseerde methodologie te achterhalen’. Het bedrijf laat weten de resultaten om die reden niet exact te vinden. Bovendien kan, vervolgt men, ‘niet gesteld worden dat de ene sigaret minder giftig is dan de andere in termen van aspecten als smaak’. Waarom zijn sigaretten die in Marokko worden verkocht sterker dan andere sigaretten? Op die vraag komt geen reactie van het bedrijf.
De afdeling communicatie van Philip Morris International laat weten dat ‘consumenten over de hele wereld andere voorkeuren hebben. Tabak wordt geselecteerd op basis van die voorkeuren, afgaande op de specifieke mengelingen en bladsoorten die nodig zijn om de consistentie te garanderen van de verschillende merken, zoals Marlboro Rouge.’ Waarom er meer teer in de Marlboro’s zit die in Marokko worden verkocht dan in de Marlboro’s die in Zwitserland worden gerookt? ‘Wij raden het af om enkel en alleen naar de teerwaarde te kijken,’ luidt het antwoord. Er bestaat wetenschappelijke consensus over het feit dat ‘teer’ geen nauwkeurige indicatie is van het risico op gezondheidsschade en dat het misleidend is voor de consument om het te hebben over hoeveelheden ‘teer’. Wat betreft de uitslagen van de nicotinewaarden, die hoger bleken te zijn dan op het pakje vermeld, ‘houdt men zich aan de eisen van ISO 8243, die ruimte laten voor een zekere marge’.
Bezoek aan de fabriek: ‘Er volgen geen sancties’
Na ons bezoek aan Marokko hebben we ook de aanvoerketen onder de loep genomen om te kijken hoe tabak wordt geproduceerd, aangezien Zwitserland onderdak biedt aan de megaconcerns binnen de bedrijfstak en toestaat dat er sigaretten van mindere kwaliteit worden geëxporteerd naar ontwikkelingslanden.
We hebben de enige sigarettenfabriek in het land bezocht waarvan de directeur ons wilde toelaten: Koch & Gsell AG in Steinach. Dit bedrijf, dat is gevestigd op een industrieterrein in een buitenwijk van St. Gallen, is in 2015 opgericht door de destijds veertigjarige Roger Koch, afkomstig uit het Duits-talige deel van Zwitserland, die daarvóór een vertaalbureau had. Inmiddels produceert hij dertigduizend pakjes sigaretten per week, waarvan een klein deel wordt geëxporteerd; het merendeel is voor gebruik binnen Zwitserland. Hij krijgt soms bezoek van de autoriteiten. Ambtenaren uit verschillende lagen van het kanton-bestuur komen de veiligheid van de apparatuur en de arbeidsomstandig-heden van het personeel controleren, en houden in de gaten of het productieproces geen milieuschade veroorzaakt. Hij kent ook douanebeambten, omdat die controleren of de waren juist worden aangegeven en de belastingen tot op de laatste centime worden afgedragen.
Maar hoe zit het met de controle op de bestanddelen van de sigaretten? ‘Dat is nooit gecontroleerd, tot aan oktober vorig jaar. Toen heeft de voedsel- en warenautoriteit een paar monsters genomen om te analyseren. Maar we hebben er nooit meer iets van vernomen. Ik denk dat ze voornamelijk hebben gecontroleerd op CBD (Cannabidiol).’ In een deel van de productie van Roger Koch is dit cannabisbestanddeel aanwezig. Hij stuurt maandelijks zo’n honderd sigaretten naar het ALS-laboratorium in Duitsland, om getest te worden op andere bestanddelen. Dit laboratorium heeft tot taak de hoeveelheden teer, nicotine en koolmonoxide te testen, in overeenstemming met de 10-1-10-standaard die is geïntroduceerd door de Zwitserse regering.
De federale verordening aangaande tabaksproducten bepaalt dat de volgende bepalingen in acht genomen dienen te worden: ‘Wie sigaretten op de markt brengt moet in staat zijn te bewijzen dat deze sigaretten vallen binnen de wettelijke voorschriften die hierop van toepassing zijn.’ In theorie is het de taak van de afzonderlijke kantons om te zorgen dat deze bepaling wordt nageleefd. Slagen ze erin om de sigaretten te analyseren die op de markt komen? Of om te zorgen dat de producenten alleen toegestane ingrediënten gebruiken, waar in de voedselindustrie ook op wordt gecontroleerd?
Wat gebeurt er als uit de tests komt dat de sigaretten van Roger Koch deze waarden overstijgen? De bevindingen van het laboratorium worden niet naar de autoriteiten gestuurd maar naar verschillende klanten, zoals de Coop-groothandel. Er volgen geen sancties. ‘Het is aan ons om er iets aan te veranderen,’ licht Roger Koch toe. ‘De enige oplossing is een kleine verandering in de mengeling van de tabak, want er is geen makkelijke manier om even iets te veranderen aan de waarde van een bepaald bestanddeel. Het is mogelijk om tabak met water te spoelen, maar dat heeft gevolgen voor de kwaliteit. Het is ook mogelijk om de filters te perforeren zodat er meer zuurstof bij de geïnhaleerde rook komt. Maar dat is niet helemaal eerlijk, dus dat doen we niet.’
De lijst van toegestane bestanddelen op de OFSP-website laat Roger Koch de ruimte om tientallen ingrediënten toe te voegen aan zijn sigaretten. Dat doet hij niet, zegt hij, omdat die vrijheid er binnen de Europese Unie niet is. Hij is van plan een fabriek te bouwen in Duitsland, op slechts een paar kilo-meter afstand van Steinach, zodat hij zijn Heimat-sigaretten in de EU kan verkopen.
Ruime wetgeving
De federale overheid in Bern is huiverig om strengere regelgeving in te voeren. Het lijdt geen enkele twijfel waarom veel tabaks-giganten hebben besloten zich in Zwitserland te vestigen. Volgens een KPMG-rapport uit oktober 2017 worden de totale inkomsten uit deze bedrijfstak (zowel direct als indirect als via belastingopbrengsten) geschat op zo’n 6,3 miljard Zwitserse frank per jaar, wat neerkomt op 1 procent van het bruto binnenlands product. De sector levert zo’n 11.500 banen op, waarmee 0,2 procent van de bevolking aan het werk is. En dat is zonder de indirecte arbeidskrachten mee te rekenen, zoals de tabaksboeren.
De belastinginkomsten zijn aanzienlijk – er wordt nogal geheimzinnig gedaan over precieze bedragen, al doet in Neuchâtel het gerucht de ronde dat de helft van de belastinginkomsten uit de particuliere sector afkomstig is van Philip Morris International.
Zwitserland heeft nog meer manieren om sigarettenfabrikanten te lokken, maar de ruime wetgeving is vermoedelijk de beste troef. Sigaretten en de bestanddelen ervan vallen onder het besluit over tabaksproducten. Volgens dat besluit vallen onder de toegestane bestanddelen alle geuren uit voedselproducten, suiker, honing, kruiden en alle mogelijke zoetstoffen – op twee na: sucralose en het zout uit aspartaam-acesulfaam. Het is geen uitzondering om een hele reeks bevochtigingsmiddelen aan te treffen, bleekmiddelen voor de as, ontbrandingsversnellers, conserveermiddelen en ook nog bindmiddelen.
Pascal Diethelm, hoofd van de Zwitserse anti- tabaksorganisatie OxyRomandie, voegt hieraan toe dat de bepaling niet voorziet in enige regelgeving aangaande de gezondheid van de consument. Sterker nog, ‘gegevens van toxicologen met betrekking tot de additieven die zowel met als zonder ontbranding worden gebruikt, hoeven alleen te worden aangegeven in zoverre degene die de aangifte doet, zich ervan bewust is’.
Sigaretten zijn niet onderworpen aan de Zwitserse normen maar aan die van de landen die ze importeren
Zoals hij het ziet kan degene die de aangifte doet simpelweg zeggen dat hij zich niet bewust is van de toxicologische informatie van het ‘recept’ dat hij graag geautoriseerd zou zien. In vergelijking hiermee zijn de Europese regels veel strenger.
Zwitserland laat de sigaretten voor de eigen bevolking min of meer ongemoeid en is al helemaal niet geïnteresseerd in de sigaretten die in het land worden gemaakt en vervolgens geëxporteerd, zo laat de douanedienst weten. Die sigaretten zijn niet onderworpen aan de Zwitserse normen maar aan die van de landen die ze importeren. Dit in tegenstelling tot de situatie binnen de Europese Unie, waar in bepaling 2001/37/EC-maximumwaarden zijn vastgesteld voor de hoeveel-heden teer, nicotine en koolmonoxide in sigaretten die zijn bestemd voor de export. In die zin is Zwitserland relatief in het voordeel – het is het enige land van het Europese continent dat sigaretten produceert die giftiger zijn dan de sigaretten die door de eigen bevolking worden gerookt.
Zodoende spint Zwitserland garen bij het bestaan van een dubbele standaard en verergeren ondertussen de gezondheidsproblemen in de landen waarnaar wordt geëxporteerd.
Wanneer wij ernaar vragen laat het ministerie van Gezondheid weten dat het gebrek aan controles op de export ‘de wil van het parlement’ is. In 2012 is een motie ingediend door Laurent Favre, lid van de radicaal liberale partij (PLR) in Neuchâtel, die inmiddels is doorgedrongen tot de landelijke politiek. Hij wilde dat ‘sigaretten die in Zwitserland worden geproduceerd zonder beperkingen geëxporteerd kunnen worden naar landen die geen lid zijn van de Europese Unie’. De motie werd aangenomen.
De helft van de belastinginkomsten uit de particuliere sector in Zwisterland zou afkomstig zijn van Philip Morris International. Enige regelgeving aangaande de gezondheid van de consument ontbreekt.
Fabrikanten steken veel energie in het ondermijnen van de wil van de autoriteiten om tabakswetgeving in te voeren
Zoals we in Casablanca hebben gezien voert Marokko geen controles uit op de bestanddelen van Winston- en Camel-sigaretten die vanuit Zwitserland worden geïmporteerd. De douane beperkt zich ertoe de ladingen te controleren vanuit een fiscaal oogpunt. De situatie in Marokko is niet uniek: het komt maar zelden voor dat landen beschikken over een labora-torium waar stelselmatig geïmporteerde sigaretten kunnen worden geanalyseerd. Volgens de WHO is Burkina Faso het enige land in Afrika dat dit doet.
Zelfs als de controles wel plaatsvinden, kan er met de regels worden gesjoemeld. In Frankrijk [en ook in Nederland, red.] heeft het landelijke antirookcomité onlangs een klacht ingediend tegen fabrikanten die ze ervan beschuldigen testuitslagen te vervalsen door micro-openingen in de filters te maken waardoor de waarden van de geteste stoffen lager uitvallen wanneer ze worden geanalyseerd door het apparaat dan wanneer iemand een trek van een sigaret neemt en daarbij met zijn vingers het filter samenknijpt… Dit is slechts een van de mogelijke manieren, die Roger Koch terecht aanstipt. Deze manier van handelen roept herinneringen op aan het Volkswagen-emissieschandaal. Volkswagen is enige tijd geleden in Duitsland voor de rechter gedaagd omdat er software in de auto’s was ingebouwd waarmee kon worden gesjoemeld met de tests op de uitstoot van schadelijke gassen.
Fabrikanten steken veel energie in het ondermijnen van de wil van de autoriteiten om tabakswetgeving in te voeren. Zwitserland blijft niet gespaard voor dit ‘ontmoedigingsbeleid’. In een klein land als Zwitserland, waar de bedrijfstak een belangrijke rol speelt binnen de economie, zijn er nauwe banden tussen bedrijven en politici. In een documentaire die onlangs op de Zwitserse televisie is vertoond in het programma Temps Présent, werd duidelijk welke rol de AWMO-organisatie speelt (een alliantie van bedrijven voor een evenwichtig preventief beleid). Momenteel zitten er in deze organisatie twaalf senatoren en veertig parlementsleden – bijna een vijfde van alle Zwitserse parlementariërs – die campagne voeren tegen het aanscherpen van antirookmaatregelen.
Een tijdelijke kwestie
De achtste bijeenkomst van de WHO Framework Convention for Tobacco Control (FCTC) heeft vorig jaar oktober plaatsgevonden. Deze bijeenkomst, die bekendstaat als COP8, streeft ernaar de controles en herleidbaarheid binnen de tabaks-industrie te vergroten én een verbod op reclame te bewerkstelligen. Achter de schermen probeerde de Zwitserse afgevaardigde zo veel mogelijk uit beeld te blijven: Bern had de overeenkomst niet geratificeerd en was niet bereid tot compromissen.
Maar de cijfers van de WHO zijn schokkend: een op de twee rokers moet het gebruik van tabak met de dood bekopen en jaarlijks overlijden er zeven miljoen mensen aan de gevolgen van roken.
Het is aan het parlement om verandering te brengen in de status quo. Momenteel wordt er gedebatteerd over de nieuwe tabakswet die de reclame voor sigaretten zou moeten indammen. Afgaande op informatie die wij in handen hebben gekregen over het voorlopige wetsvoorstel, zou er weleens het omgekeerde kunnen gebeuren: het is niet uitgesloten dat de neutrale pakjes sneuvelen, net als de restricties op advertenties.
Zwitserse parlementsleden moeten alles op alles zetten om zich te verzetten tegen dit wetsvoorstel en een einde maken aan de schizofrene situatie van een land dat 1,7 miljard Zwitserse frank per jaar besteedt aan de behandeling van patiënten die kampen met de gevolgen van roken terwijl deze dodelijke bedrijfstak aan de andere kant geen strobreed in de weg wordt gelegd; een land dat in Tanzania antirookprogramma’s financiert terwijl Philip Morris, British American Tobacco en Japan Tobacco International wordt toegestaan om op Zwitserse bodem zeer giftige sigaretten te produceren, bedoeld om elders te worden gerookt.
Een op de twee rokers moet het gebruik van tabak met de dood bekopen. Toch wordt deze bedrijfstak in Zwitserland geen strobreed in de weg gelegd.
Public Eye
Zwitserland | organisatie | oplage 25.000
Public Eye is een Zwitserse ngo die de politiek en bedrijven in eigen land aanspoort te handelen in overeenstemming met mensenrechten, en bij te dragen aan de ontwikkeling van arme landen.
Marie Maurisse
Marie Maurisse is een onafhankelijke journalist, die voor deze reportage samenwerkte met Théa Ollivier, een
in Marokko gevestigde journalist.
Maurisse: ‘Het is heel moeilijk om de tabaksindustrie te onderzoeken, omdat deze heel gesloten is.’
Ze ontving voor dit onderzoek de Public Eye Investigation Award.

