duitslands probleem is europas probleem


Toen Ivan Krastev onlangs door Duitsland reisde, trof hij een welvarend, tolerant en democratisch land aan. Maar onder de oppervlakte proefde hij bezorgdheid over de toekomst.

Keuze uit het archief

In Duitsland vonden afgelopen zondag verkiezingen plaats. De conservatieve CDU/CSU van Friedrich Merz kwam als grote winnaar uit de bus, met 28,6 procent van de stemmen. De extreemrechtse AfD eindigde als tweede met 20,8 procent, een recordpercentage in de jonge geschiedenis van de partij.
In dit artikel uit The New York Times doet analist Ivan Krastev verslag van zijn rondreis door Duitsland vlak voor de verkiezingen van 2017. Hij legt uit hoe de scheidslijn tussen Oost- en West-Duitsland tot op de dag van vandaag voelbaar is en verklaart hoe deze tweedeling van invloed is op het stemgedrag van de kiezers.

De Duitsers hebben lang vakantie van de geschiedenis gehad, maar het ziet ernaar uit dat die nu voorbij is. Dat was mijn indruk toen ik onlangs voor de parlementsverkiezingen door Duitsland reisde. Het trof me hoe abnormaal normaal het land leek: welvarend, democratisch en tolerant. Terwijl andere Europese maatschappijen verscheurd worden door onrust en woede is in Duitsland de grote meerderheid van de inwoners tevreden met hun economische situatie. De regering heeft meer euro’s te besteden dan ooit, werkloosheid komt bijna niet voor en de toon van de verkiezingscampagne verschilde van de laatste Amerikaanse verkiezingen zoals een familiedrama verschilt van een horrorfilm.

Maar onder deze abnormale normaliteit ligt iets verontrustends. Hoewel de meeste Duitsers zouden beamen dat hun land een periode van welvaart doormaakt, durven maar zeer weinigen te beweren dat het morgen beter zal zijn dan vandaag, of zelfs maar even goed. In plaats daarvan voel je dat er vlak onder het oppervlak bezorgdheid heerst.

De 9/11 van Europa

De Duitse verkiezingen illustreerden dat de vluchtelingencrisis, van alle 
crises die de Europese Unie de afgelopen tien jaar heeft doorgemaakt
(de eurocrisis, de Brexit, de oorlog in Oekraïne), de grootste invloed zal hebben op de toekomst van de EU. Dit keer is het niet de economie, stupid. De instroom van vluchtelingen en de culturele en demografische paniek die dat heeft opgewekt, verklaart boven alles de onrust in de gevestigde Europese politiek. Die crisis is, in zekere zin, de 9/11 van Europa geworden, omdat ze de manier waarop burgers naar de wereld kijken fundamenteel heeft veranderd.



De Duitse verkiezingen lieten eveneens zien dat de Oost-West-scheidslijn niet simpelweg tussen Duitsland en zijn postcommunistische buren loopt, maar soms ook in het Westen zelf. In de oostelijke deelstaten van Duitsland, die vroeger de DDR vormden en waar zich minder vluchtelingen hebben gevestigd dan in andere delen van het land, behaalde het ultrarechtse Alternative für Deutschland zijn beste resultaten. En hoewel de Oost-West-scheidslijn oppervlakkig gezien misschien over migratie gaat, heeft de vluchtelingencrisis in werkelijkheid de toenemende verontwaardiging van de voormalige Oost-Duitsers over de erfenis van de val van het communisme zichtbaar gemaakt.



Een lokale politicus in het oosten van Duitsland legde het me aldus uit: ‘De regering wil dat wij de vluchtelingen als gelijkwaardig beschouwen, maar waarom beschouwen ze ons niet eerst als gelijkwaardig?’ Meer dan 25 jaar na de Duitse hereniging voelen veel voormalige Oost-Duitsers zich nog steeds tweederangsburgers wier salarissen en pensioenen lager zijn dan die in het westelijke deel van het land.

Het is een perverse ironie dat juist AfD de wrevel van de verliezers van de hereniging succesvol heeft gemobiliseerd, en niet de postcommunistische Die Linke. De DDR heeft zichzelf altijd afgeschilderd als de belichaming van het Duitse antifascisme. Nu maakt heimwee naar de DDR, of ten minste de wrok over de manier waarop Duitsland met zijn erfenis is omgegaan, het mogelijk dat een fascistisch angehauchte partij een stem in het parlement krijgt.

De crisis in het politieke centrum, veroorzaakt door het verzet tegen de pro-vluchtelingenpolitiek van de Duitse regering, zou het makkelijker kunnen maken om een gemeenschappelijk beleid inzake migratie in Europa te ontwikkelen. Daar is men het er nu algemeen over eens dat grenzen gesloten moeten worden of op zijn minst slechts voorzichtig mogen worden geopend.

Maar tegelijkertijd heeft de convergentie tussen Oost en West inzake migratie het wantrouwen tussen het Europese Oosten en Westen alleen maar aangewakkerd. De coalitie die naar verwachting in Duitsland zal gaan regeren – gevormd door christen-democraten, liberalen en groenen – zal waarschijnlijk kritischer staan tegenover Oost-Europese regeringen dan de vertrekkende coalitie. De nieuwe Duitse regering is misschien wel bereid om enkele anti-migratiemaatregelen aan te nemen 
die de Oost-Europeanen voorstaan, maar zal ook meer druk uitoefenen op de regeringen die oorspronkelijk pleitbezorger waren van dat beleid.

Mensen met wortels gingen wrok koesteren jegens mensen met benen. Het zijn dan ook de inwoners van de ontvolkte gebieden in Europa die het meest enthousiast op populisten stemden

Vreemdelingenangst lijkt ten grondslag te liggen aan het conflict tussen Europa’s Oosten en Westen, maar dat het Oosten zich nu verwijdert van het Europese project lijkt eerder geworteld in het trauma van diegenen die vertrokken zijn. Beschouw het als een uitgestelde reactie op de gevolgen van het feit dat in de afgelopen 25 jaar miljoenen Oost-Europeanen naar het Westen zijn geëmigreerd.

In de periode tussen 1990 en 2015 verloor de voormalige DDR 15 procent van haar inwoners. Die massamigratie vanuit het postcommunistische Europa was niet alleen schadelijk voor de economische concurrentie en de politieke dynamiek, maar zorgde er ook voor dat diegenen die besloten thuis te blijven het gevoel kregen de verliezers te zijn. Mensen met wortels gingen wrok koesteren jegens mensen met benen. Het zijn dan ook de inwoners van de ontvolkte gebieden in Europa die het meest enthousiast op populisten stemden.

En hoewel er zowel in het oosten als het westen van Duitsland en in het oosten en westen van Europa politieke woede is, zien we een duidelijk patroon: als westerlingen ontevreden zijn over de status quo, zoeken ze over het algemeen alternatieven binnen of rondom de gevestigde politiek – veel van de mensen die teleurgesteld waren in Merkels christen-democraten in West-Duitsland stemden op de liberalen – maar in het oosten zoeken kiezers alternatieven in extreem-links of -rechts.

De centrale rol van Duitsland voor de toekomst van Europa wordt niet alleen bepaald door zijn economische en politieke kracht, maar ook door het feit dat Duitsland als geen ander Europees land de Oost-West-scheidslijn niet zozeer ervaart als een botsing tussen lidstaten, maar als een splitsing in de eigen maatschappij.


Deel dit artikel


Recent verschenen