De piepjonge Oussama Khallouf (20) preekt elke vrijdag in de moskee van Bonneville in de Haute-Savoie. Met in Frankrijk opgeleide imams zoals hij hoopt de regering-Hollande radicalisering tegen te gaan.
Hij is een fan van carpoolplatform BlaBlaCar, ‘want een student groeit het geld niet op de rug’. Om twaalf uur ’s middags carpoolt Oussama vanaf zijn school in Château-Chinon in de Nièvre naar het huis van zijn ouders in Mâcon. Na een korte tussenstop reist hij met een deelauto verder naar Bonneville in de Haute-Savoie, waar hij sinds twee maanden elke vrijdag, de dag van het grote gebed, als imam fungeert. Met zijn spijkerbroek en basketbalschoenen, jack, stoppelbaardje en zijn iPhone in zijn hand ziet Oussama Khallouf er, buiten de moskee, doodgewoon uit. En zijn glimlach zal menig meisje in vervoering brengen. Daar beginnen we maar niet over, want hij geeft vrouwen maar zelden een hand, ‘niet omdat ze minderwaardig of onrein zouden zijn, zoals sommige mensen zeggen, maar uit respect, omdat de hand een deel van het lichaam is’. Daar komen we later op terug.
Koranconcours
We ontmoeten hem op de eerste verdieping van een gebouw in het centrum van Bonneville, op vijftig meter van de kerk. De gebedsruimte is krap maar de gelovigen schikken in. Je kunt hier niet buiten bidden, ‘want soms vallen er stenen uit het oude kasteel’, grapt Abdelkrim, een gelovige. Oussama heeft een witte qamis (lang gewaad) aangetrokken, met een capuchon in dezelfde kleur. Gezeten op zijn minbar (stoel) houdt hij in het Arabisch en Frans een preek over broederschap en het verbod op kwaadspreken. Twintig jaar en nu al prediker? De oude mannen die naar hem luisteren zitten er niet mee. Ze respecteren zijn eruditie en voordrachtskunst. Want deze jongeman kende op zijn twaalfde al de Koran uit zijn hoofd. In 2014 was hij finalist tijdens het twaalfde nationale Koranconcours in Parijs, waar de deelnemers gememoriseerde teksten moesten voordragen.
Maar Oussama is in de eerste plaats student aan het Europese Instituut voor Menswetenschappen (IESH) in Château-Chinon, dat in 1992 is geopend door de aan de Moslimbroeders gelieerde Unie van Islamitische Organisaties in Frankrijk (UOIF). De school levert elk jaar een tiental in Frankrijk opgeleide imams af. Een beroepsopleiding die hoog op het verlanglijstje van de Franse overheid stond en sterk wordt aangemoedigd sinds de aanslagen van januari en november in Parijs. De studenten worden er tijdens hun opleiding aan herinnerd dat ze in een niet-confessionele maatschappij leven met diverse politieke, religieuze en filosofische stromingen. ‘Dit soort scholen is een alternatief voor buitenlandse opleidingen waar alleen maar Arabisch wordt gesproken en de Franse cultuur wordt miskend,’ benadrukte onlangs Frans premier Manuel Valls.
‘Vóór de komst van de islam waren meisjes geen mensen’
‘Ik ben geboren in Marokko maar op mijn dertiende bij mijn vader in Mâcon gaan wonen. Hij is ook imam. Ik wilde naar deze school om mijn kennis van de islam te verdiepen en die vervolgens te kunnen uitdragen. Wij krijgen na drie jaar een diploma en als je resultaten goed zijn kun je daarna voor een doctoraat gaan,’ legt hij uit. Elke lichting telt tweehonderd studenten, zestig procent mannen (vaak met baard) die niet allemaal imam worden, veertig procent vrouwen (voor het merendeel gesluierd) die zijn voorbestemd voor een carrière als vwo- of universiteitsdocent of onderzoeker.
Tijdens de colleges zitten de meisjes achter de jongens. Is dat normaal? ‘Vóór de komst van de islam waren meisjes geen mensen, ze werden vaak al bij hun geboorte gedood en de moslims hebben hen beschermd en een bestaan gegeven,’ betoogt Oussama. ‘De sluier beschermt hen ook,’ voegt hij eraan toe.
Het collegegeld bedraagt 3500 euro per jaar. Dat is duur, dus Oussama moet de eindjes aan elkaar knopen. De moskee in Mâcon houdt collectes om hem te helpen en ook de Culturele Maghrebijnse Vereniging van Bonneville draagt wat bij. ‘Wij betalen zijn vervoer en we geven hem eten en onderdak,’ zegt Djamal Benchabana, EHBO-arts en een van de leidende figuren in de plaatselijke moslimgemeenschap.
Fundamentalisme
Maar waarom zou je zo ver zoeken naar zo’n jonge imam? Antwoord: ‘De onze is oud en hij preekt alleen in het Arabisch. En we hebben hier jongeren die ons veel zorgen baren. We dachten dat Oussama misschien een goede invloed op hen zou kunnen hebben.’ Het gaat om een groep van zo’n twintig geradicaliseerde jongeren die hun eigen vereniging hebben gevormd, een eigen prediker hebben en op internet naar ‘van alles en nog wat’ zoeken, zeggen de ouderen. Deze jongeren zijn bekend. In het begin waren het er drie, werkloos, cannabisdealers. ‘Ze begonnen naar de moskee te komen maar ze gedroegen zich slecht, er werd gevreesd dat ze de andere jongeren zouden aansteken en dus zijn ze eruit gezet,’ licht Oussama toe.
Ze hebben op straat andere vrienden gevonden maar zouden de drugshandel hebben verruild voor een radicale beoefening van hun godsdienst. ‘Het gevaar is dat ze veldwerk verrichten,’ voegt Oussama eraan toe. Hij vertrouwt ons toe dat ze hem al zijn komen ‘testen’, dat wil zeggen, naar hem zijn komen luisteren.
Wat zou hij tegen hen kunnen zeggen? Op school wordt hij ingewijd in de Franse socioculturele realiteit, maar daar weet Oussama al heel veel van. ‘De sociale misstanden en onrechtvaardigheden zijn de eerste redenen om te radicaliseren,’ benadrukt hij. De vallei van de Arve en de daar gevestigde fijnmechanische industrie, die bloeide in de jaren zeventig van de vorige eeuw, boden werk aan duizenden Noord-Afrikanen. Hun kleinzoons leven in een heel andere tijd, waar de werkgelegenheid schaars is. Oussama vervolgt: ‘Ik heb al geradicaliseerde jongeren ontmoet, ik stel ze vragen om hun kennis te testen en ik zeg ze dat ze niet in staat zijn om het woord van de Profeet te begrijpen. Maar ze halen bepaalde dubbelzinnige Koranverzen aan die door videopredikers naar eigen goeddunken worden uitgelegd. Het lijkt onmogelijk om ze ervan te overtuigen dat ze het mis hebben, maar de islam is een geduldige godsdienst, dus leg ik al mijn geduld in de schaal.’
Ook van de moslims in Bonneville wordt veel geduld gevraagd voordat de plaatselijke overheid bereid is hun een terrein te verkopen voor de bouw van een ‘echte’ moskee. Die zou in 2018 moeten opengaan: 4200 vierkante meter, plaats voor 700 gelovigen, een moderne architectuur met een koepel en een school om Arabisch en de Koran te leren.
Oussama denkt dat zo’n open, moderne plek het gevoel van trots en waardigheid kan vergroten en het fundamentalisme kan inperken. Hij heeft zin om er voltijds ‘aan de slag’ te gaan zodra zijn doctoraat binnen is.
CONTEXT: Niet te veel islamitische realiteit alsjeblieft!
Om in 2017 herkozen te worden riep François Hollande op tot verscherping van de veiligheidsmaatregelen en verlenging van de noodtoestand. Aan de andere kant ‘wil hij de 85 procent van de moslimbevolking die in 2012 op hem heeft gestemd niet tegen zich in het harnas jagen’, aldus The Wall Street Journal. Daarom ‘doet hij niet echt een poging om de radicale islam te definiëren, noch om actief op te treden tegen de rol die deze dikwijls speelt in de voorsteden van Parijs, Lyon en Marseille.’
‘Niet te veel islamitische realiteit alsjeblieft!’ lijkt het motto van de Franse autoriteiten volgens dit Amerikaanse hoofdartikel. ‘Het begint bijzonder politiek incorrect te worden om de islam in Frankrijk te associëren met een rechtvaardiging en motivering voor de gruwelen van het Franse jihadisme.’ Een houding die The Wall Street Journal inspireert tot de opmerking dat niemand veilig is, van de Noordzee tot aan de Middellandse Zee. ‘Wie leeft er nog meer met vijftienduizend “streng islamitische” salafisten in zijn buurt?’
Auteur: Christian Lecomte
Vertaler: Peter Bergsma
Le Temps
Zwitserland, dagblad, oplage 49.000
Opgericht in 1998, voortgekomen uit een fusie van Nouveau Quotidien, Journal de Genève en Gazette de Lausanne. Rechts van het midden, populair bij leidinggevenden, krant voor Franstalige Zwitsers.

