In München ontwerpen architecten en ecologen een wijk waar mens en dier samen kunnen leven. Zo poogt men de biodiversiteit te behouden in een stad die steeds meer ruimte inneemt.
Als over twee jaar de appartementen in de Münchense Brantstraβe klaar zijn, zouden huurders wel eens in de rij kunnen staan. In de buurt van volkstuinvereniging ‘Südwest 52’ worden, verdeeld over vier panden, ongeveer honderd sociale woningen en twee kinderdagverblijven gebouwd. En woningen zijn in de Beierse hoofdstad nog schaarser dan in de andere grote steden in het westen van Duitsland.
In de Brantstraβe ontstaat zelfs gratis woonruimte, maar dan alleen voor de belangstellenden die de bijzondere interesse van projectmanager Stefan Feller hebben: egels, mussen, groene spechten en vleermuizen moeten de gevels van de nieuwe gebouwen en de groenstroken eromheen gaan betrekken.
Het wooncomplex in de Münchense wijk Laim is het eerste in Duitsland dat ook voor dieren is ontworpen. ‘Animal Aided Design’ (AAD) heet het nieuwe concept voor diervriendelijk bouwen, dat in een zeldzame eensgezindheid tussen biologen en architecten is ontwikkeld.
‘Onze huurders zijn zeer geïnteresseerd in de dieren in hun buurt,’ zegt landschapsarchitect Feller, die werkzaam is voor de verantwoordelijke woningbouwvereniging Gewofag. ‘We hebben al vaker nestkasten of insectenhotels opgehangen, maar nu gaan we een stapje verder.’
De gevels van de nieuwbouw worden voorzien van spleten en holten die als nestelplaats kunnen dienen. Verder houden de ontwerpers er rekening mee dat vleermuizen aanvliegroutes nodig hebben voor de jacht. Egels zoeken een schuilplaats; het noodzakelijke dode hout moet in bankjes worden verwerkt waarop mensen ook nog van de zon kunnen genieten. In grote boomstammen moeten spechten een nest kunnen bouwen. Mussen nemen elke dag een zandbad, waarmee ze zich beschermen tegen parasieten. De zandgrond daarvoor ligt aan de rand van de paden die over het terrein van het wooncomplex lopen.
‘De architecten ontwerpen iets moois en vervolgens staat een of ander diertje de bouw in de weg’
Dergelijke woongemeenschappen van mens en dier moeten ertoe bijdragen dat de biodiversiteit in de steden behouden blijft, want het wordt krap voor de natuur: 75 procent van de mensen in Duitsland woont in stedelijk gebied. Elke dag wordt een oppervlak ter grootte van 105 voetbalvelden van nieuwe gebouwen en straten voorzien. Vrijwel geen enkel braakliggend stuk grond weet aan de aandacht van stadsontwikkelaars te ontsnappen. Vooral het groen en de dieren vallen ten prooi aan de urbanisatie. Ook het terrein aan de Brantstraβe was tot nog toe deels onbebouwd; enkele oude bomen moeten wijken voor de huurwoningen.
De opdrachtgever is verplicht dergelijke nevenschade te compenseren en voor gevelde bomen elders nieuwe te planten. Menig bouwplan pakt onverhoopt duurder uit omdat eerst alles in het werk moet worden gesteld om bestaande bewoners als juchtleerkevers, platte schijfhoorns of zandhagedissen te verplaatsen of in de buurt een nieuwe biotoop voor de dieren te creëren. Maar toch verdwijnt er uiteindelijk vrijwel altijd wel een stukje leefgebied.
‘Op dit moment is de natuurbescherming de natuurlijke vijand van de landschapsarchitectuur,’ zegt Thomas Hauck, onderzoeker en docent ruimtelijke planning aan de universiteit van Kassel. ‘De architecten ontwerpen iets moois en vervolgens staat een of ander diertje de bouw in de weg.’
Tegenbeweging
Maar er is ook een tegenbeweging. Op veel plaatsen is een groeiende behoefte onder stedelingen aan op zijn minst een klein stukje natuur. Op daken van flatgebouwen groeit kropsla, buitengevels veranderen in muurtuinen, amateur-imkers houden bijenvolkjes midden in de stad. Heel stoutmoedige visionairs zouden zelfs graag landbouwbedrijven in de stadscentra zien; de akkers komen dan niet naast elkaar te liggen, maar boven elkaar in boerderijflats.
Hauck en de ecoloog Wolfgang Weisser van de Technische Universiteit in München zouden al tevreden zijn wanneer het zou lukken om architectuur en natuurbescherming met elkaar te verzoenen. Met dit doel stellen de onderzoekers momenteel lijsten op met voorwaarden waaraan voor de betreffende soorten moet zijn voldaan om in een stedelijke omgeving te kunnen leven. ‘Het is niet anders dan bij mensen,’ zegt Weisser. ‘Er moet een slaapplek zijn, iets te eten en een geschikte omgeving om kroost groot te brengen.’
Voor de bonte specht, de huismus, de nachtegaal, het roodborstje, de zandhagedis en de dwergvleermuis zijn de vereiste gebruiksaanwijzingen inmiddels klaar. Dat was nog lastiger dan gedacht. ‘Een bioloog beschouwt een habitat zonder mensen altijd als ideaal,’ zegt Weisser. Maar wat een dwergvleermuis echt nodig heeft en waar het dier desnoods zonder kan, is nog nauwelijks onderzocht.
‘Veel dieren zijn niet bijzonder veeleisend,’ zegt landschapsarchitect Hauck. ‘Ze hebben geen ongerepte natuur nodig, er moet alleen maar aan bepaalde voorwaarden zijn voldaan. En dan kunnen ze ook in de kunstmatige stadshabitat leven.’
Ook schijnbaar ondergeschikte factoren kunnen uiteindelijk bepalend zijn of een soort wel of niet wordt aangetrokken. ‘Als er geen grasvelden en schuilplaatsen zijn, zullen egels wegblijven,’ zegt Hauck, ‘en als je vergeet inheemse struiken te planten waar vogels voedsel kunnen vinden, kun je zoveel nestkasten ophangen als je wilt, maar dan zal er niet één vogel komen.’ In veel steden zijn mussen inmiddels dun gezaaid omdat ze geen zand meer kunnen vinden voor hun zandbaden.
‘We zorgen er met onze ontwerpen voor dat de dieren goed zouden kunnen leven,’ zegt Hauck. ‘Maar of dat ook echt gaat gebeuren, moet nog blijken.’
Auteur: Julia Koch
Vertaler: Pieter Streutker
Der Spiegel
Duitsland, weekblad, oplage 976.000
Een belangrijk onderzoekstijdschrift, opgericht in 1947 en uiterst onafhankelijk, dat verscheidene politieke schandalen aan het licht heeft gebracht.

