europa moet accepteren dat het een geopolitieke macht is


Bij de geactualiseerde versie van Grote verwachtingen, voegde Geert Mak een epiloog toe naar aanleiding van de covid-19 crisis waarin hij beschrijft hoe de wankele solidariteit van de de eeuwwisseling in Europa extra op de proef wordt gesteld. Die Zeit sprak met hem over de toekomst van ons continent.

Grote verwachtingen heet het laatste boek van de Nederlandse schrijver Geert Mak. Zijn eerdere boeken, over zijn woonplaats Amsterdam, de Verenigde Staten en Europa, werden in meer dan twintig talen vertaald en waren zonder uitzondering bestsellers. Grote verwachtingen is het vervolg op In Europa, waarin Mak zich aan een geschiedenis van de twintigste eeuw waagde. Voor dit boek reisde hij opnieuw door Europa om een poging te doen de eerste twintig jaar van deze eeuw te beschrijven.

De Europese Unie lijkt de laatste tijd van de ene crisis in de andere te belanden. Moeten we daardoor pessimistisch worden over de toekomst?

‘De vraag is hoe je die crises beoordeelt. Het kunnen symptomen zijn van een toenemend verval. Tot 2005 heeft de Europese Unie een intensief integratieproces doorgemaakt. Sommige mensen vinden dat daarna een proces van desintegratie is begonnen. Maar je kunt de crises ook als kinderziektes beschouwen. Zo’n groot, historisch project kent ook terugslagen, tot er decennia later een balans ontstaat. De Verenigde Staten moesten er zelfs een burgeroorlog voor doorstaan; na de Onafhankelijkheidsverklaring in 1776 duurde het tot in de twintigste eeuw voordat ze zichzelf werkelijk als een federale eenheid beschouwden. Ook in Europa zijn er op het ogenblik hoopgevende ontwikkelingen.’

Welke bijvoorbeeld?

‘De crises van het afgelopen decennium hebben Europa verdeeld, maar ook verder gebracht. In de coronacrisis bijvoorbeeld heeft Europa fundamentele vooruitgang geboekt. De Europese Unie kan nu zelf geld lenen en belasting heffen. Ik weet ook niet hoe het verder zal gaan. Je kunt daar pessimistisch over zijn, maar je kunt de crises ook als bijna voorspelbare fases in het proces van eenwording zien.’

Of zelfs als teken van kracht? Tenslotte bestaat de Europese Unie ondanks alle tegenslagen nog steeds.

‘Jazeker, daar is de brexit een goed voorbeeld van. Er zijn altijd grote meningsverschillen tussen de landen geweest, maar over de brexit waren ze toch behoorlijk eensgezind. Alle lidstaten wisten dat we ons eigen systeem zouden ondergraven als we de Engelsen te veel concessies deden.’

In het voorjaar schreef u in een krantenartikel dat de Europese Unie ten aanzien van de coronacrisis dringend behoefte had aan een wonder, een teken van solidariteit. Is het reddingspakket van 750 miljard zo’n wonder?

‘Een paar van de besluiten op de afgelopen EU-top betekenden een echte vooruitgang. Maar die top was ook een gemiste kans. We bevinden ons in een historische crisis: we weten dat we nooit meer zo zullen leven als voorheen. In zo’n crisis moet je grote stappen durven zetten. Maar de besluiten die zijn genomen passen meer in de twintigste eeuw. Het systeem van de Europese landbouwsubsidies, dat uit de jaren vijftig dateert, blijft praktisch overeind. Onderwerpen die voor de toekomst belangrijk zijn, zoals klimaatverandering, worden zeer veronachtzaamd. Bovendien komen de maatregelen tegen het coronavirus erop neer dat we in financieel opzicht een flink voorschot op de toekomst nemen. Dan zou het niet meer dan logisch zijn ook de jongere generaties iets te geven wat ze nodig zullen hebben. Eigenlijk doet dit moment me aan de jaren dertig denken.’

Waarom uitgerekend die periode?

‘Als je dat tijdperk noemt, denkt iedereen meteen aan Duitsland en de machtsovername door de nationaalsocialisten. In de Verenigde Staten daarentegen kwam Franklin D. Roosevelt toen met zijn New Deal. Roosevelt zei: in de geschiedenis van de mensheid zit een mysterieuze cyclus, sommige generaties krijgen veel in de schoot geworpen, van andere generaties wordt juist veel gevraagd. De laatstgenoemden bepalen de toekomst, dat geldt nu ook voor ons. De Amerikanen hebben destijds een zware economische crisis als aanleiding gezien om een grote sprong voorwaarts te maken.’

Denkt u dat Europa dat nu ook zal doen?

‘Gevoelsmatig merk ik dat Emmanuel Macron en Angela Merkel zo denken, maar op de top is hun plan voor de toekomst van de EU helaas flink afgezwakt. Door de spoken die Europa altijd al hebben achtervolgd: de talloze nationale belangen. De rol die mijn eigen land daarbij heeft gespeeld, betreur ik zeer.’

Dat is inderdaad merkwaardig: Nederland heeft vanaf het begin de Europese eenwording mede vormgegeven en profiteert enorm van zijn internationale netwerk. Desondanks heeft de EU het daar moeilijk. Waarom?

‘Mij verbaast het eerlijk gezegd ook. Nederland is altijd sterk op de Angelsaksische landen georiënteerd geweest, maar we zijn economisch honderd procent met de EU verbonden. We hebben ook een groot belang bij gezonde economieën in Zuid-Europa. Desondanks wordt Europa altijd veeleer als een probleem gezien. Ik denk dat de binnenlandse politiek daarbij een grote rol speelt. De Nederlandse minister van Financiën, die zich op de EU-top gedroeg als een olifant in een porseleinkast, was vast en zeker met zijn hoofd niet bij Europa, maar bij de lijsttrekkersverkiezing van zijn CDA, waar hij op dat moment nog een van de kandidaten was [Hoekstra heeft uiteindelijk niet deelgenomen aan de lijsttrekkersverkiezingen].’

En premier Mark Rutte?

‘Rutte is altijd al een goede onderhandelaar geweest, daarvoor geniet hij ook veel respect in Brussel. Maar hij laat zich sterk leiden door binnenlandse belangen. Zijn partij is erg bevreesd voor Forum voor Democratie, de nieuwe beweging van de radicaal-conservatieve populist Thierry Baudet, die ook de liberalen veel wind uit de zeilen neemt. Ik vrees dat Rutte misschien eenzelfde lot wacht als de voormalige Britse premier David Cameron. Die heeft nooit de EU willen verlaten, maar straalde zo veel euroscepsis uit dat hij een van de medeveroorzakers van de brexit werd.’

Baumwipfelpad Rügen Rügen, Duitsland, serie ‘Herenigd Duitsland’, 2015 – © Lars van den Brink
Baumwipfelpad Rügen Rügen, Duitsland, serie ‘Herenigd Duitsland’, 2015 – © Lars van den Brink

Maar ondanks alle crisissituaties schrijft u ook dat we in de afgelopen twintig jaar de aanzetten voor een nieuw ‘Europees koffiehuis’ hebben meegemaakt. Wat bedoelt u daarmee?

‘Toen mijn boek In Europa ruim vijftien jaar geleden verscheen, vonden EU-debatten nog in een nationaal kader plaats. Dat is de laatste vijftien jaar enorm veranderd. Of ik nu in Oslo, Athene, Zürich of Sarajevo ben: mensen praten veel meer als Europese burgers over dezelfde onderwerpen. Als er vijftien jaar geleden in Griekenland verkiezingen waren, was dat een ver-van-ons-bedshow. Nu volgen we zulke verkiezingen op de voet. Dat is in elk geval een pluspunt.’

Hoe ziet de rol van Europa in de wereld eruit? Ook daarin hebben zich de afgelopen twintig jaar grote ontwikkelingen voorgedaan, al was het maar de ambitie om ons los te maken uit de bescherming van de Verenigde Staten of om zelfstandig te willen worden.

‘Daar zit een probleem dat bij deze overgangsfase hoort: Europa moet heel snel accepteren dat het een geopolitieke macht is. De EU heeft bijna 450 miljoen inwoners en vergeleken met andere delen van de wereld een zeer hoge levensstandaard. Desondanks heeft Europa decennialang onder bescherming van de Verenigde Staten geleefd. Feitelijk bepaalden de Verenigde Staten de Europese buitenlandse politiek. De geopolitieke betekenis van Europa zelf is inmiddels duidelijk gebleken in de Oekraïnecrisis. Toen de EU in 2013 een associatieverdrag wilde sluiten met Oekraïne, had niemand in Brussel echt in de gaten wat een explosieve aangelegenheid dat was. Toen de Russen ingrepen, moest Europa reageren. Maar de EU heeft erg langzaam gereageerd en veel fouten gemaakt. Als de geopolitieke macht van Europa toeneemt, wordt ook Duitsland, als grootste land van de EU, steeds belangrijker.’

Welke rol moet Duitsland volgens u in Europa spelen?

‘Eind juli hebben Griekenland en Turkije, allebei NAVO-landen, op de Middellandse Zee openlijk een conflict geriskeerd. Blijkbaar heeft de Duitse bondskanselier ingegrepen en de oorlogsdreiging voorlopig afgewend. Toen zag je opeens dat Duitsland in een conflict de rol van Amerika op zich nam. Als de geopolitieke rol van Europa groter wordt, dan wordt Duitsland als grootste land van de EU steeds belangrijker.’

Is dat ook in de ogen van de rest van Europa wenselijk? Duitsland in de rol van Amerika?

‘De voormalige Poolse minister van Buitenlandse Zaken, Radosław Sikorski, heeft de Duitsers ooit regelrecht gesmeekt: Neem alsjeblieft de leidersrol over! Maar Duitsland is daar altijd bang voor geweest. Het Duitse schuldgevoel is na de Tweede Wereldoorlog nog altijd zo sterk dat het een probleem kan worden. En bovendien is de manier waarop jullie grip hebben gekregen op het verleden fantastisch en van groot belang voor heel Europa.’

Een grotere rol voor Duitsland is dus volgens u geen bedreigend idee?

‘Ik zie dat de gevoelens ten opzichte van Duitsland sterk zijn veranderd. Dat geldt voor Nederland, maar zeker ook voor de rest van Europa. Ook nu, tijdens de coronacrisis, is er een grote rust van Duitsland uitgegaan. Ik zou Duitsland haast beschrijven als de vleugels waaronder je je ook als klein land veilig voelt. Ik kom nog een keer terug op mijn eigen land: nu Groot-Brittannië geen lid van de EU meer is, zoekt Nederland naar een eigen rol, omdat het voorheen sterk op Engeland was gericht. Daarbij zien Nederlandse diplomaten over het hoofd dat Duitsland onze natuurlijke bondgenoot is. Niet alleen wat de economische betrekkingen aangaat, maar ook wat waarden en cultuur betreft.’

Bij alle lof voor Duitsland: u stelt zich in uw boek ook kritisch op tegenover het beroemde ‘Wir schaffen das’ van Angela Merkel bij de toestroom van vluchtelingen in 2015.

‘Maar tegelijkertijd verdedig ik Angela Merkel tegen kritiek. De grote vluchtelingenstroom ontstond al in het voorjaar van 2015. Toen zij “Wir schaffen das” zei, was er al heel veel gebeurd. Ze bedoelde het vast en zeker ook als afsluiting van die ontwikkelingen. Er was in die tijd in Duitsland ook een soort volksbeweging, een enorme golf van openheid en bereidheid om te helpen. Daar had ik ook bij geweest kunnen zijn, mijn hart sprong op toen ik dat zag. Maar als je terugkijkt, zijn er toch aspecten die destijds over het hoofd werden gezien.’

Welke?

‘De grote meerderheid van de eerste vluchtelingen die naar Duitsland kwamen, bestond uit oorlogsvluchtelingen uit Syrië. Maar later veranderde dat. De beelden van het hartelijke welkom op Duitse stations werden niet alleen door de Duitse televisie uitgezonden, maar ook door Al Jazeera. Toen dachten een heleboel mensen buiten Europa: eindelijk een Europees land dat ons wil hebben! Dat heeft de enorme stroom van mensen nog vergroot. Het was niet alleen dat “Wir schaffen das”, het waren vooral die televisiebeelden. Daar komt nog iets bij: de Duitse economie juichte de toestroom van Syriërs toe, omdat er veel hoogopgeleiden bij waren. Maar Syrië is al die mensen juist kwijtgeraakt. De vluchtelingenstroom werd vaak als last voor met name de Noord-Europese landen gezien, maar is een nog grotere last voor de landen die die mensen zijn kwijtgeraakt. Duitsland heeft de vluchtelingen in 2015 bewonderenswaardig goed opgevangen. Maar je zou ook kunnen zeggen: dat mogen we geen tweede keer doen.’

Dat er vandaag de dag in de EU geen gemeenschappelijk asiel- en integratiebeleid is, wordt vaak Europa als geheel verweten. Is dat niet oneerlijk? Dat het is mislukt ligt niet aan de EU, maar aan de individuele leden.

‘Natuurlijk, je kunt de EU op dit gebied weinig verwijten. Jean-Claude Juncker had een goed plan. Het ging weliswaar om de verdeling van slechts een klein aantal vluchtelingen, maar het was een goed begin. Het probleem ligt bij de landen die het er niet mee eens waren. Migratiebeleid is nu eenmaal een gevoelig, maar ook een urgent onderwerp.’

Een gemeenschappelijk integratiebeleid mislukt vooral door Oost-Europa. In Polen en Hongarije moet je je bovendien ernstig zorgen maken over de democratie aldaar. En de uitbreiding van de EU met Oost-Europa was nog wel een van de feestelijkste momenten van de afgelopen twintig jaar. Wat is er sindsdien misgegaan?

‘Voor veel Oost-Europeanen betekende het einde van de Sovjet-Unie niet zozeer dat ze de westerse vrijheid omhelsden. Voor hen was het meer een overwinning van de nationale trots, de nationale identiteit. Veel mensen daar denken: vroeger werden we vanuit Moskou gecommandeerd en nu krijgen we weer bevelen, ditmaal uit Brussel. Daar komt bij dat ze in 1989 echt de hemel op aarde verwachtten. Daarop volgden veel teleurstellingen, wat nu de EU wordt verweten. Natuurlijk kunnen we ook tegen de Oost-Europeanen zeggen: we hadden toch een deal! De EU heeft jullie toch welvaart gebracht! De deal was dat jullie in ruil daarvoor waarden als mensenrechten en persvrijheid in acht zouden nemen. Vooral in Hongarije onder Viktor Orbán is dat niet opgegaan. Hij pakt de EU hard aan, terwijl hij zijn sterke positie nog wel aan EU-subsidies heeft te danken. De EU heeft na 2010 de ene crisis na de andere meegemaakt, en toen hadden de Europeanen geen tijd en energie meer om zich druk te maken om Hongarije.’

Moeten de ontwikkelingen in Polen en Hongarije niet pessimistisch stemmen? Het is moeilijk voor te stellen hoe Europa nog tot gemeenschappelijke besluiten kan komen als er regeringen aan tafel zitten die fundamentele gemeenschappelijke waarden niet respecteren.

‘Dat is een van de vele dilemma’s waar Europa voor staat. Maar als deze Oost-Europese landen geen lid van de EU meer waren, zou er in het hart van Europa een machtsvacuüm ontstaan. Daar zou Rusland onmiddellijk gebruik van maken. Desondanks ben ik niet zo pessimistisch.’

Wat vindt u hoopgevend?

‘In Oost-Europa ontstaan inmiddels overal antipopulistische coalities, onder anderen de burgemeesters van Warschau en Boedapest spelen daarin een leidende rol. Zij willen de EU-subsidies aan hun stad veiligstellen voor het geval hun eigen regeringen met sancties te maken krijgen. De grote steden en hun inwoners profiteren zeer van Europese subsidies, zo kan de EU in deze landen letterlijk steun kopen. Maar als die betalingen wegvallen, zou dat een groot probleem zijn.’

In uw boek komt ook Bart Somers uit het Belgische Mechelen aan het woord, die in 2017 de titel ‘Beste burgemeester ter wereld’ ontving. Hij is van mening dat de toekomst enerzijds op Europees niveau en anderzijds bij de steden en regio’s ligt. De natiestaat zou een verouderd, negentiende-eeuws concept zijn. Dat klinkt als wensdenken.

‘Op dit ogenblik is de natiestaat inderdaad nog de constructie op basis waarvan de wereld functioneert. Onze sociale systemen en onze democratie zijn daarop gegrondvest. Tegelijkertijd is het duidelijk dat de nationale staat steeds minder goed kan omgaan met de eisen van vandaag. Klimaatverandering en coronacrisis zijn globale problemen, migratie is een Europees onderwerp. Ook de financiële sector opereert wereldwijd. Voor mij is de Europese Unie allang niet meer alleen een ideaal. Ze is een noodzakelijke constructie om de eenentwintigste eeuw te kunnen overleven. Wij als Europeanen ontwikkelen nu langzaam een gemeenschappelijke geschiedenis, en die manier van geschiedschrijving was tot nog toe vooral aan de natie-staten gekoppeld. Dat geeft moed.’

Welke rol gaan steden in de toekomst spelen?

‘Mensen hebben ruimte nodig om zich te kunnen ontplooien. Die biedt de EU volop, veel meer dan de natiestaat. Maar mensen hebben ook een plaats nodig waar ze zich veilig voelen, waar bepaalde tradities bestaan. Liberale en linkse bewegingen hebben daar tot nu toe te weinig oog voor gehad, ze onderschatten de betekenis van het lokale. Daardoor hebben ze dit grote terrein helaas overgelaten aan de rechtspopulisten, die voortdurend met hun Blut-und-Boden-theorieën komen. Bovendien bieden steden als Amsterdam en Berlijn de mensen enerzijds de vertrouwdheid die ze nodig hebben en anderzijds een internationale atmosfeer. Mensen verlangen naar bevrediging van beide gevoelens, en dat is precies wat in de Europese steden gebeurt.’  

Auteur: Fabian Busch

Die Zeit
Duitsland | weekblad | oplage 505.000

De krant van de Duitse intelligentsia is tolerant en liberaal en biedt iedere donderdag grote politieke analyses. Bij controversiële thema’s worden verschillende meningen tegenover elkaar gezet. 50.000 digitale lezers.

Geert Mak gaf op vrijdag 11 september de lezing ‘Op reis in Europa’ in debatcentrum De Balie in Amsterdam, dit was een voorprogramma van het Forum on European Culture dat plaatsvindt van 17 tot 20 september.


Deel dit artikel


Recent verschenen