Afrika1


De relatie tussen Frankrijk en de Franstalige landen, die gevoed zijn met ‘de moedermelk van het antikolonialisme’, is ongelijkwaardig. Frankrijk heeft zich weliswaar van het Afrikaanse continent afgekeerd, maar het oude neokoloniale beleid is ‘in zombievorm blijven bestaan’, aldus de Nigerese politicoloog Rahmane Idrissa.

Keuze uit het archief

Afgelopen dinsdag gingen in Niger verschillende leden van de junta de straten van de hoofdstad Niamey op om een aantal historische plaatsen die verwijzen naar Frankrijk nieuwe namen te geven. Op die manier wil het regime duidelijk laten zien dat het de voormalige koloniale mogendheid de rug heeft toegekeerd.
Toch is het maar de vraag in hoeverre Afrikaanse landen afstand kunnen nemen van hun koloniale moederland Frankrijk. De Nigerese politicoloog Rahmane Idrissa schrijft dat Franstalige Afrikanen ‘die gevoed zijn met de moedermelk van het kolonialisme’ weliswaar onafhankelijk zijn geworden, maar zich niet onafhankelijk voelen. Hij legt uit waarom.

In 1991 publiceerde Axelle Kabou een boek met de prikkelende titel En als Afrika nou eens weigert zich te ontwikkelen? Zeker als het om Franstalig Afrika gaat, vraag ik mij soms af: ‘En als Afrika nou eens weigert onafhankelijk te worden?’

Criminologen kennen een vrouwonvriendelijk gezegde: ‘Wil je een misdrijf oplossen? Zoek de vrouw.’ Evenzo is het een reflex van Franstalige ‘intellectuelen’ om bij elk akkefietje ‘zoek Frankrijk’ te roepen. Dat is altijd de eerste duiding, soms de enige.

De NAVO komt neer op Frankrijk; ECOWAS (Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse Staten) komt neer op Frankrijk; onze regeringen komen neer op Frankrijk. Frankrijk is alomtegenwoordig, ogenschijnlijk almachtig – maar toen ik ooit tegen een intellectueel uit Burkina Faso durfde te zeggen dat Frankrijk een macht is, ging hij bijna van zijn stokje, en dan overdrijf ik niet eens heel erg. Blijkbaar kan Frankrijk alles, maar is Frankrijk ook niets.

Blijkbaar kan Frankrijk alles, maar is Frankrijk ook niets

In de jaren negentig woonde ik in een studentenflat voor Nigerezen in de Senegalese hoofdstad Dakar. Ik deelde een kamer met een zachtaardige en introverte farmaciestudent. Op een avond was hij weggelopen bij een sessie Frankrijkje bashen, destijds al een geliefkoosd tijdverdrijf onder Nigerese ‘intellectuelen’ (ik meed die bijeenkomsten in verband met mijn geestelijke gezondheid). Met grote ogen en zachte, haperende stem zei hij tegen me: ‘Maar… maar wat willen ze nou? Frankrijk is een deel van onze geschiedenis.’ Precies.

Afrika1
– © Celeste Wamiru

Dit verhaal kan, vooral na de onafhankelijkheid, op een simpele, zij het niet – zo hoop ik althans – simplistische wijze als volgt worden samengevat: 1960-1994; 1994-heden.

De eerste periode was die van het door De Gaulle geïnspireerde neokolonialisme, dat in de jaren zeventig en tachtig op zijn einde begon te lopen, en van het zogeheten Françafrique (Frans-Afrika), de politiek van netwerken, een generatiedingetje dat in de jaren negentig zou verdampen.

Neokolonialisme

De globalisering maakte een einde aan het neokolonialisme, althans waar het Frankrijk betrof. In de plaats daarvan kwam het heel andere, zeer kille neokolonialisme van Bretton Woods [met een almachtige dollar en internationale financiële instellingen als het IMF en de Wereldbank], dat tot op heden aan de aandacht van de Franstaligen, geobsedeerd als ze zijn door Frankrijk (dat wil zeggen: het verleden), is ontsnapt. De devaluatie van de CFA-frank, een onvergeeflijk ‘verraad’ door Frankrijk (in feite een van de tekenen van de teloorgang van het Franse neokolonialisme), komt eerder op het conto van de almachtige dollar en de internationale financiële instellingen dan op dat van Parijs.

STORTVLOED VAN STAATSGREPEN EN INTERIM-REGERINGEN

Sinds 2020 hebben zich van West tot Oost-Afrika diverse staatsgrepen voltrokken, die hebben geleid tot een permanente reeks interim-regeringen.

Mali, 2020 — Op 18 augustus wordt de in 2013 gekozen president Ibrahim Boubacar Keïta afgezet door militairen. Op 24 mei 2021 grijpt vicepresident Assimi Goïta van het toen ingestelde bewind de macht en wordt interim-president.

Tsjaad, 2021 — Na de dood van zijn vader Idriss Déby op 20 april krijgt Mahamat Idriss Déby de leiding over de Militaire Overgangsraad en wordt daarmee de facto interim-president, terwijl die functie eigenlijk aan de voorzitter van de senaat had moeten toevallen.

Guinee, 2021 — Alpha Condé, aan de macht sinds 2010, wordt op 5 september afgezet na een staatsgreep onder leiding van kolonel Mamadi Doumbouya, die interim-president wordt.

Soedan, 2021 — Op 25 oktober voert het leger een militaire operatie uit tegen de uit burgers bestaande interim-regering. In april 2023 beschuldigt het zijn oude bondgenoten, de Rapid Support Forces (RSF), ervan een poging
tot staatsgreep te hebben onder- nomen.

Burkina Faso, 2022 — In januari wordt Roch Kaboré afgezet na een staatsgreep. Paul-Henri Sandaogo Damiba wordt interim-president, maar wordt op zijn beurt afgezet op 30 september 2022. Sindsdien wordt de post bezet door kapitein Ibrahim Traoré.

Niger, 2023 — President Mohamed Bazoum, een van de laatste bondgenoten van Parijs in de Sahel, wordt op 26 juli afgezet na een militaire coup.

En er was nog een Frans verraad: dat van de belofte die de Franse president op 20 juni 1990 in de badplaats La Baule deed aan Afrikaanse leiders. Als jullie democratiseren, zullen wij helpen. In plaats daarvan volgde een devaluatie van de munt en werden er structurele aanpassingen opgelegd, precies op het moment dat de democratisering sociale eisen met zich meebracht. Na het monetaire verraad kwamen het financiële verraad en het politieke verraad.

En dan had je ook nog het culturele verraad – Frankrijk stopte immers geleidelijk met het ondersteunen en financieren van het culturele leven (de Franstalige cinema was vooral een kwestie van Frans geld; hetzelfde gold voor de bibliotheken) in wat toen nog pittoresk ‘de landen in het veld’ werd genoemd, de landen waar het ministerie van Samenwerking zich om bekommerde, een ministerie dat aan het einde van het decennium trouwens mocht inpakken en wegwezen.

Maar dit verraad had vanuit het oogpunt van de onafhankelijkheid een goede zaak moeten zijn.

Interesse verliezen

Het betekende dat Frankrijk zijn interesse in Afrika aan het verliezen was. Dat had diverse redenen, waarvan een aantal het vermelden waard is: de europeanisering van Frankrijk, die betekende dat het de koloniale teugels liet vieren; de globalisering, die de tactieken en voordelen van de marktstrategie ondergroef, een exportgerichte benadering van grote westerse bedrijven die zich voegde naar het nationale ontwikkelingsbeleid dat tot dan toe gangbaar was – wat betekende dat het economische neokolonialisme dat begin jaren zestig opgeld begon te doen (en dat ervan uitging dat Afrikaanse landen zich zouden ontwikkelen) geen nut meer had; en het Afropessimisme, de opvatting dat Afrika veroordeeld was tot onderontwikkeling en dat je er dus maar mondjesmaat in moest investeren.

Kortom, Frankrijk had zich van Afrika afgekeerd.

Maar het heeft de politiek die het had opgegeven nooit verruild voor een andere. Hierdoor is het oude ‘neokoloniale’ beleid in zombievorm blijven bestaan, wat ook te wijten is aan een bijzonderheid van het Franse regime: het monopolie van een grotendeels niet verantwoordingsplichtig presidentschap op het buitenlands beleid, waarvan het ‘Afrikaanse beleid’ een onderdeel is.

Samengevat: Frankrijk deed in de jaren negentig wat Engeland dertig jaar eerder had gedaan. Het vertrok zonder een adres achter te laten. Niet helemaal, maar wel grotendeels.

Maar de Franstaligen, gevoed met de moedermelk van het antikolonialisme, zagen Frankrijk niet verdwijnen

Maar de Franstaligen, die gevoed zijn met de moedermelk van het antikolonialisme, zagen Frankrijk niet verdwijnen. Ze zijn onafhankelijk geworden, maar voelen zich niet onafhankelijk.

Eén detail is belangrijk om op te merken. Het probleem vandaag de dag tussen Frankrijk en de Franstalige landen is niet dat van het kolonialisme, maar van de ongelijkheid. Dit probleem zouden deze landen ook moeten hebben met elk ander rijker en machtiger land. Rusland bijvoorbeeld. Of Saoedi-Arabië. Of China.

Het is precies hetzelfde probleem. Maar hier speelt de geschiedenis een rol.

Afrika2
– © Gado 

En die geschiedenis heeft een erfenis, heeft fantomen gebaard. Die geschiedenis heeft een onderlinge relatie gecreëerd tussen Frankrijk en de Franstalige landen, en het gevoel van machteloosheid dat voortkomt uit de ongelijkheid heeft zich voor die Franstalige landen uitgekristalliseerd in deze relatie met Frankrijk.

Culturele dominantie

Dankzij de culturele dominantie van het Engels zijn de Engelssprekende landen aan de confrontatie met Engeland ontsnapt. Er zijn nog veel meer ontwikkelde Engelssprekende landen, waaronder het machtigste ter wereld, de VS. Er is India, een heel deel van Azië. Er is de wereld, om zo te zeggen. Ik heb aan niet-Franstalige universiteiten op het noordelijk halfrond gewerkt (de VS, Groot-Brittannië, Nederland): Engelssprekend Afrika levert veel meer onderzoekers, studenten et cetera dan Franstalig Afrika, dat tot een marginaal, geïsoleerd gebied is verworden. Bovendien trekt Engelssprekend Afrika de Fransen aan, en soms omgekeerd. 

Laatst was ik in Accra, de hoofdstad van Ghana: het hoofd van de universiteit in Legon spreekt uitstekend Frans; er is een cultureel instituut genaamd ‘Maison Française’ op de campus (dat heb je niet in Franstalige landen); in de wijk waar ik een Airbnb huurde, staat een reusachtige Franse middelbare school (‘Jacques Prévert’), groter dan die in Niamey [de hoofdstad van Niger]. Ghana stelt zich misschien open voor het Frans omdat het omringd is door Franstalige landen en niet zo obsessief op zichzelf is gericht als het enorme Nigeria.

In feite is Frankrijk ‘geglobaliseerd’. Het heeft het veld geruimd

In feite is Frankrijk ‘geglobaliseerd’. Het heeft het veld geruimd. Alleen door geërfde banden, en via de zombiepolitiek, heeft het nog wat in de melk te brokkelen. Het erfde de Déby-dynastie in Tsjaad, de Bongo-dynastie in Gabon, de Gnassingbé-dynastie in Togo, en de vanuit het Elysée [het Franse presidentiële paleis] gevoerde buitenlandse politiek zal op korte termijn geen einde maken aan deze schadelijke erfenissen, ondanks de rituele verklaringen van opeenvolgende presidenten.

Maar de Franstaligen zijn achtergebleven in het veld dat de baas heeft verlaten.

Ze zijn daar gebleven omdat ze denken dat ze er niet uit kunnen, omdat ze denken dat de baas er nog steeds is om ze tegen te houden. Nog een voorbeeld uit Burkina Faso: de meneer die mij verzekerde dat Frankrijk zijn land belette ergens anders wapens te kopen dan in Frankrijk. Ik zei verbaasd: ‘Voor zover ik weet verkoopt Frankrijk jullie geen wapens.’ Dat wist hij niet zeker, maar hij hield vol dat Frankrijk hen er hoe dan ook van weerhield elders wapens te kopen. Ik vertelde hem dat ik dit niet geloofde aangezien Niger, dat (destijds) een standvastige bondgenoot was van de Fransen, links en rechts vrijelijk zijn wapens kocht: hoe kon een minder loyale bondgenoot als Burkina Faso dan worden verhinderd dat te doen?

Afrika map
Schermafbeelding 2023 09 28 om 11.19.16

Mijn gesprekspartner gaf niet op. Hij was een gelovige. Hij wilde geloven dat hij een gevangene was van het gekoloniseerde veld.

Zo ook in Niger, waar je de M62-beweging hebt. Niet genoemd naar 62 jaar onafhankelijkheid, maar naar 62 jaar strijd voor onafhankelijkheid (wat zou betekenen dat Niger nog steeds een (neo)kolonie is). In naam waarvan deze beweging jongeren in 2021 naar de plaats Téra in West-Niger stuurde om de confrontatie aan te gaan met een Frans konvooi op weg naar Mali. Een aantal stierf toen ‘onder Franse kogels’. Als dat geen martelaarsdood was!

Deze obsessie werkt door in het echte leven. Het is deze obsessie die heeft geleid tot de verheerlijking van de junta’s in de Sahel. Die konden zo hun macht verankeren. Ze buitten de obsessie uit met een meesterschap waar burgerpolitici aan de zijlijn alleen maar jaloers op kunnen zijn.

Burkina Faso

Een andere anekdote uit Burkina Faso (de anekdotes uit Niger, op z’n minst zo ontstellend, komen nog): de junta eiste het vertrek van een Franse ambassadeur die zich in haar ogen en in die van de publieke opinie iets te respectloos had getoond. Maar toen hij niet binnen 24 uur zijn biezen had gepakt, leidde dit tot ergernis van een jonge intellectueel in het land, die zijn gevoelens met mij deelde tijdens een bijeenkomst in Abidjan. ‘Maar hij is toch weg?’ zei ik. En hij: ‘Ja, maar hij ging niet meteen.’ Ik legde hem uit dat dit soort zaken formeel moeten worden afgewikkeld.

In feite zijn dit soort reacties (en ik kan er een groot aantal noemen) niet antikoloniaal, ze zijn anti-ongelijkheid. Zolang we oog in oog staan, ook al is dat niet echt zo, met de Fransen, zouden we gelijk moeten zijn. Maar zo liggen de verhoudingen simpelweg niet. De Franse economie is groter dan die van het Afrikaanse continent. Wat moet je dan? De Franstaligen zijn bereid deze smartelijke realiteit te accepteren als het om Russen of Chinezen gaat, maar niet als het om Fransen gaat. En dat komt doordat ze zijn vastgelopen in de geschiedenis.

Hoe meer hij worstelt, hoe meer hij erin verstrikt raakt. Het web is de geschiedenis

In de Sahel doen verhalen over junta’s mij denken aan Frodo Balings’ geworstel met het spinnenweb. Hoe meer hij worstelt, hoe meer hij erin verstrikt raakt. Het web is de geschiedenis. Daar moet je niet mee worstelen, daar moet je met een zwaard doorheen klieven.

Dat kan: maar de junta’s doen hun best om het onmogelijk te maken. Vooral in Niger, gezien de beangstigende incidenten die daar toenemen. Tragisch. 

Lees ook:


Deel dit artikel


Recent verschenen