In 1990 vonden de eerste rellen plaats in de Parijse voorstad Aulnay-sous-Bois. Sindsdien zijn de sociale en institutionele problemen die de oorzaak waren van dit geweld niet afgenomen.
Eind 1990, begin 1991 vonden in een tiental Franse voorsteden geweldsuitbarstingen plaats, van Lyon tot Parijs. Die boezemden destijds veel angst in, omdat ze werden geassocieerd met woorden als ‘drugs’, ‘getto’, ‘stedelijk geweld’ et cetera.
De ontwikkelingen die zich dezer dagen voltrekken in Aulnay-sous-Bois in het departement Seine-Saint-Denis zijn hiervan een klassiek voorbeeld; ze herinneren ons er alleen maar aan dat we in 27 jaar niets hebben geleerd en dat er niets is veranderd aan de sociale en institutionele problemen waardoor dit soort geweldsuitbarstingen regelmatig wordt uitgelokt.
Het gaat altijd op dezelfde manier: op een dag is het buitensporige politiegeweld de druppel die de emmer doet overlopen – de emmer waarin de rancune van een groot deel van de bewoners van arme wijken zich dag in dag uit heeft opgehoopt. De politie wordt enkele dagen lang de belichaming van alle kwaad. ’s Nachts organiseren de opstandelingen zich en komt het tot een treffen.
De politie probeert de ‘leiders’ te arresteren om anderen te ontmoedigen. Meestal pakken ze alleen de jongsten op of degenen die het minst hard rennen. Nadat die voor het parket zijn gebracht, wordt er meestal snelrecht toegepast en krijgen ze een fikse gevangenisstraf die niet in verhouding staat tot wat ze hebben gedaan. Alsof bepaalde rechters zich in de collectieve emotie meer bekommeren om de openbare orde dan om individuele vrijheid.
Dat deze ontwikkeling helaas niet de laatste is in een heel oude reeks, komt doordat geen enkele regering de elementen van het scenario de afgelopen 27 jaar heeft veranderd. De arme wijken zijn nog altijd arm. De miljarden die in het beton van de ‘stadsvernieuwing’ zijn gestoken hebben niets veranderd aan de dagelijkse problemen van de bewoners. Om te beginnen de werkloosheid, die in veel wijken ruim de helft van de jongeren onder de dertig treft. De crisis van 2008 heeft de problemen alleen nog maar verergerd, omdat de bewoners van deze ‘gevoelige stadswijken’ er het hardst door zijn geraakt.
Ook is er niets veranderd aan de discriminatie waardoor een deel van onze medeburgers nog altijd moeilijk toegang krijgt tot werk, huisvesting, goederen en diensten. Alleen is de etnisch-raciale discriminatie voor een deel vervangen door discriminatie op grond van godsdienst, die vooral vrouwen met een hoofddoek treft. In deze wijken zijn gezinnen nog altijd even bang dat hun kinderen mislukken op school – en terecht, want de ongelijkheid op onderwijsgebied is nog altijd even groot. Op een school in een welgestelde buurt slaagt meer dan 95 procent voor zijn eindexamen; in de ‘gevoelige wijken’, een paar kilometer verderop, slaagt minder dan 50 procent van de kinderen.
Ook de relatie met de politie is nog altijd even slecht. Er is in 27 jaar niets veranderd, ondanks de ontelbare waarschuwingen, rapporten en boeken die over dit onderwerp zijn gepubliceerd. Ten eerste omdat meer politie in de wijk, waar de bewoners zowel hier als elders op aandringen, een politiek taboe is geworden. In 2002 heeft een bekende politicus, die nu overigens wordt verdacht van ernstige zakelijke fraude [Nicolas Sarkozy], dit beleid in diskrediet gebracht. Zijn opvolgers bij het ministerie van Binnenlandse Zaken hebben zijn gebod tot het eind van de conservatieve regeringsperiode gerespecteerd. Toen in 2012 de socialist François Hollande aan de macht kwam, hoopte men op verandering, omdat meer politie in de wijken een van zijn verkiezingsbeloftes was. Die is helaas niet ingelost en snel begraven door de nieuwe bewoner van het ministerie op het Place Beauvau, Manuel Valls.
Rellen dringen alleen door tot de media als beelden op de sociale netwerken de autoriteiten verhinderen de woede- en wanhoopskreten bijtijds te smoren
Frankrijk heeft dus nog steeds geen nationale politie die in staat is wijkagenten aan te stellen die dagelijks patrouilleren, te voet of op de fiets, die bewoners, middenstanders en verenigingsbestuurders ontmoeten, informatie inwinnen, diensten verlenen, maar ook boetes uitdelen en wetsovertreders zo nodig aanhouden.
Nee, de bewoners zien nog altijd auto’s passeren die nooit stoppen, behalve om een controle uit te voeren. Ze kennen alleen maar een interventiepolitie, gevormd door jonge rekruten van elders, die zich tijdens hun opleiding hebben bekwaamd in ‘interventietechnieken’ en strafwetsregels, maar niet in conflictbeheersing of menselijke betrekkingen. Jongeren die vaak met angst in hun buik naar wijken worden gestuurd waar ze alleen oog hebben voor het (vaak reële) gevaar en niet voor de burgers, en waar ze blindelings te werk gaan, zonder aanziens des persoons.
Onder deze omstandigheden doen zich dagelijks incidenten voor, maar die interesseren meestal niemand. Ze dringen alleen door tot de media als ze uitzonderlijk ernstig zijn en als beelden op de sociale netwerken de autoriteiten verhinderen de woede- en wanhoopskreten bijtijds te smoren.
Zolang thema’s als veiligheid en geweld in de wijken er alleen maar toe dienen om politici carrière te laten maken, zolang de noodzaak van openbare orde elke analyse het zwijgen oplegt, zolang de politie hetzelfde type agenten naar de wijken blijft sturen en zolang de bewoners van de arme wijken met dezelfde problemen blijven kampen, kunnen we met een gerust hart voorspellen dat Aulnay-sous-Bois nog heel wat navolging zal krijgen.
Auteur: Laurent Mucchielli
Vertaler: Peter Bergsma
Le Monde
Frankrijk | dagblad | oplage 345.000
In 1944 opgericht op initiatief van De Gaulle. Iconische krant, gehecht aan zijn onafhankelijkheid (maar sinds 2010 wel eigendom van drie private investeerders). Om recht te doen aan de titel ‘De wereld’ houdt Le Monde een groot netwerk van correspondenten in stand.

