Nu Duitsland en de andere grote landen het laten afweten, komen Europa’s beste ideeën, leiders en economische cijfers verrassend genoeg weer uit Italië.
Wie kan de leiding nemen nu de Europese Unie uiteen dreigt te vallen? Als antwoord op Henry Kissingers beroemde vraag ‘Wat is het telefoonnummer van Europa?’ wordt vaak de Duitse bondskanselier Angela Merkel genoemd. Maar via het Duitse netnummer word je automatisch doorgeschakeld naar de boodschap: ‘Nee, tegen alles.’
Merkels weigering om naar Europese belangen te kijken is een nachtmerrie voor EU-leiders
Met deze zin omschreef Mario Draghi, president van de Europese Centrale Bank (ECB), onlangs het Duitse standaardantwoord op alle economische initiatieven gericht op versterking van Europa. Een klassiek voorbeeld was Merkels veto op het voorstel van de Italiaanse premier Matteo Renzi om door middel van de uitgifte van EU-obligaties vluchtelingenprogramma’s te financieren in Europa, Noord-Afrika, en Turkije (een efficiënt en goedkoop idee dat ook al door toonaangevende financiers als George Soros was geopperd).
Merkels aanmatigende weigering om zelfs ook maar naar bredere Europese belangen te kijken als deze haar binnenlandse populariteit bedreigen, is een terugkerende nachtmerrie geworden voor andere EU-leiders. Deze weigering blijkt niet alleen uit haar economie- en immigratiebeleid, maar ook uit haar gekoeioneer van Griekenland, steun voor subsidies voor kolenmijnen en Duitse autofabrikanten ten aanzien van dieselemissies, haar kruiperigheid richting Turkije met betrekking tot persvrijheid en haar mismanagement van het akkoord van Minsk in Oekraïne.
Kortom, Merkel heeft de EU meer schade berokkend dan iedere andere levende politicus, terwijl ze ondertussen haar passie voor ‘het Europese project’ maar blijft verkondigen.
Waar kan Europa na de desillusie met Duitsland dan terecht voor een leider? De voor de hand liggende kandidaten zullen of kunnen die rol niet overnemen: Groot-Brittannië heeft zichzelf buitenspel gezet, Frankrijk is verlamd tot de presidentverkiezingen volgend jaar en wellicht nog langer, en Spanje is niet eens in staat een regering te vormen.
Historische rol
Blijft Italië over. Een land dat, nadat het de Europese politiek gedurende het grootste deel van z’n geschiedenis heeft gedomineerd, nu als ‘marginaal’ wordt behandeld. Italië is echter de historische rol weer aan het oppakken als leverancier van Europa’s beste ideeën, politiek leiderschap, en, verrassend genoeg, economische prestaties.
Het duidelijkste voorbeeld hiervan is Draghi’s transformatie van de ECB in ’s werelds creatiefste en proactiefste centrale bank. Het enorme kwantitatieve geldverruimingsprogramma dat Draghi tegen de Duitse oppositie in heeft doorgedrukt, is de redding van de euro geweest door de omzeiling van de regels van het Verdrag van Maastricht tegen de aanmunting of mutualisering van overheidsschulden.
Vorige maand werd Draghi de eerste centrale bankier die het idee serieus nam van helikoptergeld, de directe distributie van nieuw gecreëerd geld van de centrale bank naar inwoners van de eurozone. De leiders van Duitsland hebben woedend gereageerd en onderwerpen Draghi nu aan nationalistische, persoonlijke aanvallen.
Minder zichtbaar is dat Italië ook een stille opstand voert tegen het prokeynesiaanse economisch beleid van de Duitse overheid en de Europese Commissie. Sterker en coherenter dan enig EU-leider ooit heeft Pier Carlo Padoan, Italiës minister van financiën, gepleit voor fiscale stimulans in EU-raden en ook op de bijeenkomst van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) in Washington DC in april.
Belangrijker nog, in weerwil van eisen tot bezuinigingen van Duitsland en de EU-Commissie is Padoan begonnen fiscale stimuli te implementeren door middel van belastingverlaging met behoud van geplande overheidsuitgaven.
Het consumenten- en ondernemersvertrouwen in Italië is daardoor gestegen tot het hoogste niveau van de afgelopen vijftien jaar, kredietvoorwaarden zijn verbeterd, en Italië is het enige G7-land dat volgens de verwachtingen van het IMF in 2016 sneller zal groeien dan in 2015 (al is het nog steeds maar met een magere 1 procent).
Italië gaat voorop in een poging de verhoudingen met Rusland te herstellen en de samenwerking ten aanzien van Syrië te verbeteren
Nog recenter heeft Padoan een vindingrijke publiek-private samenwerking gecreëerd om de o zo noodzakelijke herkapitalisatie van Italiës banken te financieren. Dat initiatief heeft hij gelanceerd zonder op goedkeuring van de ECB en EU-functionarissen te wachten, die een eerder ‘bad bank’-plan onder Duitse druk blokkeerden. Financiële markten beloonden Italië meteen voor de openlijke ongehoorzaamheid; de aandelenkoers voor de grootste bank van het land, Unicredit, sprong in drie dagen tijd met 25 procent omhoog.
De steeds assertievere weerstand van Italië tegen Duitse economische dogma’s is misschien niet zo verrassend: sinds de invoering van de euro heeft het land een vrijwel voortdurende recessie gekend.
Bovendien is Padoan, die voorheen hoofdeconoom van de OESO was, de enige minister van Financiën van de G7 die een economische opleiding heeft genoten. Hij begrijpt beter dan wie ook dat ondoordacht fiscaal en monetair beleid de werkelijke oorzaak is van Europa’s magere economische prestaties, en grotendeels verantwoordelijk voor de politieke spanningen die de EU kapot dreigen te maken.
De wederopleving van het Italiaanse zelfvertrouwen en leiderschap is ook waar te nemen in de binnenlandse en internationale politiek. Renzi was de enige Europese leider die erin slaagde het stemmenaandeel van zijn partij in de Europese Parlementsverkiezingen van 2014 te vergroten, en sindsdien is zijn dominantie in de Italiaanse politiek gegroeid. Terwijl Duitsland, Frankrijk, Spanje en Groot-Brittannië worden bedreigd door populistische politieke ideeën, heeft Italië Silvio Berlusconi de rug toegekeerd, en heeft Renzi de steun voor de Lega Nord en de Vijfsterrenbeweging uitgewrongen. Hierdoor heeft Italië arbeids-, pensioen- en bestuurshervormingen kunnen invoeren die in het verleden ondenkbaar waren.
Italië is ook assertiever geworden in buitenlandse zaken. De Italiaanse minister van Buitenlandse Zaken, Paolo Gentiloni, werkt samen met zijn voorgangster en huidige hoge vertegenwoordiger voor buitenlandse zaken van de EU, Federica Mogherini, om pragmatischer en effectiever Europees beleid te creëren met betrekking tot Libië en de vluchtelingencrisis.
Dat Italië vooropgaat in een poging de verhoudingen met Rusland te herstellen na de confrontatie over Oekraïne, en de samenwerking ten aanzien van Syrië te verbeteren, zegt nog het meest. Deze campagne lijkt vruchten af te werpen met een geleidelijke opheffing van EU-sancties tegen Rusland komende zomer.
Aan de beurt
Gezien de fiasco’s van het Duitse leiderschap in Europa en het politieke vacuüm elders in de EU, is het ongetwijfeld een goed besluit van Italië om de zichtbaarheid te vergroten. Zoals Renzi het onlangs in een interview formuleerde: ‘Na twee jaar luisteren ben ik aan de beurt om te praten.’
Het valt te bezien of Italië een coalitie kan formeren van economisch progressieve en politiek pragmatische landen om het Duitse conservatisme en dogmatisme te weerstaan. De politieke economie van Europa zal zich toch op een of andere manier moeten aanpassen aan het nieuwe soort mondiale kapitalisme dat nu uit de crisis van 2008 ontstaat. Met een beetje geluk zal een nieuw type sluwe en alerte Italiaanse leiders de strompelende Duitse dinosauriërs verschalken waarvan de achterhaalde regels en doctrines leiden tot het uitsterven van de EU.
Auteur: Anatole Kaletsky
Vertaler: Martinette Susijn
De auteur is econoom en journalist. Hij schrijft voor o.a. The Economist, The Financial Times en The Times of London en is vast verbonden aan Reuters en The International Herald Tribune. Hij werd door BBC uitgeroepen tot Newspaper Commentator of the Year en is sinds 1997 ook economisch adviseur.
The Guardian
Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 332.000
Onafhankelijke kwaliteitskrant van linkse signatuur. Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde columnisten en journalisten. Altijd zeer kritisch ten opzichte van de overheid en andere instituten.

