GettyImages 1277688149


Meer dan 33.000 Noord-Koreanen hebben de afgelopen decennia hun leven geriskeerd om de oversteek naar Zuid-Korea te maken. Een op de vijf zegt overwogen te hebben terug te gaan.

Het is nog niet lang donker op de avond van Nieuwjaarsdag als een kleine, tengere man bij een van de zwaarst bewaakte grenzen ter wereld een plek uitkiest en over een 3 meter hoog hek klimt, zo’n 400 meter van de dichtstbijzijnde militaire post. Waarschuwingslichten flitsen, een alarm loeit. De man loopt haastig over het ruwe, met sneeuw bestoven terrein en zoekt zijn weg, hopend verborgen landmijnen te vermijden die hier na een oorlog in de vorige eeuw zijn achtergebleven. Zijn bewegingen worden af en aan geregistreerd door warmtecamera’s. Tegen middernacht heeft hij de overkant van de 4 kilometer brede gedemilitariseerde zone (DMZ) bereikt. Hij is weer thuis. In Noord-Korea.

Enkele uren later beseffen Zuid-Koreaanse soldaten, die de beroering van de afgelopen avond als vals alarm beschouwden, dat ze de voetafdrukken van de man hebben gemist, net als de plukjes dons van zijn winterjack, die aan het prikkeldraad boven op het grenshek zijn blijven hangen. 

Meer dan 33.000 Noord-Koreanen hebben de afgelopen decennia hun leven geriskeerd om hun repressieve thuisland te ontvluchten, met achterlating van de verzwakte economie, de angst die wordt gekweekt door de politieke goelags en de al drie generaties beslaande persoonlijkheidscultus die onvoorwaardelijke eerbied eist voor leider Kim Jong-un en zijn voorouders. De nieuwjaarshekklimmer, wiens naam niet bekend is gemaakt, behoorde tot het veel kleinere aantal mensen dat naar de geïsoleerde communistische staat terugkeert, na aan het leven in de buitenwereld te hebben geroken. 

Honderden

Officieel is volgens de Zuid-Koreaanse inlichtingendienst van dertig Noord-Koreanen bekend dat ze zijn teruggegaan nadat ze zich in het Zuiden hadden gevestigd. Onderzoekers en advocaten denken dat het werkelijke aantal veel hoger ligt, misschien wel in de honderden loopt. Soms wordt iemand die terugkeert een propaganda-instrument voor het Noord-Koreaanse regime en verschijnt dan in video’s of op persconferenties om in tranen zijn spijt over zijn vertrek te betuigen. Een handjevol verandert vervolgens weer van gedachten en ontsnapt nog een keer.

‘Het is lastig een schatting te maken, maar waarschijnlijk zijn het er veel meer,’ zegt Baek Nam-seol, hoogleraar aan de Korean National Police-universiteit, die met Noord-Koreaanse vluchtelingen heeft gewerkt en onderzoek naar hen heeft gedaan. ‘Er zijn er zeker die niet door de Noord-Koreaanse autoriteiten worden opgemerkt. Wij krijgen alleen een bevestiging wanneer Noord-Korea ervoor kiest om er publiciteit aan te geven.’

Dat de man de grens over had weten te komen, zorgde in Zuid-Korea voor onrust over gebreken in de grensbewaking, helemaal toen bekend werd dat de man in november 2020 via dezelfde route Zuid-Korea was binnengekomen en dus twee keer aan de aandacht van de Zuid-Koreaanse militairen was ontsnapt. Maar voor mensen die zich in hun werk of onderzoek bezighouden met de integratie van Noord-Koreanen in het Zuiden, toont zijn besluit om al na een jaar weer terug te gaan vooral aan hoe moeilijk het voor Noord-Koreanen is om zich aan hun nieuwe thuisland aan te passen, zeker nu de pandemie hun isolement en economische problemen alleen maar vergroot.

Buitenbeentje

Bijna een op de vijf Noord-Koreaanse vluchtelingen in Zuid-Korea zegt overwogen te hebben om terug te gaan, volgens een onderzoek uit 2021 door het Database Center for North Korean Human Rights, een Zuid-Koreaanse non-profitorganisatie. De meesten gaven als reden dat ze hun eigen stad of hun familie misten. Sommigen zeiden dat ze zich gediscrimineerd voelden in Zuid-Korea, of dat ze de kapitalistische samenleving te competitief vonden.

‘Elke gemeenschap kent buitenbeentjes en dat geldt ook voor de Noord-Koreaanse vluchtelingengemeenschap’

Joo Seong-ha, die in 2002 uit Noord-Korea is weggegaan en nu vooraanstaand journalist is bij een Zuid-Koreaanse krant, zegt dat hij nog steeds aan thuis terugdenkt: ‘Ik heb erover gedacht. Als je daar familie hebt, hoe kun je er dan niet over denken?’ Toch lukt het de meeste Noord-Koreanen na een paar jaar wel om zich te wortelen en hun weg te vinden in hun nieuwe land. ‘Elke gemeenschap kent buitenbeentjes en dat geldt ook voor de Noord-Koreaanse vluchtelingengemeenschap. Dit buitenbeentje besloot de DMZ over te steken.’

Volgens Park Young-ja, onderzoeker bij de door de Zuid-Koreaanse regering gefinancierde denktank Korea Institute for National Unification, is het voor mensen die geen familieleden in het Zuiden hebben moeilijker om zich aan te passen. Dat zij tegen problemen blijven aanlopen – hoewel er al tientallen jaren duizenden Noord-Koreanen in Zuid-Korea leven, op televisie verschijnen, kandidaat zijn bij verkiezingen en eigen bedrijven beginnen – bewijst volgens hem dat de Zuid-Koreaanse samenleving veel meer moeite moet doen om hen te omarmen. ‘Het laat zien hoeveel belemmeringen er bestaan tussen Noord- en Zuid-Koreanen. Uiteindelijk is er integratie van het hart nodig.’

Verschillen

De beide Korea’s mogen dan een gemeenschappelijke taal, eetgewoonten en cultuur delen, in de zeven decennia sinds de Korea-oorlog zijn de verschillen in het leven aan beide kanten van de grens alleen maar toegenomen naarmate het Zuiden welvarender werd en Noord-Korea verder geïsoleerd raakte. Boven op de internationale economische sancties vanwege Kims nucleaire en militaire ambities heeft het Noord-Koreaanse regime ook nog eens strenge coronabeperkingen ingevoerd en daarmee een nog sterkere greep gekregen op de bevolking en op informatie die het land in- of uitgaat.

Na een korte periode van dooi in de onderlinge betrekkingen in 2018, waarin Kim een ontmoeting had met de Zuid-Koreaanse president en beide kanten wat wachtposten in de gedemilitariseerde zone ophieven als blijk van goede wil, heeft Kim alle toenaderingspogingen en aanbiedingen voor hulp door de Zuid-Koreaanse regering van de hand gewezen. 

Kims vader, Kim Jong-il, die zeventien jaar aan de macht was, had weinig op met vluchtelingen: dat waren in zijn ogen verraders. Maar niet lang nadat zijn zoon in 2011 de macht had over-genomen, begon Noord-Korea een bewuste campagne om gevluchte landgenoten tot terugkeer te verleiden; ze kregen amnestie aangeboden en een gemakkelijk leventje in ruil voor informatie over Noord-Koreaanse vluchtelingen in Zuid-Korea.

‘Er werd veel meer moeite gedaan om mensen op andere gedachten te brengen en ze te verleiden terug te keren’

‘Onder Kim Jong-un ging het regime de vluchtelingen in Zuid-Korea zien als een bedreiging voor zijn erfelijke leiderschap,’ zegt Kim Yun-young, universitair docent aan de Universiteit van Cheong en voormalig onderzoeker bij het Police Science Institute. ‘Er werd veel meer moeite gedaan om mensen op andere gedachten te brengen en ze te verleiden terug te keren, waarbij hun achtergebleven familieleden soms als gijzelaars werden gebruikt.’

In een video uit 2016, gepost door een aan de Noord-Koreaanse regering gelieerde website, vertelt een veertigjarige man die was teruggekeerd uit bezorgdheid om zijn echtgenote die hij had achtergelaten, dat hij last had gehad van discriminatie en economische beproevingen toen hij in Zuid-Korea een nieuw bestaan probeerde op te bouwen. ‘Ik ben maar anderhalf jaar in Zuid-Korea geweest, maar elk moment daar voelde als tien jaar en elke dag was een hel,’ zei Kang Chul-woo in de video, gekleed in een donker Mao-pak met ter hoogte van zijn hart een button waarop de gezichten van Kim Jong-uns vader en grootvader stonden afgebeeld. ‘Overal waar ik kwam, werd ik minachtend en arrogant behandeld, omdat ik een Noord-Koreaanse vluchteling was.’

Diezelfde man ontsnapte acht maanden later weer uit Noord-Korea, zo blijkt uit Zuid-Koreaanse rechtbankverslagen. Hij werd tot drieënhalf jaar cel veroordeeld omdat hij de Noord-Koreaanse autoriteiten informatie over medevluchtelingen had gegeven.

Wanhoop

In andere rechtszaken rond Noord-Koreaanse terugkeerpogingen klinkt de wanhoop door die ontsnapten ertoe drijft om weer terug te gaan. Een man die als dagloner in de bouw werkte, was voor zo’n 44.000 euro opgelicht en werd achtervolgd door deurwaarders. Iemand anders was de aanbetaling voor zijn huis kwijtgeraakt toen hij een schuld van 700 euro niet kon terugbetalen aan de man die zijn aanvankelijke ontsnapping had geregeld. Een man van in de zestig had een beroerte gehad en wilde zijn vrouw en zoon nog één keer zien voor hij stierf; volgens rechtbankgegevens beklaagde hij zich erover dat hij in Zuid-Korea als een gastarbeider werd behandeld.

‘In hoeverre was Zuid-Korea echt bereid om deze vluchtelingen te verwelkomen en te accepteren?’

Sommigen hadden een groot bedrag aan contant geld bijeengebracht om ‘loyaliteitsgeld’ aan de heersende Arbeiderspartij van Noord-Korea te kunnen betalen. Ze hoopten zo vergiffenis te krijgen voor het feit dat ze het land hadden verlaten, iets waarvoor mensen normaal gesproken tot een strafkamp of dwangarbeid worden veroordeeld.

De nieuwjaarshekklimmer, die rond de dertig was en onderzoekers zou hebben verteld dat hij turner was geweest in Noord-Korea, werkte als conciërge en kon maar moeilijk rondkomen, volgens berichten in plaatselijke media. 

De economische narigheid waarmee Noord-Koreaanse vluchtelingen soms te kampen krijgen, bleek in 2019 nog eens extra duidelijk toen een alleenstaande moeder en haar zesjarige zoon dood werden aangetroffen in hun flat in Seoel, mogelijk omgekomen van de honger. De dood van deze moeder en zoon werd voor hun medevluchtelingen een symbool voor het protest tegen hun situatie. 

Teken aan de wand

Zuid-Korea biedt vluchtelingen de eerste vijf jaar geld om zich een nieuwe plek te verwerven, maar de meesten houden daar niets van over nadat ze de mensensmokkelaars hebben afbetaald. Ze vinden maar heel moeilijk een vaste baan. Volgens Jeon Su-mi, die als advocaat Noord-Koreaanse vluchtelingen bijstaat, raken velen van hen gedesillusioneerd door het individualisme en kapitalisme van hun zuiderburen. Dat vluchtelingen ervoor kiezen om vrijwillig terug te gaan, zou Zuid-Korea aan het denken moeten zetten, vindt zij. ‘In hoeverre was Zuid-Korea echt bereid om deze vluchtelingen te verwelkomen en te accepteren? Zij hebben hun leven gewaagd om hierheen te komen en riskeren het dan nog eens om weer weg te gaan. Dat zou een teken aan de wand moeten zijn.’ 


Deel dit artikel


Recent verschenen