360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen.
FILM | Hommage aan een miskende legende
Het laatste interview met Romy Schneider
Toen de Duits-Iraans-Franse regisseur Emily Atef foto’s onder ogen kreeg die Robert Lebeck in een van haar laatste levensjaren van Romy Schneider had gemaakt, was ze ontroerd. ‘Ik zag niet een ster, maar een vrouw van in de veertig, authentiek, zonder filter, een vrouw die wil leven,’ vertelt ze de Franse nieuwssite Ouest-France. Ze waren haar toegestuurd door een vriend van Marie Baümer, een actrice die als twee druppels water op de oorspronkelijk Oostenrijkse actrice lijkt en al vaak weigerde haar te spelen. Maar met het project dat uit deze foto’s ontstond ging ze akkoord, omdat ze geen glamourster hoefde neer te zetten, maar juist een persoon van vlees en bloed.
Zo ontstond 3 Days in Quiberon , waarin het interview dat Schneider in 1981 aan de Duitse krant Stern gaf centraal staat. Ze verbleef na haar scheiding en de zelfmoord van haar eerste man een periode in een kuuroord in Bretagne om van de drank af te komen, en zag het interview als aangename onderbreking. ‘Zij wilde een gesprek, wij wilden een interview’, wordt Luback door Stern aangehaald in zijn memoires. De interviewer, schrijft* Variety,* was een ‘cynische celebrity-interviewer die eigenlijk liever politiek journalist had willen zijn’, misbruik maakte van Schneiders kwetsbaarheid en volgens Le Temps nogal brutaal en seksistisch was in zijn ondervragingen. Openhartig vertelt Schneider over haar onzekerheden als moeder, waarom ze niet in Duitsland kon wonen en wel in Frankrijk, de eeuwige ongewenste invloed van Sissi op haar leven terwijl Jürg vragen stelt als ‘Vindt u uw werk belangrijker dan uw gezin?’
Het gesprek wordt legendarisch, mede doordat Schneider een jaar later, waarin ook nog haar veertienjarige zoon verongelukt, dood aan haar bureau wordt gevonden. Gestorven aan een gebroken hart, schreef Der Spiegel.
‘Misschien waren haar onthullingen destijds opzienbarend, maar eigenlijk komen ze nu redelijk tam over’
Variety ziet de verfilming als ‘de vereffening van de collectieve fout van de Duitsers dat ze de Sissi-ster in haar volwassen carrière niet serieus hebben genomen’. Maar doordat Atef ervoor gekozen heeft de gebeurtenissen rondom het interview voor zich te laten spreken, ‘draagt de film (…) niet bij aan een beter begrip van Romy Schneider. Hij biedt ons enkel inzicht in haar onzekerheden’. Hollywood Reporter vindt 3 Days te weinig narratief voor een film van twee uur. Een documentaire van een uur was genoeg geweest, schrijft de auteur, die bovendien niet erg onder de indruk is van de ethische implicaties van het gesprek, die in de film breed worden uitgemeten. ‘Misschien waren haar onthullingen destijds opzienbarend, maar eigenlijk komen ze nu redelijk tam over.’
De Duitse pers heeft geen last van een gebrek aan drama. Stern ziet een universeel portret van een vrouw die ‘veel mee heeft maar weinig talent om te leven’. Der Spiegel vindt het terecht dat de film op het Berlijns filmfestival in tien categorieën is genomineerd, waaronder beste film en beste regie. ‘Echt, getekend, openhartig en heel menselijk’, oordeelt het rapport.
Schneiders dochter Sarah Biasini is het in ieder geval met die eerste kwalificatie oneens. Sinds de film in Franstalig Zwitserland in première ging, schrijft o.a. Le Figaro, roept ze mensen op deze vooral niet te gaan zien, omdat _3 Day_s volgens haar zou barsten van de valse insinuaties, en het geschetste beeld mijlenver van haar moeder af zou staan.
Vanaf augustus te zien in de Nederlandse bioscopen.
FOTOGRAFIE | Een reflectie op schoonheid en hoop
Bekende en onbekende fotografen over identiteit
Okwui Enwezor, een curator van de Venetiaanse Biënnale van Nigeriaanse komaf, kreeg van een New Yorkse vooraanstaand curator een ambitieus verzoek, schrijft ArtNews; een show samenstellen van contemporaine fotografie in Afrika. ‘Hij noemde het een idioot plan, maar ik zei dat we een budget zouden samenstellen en dat hij kon reizen en zijn tijd nemen,’ vertelt Brian Wallis, de curator in kwestie. Enwezor ging akkoord en werd op zijn reis vergezeld door Artur Walther, die eerder met Christopher Philips door China reisde met een soortgelijk doel.
Walther, voormalig partner van investeringsbank Goldman Sachs, houdt zich sinds de jaren negentig bezig met het verzamelen van videokunst en fotografie. In 2010 opende hij The Walther Collection voor het publiek in zijn Duitse geboortestad Ulm, inmiddels heeft hij ook een vaste expositieruimte in New York. Uit zijn collectie worden wereldwijd tentoonstellingen samengesteld die veelal betrekking hebben tot identiteit, zoals ook Structures of Identity, tot 29 augustus te zien in Foam, Amsterdam.
Het idee van de tentoonstelling is laten zien hoe portretfotografie wordt gebruikt om personen ‘in te delen, te vormen, te scheiden en te selecteren op basis van beroep, sociale status, ras of politieke overtuiging’, schrijft BJP. Ook dragen de portretten volgens BMW Art Guide tezamen bij aan de vorming van een etnografisch archief, en geven ze een hedendaagse reflectie op ‘zowel schoonheid als hoop’ uit de betreffende periodes, waarmee de geschiedenis van de fotografie ‘buiten conventionele, temporele culturele en geografische grenzen’ treedt, aldus Wall Street International Magazine.
Hoewel Walther volgens The New York Times een ‘bescheiden man is met een zacht stemgeluid’, is hij zich bewust van de grensverleggende kwaliteiten van zijn collectie; ‘“Ik ga daar waar niemand nog is geweest”’. Voor Walther is het belangrijkste aan zijn project het stimuleren van nieuw talent. Een van zijn ‘ontdekkingen’ is bijvoorbeeld de Zuid-Afrikaanse Jo Ractliffe, die inmiddels wereldwijd tentoonstellingen heeft gehad. ‘Tijdens zijn tweede bezoek [aan Johannesburg] leidde ze hem naar wat eerst een overgroeide achtertuin was in haar woning, nu een studio. “Dit is aan jou te danken,” zei ze hem. “Dit is betaald van de opbrengsten van mijn werk.”’
Mochten de juiste mensen zich aandienden, dan wil Walther zijn collectie verder uitbreiden tot andere werelddelen, vertelt hij_ ArtNews,_ zoals het Midden-Oosten.
LITERATUUR | De Pagnol-renaissance
De hitte van de zomer, het geluid van de krekels
Sinds een paar jaar staat het werk van Marcel Pagnol (1895-1974) weer volop in de aandacht. Vorig jaar werden zijn films opnieuw uitgebracht, begin dit jaar zijn strips. Onlangs verscheen Mijn kinderjaren in de Provence, het tweede deel van zijn jeugdherinneringen, voor het eerst in het Nederlands. Pagnol begon deze te schrijven nadat een redacteur van Elle hem vroeg een anekdote uit zijn jeugd tot een bijdrage uit te werken. Hij zou aanvankelijk uit beleefdheid hebben geaccepteerd, maar kreeg de smaak te pakken en tekende zijn jeugd in vier delen op.
Aangezien alles wat Pagnol deed ‘in goud veranderde’, zoals De Standaard schrijft, werden ook deze romans een groot succes. Hij beschrijft hierin de gelukkigste en meest zorgeloze periode van zijn leven, in het familiebuitenhuis in de Provence. ‘De verhalen bevatten de hitte van de zomer, het geluid van krekels en van de potjes petanque die onder de bomen werden gespeeld’, schrijft Le Figaro. Maar pure nostalgie en romantiek zijn de boeken niet. Los van dat er regelmatig dieren in worden gemarteld – wat we volgens Libération moeten zien als teken van de tijd, waarin jagen nog geoorloofd was – houdt Pagnol zich in zijn werk altijd ook bezig met maatschappelijke ontwikkelingen, zonder daarover een oordeel te vellen. ‘Anders dan veel kunstenaars uit zijn tijd [genoemd worden Sartre, Derrida, Beckett] gaf Pagnol niet toe aan wanhoop of moreel nihilisme’, schrijft de site Crisismagazine *in een uitgebreide analyse van zijn werk. Ook *LA Times benoemt Pagnols ‘gave om alle, vaak tegenstrijdige waarheden van zijn protagonisten overtuigend weer te geven’. In zijn memoires komt dit bijvoorbeeld naar voren in de gesprekken tussen zijn vader, een atheïstische onderwijzer, en zijn katholieke oom.
In eigen land is geen sprake van wat The New York Times een Pagnol-renaissance noemt; zijn werk is er nooit weggeweest. Ook letterlijk niet. In Aubagne, waar Pagnols jeugdverhalen spelen, heeft een groepje fanatieke fans een miniatuurwereld gebouwd waarin al zijn ‘legendarische’ personages stuk voor stuk een plek hebben gekregen.
Mijn kinderjaren in de Provence verscheen onlangs in vertaling van Jan Pieter van der Sterre en Reintje Ghoos bij De Geus.
Auteur: Laura Weeda

