gerecenseerd 1


360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen.


Ode aan het Malinese nachtleven

Bannelingen uit Mali toeren de wereld over

MUZIEK – Er is geen land waar muziek zo’n groot deel uitmaakt van het dagelijks leven als Mali. Muziek staat er voor educatie, verheffing, verbondenheid en, volgens een van de muzikanten die in de documentaire They Will Have to Kill Us First worden gevolgd, zelfs voor het vrije woord. Reden te meer voor islamitische rebellen om in 2012 in Noord-Mali in naam van de sharia behalve op roken en drinken ook een verbod op muziek uit te brengen. Radiostations worden vernield en veel artiesten vluchten van Timboektoe naar Bamako.

Onder hen zijn ook Aliou, Garba en Oumar Touré (geen familie), drie afgestudeerden die, zoals in de genoemde documentaire te zien is, in hun vluchtelingenkamp in Burkina Faso de groep Songhoy Blues vormen, genoemd naar het volk waarvan ze afstammen. Ze willen 
de sfeer van het noorden oproepen en de muziek doen herleven. ‘Ik rook niet, ik drink niet, maar hoe moet ik me een wereld voorstellen zonder muziek?’ zegt Garba tegen Le Monde.

De band wordt gespot door Africa Express, het scoutingproject van Blur- en Gorillaz-zanger Damon Albarn, en neemt een nummer op met Nick Zinner, de Amerikaanse gitarist van Yeah Yeah Yeahs. Hun eerste album, Music in Exile, wordt door Helen Brown van The Daily Telegraph getypeerd als Afrikaanse bluesrock waarin ‘zowel de heimwee van de banneling doorklinkt als muzikale rebelsheid’. The Guardian hoort ‘Songhoy-invloeden omgevormd tot strakke, indringende riffs en funky gitaarwerk, verrijkt met blaasinstrumenten en keyboards’. De band groeide naar eigen zeggen op met ‘de Beatles, Jimi Hendrix en John Lee Hooker, gevolgd door een dieet van hiphop en r&b’ en heeft ‘een grote liefde voor de elektrische gitaar’. Dat laatste zal de reden zijn dat Iggy Pop op het nieuwe album Résistance een vocal krijgt in het nummer Sahara (waarop hij zijn kijk poëtisch verwoordt: ‘There ain’t no pizza, it’s a genuine culture, no Kentucky Fried 
Chicken’). Ook de Londense rapper met Ethiopische roots Elf Kid en popband Stealing Sheep uit Liverpool zijn gastartiest op dit album.

De bandleden, die inmiddels de wereld over toeren, vinden het belangrijk muziek te maken die dansbaar is – zoals het nummer Bamako, ‘een swingende ode aan het bruisende nachtleven’ daar, aldus Rolling Stone – en soms aan het denken zet. ‘De rest van de wereld bekommerde zich pas om Mali toen de muziek 
werd verbannen,’ zegt Garba tegen 
The Australian. Om eraan toe te voegen dat hij dat best snapt. ‘Muziek is zo fundamenteel. Een fundamenteel recht.’

Op 24 november speelt Songhoy Blues 
in Paradiso in Amsterdam.

Ekaterina. – © ECAL/Romain Mader
Ekaterina. – © ECAL/Romain Mader

Satire om 
de satire?

Controverse over fictieve zoektocht naar Oekraïense bruid

FOTOGRAFIE – Naar aanleiding van de tentoonstelling in Foam waarbij het werk van de Zwitserse fotograaf Romain Mader (1988) te zien zal zijn, ontving het fotomuseum een petitie, ondertekend door zo’n vijftig overwegend Russische prominenten uit de kunst- en journalistieke wereld, waarin het ‘vriendelijk maar dringend wordt verzocht de uitslag van de Foam Paul Huf Award 2017 [bestaande uit o.a. 20.000 euro en een solotentoonstelling in Foam] te heroverwegen’, vanwege de bijdrage ervan aan de toch al stereotiepe blik van West-Europeanen (change.org). Mader won de prijs naar aanleiding van zijn fotoserie Ekaterina, over een fictief Oost-Europees land waar alleen blondines wonen, waar je aan de grens de lengte en cupmaat van je ideale vrouw opgeeft, en waar hij op zoek gaat 
naar een bruid.

De jonge fotograaf, die in Zürich en Lausanne studeerde, zag zich toen hij in 2009 voor het eerst met vrienden naar Oekraïne reisde geconfronteerd met de vooroordelen die westerse mensen van dat land hebben. Zo brachten hij en zijn vrienden altijd een fles wodka mee om in de trein met vreemden te drinken, maar bleek daar geen belangstelling voor te bestaan, vertelt hij Bird In Flight. Ook waren mensen niet stug en nors maar vriendelijk en behulpzaam. Hij wilde spelen met deze misvattingen en maakte een aantal fotoseries waarin deze tot in het absurde zijn doorgetrokken: op alle billboards zijn nakende vrouwen te zien en in de straten is geen man te bekennen.

Zelf is Mader verbaasd dat niet iedereen de ironie ervan inziet. In een interview met Schön Magazine zegt hij: ‘Soms krijg ik uit het publiek de vraag hoe het met mijn vrouw gaat. (…) Ik begrijp niet dat ze het zo serieus nemen.’

Liza Premiyak van The Calvert ziet de ironie er wel van in, maar de humor niet. ‘De foto’s zijn grappig omdat de vrouwen, terwijl Mader zijn rol speelt, hun uiterste best doen om op commando te lachen en te poseren’, maar ‘in een regio waarin (…) huiselijk geweld onlangs gedecriminaliseerd is en de Poolse conservatieve politicus Korwin-Mikke vrouwen beschreef 
als “kleiner, zwakker, dommer”, is het opeens niet zo grappig meer’. Maders werk, concludeert ze, is satire om de satire.

Recensenten van o.a. Phroom en British Journal of Photography zijn het eens met de juryleden, onder wie Teju Cole en de fotografiedirector van Le Monde, dat Maders werk door het spel met fictie en werkelijkheid juist zeer gelaagd is en ‘opvalt vanwege 
de humoristische benadering van serieuze onderwerpen: eenzaamheid, liefde en de exploitatie van het vrouwelijk lichaam’.

Ekaterina is vanaf 19 november te zien in Foam in Amsterdam.


Minder absurd maar niet minder luguber

Feelbadmovie geïnspireerd op Griekse mythe

FILM – Na Lobster, waarin vrijgezellen 45 dagen hebben om verliefd te worden of anders in een dier veranderen, lijkt The Killing of a Sacred Deer van de Griekse regisseur Yorgos Lanthimos, die in Cannes de prijs voor het beste scenario won, in eerste instantie redelijk normaal. Steven (hartchirurg), zijn vrouw Anna (oogheelkundige) en hun zoon en dochter vormen een modelgezin, zij het dat ‘hun persoonlijkheden zich niet laten omschrijven, aangezien ze die niet hebben’, aldus maandelijks cultuurwebzine Paste.

Maar niet voor niets wordt de film vergeleken met werken van Polanski, Kubrick, Haneke en de ijzingwekkende films Mother! en Sophie’s Choice. ‘Onder het kalme oppervlak zitten monsters verborgen’, schrijft The Boston Globe. Die hebben onder meer de vorm van een geheime ‘vriendschap’ tussen Steven en de vijftienjarige Martin, wiens vader op Stevens operatietafel is gestorven. Dat gegeven, in combinatie met de titelverwijzing – naar de Griekse mythe waarin Artemis Agamemnons dochter Iphigeneia opeist omdat hij per ongeluk haar lievelingshert heeft gedood – maakt het kijken van deze zogenoemde feelbadmovie ‘een onheilspellende, ongemakkelijke ervaring’ . De vraag is of Martin even barmhartig is als Artemis, die de jonge Iphigeneia op het laatst vervangt door een hert. En of Steven net als Agamemnon, met in het vooruitzicht een gunstige wind zodat hij kan uitvaren naar de Trojaanse Oorlog, zal bezwijken, zodat 
de liefde voor zijn gezin als vaker in Lanthimos’ universum ‘een constructie blijkt die uiteenvalt zodra grotere krachten in het spel zijn’ (Vox).

In 
dit universum doen andere vragen – zoals: Waarom belt Steven de politie niet? Waarom verhuist hij niet gewoon? – er volgens Rolling Stone minder toe. Maar Paste vindt een tragedie geen excuus voor inconsistenties en een gebrekkig plot, en noemt de film ‘net goed genoeg om duidelijk te maken hoeveel beter [Lanthimos] eerder was’.

The Killing of a Sacred Deer gaat op vrijdag 10 november in voorpremière (met inleiding) in Cinecenter, Amsterdam.

Jay McInerney aan het werk in de Gotham Bar and Grill in New York. – © David Howells / Getty Images
Jay McInerney aan het werk in de Gotham Bar and Grill in New York. – © David Howells / Getty Images

Een boek als een glas 
gekoelde Guigal Condrieu

Ook Amerikanen kunnen poëzie maken van wijn

NONFICTIE – ‘Het dient als smeermiddel voor onze conversaties, verheft ons uit het alledaagse, waarin we vernieuwd terugkeren, met een groter begrip en waardering voor de dingen.’ Aldus Jay McInerney over zijn grote passie: wijn. Hij kwam ermee in aanraking toen hij bij een boozeteria werkte in Syracuse, New York, waar 
hij de wijnboeken las en zo af en toe een fles opende om te proeven. Hij studeerde destijds samen met Tobias Wolff en Raymond Carver, publiceerde in 1984 zijn eerste roman: Bright Lights, Big City en leidde een wild bestaan met drugs, modellen, vier huwelijken en vrienden als Julian Barnes en Bret Easton Ellis.

Toen Lyon Press hem in 2000 benaderde 
om de wijncolumns die hij sinds 1996 voor House & Wine schreef te bundelen, vond Knopf, zijn eigen uitgever, het best zolang ze er zelf niets mee te maken hoefden te hebben. De auteur zelf leek het wel een leuk relatiegeschenk. Er werden 40.000 exemplaren van de bundel verkocht. Inmiddels is McInerney door Salon uitgeroepen tot ‘beste wijnschrijver van Amerika’ en heeft hij drie wijnboeken op zijn naam (waarvan nummer twee en drie gepubliceerd door Knopf). Het tweede, Een hedonist in
 de kelder, verschijnt op 6 november in een 
vertaling van Catalien en Willem van Paassen bij Hollands Diep.

‘Ben je een verstandig persoon met een gezin, een fulltimebaan en een vast geloof in oorzaak en gevolg, vermijd dan de Côte d’Or’

McInerney dankt zijn succes aan zijn originele metaforen en persoonlijke, lichte anekdotes waarmee hij zijn groeiende expertise met de lezer deelt. Book Reporter sneert zelfs dat wijnsnobs zouden vallen over zijn nonchalante toon, als ze niet ‘te druk [waren] met het beschrijven van hun eigen smaakbevindingen’. Michael Steinberger merkt in The New York Times tevreden op dat de tijd waarin de VS 
‘een cabernet punten gaven en de Britten hem poëzie schonken’ voorbij is, getuige een passage als deze: ‘Ben je een verstandig persoon met een gezin, een fulltimebaan en een vast geloof in oorzaak en gevolg, vermijd dan de Côte d’Or. 
Als je eenmaal de vervoering van een fles goede bourgogne hebt ervaren, kan het zomaar gebeuren dat je zonder nog een cent op zak zit te kwijlen boven de bourgognecatalogus en je seksuele diensten aanbiedt aan sommeliers.’

Robin McKie (The Guardian) vindt McInerneys werk een tikkeltje ‘onbeheerst’. Hij verwondert zich over het uitblijven van katers ‘die de overweldigende behoefte oproepen in elkaar te kruipen en te sterven. (…) Ze drinken maar door en door, schijnbaar zonder ooit ergens last van te hebben.’ Maar hij klaagt niet, laat ‘Jay McInerneys onderhoudende uitstapje in de wereld van de wijnkenner’ zich smaken als een glas licht gekoelde Guigal Condrieu: ‘iets om van te genieten, maar niet voor al te lang’. De Engelse recensent is aanzienlijk zuiniger dan de Amerikanen, die het boek ‘onweerstaanbaar’ (Goodreads) en ‘briljant, komisch en schaamteloos openhartig en provocerend’ noemen .

Steinberger heeft toch één klacht: sommige stukjes zijn te kort, zoals dat waarin de auteur tijdens een bezoek aan New Orleans voor de 
verandering absint drinkt en uitweidt over zijn eigen drugsverleden. Gelukkig voor de recensent kreeg McInerney na de verschijning van A Hedonist in the Cellar een ruimere column in The Washington Post. Inmiddels schrijft hij voor lifestylewebzine Town & Country.

Auteur: Laura Weeda


Deel dit artikel


Recent verschenen