360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen.
FILM – Koolhoven? Cool!
Vergeet de spaghetti, hier is de Edammer western
De roem van regisseur Martin Koolhoven is de landsgrenzen al ontstegen sinds zijn verfilming van Oorlogswinter. Met Winter in Wartime oogstte hij lof en trok hij de aandacht van de grote filmmaatschappijen. Maar in plaats van toe te happen op de aanbiedingen uit Hollywood, wijdde Koolhoven zich zeven jaar lang aan een eigen project. Het resultaat is nu, drie maanden na de première op het filmfestival van Venetië, te zien in de bioscoop: de thriller-western Brimstone.
Variety vindt het een coole manier om jezelf als merk te lanceren dat de regisseur ervoor koos om in het titelshot van zijn nieuwe film te zetten: ‘Koolhovens Brimstone’, in plaats van de gebruikelijke vorm ‘Brimstone, by Martin Koolhoven’. In werkelijkheid was het allesbehalve een marketingstunt. Koolhovens reden om het zo te doen, heeft hij vorig jaar in de Nederlandse media uitgelegd, was dat er 35 verschillende, internationale financiers bij deze gigantische productie betrokken zijn, met allemaal een eigen meninkje. Daarom hield Koolhoven rekening met de mogelijkheid dat hij in de eindmontage misschien compromissen zou moeten sluiten voor de Amerikaanse markt. In dat geval zou Europa ‘Koolhovens Brimstone’ krijgen en de Amerikanen gewoon ‘Brimstone’.
Nu draait de film dan eindelijk in de Nederlandse theaters, en kunnen we zien of Variety gelijk heeft met de stelling dat hij wordt gekenmerkt door de ‘boude taal van een typische Hollywood-film, met overvloedig eye-candy en extreem geweld’. Maar het is en blijft Hollandse en geen Hollywood cinema, en dat zal Koolhoven weten, als het aan Variety ligt. De enigszins venijnige recensie van Owen Gleiberman betreurt het dat de Hollander niet wilde ingaan op de aanbiedingen uit het Mekka van de filmindustrie. Want in Hollywood zou Koolhoven kunnen leren ‘zijn talent te scheiden van zijn pretenties’. En als hij dat gedaan had was Brimstone misschien niet dit ‘schrille, voortploeterende, serieus bedoelde stuk reli-trash’ geworden.
‘Het zou zijn eerste grote internationale doorbraak kunnen zijn, hoe bloederig en besmeurd die doorbraak dan ook mag zijn’
Halverwege het tweede deel van het vierluik waaruit Brimstone bestaat, constateert Gleiberman, chef-film van Variety, dat het ‘duistere hart’ van de film het thema incest is. ‘Het thema vindt in Nederland misschien meer weerklank dan elders’, schrijft Gleiberman, ‘het is per slot van rekening een land dat sinds de jaren zestig, vooral in Amsterdam, een vrijere omgang heeft met wat je eufemistisch de “jeugdige seksualiteit” zou kunnen noemen dan enige andere plaats ter wereld. Het thema van Brimstone, ervan uitgaande dat de film een thema heeft, is dat incest daar de onvermijdelijke uitkomst van is.’
The Guardian heeft ook bezwaren tegen Brimstone – de lengte, de overdaad aan religieuze symboliek, schoonheidsfoutjes in de historiciteit – maar de recensie is veel genereuzer. Andrew Pulver eindigt met de vraag of Martin Koolhoven misschien een heel nieuw genre heeft uitgevonden: na de spaghettiwestern nu het Nederlandse equivalent daarvan, ‘the Edam-western, perhaps?’
Richard Lawson ging voor Vanity Fair de film bekijken op het Festival van Toronto. ‘Ik ging erheen zonder iets over Brimstone te weten behalve de namen van de acteurs. Toen ik eruit kwam voelde ik me geschokt, walgelijk en, moet ik toegeven, enigszins gesterkt. (…) Brimstone gaat over geweld tegen vrouwen, seksueel of anderszins en presenteert zich, na een heleboel narigheid, als een soort bevrijdingsverhaal.’ Maar Lawson is vooral gegrepen door de cineast Koolhoven, van wie hij nog veel verwacht. ‘Zijn stoutmoedige visie, en de diverse momenten van lieflijkheid, gratie en menselijkheid in de film, dragen de belofte in zich dat we van deze filmmaker nog iets heel interessants gaan zien. Brimstone is zeker niet zijn eerste film, maar het zou zijn eerste grote internationale doorbraak kunnen zijn, hoe bloederig en besmeurd die doorbraak dan ook mag zijn.’
Eenzelfde verward enthousiasme klinkt door in het oordeel van The Independent: ‘Koolhoven bezit het vermogen om schoonheid te vinden in de misère. Op z’n eigen, zwavelige manier is Brimstone een pure en krachtige manier van filmmaken, een film die zonder dat je het wil toch onder je huid kruipt.’
LITERATUUR – De Márquez van de Kaukasus
Het tolstojaanse epos van Nino Haratischwili
Der Spiegel gooit zijn volle gewicht er tegenaan. De Frankfurter Allgemeine Zeitung trekt alle registers open. Berliner Zeitung is lyrisch. En de rest van de Duitse pers blijft niet achter in het bejubelen van de nieuwe roman van Nino Haratischwili: Het achtste leven (voor Brilka). Een roman van ‘tolstojaanse omvang’, een kunstwerk als ‘een groot schilderij van Gerhard Richter’, een ‘monumentale reis door de tijd’ zijn voorbeelden van de toon die de media aanslaan om dit ‘boek van het jaar’ (Der Spiegel) te verwelkomen.
Haratischwili is geboren in Georgië maar woont en werkt in Duitsland, waar zij aanvankelijk toneel maakte met een eigen tweetalige theatergroep, waarvoor zij stukken schreef en regisseerde. In 2010 debuteerde zij, toen 27 jaar oud, als romanschrijver. Haratischwili schrijft in het Duits, ook al is het Georgisch haar moedertaal. ‘Zij bekijkt de woorden met de blik van een buitenstaander, en dat voordeel buit ze uit in haar romans’.
Zoals dat hoort wanneer één kunstwerk alle gemoederen bezighoudt, beoordelen de critici niet alleen het boek maar ook elkaar
Haar eerste twee boeken vielen direct op en werden bekroond met diverse prijzen. Het achtste leven (voor Brilka) is haar derde roman, en duidelijk een mijlpaal. ‘In een tijd waarin voor velen de bioscoop en de vet aangezette tv-series al lang de narratieve functie van de kunst hebben overgenomen, is Haratischwili’s mammoettekst ook een statement’, schrijft Der Spiegel. In de Nederlandse vertaling telt de mammoet 1273 pagina’s (prachtig uitgegeven door Atlas Contact, de vertaling is van Elly Schippers en Jantsje Post). Daarin omspant het verhaal de hele twintigste eeuw (plus een geheim recept voor chocolademelk). De waardering om het lef van dit grootse gebaar, nog los van het welslagen ervan, klinkt door in alle recensies.
‘Nino Haratischwili schrijft zoals je eigenlijk niet meer schrijven mag. Zoals dat misschien honderd jaar geleden gedaan werd. Ze schrijft namelijk over een hele eeuw, een saga die zes generaties omspant’, schrijft de Tagesanzeiger. Meerdere critici zien in dit Oost-Europese epos een verwantschap met het magisch realisme van Zuid-Amerikaanse iconen als Gabriel García Márquez en Isabel Allende. ‘In feite is het de verleidelijke smaak van warme chocolade die het verloop van het verhaal bepaalt. De dynastie van de familie Jaschi is gevestigd op een chocolademakerij, en het geheime recept voor dat gulzig makende drankje is alleen de vrouwen in de familie bekend. Ook op andere momenten citeert Haratischwili het magisch realisme van de Zuid-Amerikaanse literatuur’, schrijft Die Zeit.
Net als in Márquez’ Honderd jaar eenzaamheid of Allendes Huis met de geesten wordt de spil van het verhaal in Het achtste leven (voor Brilka) gevormd door een oermoederfiguur, aan wie de familiegeschiedenis als het ware ontspringt. ‘Het vrouwelijke principe mag dan nog zo zeer het moederlijke instinct ten toon spreiden, het is de indringer Rusland die de Georgische thuishaven van de familie Jaschi met zijn ambitie tot wereldheerschappij neemt als een volgzame vrouw’, merkt de recensent terecht op. Het toonaangevende weekblad vindt die on-Europese vorm een aanwinst, maar noemt ook een bezwaar. De verhouding tussen het familieverhaal en de gebeurtenissen op het wereldtoneel is soms zoek. Die laatste worden alleen terloops gesuggereerd in ‘zwaar geladen verwijzingen, die de bloeddruk van het verhaal telkens weer omhoog stuwen. (…) Soms lijkt het alsof wereldoorlogen, regimewissels en opstanden slechts toevallig parallel lopen met de particuliere catastrofes van de familie Jaschi.’
Zoals dat hoort wanneer één kunstwerk alle gemoederen bezighoudt, beoordelen de critici niet alleen het boek maar ook elkaar. ‘Die Zeit beklaagde zich dat de roman hier en daar trekjes krijgt van een soapopera, doordat “de levensgeschiedenissen van de personages alleen ten tijde van heftige voorvallen” worden beschreven. Een bizar argument, want in de afgelopen eeuw had vrijwel elke Georgische familie “heftige voorvallen” te doorstaan’, schrijft Tagesanzeiger. ‘Wel kunnen we erover twisten hoe Haratischwili de gebeurtenissen beschrijft. Dat brengt ons bij het alle fascinerendste van dit boek: de indrukwekkende manier waarop de schrijfster historische gebeurtenissen laadt met fictieve emoties. (…) Zodra zij vertelt wat haar personages overkomt en hoe zij zich voelen, laat zij zich gaan en schuwt zij noch het pathos noch de humor van hen die weinig te lachen hebben, en bouwt met groot gevoel dramatische effecten in, wat niet verwonderlijk is gezien de naam die Haratischwili heeft als toneelschrijfster en regisseur.’
De grondtoon van alle boekbesprekingen blijft een ronkende lofzang. Zo concludeert Frankfurter Allgemeine Zeitung: ‘Dit is een van die grote, overvloedige romans die in al hun rumoer een heldere lijn blijven volgen, die hoog grijpen zonder zich te verliezen, die een panorama schetsen en elk detail in dienst daarvan weten te stellen. De efficiëntie van deze manier van vertellen is verbluffend, de spanningsopbouw is meesterlijk, het taalgebruik is, afgezien van een paar uitzonderingen, precies wat het verhaal nodig heeft en even fris als ongedwongen.’
Dankzij Haratischwili is Georgië literair helemaal terug van nooit echt ergens geweest. Volgend jaar is het land eregast op de Frankfurter Buchmesse.
Auteur: Pieter van den Blink

