Volgens de Britse filosoof John Gray heeft het Brexit-referendum van 2016 de politiek voorgoed veranderd. Politici kunnen zich niet inleven in de massale onvrede die door het referendum aan het licht is gebracht. Ze beschouwen zichzelf als de belichaming van de rede, belaagd door de blinde driften van het janhagel.
Wat de uitkomst van het Brexit-proces ook wordt, het zal Groot-Brittannië in ieder geval zo onbestuurbaar maken als het sinds de jaren zeventig niet meer is geweest. De zege van Gina Miller [de zakenvrouw die een zaak aanspande over de goedkeuring van de Brexit door het parlement] bij het Hooggerechtshof gaf in januari 2017 de macht aan een Lagerhuis dat niemand nog in de hand heeft, en effende zo de weg voor de huidige revolte van parlementariërs die de regering haar macht proberen te ontnemen. Ze zijn tegen een harde Brexit, maar kunnen geen overeenstemming bereiken over een alternatief dat dit moet voorkomen.
De fragmentering van de twee grote partijen is verwelkomd als een mogelijke uitweg uit de impasse, en de door dissidente Tory- en Labourleden opgerichte nieuwe fractie The Independent Group (TIG) is toegejuicht als het begin van een nieuwe middenpartij. Maar er is weinig reden om te denken dat kiezers massaal zullen stemmen op een partij die hen terugvoert naar de situatie die juist tot hun huidige onvrede heeft geleid – die merkwaardige nostalgie die gematigd links in de greep heeft. Het hele tijdperk van na de val van de muur, met zijn Irakoorlog, financiële crisis en de daaropvolgende jaren van harde bezuinigingen, dat is niet iets waarnaar veel mensen terugverlangen.
De vorming van TIG biedt ook geen uitweg uit de Brexit-impasse. Na de afwijzing van Mays uittredingsakkoord is het Lagerhuis nog steeds even verdeeld. Het parlement verwerpt een harde Brexit en zal wel instemmen met uitstel. Daarna volgen waarschijnlijk stemmingen om af te tasten welke alternatieven wel op een meerderheid kunnen rekenen. Het eindresultaat van twee jaar onderhandelen en manoeuvreren is dat er nog niets is afgesproken. Zolang er in het Lagerhuis geen meerderheid kan worden gevonden voor een akkoord waarmee de EU kan leven, is er geen uitweg uit de patstelling.
Kenners van speltheorie zijn bekend met zulke collectieve dilemma’s, maar dit is niet het enige voorbeeld van een gebrek aan redelijkheid in de huidige Britse politiek. Fundamenteler is de weigering van de politiek om een intelligente reactie te formuleren op het referendum van 2016. De politici proberen niet te doorgronden hoe het referendum moet worden begrepen en uitgevoerd. Nee, ze beschouwen het als een uitbarsting van redeloosheid die koste wat kost moet worden weerstaan. Er zijn een paar opvallende uitzonderingen, zoals Caroline Flint van Labour, die zelf tegen uittreding had gestemd, maar het belang inziet van de brede steun voor de Brexit in haar eigen kiesdistrict en elders. Maar het leeuwendeel van de politici blijkt zich niet te kunnen inleven in de massale onvrede die door het referendum aan het licht is gebracht. In plaats daarvan proberen ze de logische uitkomst te dwarsbomen, en vergroten zo de kloof tussen burger en politiek.
Brits verleden
Eén populaire verklaring voor de huidige impasse luidt dat die te wijten is aan een smaldeel Conservatieve Brexit-aanhangers die geobsedeerd zijn door een denkbeeldig Brits verleden. Wodehouse-achtige types als Jacob Rees-Mogg beantwoorden aan dat beeld, dat als voordeel heeft dat het de andere politici van alle blaam zuivert. Maar het zijn juist de vele über-remainers, sterk vertegenwoordigd in tal van overheidsinstanties, die de grootste belemmering vormen voor een Brexit waarmee de meeste mensen zouden kunnen leven.
Miljoenen kiezers hebben tegen de Brexit gestemd, omdat ze meenden dat Groot-Brittannië met zijn uitzonderingspositie binnen Europa al een heel redelijk compromis had bereikt. Maar voor de über-remainers waren compromissen nooit het doel. Voor hen is de EU een hogere bestuursvorm waar je niet uit stapt als je bij je volle verstand bent. Ze beschouwen zichzelf als de belichaming van de rede, belaagd door de blinde driften van het janhagel. Maar hun rationalisme is de drager van een gevaarlijke mythe, waarin de EU eerder een welhaast heilig instituut is dan een falend politiek experiment.
De poging om een transnationale Europese staat te vormen is uitgemond in een diep verdeelde EU, waarin populistische bewegingen welig tieren. Duitsland en zijn satellietstaten varen wel bij de euro, maar in Zuid-Europa levert die disfunctionele munt vooral stagnatie op. In het oosten tarten voormalige communistische landen het gezag van de EU op meerdere vlakken, onder meer door hun weigering het afgesproken quotum migranten op te nemen. De combinatie van vrij verkeer van mensen en poreuze buitengrenzen heeft overal in de EU het rechts nationalisme opgestookt. Het resultaat van wat de voorstanders beschouwen als een in wezen liberaal project, is dat de Europese liberale waarden sinds de jaren dertig niet meer zo onder druk hebben gestaan.
Het eindresultaat van twee jaar onderhandelen is dat er nog niets is afgesproken
Het betoog van de remainers kenmerkt zich doordat er zelden een woord wordt gewijd aan de huidige stand van zaken in de EU. In de afgezaagde analyses van de postkoloniale Engelse ziel waarmee columnisten als Fintan O’Toole de linkse media volschrijven, zul je zelden ook maar enige verwijzing aantreffen naar de duistere krachten die de Europese politiek op dit moment beheersen. Frankrijk is in de greep van rellende ‘gele hesjes’, waarvan een flink aantal de verfoeilijke vooroordelen aanhangt die ertoe leidden dat de joodse filosoof Alain Finkielkraut, nota bene een van hun eerste medestanders, in Parijs door leden van die beweging werd uitgescholden.
Dankzij Alternative für Deutschland zitten er voor het eerst sinds 1945 weer nazi’s in de Rijksdag. In Italië nemen erfgenamen van het fascisme deel aan de regering. In Hongarije en Polen worden democratische vrijheden steeds verder ingeperkt, Tsjechië wordt geregeerd door een populistische miljardair die hechte banden heeft met Rusland, en Oostenrijk door een coalitie met een partij waarvan de eerste leider een oud-SS’er was. Zweden heeft grote moeite om de ultranationalistische Zweden-Democraten uit de regering te houden en in Estland is radicaal-rechts bij de laatste verkiezingen in omvang verdubbeld.
En hoewel de herinnering aan de tijd van Franco nog levend is, wint ultrarechts ook zetels bij de regionale verkiezingen in Spanje. In sommige landen (met name Portugal) beginnen linkse partijen op te komen, maar het krachtigste geluid komt van linkse nationalisten als Die Linke van Sahra Wagenknecht in Duitsland en La France insoumise van Jean-Luc Mélenchon – die kritisch staan tegenover de EU en vrij verkeer van mensen – of van de ultralinkse Groenen. Centrum-rechtse partijen volgen radicaal-rechts, dat na de verkiezingen in mei waarschijnlijk een belangrijke factor wordt in het Europees Parlement, en centrum-links is op sterven na dood. En toch blijft de gedachte aan een verenigd liberaal Europa rondwaren, als de vale geestverschijning van een verdwenen toekomst.
Als er al aandacht wordt geschonken aan de onrust in Europa, is het hooguit om erop te hameren dat een ander Europa mogelijk is. Het Europa dat feitelijk bestaat – een wankel neoliberaal bouwsel waarin zich een brede verschuiving richting autoritair nationalisme voltrekt – wordt afgedaan als een tijdelijke anomalie. Terwijl alle dominante trends toch wijzen op een verdere verdieping van de crisis. Als Europa niet wakker wordt, zo waarschuwt de felle Brexit-tegenstander George Soros, ‘zal het de EU net zo vergaan als de Sovjet-Unie in 1991’. Sommigen vinden dat Groot-Brittannië in de EU moet blijven om samen met andere landen Europa te redden. Maar de EU heeft het afgelopen decennium geen enkele bereidheid getoond om ook maar enige fundamentele hervorming te overwegen.
Griekenland gaat gebukt onder een economische depressie die nog een generatie zal duren, omdat de EU het land niet tijdelijk van het juk van de euro wilde verlossen en in plaats daarvan de kosten van het redden van Europese banken afwentelde op mensen die tot de armste inwoners van het continent behoren. De EU blijft Italië dwingen tot bezuinigingen, hoewel de economie van dat land al decennia geen groei meer vertoont.
Emmanuel Macron blijft in recente uitlatingen volhouden dat de enige oplossing voor de Europese crisis ‘meer Europa’ is, dus meer centralisatie van het soort dat juist tot de populistische reactie heeft geleid. Gezien die feiten kan in de EU blijven minstens even risicovol zijn als uittreden. Maar feiten zijn niet wat über-remainers willen horen. De fantasie van een ander Europa dat in het verschiet ligt, stelt ze in staat de ogen te sluiten voor de pijnlijke waarheid dat het Europese project iets van het verleden is.
Het probleem met rationalisme in de politiek is dat het steevast de politieke realiteit ontkent. Neem de verontwaardiging rond Jeremy Corbyns aanhoudende vaagheid over een tweede referendum. Het is helemaal niet vreemd dat hij zich daarover op de vlakte houdt. Nog afgezien van het feit dat zijn eigen euroscepsis welbekend is, is die vaagheid voor Labour een goede electorale strategie geweest. In de verkiezingen van 2017 wist de partij met de belofte om recht te doen aan de referendumuitslag de arbeiders aan boord te houden die voor de Brexit hadden gestemd, en tegelijkertijd hele horden hoogopgeleide jonge mensen uit de middenklasse te laten denken dat de partij in de EU wil blijven. Commentatoren hebben dit allang herkend als een oefening in wat de Russen vranyo noemen: het opdissen van leugens die niemand kan geloven. Maar in dit geval waren grote aantallen kiezers, louter op basis van een op het laatste partijcongres aangenomen procedurele motie, maar al te bereid om de leugen te slikken.
De gedachte aan een verenigd liberaal Europa blijft rondwaren, als de vale geestverschijning van een verdwenen toekomst
Onder druk van John McDonnell, Tom Watson en Keir Starmer heeft Corbyn zich min of meer aan een tweede referendum gecommitteerd. Maar dat doet hij in de wetenschap dat de kans daarop heel klein is. Hij behoudt de vrijheid om te bepalen waarover zo’n referendum zou moeten gaan – dat kan bijvoorbeeld over een variant van Mays akkoord zijn – en zo’n referendum hoeft er niet te komen als het parlement instemt met uittreding op voorwaarden die voor Labour acceptabel zijn. Ook die belofte van een tweede referendum is voor Corbyn weer een oefening in vranyo, ditmaal om te voorkomen dat er nog meer parlementsleden opstappen, maar wederom wordt die schijnvertoning door tal van kiezers voor zoete koek geslikt.
Corbyns Brexit-dilemma blijft onveranderd. Labour kan natuurlijk zijn traditionele aanhang bij het oud vuil zetten, zichzelf herpositioneren als een partij van verheven kleinburgerlijk eigenbelang en zich ondubbelzinnig uitspreken tegen een Brexit. Maar dat zou weleens op een electorale ramp kunnen uitdraaien. Hoewel dat tweede referendum er misschien helemaal nooit komt, is alleen al de suggestie dat Corbyn het niet afwijst schadelijk voor zijn kansen in alle kiesdistricten van Labour waar een meerderheid voor Brexit heeft gestemd (dat was in ruwweg tweederde van die districten het geval). Wat de Brexit betreft, kan Corbyn het simpelweg nooit helemaal goed doen. Het valt voor hem te hopen dat hij in ieder geval over voldoende Brits gevoel voor humor beschikt om de ironie van zijn situatie te kunnen waarderen.
Anders dan velen denken is een tweede referendum, voor zover dat ooit een mogelijkheid is geweest, nu echt een gepasseerd station. De EU-leiders in Brussel zien dat scherper dan hun acolieten in Engeland en hebben zich er allang bij neergelegd. Sabine Weyand, de rechterhand van EU-onderhandelaar Barnier, zei op 11 februari in Berlijn: ‘De kans dat de Brexit wordt teruggedraaid is nihil. De enige optie is het mogelijk maken van een ordelijk vertrek.’
Een zogenaamd ‘Final Say’-referendum zou de politieke crisis in Groot-Brittannië alleen maar vergroten. De impasse zou alleen worden doorbroken als dat een overtuigende meerderheid oplevert voor een afgetekend andere uitslag dan die van het eerste referendum. Maar als het referendum zo wordt geformuleerd dat het de optie van een harde Brexit uitsluit, zoals Keir Starmer en anderen willen, beroof je in feite miljoenen Brexit-kiezers van hun stem, terwijl velen van hen vinden dat een harde Brexit nu de enige echte Brexit is die ons nog resteert. Een referendum dat een groot deel van het electoraat buitenspel zet, zou alle legitimiteit ontberen en zou de kloof tussen vertegenwoordigende en directe democratie groter maken dan ooit.
Kern van het falen
Daar ligt dan ook de kern van het falen van de heersende klasse. Die heeft niet begrepen dat het referendum van 2016 de politiek voorgoed heeft veranderd. De Lagerhuisleden stemden met een overweldigende meerderheid voor het in werking stellen van artikel 50. De meesten gingen daarna de verkiezingen in met de belofte dat ze de referendumuitslag zouden uitvoeren. Tegelijkertijd hebben velen niet erkend dat het referendum een vraag opwierp waarop meer dan één redelijk antwoord mogelijk was, en al snel begonnen ze te zeggen dat hun eerdere beloften niet langer relevant waren. Maar de logica der gebeurtenissen is krachtiger dan die van welke redenering ook, en zo werd de politiek de gevangene van haar eigen geschiedenis.
De wens om de geschiedenis ongedaan te maken is de vader van de gedachte dat horden ‘gematigde’ kiezers snakken naar een partij die weer de centrumposities van twintig jaar geleden inneemt. In werkelijkheid hangen veel kiezers combinaties van standpunten aan die geen enkele ‘redelijke’ politicus ooit zou uitdragen: bijvoorbeeld de nationalisering van nutsbedrijven en andere openbare voorzieningen, plus sterke immigratiebeperking om de lonen te beschermen, plus hard optreden tegen misdaad. Het gebrek aan een partij die op zo’n manier linkse en rechtse standpunten verenigt, is het eigenlijke zwarte gat in de Britse politiek.
TIG heeft aanzienlijke politieke impact gehad door Corbyn in ieder geval tot schijnbare duidelijkheid over een referendum te dwingen. Samen met Ian Austin, die bij Labour opstapte zonder zich bij de splinterfractie aan te sluiten, hebben deze dissidenten de normalisering van antisemitisme binnen de partij aan de kaak gesteld. Of TIG als politieke partij ook toekomst heeft, is twijfelachtiger. Als ze met achterhaalde ideeën worden vereenzelvigd, zal dat alleen maar onderstrepen hoe weinig ze hebben geleerd. Er zijn niet veel kiezers die terugverlangen naar het tijdperk van bezuinigingen, terwijl op de persconferentie over de afsplitsing van de drie Conservatieven dat verlangen toch doorklonk in de woorden van Anna Soubry, toen zij een lans brak voor het oude begrotingsbeleid van George Osborne. Wat grote groepen kiezers willen, is niet de zoveelste dosis marktliberalisme, maar krachtdadig overheidsingrijpen ter bevordering van het individueel en collectief welzijn.
De gedachte dat het Verenigd Koninkrijk wel gewoon handel kan blijven drijven op basis van WTO-regels, is van een roekeloze lichtzinnigheid
Je ziet wel kleine aanzetten daartoe in Blue Labour en sommige beleidspunten van Michael Gove, maar er zijn nog geen tekenen zichtbaar van een brede verandering in het denken. De pogingen van Mike Gapes, woordvoerder van TIG voor buitenland en defensie, om de Irakoorlog goed te praten, illustreert hoezeer deze groep in het verleden blijft hangen. Dat spreekt ook uit de wens de Brexit ongedaan te maken middels een tweede referendum. De op sterven na dode Liberaal-Democraten van Vince Cable zouden een duidelijke waarschuwing moeten zijn voor elke partij die zich op deze wijze wil profileren.
Er is veel geschreven over de gevaren van een wanordelijke harde Brexit, en niet alleen in de vorm van apocalyptische bangmakerij. Om te beginnen zouden zich onder meer problemen voordoen bij de certificering van voedsel en medicijnen. Verder zou de aanvoer van goederen een tijdlang ernstig verstoord raken. De omvang van die problemen had verminderd kunnen worden door al vóór het referendum een begin te maken met de voorbereidingen. Dat werd ook gedaan bij het referendum van 1975 over toetreding tot wat toen nog de Europese Gemeenschap heette. Maar die noodzaak werd nu weggewuifd. Het volslagen gebrek aan voorbereiding is, net als het referendum zelf, een erfenis van de bestuurlijke brille van David Cameron.
De gevolgen op de middellange termijn zijn moeilijk in te schatten. In een hypothetisch doemscenario kan het Verenigd Koninkrijk uiteindelijk te maken krijgen met torenhoge werkloosheid, zo hoog als in sommige landen in de eurozone. Het echte gevaar is vooral politiek. De gedachte dat het Verenigd Koninkrijk wel gewoon handel kan blijven drijven op basis van WTO-regels, is van een roekeloze lichtzinnigheid. Met Trump in het Witte Huis kan de WTO weleens totaal uitgerangeerd worden, wellicht al in de heel nabije toekomst. Ultra-brexiteers beseffen niet dat de aan regels gebonden internationale orde waarop ze zich beroepen, bijzonder kwetsbaar is geworden. In deze situatie zou een harde Brexit een bestuurlijke blunder van catastrofaal formaat zijn.
Volgens velen vormt de Brexit ook een bedreiging voor de eenheid van het Verenigd Koninkrijk: de kans op Ierse eenwording en op een tweede referendum over Schotse onafhankelijkheid zou erdoor worden vergroot. Maar het tegendeel is eerder het geval. Het is moeilijk voorstelbaar dat de Schotse kiezer verlangt naar een harde grens iets ten noorden van Berwick-upon-Tweed. En als het Verenigd Koninkrijk de EU eenmaal heeft verlaten, wordt het helemaal een heikele vraag welke munt Schotland dan moet omarmen – in 2014 was dit al een van de kwesties waarop de SNP het referendum over onafhankelijkheid verloor. Er is wel gerede kans dat het Goedevrijdagakkoord in Ierland onder druk komt te staan. Maar dat gevaar is nog veel groter als er een harde Brexit komt en de EU in Ierland een harde grens instelt. En zelfs dan zit Ierse eenwording er voorlopig niet in. Als de status van Noord-Ierland al ergens door wordt bedreigd, dan vooral door de langzame demografische ontwikkeling die daar tot een katholieke meerderheid zal leiden.
Echt Europees
Maar een uittreding zonder akkoord zou wel degelijk zeer ontwrichtend zijn. Het hele Britse partijlandschap zou met grof geweld worden herschikt. Veel mensen gaan er klakkeloos van uit dat de Tories dan decennialang buitenspel komen te staan, maar dat valt nog te bezien. Eerder zal de partij dan een populistische beweging worden onder aanvoering van Boris Johnson, die wel wat weg heeft van Beppe Grillo, de komiek en medeoprichter van de Italiaanse Vijfsterrenbeweging. En Labour zou uiteenvallen in een radicaal-links partijkader en een massa gematigde en in grote verwarring verkerende leden. Verschillende vormen van populisme krijgen dan de politieke overhand, het centrum wordt stuurloos en krachteloos. Dan is de Britse politiek eindelijk echt Europees.
Voor de EU kunnen de gevolgen nog veel groter zijn. Met zeggenschap over de munt en de eigen bestedingen zou Groot-Brittannië door middel van monetaire expansie en agressieve fiscale prikkels de economische schok nog kunnen dempen. De landen in de eurozone zitten gevangen in een starre muntunie en beperkende begrotingsregels, en kunnen dat dus niet. De opmars van radicaal-rechts zou bijna onvermijdelijk aan vaart winnen.
Niet alleen een harde Brexit zou de EU kunnen ontwrichten. Een nieuwe financiële crisis zou de nekslag voor de euro kunnen betekenen. Über-remainers die zich binnen de EU veilig wanen, staan buiten de werkelijkheid. Dat hebben ze gemeen met de gevestigde politieke orde in ieder westers land. Het onvermogen om het heden te begrijpen, is niet typisch Brits. Overal sluiten liberale elites de ogen voor de gestage afbrokkeling van de wereldorde sinds het einde van de Koude Oorlog. Allemaal gaan ze ervan uit dat de opkomst van autoritaire regeringen een anomalie is die uiteindelijk zal worden gevolgd door een terugkeer naar de normale, liberale stand van zaken.
Keynes
Maar juist die liberale orde is de historische anomalie, zoals John Maynard Keynes al opmerkte in zijn voortreffelijke persoonlijke essay My Early Beliefs uit 1938. Daarin vertelt hij zijn publiek van Londense intellectuelen dat hij met enige spot terugkijkt op het geloof in de menselijke rede dat hij, met veel van zijn generatiegenoten op Cambridge, in de jaren voor de Eerste Wereldoorlog had gehuldigd. ‘Dat pseudorationele mensbeeld was nogal dunnetjes, had een zekere oppervlakkigheid, niet alleen in verstandelijk maar ook in emotioneel opzicht’, schrijft Keynes. ‘De rationaliteit die de mens werd toegedicht lijkt mij niet langer een verrijking, maar eerder een verarming van ons mensbeeld.’
Keynes had zijn jeugdige geloof in de mens als rationeel wezen afgezworen, toen hij Europa na de mislukte vredesconferentie van Versailles in 1919 weer had zien afglijden in chaos en barbarij. Om de beschaving nog enigszins in stand te houden, is vandaag de dag een onvervaard realistische blik vereist op de dominante krachten in de huidige politiek – geen blind geloof in falende liberale utopieën.
De Britse politiek maakt dezelfde fout als die waarop Keynes zo meewarig terugkeek in zijn eigen leven. Ze heeft geen oog voor enkele van de krachtigste behoeften van de mens. Als een meerderheid in Sunderland achter de Brexit blijft staan, ook al komt daardoor de uitbreiding van Nissans activiteiten in hun regio in gevaar, dan moeten die kiezers wel dom en onredelijk zijn. De mogelijkheid dat zij en miljoenen anderen meer waarde hechten aan andere zaken dan louter economisch gewin, wordt niet eens overwogen. Als Brexit-aanhangers steevast ieder respect wordt onthouden, kan Groot-Brittannië alleen maar ten prooi vallen aan het gevaarlijke populisme dat overal op het Europese continent gestaag oprukt.
Na de afwijzing van Mays uittredingsakkoord op 12 maart is de keuze voor een zachtere Brexit een plausibel scenario geworden. Een relatie met de EU naar Noors model zou in het Lagerhuis weleens een meerderheid kunnen krijgen. Dat is op dit moment misschien het redelijkste alternatief. Het akkoord van May werd verworpen, omdat het vooral een scheidingsregeling was die draconische deadlines stelde aan de toekomstige onderhandelingen. Een variant op de Noorse optie biedt mogelijk meer flexibiliteit. Maar het is niet wat de meerderheid van de kiezers wilde of verwachtte, toen zij in 2016 voor uittreding uit de EU stemde. In de afzienbare toekomst zal Groot-Brittannië derhalve met een versplinterd parlement en zwakke regeringen blijven kampen.
Aan het eind van zijn essay vergeleek de van zijn rationalistische geloof gevallen Keynes zijn eigen generatie met ‘waterspinnen die, zo licht en redelijk als lucht, elegant over het wateroppervlak scheren, zonder ooit iets te voelen van de draaikolken en stromingen die daaronder woelen’. Tegenwoordig scheert er weer een nieuwe generatie waterspinnen over het water, en het kan niet lang meer duren voordat duidelijk wordt waar de onderstroom ons heen voert.
Auteur: John Gray
New Statesman
Verenigd Koninkrijk | weekblad |
oplage 34.025
Sinds 1913 hét tijdschrift voor de Britse linkse intelligentsia. Bekend om zijn diepteanalyses en stevige maatschappijkritiek. In de columns en andere opiniërende stukken stelt het blad zich ook open voor andere dan linkse geluiden.

