ANP 530735809 1 2 1 scaled


Tijdens het Glastonbury Festival riepen de muziekduo’s Bob Vylan en Kneecap controversiële leuzen over het Israëlisch leger, wat leidde tot felle reacties, strafrechtelijk onderzoek en een afgelaste tour. Is deze verontwaardiging terecht?

Nee: ‘Deze muzikanten worden voor de rechter gesleept, terwijl politici die genocide faciliteren vrijuit gaan’

In een recente column in The Guardian uit Owen Jones zijn diepe verontwaardiging over de reactie van de Britse samenleving op de desbetreffende optredens tijdens het Glastonbury festival. Hij stelt dat de opschudding rond artiesten die zich uitspreken tegen de genocide in Palestina, zoals Bob Vylan en Kneecap, veel groter is dan de aandacht voor de genocide zelf.

Jones illustreert zijn punt door twee recente gebeurtenissen tegenover elkaar te zetten. Op Glastonbury scandeerde Bobby Vylan, frontman van het rap-punkduo Bob Vylan, de woorden ‘dood, dood aan de IDF’, verwijzend naar de Israel Defense Forces. Het publiek scandeerde mee en het optreden werd live uitgezonden door de BBC. Een dag eerder werd door de Israëlische krant Haaretz gemeld dat Israëlische soldaten het bevel hadden gekregen om te schieten op ongewapende Palestijnen die in de rij stonden voor noodhulp. Hierbij kwamen ongeveer zeshonderd Palestijnen, waaronder kinderen, om het leven.

‘Vijf woorden aan de ene kant. Zeshonderd doden aan de andere kant. Welk verhaal domineert de voorpagina’s van Britse kranten, voert de nieuwsbulletins aan en wordt door de premier als een schande veroordeeld?’ Het antwoord, zo stelt hij, zijn die vijf woorden. ‘Hoe moreel verdwaald is een samenleving waarin een leus tegen een genocidaal buitenlands leger een politieke- en mediastorm veroorzaakt, maar de opzettelijk uitgehongerde, ongewapende mensen die op bevel van de IDF worden neergeschoten, dat niet doen?’

‘Een leger dat genocide pleegt, heeft zijn recht van bestaan verspeeld’

Volgens Jones richten we onze woede bovendien op de verkeerde woorden. ‘Kijk naar de genocidale verklaringen die trots worden afgelegd door Israëlische politici,’ zoals de Israëlische minister van Financiën die in mei verklaarde dat Gaza ‘volledig zal worden vernietigd’. Ook verwijst hij naar de eis van de Israëlische minister van Nationale Veiligheid, Itamar Ben-Gvir, van dit weekend om een permanent einde te maken aan alle hulp aan Gaza. ‘Faciliteerders van genocide worden gepresenteerd als moreel integere moderaten, terwijl tegenstanders van genocide worden bestempeld als haatdragende, gevaarlijke extremisten’, schrijft hij.

De hypocrisie wordt verder onderstreept door het nieuws dat de politie van Avon en Somerset een strafrechtelijk onderzoek heeft ingesteld naar de Glastonbury-optredens van Bob Vylan en Kneecap. Jones merkt cynisch op: ‘Welkom in Groot-Brittannië in 2025, waar muzikanten die zich uitspreken tegen genocide voor de rechter worden gesleept, terwijl politici die genocide faciliteren vrijuit gaan.’

Bobby Vylan heeft inmiddels een verklaring afgelegd waarin hij benadrukt tegen de dood van Joden, Arabieren of enige andere groep mensen te zijn. Hij verduidelijkte ook dat ‘dood aan de IDF’ staat voor ‘de ontmanteling van een gewelddadige militaire machine’. Jones onderschrijft dit standpunt ten volle: ‘Amen: de IDF moet worden ontmanteld. Een leger dat genocide pleegt, heeft zijn recht van bestaan verspeeld.’ Het zou volgens hem moeten worden vervangen door een troepenmacht die in staat is de veiligheid te beschermen van ‘alle mensen die tussen de rivier en de zee wonen, ongeacht hun etniciteit of religie’.

Jones analyseert dat de leus van Vylan voortkwam uit de ‘afkeer van misdaden tegen de menselijkheid’. Hij waarschuwt: ‘Uiteindelijk is de misdaad tegen Gaza te obsceen en te goed gedocumenteerd om ermee weg te komen.’

Owen Jones is columnist bij The Guardian en auteur van Chavs: The Demonisation of the Working Class and The Establishment – And How They Get Away With It


Ja: ‘Hoe gepassioneerd je ook bent over Gaza – je móét toch zien dat er hier iets gruwelijk mis ging’

Na vijf betoverende dagen op Glastonbury keerde journalist Hugo Rifkind terug naar de realiteit. In plaats van enkel herinneringen aan muziek en feest, las hij dat hij aanwezig zou zijn geweest bij een ‘demonische haatbijeenkomst’, schrijft hij in The Times.

De aanleiding voor de verontwaardiging in de media was een optreden van de punkband Bob Vylan, waarin werd geschreeuwd: ‘Dood, dood aan de IDF.’ Rifkind laat er geen twijfel over bestaan: zulke uitlatingen zijn volgens hem antisemitisch. Zelfs in gevallen waar kritiek op militaire acties gerechtvaardigd is, blijft het toejuichen van de dood van een hele militaire entiteit een morele grens overschrijden. ‘Zelfs “dood aan IS” zou voor velen een brug te ver zijn,’ merkt hij op.

Volgens Rifkind was het festival in zijn geheel absoluut geen ‘haatbijeenkomst’. Voor de meeste mensen op het festival hadden de optredens van Kneecap en Bob Vylan immers weinig impact. ‘Het festival beslaat een uitgestrekt terrein met een tijdelijke bevolking ter grootte van Oxford.’

Maar toch zijn de dingen die op televisie werden uitgezonden echt gebeurd. Nu de carrièreplannen van de betreffende artiesten in duigen liggen – ze zijn gedropt door hun management en hun Amerikaanse tour is geannuleerd – klinken de bandleden verbaasd. ‘Online beweerde Vylan dat hij geïnspireerd was door de campagne van zijn dochter voor betere schoolmaaltijden (meer groenten eten, de IDF doden, allemaal hetzelfde, toch?) en zei hij dat hij nu werd gestraft, simpelweg omdat hij zich uitsprak tegen Israël.’ Kneecap – waarvan één lid is aangeklaagd wegens het zwaaien met een Hezbollah-vlag tijdens een optreden – zegt hetzelfde.

‘Ik kan wel proberen het Joodse leven in Groot-Brittannië draaglijk te houden. Dus dat doe ik’

Lariekoek, stelt Rifkind. ‘Beroemdheden spreken zich voortdurend uit over Israël. Rod Stewart deed het vorige week nog, zonder enige ophef. De vraag is hoe je je erover uitspreekt.’

Nu het dodental in Gaza alle verwachtingen blijft overtreffen, en Israël steeds onverschilliger wordt, groeit het aantal mensen dat elke discussie over antisemitisme met minachting bejegent. ‘Dat begrijp ik. Maar niets wat ik schrijf zal een bom tegenhouden, afgeworpen door de IDF. Ik kan wel proberen het Joodse leven in Groot-Brittannië draaglijk te houden. Dus dat doe ik – ook al voelt het soms als plassen tegen de Glastonbury-wind in.’

Dronken en losgeslagen of niet, Rifkind vindt het vreselijk dat ‘het grootste feest van Groot-Brittannië eindigde in een doodsmantra’. Joden zullen nog altijd veilig zijn op Glastonbury, gelooft hij. ‘Maar zou je je er helemaal op je gemak voelen? Ik denk het niet.’

Dit had volgens Rifkind niet mogen gebeuren. ‘Hoe gepassioneerd je ook bent over Gaza, en hoezeer je de IDF ook bent gaan verafschuwen – je móét toch zien dat er hier iets gruwelijk mis ging.’ 

Hugo Rifkind is columnist, recensent en redacteur bij The Times. Daarnaast presenteert hij op zaterdagochtend een radioprogramma op Times Radio en won hij meerdere journalistieke prijzen.


Deel dit artikel


Recent verschenen