gnomon


Het oevre van de gelauwerde Britse auteur Jeanette Winterson kenmerkt zich door een bezwerende manier van schrijven, vurige woorden, korte zinnen.

De Abdij had een clocca die werd geluid om de monniken op te roepen voor hun officie van zang en gebed. De klok kon in het stadje en op de velden worden gehoord, en het was genoeg om te weten dat het Metten, Lauden, Priem of Vespers was.De clocca was een waterklok. Hij had geen wijzerplaat, geen wijzers. Hij was van raderen, ijzer, gewichten en water. Stephen, de beste smid, repareerde de klok, en soms vond hij het leuk om te proberen hem te verbeteren. De Abt moedigde hem aan, en toen hij op een ochtend zag dat Stephen een nieuw rad bevestigde, liet hij hem een tekening zien die een reiziger aan de Abdij had geschonken van een klok met een ronde wijzerplaat, zoals de zon, en een wijzer die het uur kon aanwijzen zonder dat daarvoor de zon nodig was.Zou jij, Stephen, een uurwerk kunnen maken dat de tijd beter aangeeft dan een klok die wordt geluid? Beter dan een zandloper waarin de zandkorrels verglijden? Geen brandende ingekerfde kaars. Kun je me de tijd laten zien terwijl die voorbijgaat?Stephen zei: Tijd is onregelmatig. Het ene uur heeft niet dezelfde lengte als het andere. De equinox is maar twee keer per jaar. Twee dagen waarop de donkere tijd en de lichte tijd dezelfde tijd is. Op die dag is de Metten anderhalve zandloper eerder dan op midwinter en tweeënhalve zandloper later dan op midzomer.De Abt antwoordde: We verdelen onze velden met heggen. We meten en markeren het land. We tekenen kaarten. We tellen onze dagen. We navigeren op de sterren die langs het hemelgewelf gaan. We nemen de seizoenen waar. De Benedictijnen verdelen de 24 uren van een complete dag en nacht in acht getijden – en luiden de klok voor zeven van deze getijden: de Lauden, de Priem, de Terts, de Sext, de None, de Vespers, de Completen. Maar als we elk uur konden meten en verdelen, het nogmaals konden meten in minuten en weer verdelen – met een grondtal van zestig zoals de Arabieren doen – dan zouden we God kennen. Want God is eeuwigheid, en de Tijd is wat Hij ons heeft gegeven.

God

Stephen ging naar huis, nam een halfverkoolde stok uit het vuur en tekende op de muur een cirkel. Hij verdeelde en onderverdeelde de cirkel tot deze op een wiel met spaken leek. De tekening beviel hem. Stel dat hij zou bewegen? Wat had de Abt gezegd over God de Primum Mobile? God is de Eerste Beweger. Alles beweegt rond God. De planeten en de sterren bewegen rond God in een trage omgang van Tijd. Laura kwam binnen met brood en kaas en bier en een in appelen gestoofd konijn. Stephen lachte. Hij kon zich geen tijd herinneren waarin hij haar niet kende. Ze keek naar zijn tekening. Hij probeerde uit te leggen wat hij deed. En later in het zachte donker lag ze op zijn borst; Stephen, waarom is het nodig om het door God gegeven uur te splitsen in helften, in kwarten, in minuten, in seconden, in tikken, in tokken, in tellers en tellen, in slagen die het hart verslaan? Geef me je hand, Stephen, hier, leg hem hier, plat tegen mijn borst aan de linkerkant.En hier is mijn hand op jouw borst, waar ik mijn hoofd leg en luister naar de regelmatige tred waarmee je door de nacht naar de morgen gaat, weer een dag. We worden levend wakker, we gaan aan het werk, we maken vuur, we koken, we rusten, jij trekt je nachthemd uit als je me wilt en je hart bonst zo snel dat we beiden ontsnappen aan de Tijd en ons laten inhalen als we slapen.Ik ben met je getrouwd voor zolang we beiden leven. Dat is genoeg tijd.
Maar Stephen begon te werken aan de klok, en die werd in het stadje al snel het onderwerp van gesprek. En de rijke mannen en de kooplieden begrepen dat wanneer de tijd kon worden geteld, de tijd kon worden verkocht. Wees niet bang, Stephen, zei de Abt. De aarde is slechts een voorpost van de Tijd.

Maar Stephen is wel bang. Er wordt gemopperd. De mensen in het stadje willen de klok niet. Ze weten dat het ene uur niet hetzelfde is als het andere, dat de dag variatie kent en niet in gelijke stukken kan worden verdeeld. Ze weten dat als je moe bent, of ziek, of geknakt van geest, het uur eindeloos lang duurt. Ze weten dat liefde de ploeg sneller doet gaan en dat een man op het veld zijn lichaam tegen de Tijd zal inzetten omwille van tijd met de vrouw wier gezicht voor hem als de zon is.

Ze houden van de klokken die luiden als de dag voorbij is, van het doordringende ervan, de gretigheid ervan, en van het eenvoudige gegeven dat de tijd voorbijgaat. Maar ook de uren slaan, en de halve uren, en de kwarturen? En elk uur in zestig delen? En elke minuut in zestig? Schandalig. Krankzinnig. Mechanische tijd.
En dus kwamen ze Stephen halen. De takel van de graanzolder van het gildehuis werd naar beneden gelaten. Ze maakten Stephen stevig vast. Hij verzette zich niet.Hijs hem omhoog. Rustig! Rustig. Hijs hem omhoog!Stephen voelde het touw onder zijn armen knellen toen zes mannen, drie aan elke kant, hand over hand aan het touw sloegen; hun spierbundels zwoegden en hun bovenbenen spanden zich door het toenemende gewicht van Stephen die ze tegen de zuidmuur van het gildehuis ophesen. Hij was duizelig en bang. Ze hadden hem eerst bier gegeven maar geen eten en hij was licht in zijn hoofd. Hij wilde urineren.Zwaai hem erin!Een houten steiger reikte tot zes meter boven de grond. De twee mannen die erop stonden te wachten grepen Stephen vast toen hij op hun hoogte kwam. Ze haakten hem vast, zetten zijn voeten op de brede metalen pinnen die diep in de muur gemetseld waren. Diep in de muur aan de onderkant van de zonnewijzer.

Ketting

Aan weerszijden van de vurige zon die het midden van de zonnewijzer verfraaide waren twee grote, metalen D-ringen bevestigd, met daartussen de spanwijdte van een mens. Stephen werd in de ruimte tussen de D-ringen geduwd, daarna werd de ketting om zijn borst vastgemaakt en ook aan een haak achter hem bevestigd, ongeveer ter hoogte van zijn hoofd.Al die tijd was Stephen zich bewust van de lichamen en de slechte adem van de mannen terwijl ze hem in de juiste positie manoeuvreerden. Ze waren bijna klaar. Een van de mannen, een brouwer genaamd Robert, die Stephen goed kende, haalde een doek uit zijn tuniek en drukte die in Stephens hand zodat hij zijn gezicht kon afvegen. Toen gaf Robert hem te drinken uit een leren fles.De mannen deden een stap naar achteren. Stephen werd strak rechtop gehouden. De andere man, die Stephen niet kende, maakte de bovenste ketting los. Stephen stortte naar beneden. Hij gilde, zijn handen klauwden naar de lucht. Maar de ketting hield hem tegen en werd strakgespannen door zijn gewicht. Aan het einde van de ketting hing Stephen loodrecht ten opzicht van de plaat van de zonnewijzer alsof hij het boegbeeld was van een schip dat naar zee ploegde. En het voelde alsof hij op zee was, zonder vaste grond, met alleen zijn lichaam hoog in de golvende lucht.
Zijn lichaam wierp een schaduw waaraan de menigte die zich beneden had verzameld kon zien dat het nog geen middag was.De mannen klommen voorzichtig van de steiger en rolden die weg op de ijzeren wielen. De steiger werd gebruikt voor het onderhoud van de kerk, van het gildehuis, van de markthal, van daken en van schoorstenen, en van de zonnewijzer die de uren aanwees.Waar wil je dit hebben? vroeg de man die Robert heette. Ze hadden de gnomon verwijderd. De simpele ijzeren stut en staaf hadden goed dienst gedaan als de schaduw van de zon. Stephen had hem zelf twintig jaar geleden gemaakt. Maar nu was Stephen de gnomon, hij zweefde in de tijd, totdat het door de tijd met hem gedaan zou zijn. Stephen neemt elke ochtend de trein van 7:17. Hij komt tussen 8:10 en 8:30 aan op zijn werk. Hij verlaat zijn werk rond 18:00 uur en op de terugweg gaat hij naar de sportschool. Op de sportschool is het spitsuur en kan hij maar twintig minuten op de loopband. Hij rent, naar nergens, of fietst tien kilometer om buiten adem en zwetend aan te komen waar hij was begonnen, in een lange rij van andere mannen en vrouwen in hun eigen koptelefoonwereld.In de pub is het Happy Hour en kan hij twee glazen bier nemen voor de prijs van één. Is het de rest van de tijd Unhappy Hour? Hij vindt van wel; een lange, uitgestrekte, onveranderlijke dag met een onderverdeling die zinloos is omdat hij altijd dezelfde dingen doet. Wat maakt het uit of het 9:09 of 16:32 uur is? Hij zit altijd achter zijn scherm. Een klok die alleen ’s ochtends en ’s avonds luidt zou voldoende zijn. Hij luncht toch altijd achter zijn bureau.Stephen is gespecialiseerd in tijdmanagement. Hij helpt bedrijven efficiënter te worden, productiever. ‘Elke oplossing is anders’, staat op de website, maar Stephen weet uit ervaring dat alle oplossingen hetzelfde zijn: minder mensen die meer werk doen voor hetzelfde loon. Daar wordt een bedrijf efficiënter van. En alle anderen leven binnen die ene tijdspanne van het Unhappy Hour.

Geduldige tijd

Stephen stuurt zijn laatste mailtjes de avond in, zodat iemand anders langer moet doorwerken dan hij. Maar er wappert al een rode vlag in zijn inbox. Dringend. Wat is er zo dringend aan factoreren? Cashflow. Ja. Bedrijven zijn afhankelijk van de cashflow. Een ziekenauto flitst buiten op straat langs zijn raam, en dwingt het spitsverkeer de stoep op. Iemand heeft bijna geen tijd meer.Een man draait zijn autoraampje omlaag. Zijn gezicht staat boos en verslagen. Als de ziekenauto langs hem scheurt, geeft hij een ruk aan het stuur en rijdt erachteraan om een paar plaatsjes op te schuiven in de file totdat iemand vlak voor hem invoegt en zijn middelvinger opsteekt.Stephen loopt met zes kilometer per uur langs de rij auto’s. Net zoals het was toen de mensen nog overal naartoe liepen. Of toen de lange, trage aken in de lange, trage kanalen door het brede, bruine water tuften. Misschien keert alles terug naar het gemiddelde.Stephen baant zich een weg over de hem toebedeelde lichaamsgrote strook stoep. Het duurt 14,7 minuten om naar de sportschool te gaan en negen minuten om zich om te kleden. Hij is blij dat hij uit de drukte is.Spitsuur. Wanneer eindigt dat, om 21:00 uur misschien? Behalve op vrijdag, wanneer de mensen de stad uit trekken, als pelgrims op zoek naar de verlichting die nooit komt. Toen hij Laura leerde kennen, nam hij haar mee naar de Yorkshire Dales. Hij liet haar de massieve rotsen uit zijn jeugd zien. Monumentale platen van tijd. Verbeelde IJstijd. De aarde droomt in steen. En hij dacht aan de aarde die om haar as om de zon draaide, zonnejaar na zonnejaar. Immens geduldige tijd. Meteorieten. Sterrenstelsels. Het heelal haast zich van ons af. Wie kan het heelal dat kwalijk nemen?Tegenover die traagheid de snelheid van het licht, dacht Stephen; fantastisch, onmogelijk, Einstein die op een lichtstraal reist en beseft dat de tijd in theorie omkeerbaar is.Maar dat is niet zo, dacht Stephen. Wat voorbij is, is voorbij. Mijn leven is een opheffingsuitverkoop. Alles moet weg. Hij keek op zijn telefoon terwijl hij op de lift wachtte. De mensen stonden altijd op hun telefoon te kijken. Dan snelden ze naar de volgende verdieping, waar ze weer bleven staan en op hun telefoon keken.Ochtend: kakken, douchen, scheren. Telefoon checken. Naar het station lopen. Op de trein stappen. Telefoon checken. Naar kantoor lopen. Voor het scherm zitten en telefoon checken. Lunchpauze. Eten en checken. O hallo, schat, prima, en jij? Ja, ik ook, weet ik, hebben we het later nog over.
Maar dat doen we nooit.Ik ben zo moe als ik thuiskom. Als ik laat ben, heeft Laura al gegeten, en zit ze als ik binnenkom met haar rug naar me toe achter de computer online te shoppen. Beste tijdstip, zegt ze.
Beste tijdstip. Op tijd. Over een tijd.Maar daar is de rode vlag van DRINGEND weer. Cashflow. De rivier van tijd, en ik word meegevoerd, ik ben al bijna op zee. Avond en ochtend. Weer een dag.

Wegtikken

Stephen, zegt de Abt, kijk naar het hemelgewelf. De raderen van God. Dit is een hemels mechaniek. In het boek Prediker staat: Alles heeft zijn uur, alle dingen onder de hemel hebben hun tijd – er is een tijd om geboren te worden en een tijd om te sterven, een tijd om te oogsten en een tijd om te zaaien, een tijd om te lachen en een tijd om van lachen af te zien. Een tijd voor oorlog en een tijd voor vrede. Laura vraagt Stephen wat hij op zijn verjaardag wil doen. Ze gaat die dag vrij nemen. We kunnen gaan brunchen in dat zaakje in de stad. We kunnen een cadeau voor je gaan uitzoeken. We kunnen naar die nieuwe fototentoonstelling gaan. We kunnen afspreken om met Carl en Amy iets te gaan drinken als ze uit hun werk komen. We kunnen naar een voorstelling, of gaan dansen, wat je maar wilt – gewoon iets leuks doen.De dag is zo volgepland, en Stephen is uitgeput. Hij vraagt zich af welk deel van het heden de mensen besteden aan het plannen van de toekomst.Enig idee wat je voor je verjaardag wilt hebben? Zeg nu niet: sokken. (Stephen heeft zijn hele leven nog nooit sokken gevraagd.) Zo moeilijk om een cadeau voor een man te kopen. Maar het is wel je verjaardag.De dag breekt aan en Stephen wordt vroeger wakker dan op een werkdag. Dat is oneerlijk. Laura slaapt nog, dus Stephen loopt zacht naar beneden om thee te zetten. Bij de ketel ligt een cadeau met een kaart ertegenaan. Hij zet ’s ochtends altijd de thee. Hij glimlacht en pakt zijn cadeau uit. Met Kerst heeft ze hem een stappenteller gegeven. In het doosje ligt een nieuw horloge. Het is groot en mooi, met een leren bandje en een zwarte wijzerplaat. Hij heeft zijn bril nodig. Hij pakt hem erbij.De bovenmaatse uurwijzer is een miniatuur-Stephen gekleed in pak. De minutenwijzer is een miniatuur-Stephen in zwembroek. Daar is hij, hij tikt zichzelf voorbij.Ik wist wel dat je dit leuk zou vinden – Laura is wakker geworden en vleit zich als een kat tegen hem aan.Het bedrijf heet My Time. Je kunt jezelf in eindeloos veel soorten klokken en horloges opsluiten, je grijnzende gezicht op de wijzerplaat zetten. Je lichaam de tijd laten wegtikken.

Laura gaat douchen om aan de dag te beginnen. Stephen kleedt zich snel aan, zonder zich te scheren, pakt een flesje water en stapt in de auto. Hij kijkt niet op zijn telefoon. Hij wil niet brunchen, niet naar een voorstelling, niet met vrienden afspreken, niet vijf minuten op Laura liggen pompen. Ze is altijd te moe voor seks, maar soms moet hij het gewoon doen. Dat begrijpt ze. Ze maken er nooit ruzie over. Hij gaat naar een plek die hij kent. Daar is een rivier, en de ruïne van een abdij. Toeristen komen de middeleeuwse overblijfselen bekijken. Er is een verhaal over een man die een klok maakte die werd vernield.

Zoals de Luddieten de mechanische weefgetouwen vernielden – de meedogenloze opkomst van de machine. Maar je kunt de klok niet terugdraaien.

Stephen gaat op een bankje zitten en drinkt wat water. Hij kijkt op zijn telefoon. Zestien gemiste oproepen van Laura. Hoog in de lucht is een gps die precies weet waar hij is. Er is geen ontkomen aan.

Hij kijkt naar zichzelf, opgesloten in het horloge. Is dit wat het betekent om iemand te zijn?

Tijd de vernietiger

Er rijdt een busje voorbij met een tekst op de zijkant: Je bent niet in het verkeer, je bent het verkeer. Dat herinnert Stephen zich uit zijn tijd als waardeloze filosofiestudent. Heidegger: Je bent niet in de tijd, je bent de tijd.

Maar als ik Tijd ben, denkt hij, waarom is er dan nooit genoeg van mij? Misschien dat andere mensen stiekem zijn tijd gebruiken, zoals je ook op iemands wifi kunt inloggen? Misschien werd hij dagelijks gedownload door onbekenden die hun tijdlimiet wilden verhogen? Of was het zoals met bloed doneren en had hij een tijdtransfusie nodig?

Stephen wandelde naar de abdij en las het informatiebord. De andere Stephen was gestorven van de dorst en door een zonnesteek. Prometheus in zijn eigen vuur. Ze hadden zijn lichaam niet losgesneden. Het was weggerot en wierp een schaduw op de grond die elke dag rafeliger werd. Tijd de vernietiger.

‘Wat een barbaren, hè?’ zei iemand die naast hem het bord stond te lezen.

Stephen keek naar zichzelf op zijn horloge, waarop zijn kleine lichaam de wijzerplaat rond rende. Ontsnappen was onmogelijk. Hij was gevangen in een leven van tijd. Zijn telefoon ging weer. Laura. U hebt zeventien gemiste oproepen. Dit bericht is van 9:27.

Hij belde haar. Wachtte tot ze vijf minuten lang had gewat-in-godsnaamd, en vroeg toen: ‘Zullen we een eind gaan wandelen?’ ‘Ik heb de hele dag voor je georganiseerd!’ ‘Dat weet ik.’ ‘Wat is er aan de hand, Stephen? Is er iets?’

Maar ze komt naar hem toe. En hij pakt haar bij de hand. En het verdriet in hem is zo diep dat ze denkt dat ze zal verdrinken. Ze wil tegen hem zeggen dat ze op tijd terug moeten zijn voor… maar dat doet ze niet en ze wandelen, aanvankelijk ongemakkelijk, maar dan met gelijke tred, en de zon gaat met ze mee, en deze dag is – eindelijk – weer van hen.

Jeanette Winterson

Jeanette Winterson werd bekend met een overrompelend debuut, Oranges Are Not the Only Fruit,dat in 1985 verscheen. Het boek won de Whitbread Prize voor Beste Debuut en de gelijknamige miniserie kreeg de BAFTA voor Beste Drama.


Voor haar roman The Passion uit 1987 ontving Winterson de John Llewelyn Rhys Memorial Prize en voor Sexing the Cherry (1989) de E.M. Forster Award. In 2006 werd ze voor haar verdiensten voor de literatuur benoemd tot Officer of the British Empire.


De nieuwe roman van Jeanette Winterson, Het gat in de tijd, een hervertelling van Een winteravondsprookje van Shakespeare, verschijnt binnenkort bij uitgeverij Nijgh & Van Ditmar.

(Foto boven Keith Byers/Flickr)


Deel dit artikel


Recent verschenen