Vrij reizen, open grenzen: deze droom van veel Europeanen is met het Verdrag van Schengen 25 jaar geleden werkelijkheid geworden. Maar al tijdens de migratiecrisis voerden verschillende landen opnieuw grenscontroles in en nu verpest ook nog de coronapandemie het jubileumfeest.
Een Zwitserse studente begon. Theatraal liet de 23-jarige Jeanette Luthi uit Bern zich in de armen van de Franse douanier René Reiffel vallen. Afgeleid door de geveinsde flauwte merkten Reiffel en zijn collega’s bij de Duits-Franse grensovergang St. Germanshof niet dat er een groep andere studenten naderbij sloop. De beambten werden opgesloten in hun douanekantoor.
Ook aan Duitse zijde slaagde een groep studenten erin de douaniers te overrompelen. Even later trokken circa driehonderd jonge mensen uit negen Europese landen in autocolonnes en te voet het grensgebied tussen de Elzas en de Palts in. Ze verwijderden de slagbomen en grenspalen, zaagden het hout in stukken en verbrandden het. Vervolgens werd plechtig een toespraak in het Duits, Frans en Engels gehouden: ‘Voor het eerst in de geschiedenis trekken Europeanen niet naar de grens om elkaar te doden, maar om de opheffing van de grenzen te eisen.’
Deze gebeurtenis vond plaats op 6 augustus 1950 en zal niet de laatste in zijn soort zijn geweest. Vijf jaar na de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog was er onder studenten een voorhoede opgestaan die iets ongehoords eiste: een Europees parlement, een Europese regering, een Europa zonder slagbomen.
We zullen de grenzen tussen onze landen afschaffen
Alleen de Raad van Europa bestond op dat moment. De tweede zittingsperiode zou een dag na de vreedzame bestorming van de grens bij St. Germanshof een aanvang nemen. Het op initiatief van Winston Churchill opgerichte forum voor Europese kernvraagstukken had echter weinig gemeen met wat de studenten voor ogen stond. Velen van hen droomden van een Europese federatie, een bondsstaat.
Iemand over wie lange tijd is beweerd dat hij aanwezig was geweest bij de verwijdering van de grenspalen, was Helmut Kohl. De voormalige Duitse bondskanselier ontkende zijn deelname, maar gaf toe dat de actie hem had geïnspireerd. Decennia later, op 20 mei 1984, beloofde Kohl na een ontmoeting met de Franse president François Mitterrand in Saarbrücken daadwerkelijk: ‘We zullen de grenzen tussen onze landen afschaffen.’
Hoewel de toezegging om alle belemmeringen voor het vrije personen-, dienstverlenings- en kapitaalverkeer tussen de lidstaten weg te nemen al in het Verdrag van Rome van 1957 (de basis voor de latere EU) stond, was de persoonlijke inzet van Kohl en Mitterrand doorslaggevend. De twee door de oorlog gevormde staatslieden bezochten samen de oorlogsbegraafplaats van Verdun en zetten hun kaarten op de Duits-Franse verzoening als motor voor de Europese eenwording.
Kowaz
In juli 1984 introduceerden de twee landen groene stickers waarmee automobilisten bij de grens konden aangeven dat ze zich aan de douanevoorschriften hielden. Het grensverkeer werd eenvoudiger, in het Duitse ambtenarenjargon deed het neologisme Kowaz (Kontrolle ohne Wartezeiten [controle zonder wachttijden]) de ronde. Nog datzelfde jaar verklaarden de drie Beneluxlanden, die het experiment nauwlettend hadden gevolgd, dat ze wilden meedoen aan het Duits-Franse verdrag.
En zo stapten op 14 juni 1985 vijf staatssecretarissen uit Luxemburg, België, Nederland, Duitsland en Frankrijk in een klein passagiersschip om het afschaffen van de personencontrole aan hun grenzen te bezegelen. Symbolisch zette de Princesse Marie-Astrid koers naar de plek op de Moezel waar de landsgrenzen in elkaar overliepen. Daarna gingen de vijf diplomaten goedgehumeurd in het Luxemburgse Schengen aan land.
Ze waren wereldgeschiedenis aan het schrijven, grapte destijds een van de ondertekenaars van het zogeheten uitvoeringsverdrag van Schengen, de Luxemburgse staatssecretaris Robert Goebbels. In werkelijkheid kreeg de gebeurtenis aanvankelijk weinig aandacht. Alleen een Franse regionale televisiezender was mee aan boord gegaan. Maar de naam van het kleine wijndorp Schengen zou inderdaad al snel synoniem zijn met vrij reizen en open grenzen en daarmee een van de grootste verworvenheden van politiek Europa worden.
In het verdrag ging het niet alleen om een vereenvoudiging van het reizigersverkeer. Vijf jaar later hadden de landen overeenstemming bereikt over het verbeteren van de samenwerking tussen de politiekorpsen, het opzetten van een gemeenschappelijk informatiesysteem van de veiligheidsdiensten, het afstemmen van het gemeenschappelijke visum- en asielbeleid en het intensiveren van de controle aan de buitengrenzen van het Schengengebied. Ging de openstelling naar binnen toe dus gepaard met een afscherming naar buiten toe, met de bouw van ‘vesting Europa’, zoals destijds soms uit linkse hoek werd geopperd? Of waren de buitengrenzen veel te poreus voor migranten, zoals het jaren later uit rechtse hoek klonk?
Hoe dan ook, de meeste Europeanen lieten zich overtuigen van de voordelen van de open grenzen, van de vereenvoudigingen voor reizigers, pendelaars en de handel. Vlak voordat het controlevrije reizen op 26 maart 1995 een feit werd, sloten ook Portugal, Spanje, Italië en Griekenland zich aan bij het verdrag. In 1997 werden de bepalingen in het EU-recht opgenomen en vanaf dat moment golden ze voor elke nieuwe EU-lidstaat. Alleen voor de eilandstaten Ierland en Groot-Brittannië werd nog een uitzondering gemaakt: ze namen weliswaar deel aan het informatiesysteem, maar hielden vast aan hun grenscontroles.
Ook zeven niet-EU-landen, waaronder Noorwegen, IJsland en Zwitserland, wilden niet buitengesloten blijven. Ondanks de vrees dat de beëindiging van de paspoortcontroles tot een hoger criminaliteitscijfer zou leiden (wat niet te bewijzen viel), besloten de Zwitsers in een referendum in 2005 tot deelname. Op 12 december 2008 was het dan zover.
Dat het Schengengebied uiteindelijk aangroeide tot 26 landen en zich daar tegenwoordig circa vierhonderd miljoen mensen – in theorie – zo vrij kunnen bewegen als voorheen alleen goederen op de Europese binnenmarkt, lijkt vooral voor jonge Europeanen een vanzelfsprekendheid te zijn.
Terwijl ook Schengen niet van crises gevrijwaard is. Een ervan ontstond met de migratiecrisis van 2015: zes landen voerden na verloop van tijd weer controles aan hun binnengrenzen in om irreguliere immigratie een halt toe te roepen.
De vrijheid om te reizen is tijdens de coronacrisis de facto opgeschort
Bij een bedreiging van de binnenlandse veiligheid hebben de lidstaten zonder meer de mogelijkheid om voor deze stap te kiezen. Maar de grenscontroles steeds weer verlengen is omstreden en druist in tegen het Europese recht.
En tegenwoordig? De vrijheid om te reizen is tijdens de coronacrisis de facto opgeschort. Inmiddels zijn vijftien Schengenlanden weer alle of delen van hun binnengrenzen aan het controleren, waaronder Duitsland, Polen, Tsjechië, Estland, Spanje, Oostenrijk en Zwitserland. Die opschorting van Schengen wilde voorzitter van de Europese Commissie Ursula von der Leyen juist eigenlijk zien te voorkomen, want vanuit epidemiologisch oogpunt heeft het afgrendelen van nationale grenzen maar beperkt zin.
Om de controles van de binnengrenzen overbodig te maken stelde Von der Leyen voor dat Europa zijn buitengrenzen zou sluiten. Maar de wil om zich ook nationaal af te schermen was sterker. Dus blijven de slagbomen momenteel overal omlaag, vooralsnog voor onafzienbare tijd.
Auteur: Daniel Steinvorth
Daniel Steinvorth is een Duitse journalist en werkt als correspondent voor de *Neue Zürcher Zeitung in Brussel.*
Neue Zürcher Zeitung
Zwitserland | dagblad | oplage 111.000
Een van de oudste kranten ter wereld, opgericht in 1780. Dagblad van wereldklasse bekend om zijn intellectuele diepgaande stijl en zijn liberale signatuur.

