het echtpaar met het griezelige vermogen om lichamen te vinden


In de VS komen elke dag tien mensen om door verdrinking, in meren, rivieren, zwembaden, de oceaan. Gene en Sandy Ralston, een gepensioneerd echtpaar, helpen bij het zoeken naar de lichamen. Hun zoektochten bestaan vaak uit lange periodes van verveling, onderbroken door korte momenten van schrik. ‘Alsof je zomaar een boek openslaat en op die pagina het citaat vindt dat je zoekt.’

Keuze uit het archief

Donderdag werd duidelijk dat de vermiste onderzeeër de Titan, die dook naar het wrak van de Titanic, is geïmplodeerd door door de enorme druk op de oceaanbodem en dat de vijf inzittenden zijn omgekomen. Hoewel er enkele brokstukken van de duikboot zijn gevonden, is van de inzittenden nog geen spoor gevonden.

Gene en Sandy Ralston zijn als vrijwilliger al bij meer dan vijfentwintig zoekacties naar verdrinkingsslachtoffers betrokken geweest en zetten hun eigen boot met gespecialiseerd sonarsysteem in om op de bodem van meren en rivieren naar lichamen te zoeken. Hun verhaal, opgetekend door The Guardian, laat zien wat het voor nabestaanden betekent als na lang wachten het stoffelijk overschot van hun naasten is gevonden.

Toen Gene en Sandy Ralston in maart 2002 na een dag op het Beardsley-stuwmeer in het noorden van Californië terugkwamen bij hun truck, zagen ze dat er handgeschreven briefjes op de deuren en de voorruit waren geplakt: ‘Bel agent Lunney zodra jullie weer in de stad zijn. Het is dringend.’

De Ralstons, een echtpaar afkomstig van het platteland van Idaho, waren beide tot eind jaren tachtig wetenschapper geweest, waarna ze begonnen mee te helpen bij plaatselijke zoek- en reddingsacties. In dat voorjaar van 2002 waren ze als vrijwilliger al bij meer dan vijfentwintig zoekacties naar verdrinkingsslachtoffers betrokken geweest, in de hele VS, en hadden ze een bijna griezelig vermogen ontwikkeld om lichamen te vinden. Ze hadden net Lunney’s politiebureau geholpen bij het vinden van de resten van een man die drieënhalf jaar geleden in het stuwmeer was verdronken, nadat hij bij het vissen met zijn boot overboord was geslagen. Duikers hadden hem die middag boven water gehaald.

Volgens de aanwijzingen op de briefjes reden de Ralstons naar het naburige stadje Sonora voor een ontmoeting met Lunney. Er waren mensen die hun deskundigheid nodig hadden, zei hij, maar hij mocht niet zeggen wie. De volgende morgen werden de Ralstons door FBI-agenten gebrieft over een reeks ontvoeringen voor losgeld die waren geëindigd in moord. De families van vier ontvoeringslachtoffers hadden bij elkaar meer dan 1,2 miljoen dollar overgemaakt naar een rekening in New York, waarvan het geld vervolgens werd doorgesluisd naar een bank in Dubai. Maar nu dacht men dat de lichamen van de slachtoffers op de bodem van een stuwmeer iets ten oosten van het nationaal park Yosemite lagen. De moordenaars, zei de FBI, hadden mogelijk banden met de Russische maffia.

Eerste moordzaak

Voor de Ralstons was dit hun eerste moordzaak. Tot dan toe hadden ze hun gespecialiseerde sonarsysteem alleen gebruikt om op de bodem van meren en rivieren naar slachtoffers van ongelukken en zelfmoord te zoeken. Voordat ze erin toestemden naar deze lichamen te helpen zoeken, belde Gene eerst zijn neef, een gepensioneerde FBI-agent, om hem advies te vragen. ‘Volgens hem was het niet echt iets voor de Russen om mensen te vermoorden,’ zegt Gene tegen mij. ‘Dus we hoefden niet echt bang te zijn dat we problemen met hen zouden krijgen als we met de zoekactie meededen.’

Gene en Sandy zijn een bescheiden stel, maar zeer volhardend in het vaak eentonige werk dat ze doen. Zelf noemen ze het heen en weer slepen van hun sonarapparatuur door het water, terwijl ze met hun boot langzame, elkaar overlappende banen trekken, ‘het gazon maaien’. Een lichaam zakt in water meestal met de borst naar het wateroppervlak gekeerd. Wanneer de voeten de bodem raken, buigen de knieën en draait het lichaam zich op de rug, met de armen uitgestrekt. Dat is de vorm waar de Ralstons meestal naar zoeken met hun sonar. Maar een moordslachtoffer kan er anders uitzien, weten ze. ‘Wij noemen het “verpakt”, vastgebonden en verzwaard met een gewicht,’ zegt Gene.

Het kostte hun twee weken om de vier moordslachtoffers te vinden, die inderdaad, zoals werd vermoed, op de bodem van het New Melones-stuwmeer lagen. ‘Gene en Sandy stonden vroeg op, gingen erop uit en vonden in hun eentje het eerste lichaam,’ vertelt James Davidson, een van de belangrijkste FBI-rechercheurs in deze zaak. ‘Ze waren zeer doortastend.’

Soms komt een lichaam van een verdronken persoon uit zichzelf boven drijven, maar dat hangt af van de eigenschappen van het water

Dat verhaal onthulde details over de afschuwelijke manier waarop deze mensen waren gestorven en ook harde bewijzen die regelrecht naar de misdadigers leidden: een onafhankelijke groep zonder banden met de maffia. Zo bleek bijvoorbeeld dat het type tie wraps dat was gebruikt om de halters vast te binden, ook bij een van de verdachten thuis lag. Uiteindelijk zijn er zes mensen veroordeeld voor hun aandeel in deze misdaden plus nog een andere ontvoering en moord uit het najaar van 2001. Twee van hen zitten op dit moment in de dodencel.

‘De misdaden die tegen deze slachtoffers waren begaan, de afschuwelijke wreedheid van de verdachten…’ zegt Tindal. ‘Gelukkig waren Sandy en Gene op het juiste moment op de juiste plek.’

29 jaar vermist

Inmiddels zijn de Ralstons in de zeventig en het grootste deel van hun tijd onderweg naar zoekacties of op het water om naar lichamen te zoeken. Er is een jaar geweest waarin ze meer dan 45.000 kilometer in hun camper hebben afgelegd. In bijna twintig jaar tijd hebben ze in meren en rivieren over de hele Verenigde Staten en Canada honderdtwintig verdrinkingslachtoffers gevonden. Ze worden tot de beste onderwater zoek- en bergingspecialisten in Noord-Amerika gerekend en hebben voor allerlei instanties gewerkt, van de Royal Canadian Mounted Police tot de NASA (waarvoor ze op zoek ging naar het wrak van de spaceshuttle Columbia, dat bij zijn terugkeer in de atmosfeer in februari 2003 uiteenviel, waarbij alle zeven bemanningsleden omkwamen). Ze hebben geholpen bij het oplossen van generaties oude mysteries.

Maar wanneer bij de Ralstons thuis de telefoon gaat met een verzoek om hulp, is het meestal een familielid van een vermist persoon – iemand die contact met hen opneemt nadat de officiële zoekactie is afgeblazen. Tegen de tijd dat de Ralstons op de plek van een verdwijning aankomen, verwacht niemand meer dat de vermiste persoon nog levend gevonden zal worden. Wat Gene en Sandy te bieden hebben, is niet de hoop op redding, maar de troost van het afsluiten. Ze hebben jarenlang kriskras door Noord-Amerika gereisd in dienst van het verdriet.

Verdrinken gaat verrassend stil en snel. Mensen die vechten om niet te stikken in het water, vertonen al snel de ‘instinctieve verdrinkingsreactie’, zoals die wordt genoemd, een onwillekeurige psychologische reactie waardoor ze niet meer in staat zijn om te zwaaien of om hulp te roepen. Elk deel van het fysieke systeem wordt ingeschakeld voor dat ene doel: de mond boven water houden. Die inspanning kan iemand maar tussen de twintig en zestig seconden volhouden, voordat hij voorgoed onder water verdwijnt.

Volgens de Centers for Disease Control and Prevention komen er in de VS elke dag tien mensen om door verdrinking, in meren, rivieren, zwembaden, de oceaan. Er verdrinken veel meer mannen dan vrouwen. In Canada zijn acht op de tien verdrinkingsdoden mannen, volgens de Canadian Lifesaving Society.

Soms komt een lichaam van een verdronken persoon uit zichzelf boven drijven, maar dat hangt af van de eigenschappen van het water. Bij het ontbindingsproces van vlees komen gassen vrij, allereerst in de borst en de ingewanden, die een lijk opblazen als een ballon. In warm, ondiep water gaat het ontbinden snel en komt een lijk binnen twee of drie dagen naar boven. Maar koud water vertraagt het verval en iemand die in een meer van 30 meter of nog dieper verdrinkt, komt misschien nooit meer boven. Het gewicht van het water drukt het lichaam omlaag.

Er zijn duikers en onderwatercamera’s, honden die erop getraind zijn om onder water de gassen te ruiken die een lichaam uitscheidt – maar die zijn geen van alle geschikt om grotere gebieden te doorzoeken of in diep water te speuren. Zwevend materiaal in het water, of dat nu zachte modder is of rottende planten, maakt het lastig om met kunstlicht te kijken, dus moeten duikers vaak in het donker over de bodem tasten. Maar de Ralstons hebben ooit een lichaam gevonden op 174 meter diepte – een drieëndertigjarige man op de bodem van het Françoismeer in British Columbia. Hij was al 29 jaar vermist.

Tenzij er een misdaad wordt vermoed, zullen de meeste plaatselijke autoriteiten een week of twee naar een verdrinkingsslachtoffer blijven zoeken. Daarna is het aan de familie van de vermiste, of aan vrijwilligers. Sommige families geven duizenden dollars per dag uit aan commerciële duikbedrijven. Anderen dreggen met speciale haken de bodem van een meer af. Soms stuiten ze bij toeval of het slachtoffer; vaak werken ze door tot ze aan het eind van hun middelen en hun moed zijn.

‘Na vijf of zes dagen zoeken word je bijna zombie-achtig’

Gene en Sandy zijn uitzonderlijke figuren in de wereld van het zoek- en bergingswerk. Zij doen dit werk fulltime, maar ze werken gratis, vragen alleen een reiskostenvergoeding. Ze benaderen alles wat ze doen op de systematische manier van een wetenschapper. Gene heeft zelfs een systeem om zijn eigen trouwdag te kunnen onthouden, die op 26 augustus is. ‘Ik ben op de zestiende jarig, Sandy op de negenentwintigste, dus er zitten dertien dagen tussen die twee data, en allebei in de maand april, nummer vier, de vierde maand, en wij zijn met zijn tweeën, twee keer vier is acht, dat is de achtste maand en twee keer dertien is zesentwintig, de dag.’ Ze verzekeren zich ervan dat ze elke centimeter van een zoekgebied hebben bekeken, voor ze verder varen. Om heldere beelden te krijgen mag Sandy hun boot niet harder dan 2,16 knopen laten varen, langzamer dan over vlak land wandelen. Een zoektocht kan wel tien uur per dag doorgaan en weken duren. Het toilet aan boord bestaat uit een plastic po die is weggestouwd in een luik bij de motor van de boot. ‘Na vijf of zes dagen zoeken word je bijna zombie-achtig,’ vertelt Gene. Hij vertelt de onderwaterzoektochten vaak uit lange periodes van verveling bestaan, onderbroken door korte momenten van schrik.

Voor succesvolle onderwaterzoektochten zijn ook grote onderzoeksvaardigheden nodig en de Ralstons zijn inmiddels doorgewinterde detectives. Ze zijn goed in het ondervragen van getuigen en in het bepalen van zoekgebieden op basis van zelfs de kleinste aanwijzingen. In juni 2019 ontdekten de Ralstons het lichaam van Daniel McGuckin, 98 meter onder water, in Lake Powell in Utah; zij hadden als enigen gekeken naar de GPS-gegevens van de woonboot waar McGuckin vanaf was gesprongen voor hij verdween.

Weten waar iemand onder water is geraakt, is vaak van essentieel belang. De vuistregel is volgens de Ralstons dat een persoon naar de bodem van een meer zal zinken binnen een straal die gelijk is aan de diepte van het water. In 2004 vonden de Ralstons de lichamen van zevenentwintigjarige tweelingbroers die in een Californisch stuwmeer waren verdronken nadat hun visboot bij harde wind was gezonken; ze lagen maar een paar meter van elkaar.

Af en toe hebben de Ralstons het gevoel dat ze bij hun zoektochten door een goddelijke hand worden geleid. Het is verschillende keren voorgekomen dat ze hun uitrusting vrijwel meteen op een lichaam lieten zakken. In 2001 is dat zelfs twee keer op één dag gebeurd, op Hayden Lake in Idaho, waar ze de lichamen van twee mannen vonden, een die al negentien maanden vermist was en één die de week ervoor was verdronken. ‘Alsof je zomaar een boek openslaat en op die pagina het citaat vindt dat je zoekt,’ zegt Gene. Op een keer, bij de Clearwater River in het noorden van Canada, werd hij bij het krieken van de dag wakker, deed het gordijntje van het raam van hun camper open, en zag het lichaam van een negentienjarige jongen in een ondiepte op maar vijf meter van de oever vandaan. ‘We wisten niet wat we zagen,’ zegt hij.

Het grootste aantal lichamen dat ze ooit op één dag hebben gevonden is vier

De Ralstons hebben het Amerikaanse leger geholpen om het wrak te vinden van twee F-18 gevechtsvliegtuigen die boven de Columbia River in Oregon met elkaar in botsing waren gekomen. Ze hebben ook iemand geholpen bij diens zoektocht naar zijn favoriete kunstbeen, maar dat ligt helaas nog steeds op de bodem van Lake Lowell in Idaho. Het oudste lichaam dat de Ralstons ooit hebben teruggevonden lag al honderd jaar op de bodem van Priest Lake in Idaho; eigenlijk waren ze die keer op zoek naar het lichaam van een plaatselijke brandweerman die tijdens een zeiltochtje was verdwenen. Niemand had het ongeluk gezien, dus moesten de Ralstons een immens gebied doorzoeken. Het grootste aantal lichamen dat ze ooit op één dag hebben gevonden is vier, in het American Falls Lake in Idaho, in augustus 2010. Een man was bij het zwemmen in de problemen gekomen en dus was iemand in het water gesprongen om hem te helpen. Toen ook de tweede man in moeilijkheden raakte, volgde een derde en toen het ook met hem misging, sprong een vierde erin. Alle vier verdronken.

Het enige lichaam dat de Ralstons ooit hebben gevonden met een zwemvest aan, was dat van een man die had geprobeerd om zijn aangepaste motorfiets ’s nachts het Canyon Ferry Lake in Montana over te sturen. Halverwege sloeg de motor af en de berijder kwam vast te zitten. Hij zonk met motorfiets en al.

Sixpack bier

De Ralstons zijn nooit van plan geweest experts in het vinden van verdronken mensen te worden. Hoe het allemaal zo gekomen is, is een ‘verhaal voor een sixpack bier’, zoals Gene het noemt, de eenheid van verhalenvertellen die na het ‘echt lange verhaal’ komt. Gene heeft iets zachtaardigs en opa-achtigs over zich, en kan even snel een ondeugend grapje maken als een gedetailleerde be- schrijving geven van de manier waarop geluidsgolven zich onder water voortplanten. Sandy draagt vrolijke, felle kleuren waartegen haar witte haar en blauwe ogen afsteken, maar ze is terughoudender dan Gene. Ze maant hem om door te praten, zorgt dat hij opschiet met zijn verhaal, door het zelf in het kort te vertellen of door met haar vingers te knippen om hem aan te sporen.

Allebei hebben ze een studie biologie afgerond en rond 1970 kregen ze een relatie tijdens een reisje naar Mexico dat was georganiseerd door de biologieafdeling van het College of Idaho. De groep reisde meer dan twee maanden door het land om de vegetatie te bestuderen. Overal waar ze een goede plek vonden om van de snelweg af te gaan, sloegen ze hun kamp op. Gene hielp Sandy om zich aan de landelijke omstandigheden aan te passen. ‘Hij was een boerenjongen en ik was een stadsmeisje,’ vertelt ze. ‘En ik vond dat hij er behoorlijk cool uitzag.’ Ze trouwden in augustus 1972, nu 47 jaar geleden, op de top van de berg Heaven’s Gate in Idaho.

In 1979 begonnen de Ralstons hun eigen milieu-adviesbureau, waarmee ze onderzoek deden naar de visstand in waterwegen en naar de milieueffecten van projectvoorstellen voor dammen in heel Idaho en de omringende staten. Maar in maart 1983 hielpen de Ralstons de sheriff in Boise, Idaho, zoeken naar een vrouw van middelbare leeftijd die vanaf een brug in de Boise River was gesprongen. ‘Haar lichaam lag over een boom heen die in de rivier dreef,’ zegt Gene. ‘Dat was voor zover ik me herinner het eerste lijk dat we vonden en daarmee is het allemaal begonnen. We kregen een heel aardig bedankje van de familie.’

In de zestien jaar daarna werkten de Ralstons als vrijwilligers voor de reddingsbrigade van Idaho en ze vonden nog enkele lijken in de Boise River. In het voorjaar van 1999 hoorde Gene over de zoekactie naar een jonge man die was verdronken nadat zijn roeiboot op het Wolf Creek-stuwmeer in Oregon was omgeslagen. De familie van de man had een zoekteam ingehuurd dat beweerde apparatuur van het leger te leen te hebben die ‘100 procent effectief’ was bij het lokaliseren van verdrinkingsslachtoffers. Gene wilde er het fijne van weten en vroeg of hij mee mocht doen aan de zoekactie. Het team gebruikte ‘side-scan sonar’. Om aan mij uit te leggen hoe dat werkt, vergelijkt Gene het met de beste methode om een op de grond gevallen schroefje of speld te vinden. ‘Neem een zaklantaarn, ga liggen en laat hem over de vloer rollen. Dan zie je de schaduw van de speld voordat je de speld zelf ziet.’ In plaats van licht zendt sonar geluidsgolven uit, die zich gemakkelijk door water verplaatsen, en die terugkaatsen van vaste objecten: stenen, een lijk, een gezonken schat. Software vertaalt die reflecties vervolgens in beelden die op een computerscherm aan boord van de boot te zien zijn. Het sonarapparaat zit in een torpedovormige huls van zo’n twee meter lang, die 70 kilo weegt en achter het schip aan wordt gesleept vlak boven de bodem van het meer.

Dit type sonar is in het begin van de jaren zestig ontwikkeld en werd in 1963 door het Amerikaanse leger gebruikt om een vermiste kernonderzeeër voor de kust bij Boston te vinden. In de jaren zeventig gebruikte de gevierde oceaanonderzoeker Jacques Cousteau deze technologie om naar scheepswrakken te zoeken en zelfs om een beeld van het monster van Loch Ness te maken. In 1985 speelde side-scan sonar een rol bij het lokaliseren van de Titanic, zo’n 600 kilometer ten zuidoosten van het Canadese Newfoundland, bijna 4 kilometer onder het oppervlak van de Atlantische Oceaan.

Gene zag de sonar op het stuwmeer van Wolf Creek aan het werk en begreep meteen dat dit een revolutionaire technologie was – maar hij had geen hoge pet op van de mensen die het apparaat bedienen. Al op de eerste middag pikte de sonar onder water het beeld van de vermiste man op. ‘Ik wist niet hoe een lijk er op dat apparaat uit moest zien, maar volgens mij waren het duidelijk armen en benen en een romp,’ vertelt Gene. Maar er werd nog vier dagen doorgezocht. Uiteindelijk vonden ze het lijk weer – en de familie kreeg een rekening van 30.000 dollar.

Gene en Sandy hadden in die tijd al wat ervaring met mensen die wanhopig waren om het lichaam van een dierbare te vinden. Ze wisten dat mensen bereid zijn alles te betalen, alles te doen, om enige mate van rust te kunnen vinden. Ze besloten zelf sonarapparatuur te kopen en dat ze hun tijd en expertise gratis aanboden. In het voorjaar van 2000 bestelden ze de apparatuur, inclusief 275 meter versterkt datakabel, zodat ze de sonar zelfs in de diepste meren naar de bodem konden laten zakken. Alles bij elkaar schat Gene dat het hun 100.000 dollar heeft gekost.

Gene en Sandy Ralston met hun boot bij hun huis in Kuna, Idaho. – © AP Photo/Jessie L. Bonner
Gene en Sandy Ralston met hun boot bij hun huis in Kuna, Idaho. – © AP Photo/Jessie L. Bonner

‘Misschien dat het iets ouderwets’ is,’ zegt John Zeman, een oude vriend van de Ralstons, als ik hem vraag naar de onbaatzuchtigheid van het echtpaar. ‘Maar ze zijn niet zo van de moderne dingen. Sandy is altijd alert op een koopje en Gene heeft graag een truck met raampjes die je zelf omlaag moet draaien. Ze zijn gewoon totaal niet materialistisch. Luxe interesseert ze niet.’

De eerste keer dat de Ralstons met hun nieuwe apparatuur op pad gingen, was bij de zoekactie naar een vierentwintigjarige man, Brandon Larsen, die in augustus 2000 was verdronken nadat hij vanaf de boot van een vriend in Bear Lake, Utah, was gaan zwemmen. ‘Hij was kennelijk een beetje een lolbroek, en zijn vrienden dachten dat hij voor de grap rondspartelde en om hulp riep,’ vertelt Gene. ‘En toen, opeens, verdween hij gewoon.’

Zes weken later arriveerden de Ralstons en meteen de volgende dag vonden ze het lichaam van Larsen op een diepte van 45 meter. ‘Op de dag dat we hem vonden, stonden zij daar, waarschijnlijk zo’n twaalf of vijftien mensen: familie, vrienden. Op de parkeerplaats. Iedereen omhelsde elkaar en er werden veel tranen vergoten,’ zegt Gene. Doordat de Ralstons het lichaam van Larsens terug hadden gebracht, kregen ze ook een band met zijn familie. Larsens vader onderhoudt nog steeds geregeld contact met hen, en de Ralstons hadden afgelopen april op de bruiloft van zijn zus zullen komen, maar werden die dag weggeroepen voor een nieuwe zoekactie.

Binnen twee weken na de vondst van Larsen begonnen de Ralstons telefoontjes te krijgen van families in wanhopige omstandigheden die over hen hadden gehoord op de radio. Het eerste kwam van een moeder wier achttienjarige dochter een tiental jaren daarvoor was ontvoerd, verkracht, gemarteld en vermoord. Haar lichaam was wel gevonden, maar het was nog niet gelukt om de moordenaar voor de rechter te brengen. De moeder hoopte dat de Ralstons bij het onderzoek konden helpen door de auto van haar dochter te lokaliseren in een meer in Wyoming. ‘Ik hoorde zoveel pijn in haar stem,’ zegt Gene. ‘Dat deed ons heel veel. Ik wilde er meteen naartoe.’ (Uiteindelijk hebben de Ralstons de auto niet kunnen vinden.) Een ander telefoontje kwam van de familie van een jonge man die van de Chesapeake Bay Bridge in Maryland was gesprongen, aan de andere kant van het land. ‘Ik weet niet meer hoe ze helemaal daar over ons hadden gehoord,’ zegt Gene. ‘We hadden nooit verwacht dat we uiteindelijk in het hele land, op het hele continent, gevraagd zouden worden.’

De Ralstons noemen alles wat vóór het najaar van 2000 is gebeurd, ‘BSS’ – ‘before side-scan sonar’. In die BSS-tijd maakten ze samen een of twee keer per jaar een grote duikreis, bijvoorbeeld naar het Caraïbisch gebied of ze gingen op zalm vissen voor de westkust van Canada. ‘Vroeger – oftewel, in de goeie ouwe tijd,’ zegt Sandy.

Hoe meer succesvolle onderzoeken de Ralstons uitvoerden, hoe meer ze in de pers kwamen en hoe meer telefoontjes ze kregen. In 2004 stopten ze met reclame maken voor hun milieuadviesbureau, want dat belemmerde hen om snel te kunnen reageren op een verzoek om hulp bij een onderzoek. ‘Dan zou ik tegen een familie moeten zeggen dat we pas over twee of drie weken konden komen, en dat zat me dwars,’ zegt Gene. Hun laatste adviesopdracht was in 2005. De Ralstons hebben niet heel veel geld, maar ze zijn spaarzaam. ‘Hoe kun je het geld dat je hebt beter gebruiken dan door mensen te helpen wanneer alle anderen de hulp aan hen hebben opgegeven?’ vraagt Gene zich hardop af.

Wordt een lichaam niet gevonden, dan kan een wurgende spanning de plaats innemen van rouw en uiteindelijke verwerking

Het omgaan met het verlies van een dierbare die is verdronken zonder een spoor achter te laten, betekent voor de familie en vrienden een speciaal soort pijn. ‘Het menselijk brein kan zo iemand niet loslaten als er geen zichtbaar bewijs is voor de overgang van leven naar dood,’ zegt Pauline Boss, emeritus-hoogleraar aan de University of Minnesota en gezinstherapeut, die de afgelopen halve eeuw onderzoek heeft gedaan naar wat het betekent om een gezin te herenigen met het lichaam van de overledene. Wordt een lichaam niet gevonden, dan kan een wurgende spanning de plaats innemen van rouw en uiteindelijke verwerking. Sommige mensen vertellen dat ze nog jaren na de vermissing af en toe een glimp van hun dierbare opvangen in alledaagse situaties: in het gangpad van een supermarkt bijvoorbeeld. ‘Je moet zien dat de persoon niet meer ademt,’ zei Boss. ‘Of je moet de beenderen zien.’

Wat dit ‘ambigue verlies’ zoals Boss het noemt, nog wreder maakt is dat de wet er ook moeite mee om de dood te aanvaarden wanneer er geen lichaam is. Rechtbanken, banken, verzekeringsmaatschappijen en schuldeisers hebben het lijk nodig als bewijs. ‘Het ontbreken daarvan bevriest de mensen die vermist zijn, het bevriest al hun bezittingen en het bevriest al hun dierbaren of iedereen die afhankelijk van hen is,’ zegt Robert Jarvis, hoogleraar rechten aan het Shepard Broad College of Law in Florida, die enkele artikelen heeft gepubliceerd over de manier waarop de wet omgaat met mensen van wie alleen kan worden aangenomen dat ze dood zijn.

Betrekkelijk goed geconserveerd

In december 2006 gingen de Ralstons op zoek naar het lichaam van een jonge man, Shane Pierce, die in de maand september van dat jaar was verdronken bij een scheepsongeluk op een meer in Kentucky. Omdat er geen lichaam was, had Shanes familie geen overlijdensakte kunnen krijgen, en zonder overlijdensakte moesten ze de afbetalingen voor de truck van hun zoon en de hypotheek op zijn huis blijven betalen. ‘We gingen er bijna aan onderdoor,’ zegt Shanes vader, Roger Pierce. De familie kon ook de boot niet verkopen waarmee hun zoon voer op de dag dat hij verdronk, omdat die op zijn naam stond. Het windscherm van de boot was verbrijzeld waar hij er kennelijk met zijn hoofd tegenaan was geslagen en bewusteloos was geraakt, voordat hij uit de boot werd geslingerd.

‘Man, dat was zwaar,’ zegt Roger. ‘Die boot stond hier op mijn oprit en elke keer als ik hem zag, moest ik aan Shane denken.’ Minstens vijf verschillende zoekteams hadden al geprobeerd Shanes lichaam te vinden, voordat de Ralstons op het toneel verschenen. ‘Gene en Sandy begonnen te zoeken en vonden Shane in zes minuten,’ vertelt Pierce. ‘Als ik geen contact met Gene en Sandy had opgenomen, weet ik niet wat er gebeurd zou zijn.’

In het voorjaar van 2012 hielpen de Ralstons ook Gina Hoogendoorn om haar vader Rick Herren te vinden, die dan al vijftien jaar vermist was. Het stel vond zijn lichaam op de bodem van het Flaming George-stuwmeer in Wyoming. Hoogendoorn was achttien toen haar vader verdween en na een aanvankelijke zoekactie hadden plaatselijke autoriteiten tegen haar familie gezegd dat ze moesten wennen aan het idee dat ze hem nooit meer zouden vinden. Ze beschrijft het gevoel niet te weten waar haar vader was, geen plek te hebben om naartoe te kunnen gaan en hem te gedenken, als ‘ongelooflijke pijn’.

Pas op haar drieëndertigste, toen ze toevallig op een tv-programma stuitte over een verdrinkingsslachtoffer waarvan het lichaam jaren na zijn vermissing was gevonden, besefte Hoogendoorn dat ze nog steeds kon proberen het lichaam van haar vader te vinden. Ze keek op internet en vond de Ralstons. Ze belde hun nummer en vertelde haar verhaal aan Gene. ‘En hij zei: “Yep, we komen naar je toe. We zijn er aan het eind van de week.”’

Eenmaal op het meer kostte het de Ralstons acht minuten om het lichaam te lokaliseren. Duikers van de politie haalden het een maand later boven water. ‘Ze brachten hem van de boot af en zetten hem neer en mijn broer en mijn moeder en ik konden eindelijk voor hem zorgen, onze liefde voor hem uiten,’ vertelt Hoogendoorn. Het water was diep en koud geweest, dus zijn lichaam was betrekkelijk goed geconserveerd. ‘Hij had nog steeds stevigheid, dus ik kon zijn borst aanraken en die voelde als zijn borst,’ gaat Hoogendoorn verder. ‘Zijn schouder voelde als een schouder en het was heel erg vreemd om hem weer te kunnen omhelzen. Het was de gelukkigste, droevigste dag van mijn leven. We hadden hem gevonden, en nu moest ik weer afscheid nemen.’

Kathy G

In april 2019 ga ik met de Ralstons en hun vriend John Zeman mee op zoek naar een lichaam. We varen op Washborn Pond, een hoefijzervormige strook water in een dunbevolkt deel van Washington State. De boot van de Ralstons is zeven meter lang en gemaakt van aluminium. De stuurhut is krap: de Ralstons kunnen er net schouder aan schouder in zitten met twee mensen achter hen. Sinds 2008 staat de naam Kathy G in roze letters onder een van de ramen geschreven – de boot is genoemd naar een jonge vrouw van wie de Ralstons dat voorjaar het lichaam vonden in een meer in Alaska; haar familie doneerde geld waarmee de Ralstons een nieuwe motor konden aanschaffen.

Wij zijn op zoek naar het lichaam van een twintigjarige jongen, Alexander Bravo Marroquin, die twaalf dagen daarvoor is verdwenen nadat de kano waarin hij en zijn broer zaten, was gekapseisd. De plaatselijke autoriteiten hebben de Ralstons gebeld, nadat ze eerst zelf een uitgebreide zoekactie hebben ondernomen. Als we het water op varen, passeren we een stuk geel politielint dat aan een struik is gebonden, om de plek te markeren waar de broer van Bravo Marroquin naar de kant is gezwommen. Terwijl Sandy de boot langzaam vooruit vaart, kijkt Gene naar de sonarbeelden die over een groot computerscherm voorbijkomen. Hij is in zijn gebruikelijke outfit: flanellen overhemd in een helderblauwe spijkerbroek. Sandy draagt een slobberig sweatshirt waarop een afbeelding staat van een kat met zwemvliezen en een duikbril. ‘Iets verdachts gesignaleerd,’ meldt Zeman, ongeveer een kwartier nadat we van de boothelling zijn weggevaren.

‘Geen lichaam, voor zover ik kan zien,’ antwoordt Gene als we er vanaf de andere kant nog een keer overheen varen. De vorm op het scherm lijkt te rond en te klein. Maar Gene legt toch met behulp van GPS de locatie vast.

‘Wil je een 90 doen?’ vraagt Sandy.

‘Ik denk dat we dat wel kunnen doen, er ligt daar iets,’ zegt Gene.

Sandy keert de boot zo dat die dwars op het object af vaart. We kijken in stilte toe terwijl beelden van de bodem langzaam in geeltinten over het scherm schuiven. Zo’n 50 meter van het land, de afstand die een sterke amateurzwemmer in ongeveer een minuut zou afleggen, verschijnt de duidelijke vorm van een menselijk lichaam vanaf het hoofd in de linkerbovenhoek van het scherm. ‘Wauw,’ mompelt Gene. ‘Dat is hem.’ Het lichaam ziet er misplaatst uit op de kale bodem. Gene neemt het stuurwiel over terwijl Sandy en Zeman aan dek gaan om de plek van het lichaam te markeren: ze laten twee plastic melkkratjes neer, die een duidelijk beeld geven op de sonar, vastgemaakt aan een witte boei. Daarna varen we snel terug naar de oever.

Een paar uur later gaan duikers van de politie het water in om Bravo Marroquins lichaam naar boven te halen. Terwijl wij op het dek van de Kathy G staan en de duikers omlaag zien gaan, klinkt hoog boven ons hoofd een schorre roep. ‘Canadese kraanvogels,’ zegt Gene. ‘Dat vind ik toch zo’n prachtig geluid.’ Vier vogels met lange dunne nek en machtige vleugels zweven over het meer.

Ik kijk weer omlaag en zie de duikers terugkomen. Ze hebben het lichaam vast. Zijn neus en voorhoofd en een bos dik, donker haar breken door het wateroppervlak. Als we weer aan land komen leggen de duikers hem op de betonplaten van de boothelling. Bravo Marroquin was de oudste van vijf broers en zussen en zijn familie heeft sinds zijn verdwijning elke dag een wake aan de oever van het meer gehouden. Ongeveer met zijn twintigen stonden ze eerder op die ochtend rustig aan één kant van de met grind bedekte parkeerplaats. Nu kunnen ze zijn lichaam aanraken en erbij bidden.

De Ralstons hebben een tijdje geleden al besloten dat zouden stoppen als ze hun honderdste lichaam hadden gevonden. Maar Bravo Marroquin is de honderdveertiende en hierna zullen ze in 2019 nog zes lichamen vinden. Ze zijn van plan om niet meer mee te doen aan zoekacties aan de andere kant van het land, maar Gene zegt dat ze wel gehoor blijven geven aan verzoeken in het westen van de VS, zolang hun gezondheid het toelaat. ‘Hoe kun je nee zeggen tegen iemand in die situatie?’ vraagt hij. Op de dag dat ze Bravo Marroquin op de bodem van Washburn Pond vinden, wordt Gene 74.

De Ralstons vertellen me over nog een andere familie die ze hebben geholpen. Aan het eind van de zomer van 2017 hebben ze meer dan vijf weken gezocht naar het lichaam van een zesentwintigjarige Ier, David Gavin. Hij en een paar vrienden waren op hun rondreis even gestopt om van een brug over het Kinbasket-stuwmeer in British Columbia te springen. Hij was even bovengekomen, maar daarna weer ondergegaan en niet meer teruggekomen. Gavins familie was al snel na het ongeluk uit Ierland overgevlogen en had op een stoffige grindweg een geïmproviseerd kamp opgeslagen dat uitkeek over de brug. Na een paar dagen had de Royal Canadian Mounted Police de officiële zoekactie gestaakt, maar een politieduiker gaf de Gavins het telefoonnummer van de Ralstons. Volgens Davids vader, Mick, hebben de Ralstons die zomer niet alleen de zoektocht voortgezet, maar ook zijn familie op de been gehouden. ‘Als zij weg waren gegaan, hadden we niets meer gehad,’ zegt Mick. ‘Dat wisten ze, ze zagen het in onze ogen en praatten elke dag met ons. Ze konden zich er niet uit terugtrekken.’

‘Ik denk dat wat wij doen, al die dood die we om ons heen hebben gezien, wel invloed op ons moet hebben,’ vertrouwt Gene me op een gegeven moment toe. Sommige bergingen zijn moeilijker te vergeten dan andere. ‘Vooral één, een twaalfjarig jongetje dat was aangevaren door een boot in Shasta Lake (in Californië). Dat achtervolgt me nog steeds.’Gene gebruikt een uitdrukking die je van veel reddingswerkers hoort: ‘Ik wou dat mijn hersens konden vergeten wat mijn ogen hebben gezien. Sandy kan daar iets beter mee omgaan, zij zet het uit haar hoofd.’

‘Bij onze allereerste zoekacties was altijd een lijkschouwer betrokken, en het leek wel of dat altijd een vrouw was die heel vanzelfsprekend met haar werk wist om te gaan,’ zegt Sandy. ‘Ik denk dat ik dat heb overgenomen.’ Het vinden en terugbrengen van lijken is gewoon iets wat iemand moet doen.


Deel dit artikel


Recent verschenen