het einde van fidel


Cuba nam afscheid van een leider wiens tijd allang voorbij was. Maar juist nu was hij misschien wel goed van pas gekomen. ‘Fidel was beter uitgerust om een bullebak in jumboformaat als de Amerikaanse president elect van repliek te dienen dan zijn rationelere broer Raúl.’

Van een afstand was hij ontzagwekkend. Dat heroïsche profiel, die blik waarmee hij een menigte overzag, ze waren even onontkoombaar als de herinnering aan zijn overwinning op het corrupte regime dat met zijn bordelen en casino’s en zijn whites-only golfclubs en strandhotels geheel ten dienste stond van een in Miami gevestigde Amerikaanse maffia en het ergste soort Amerikanen.

Er was ook het vonkje opwinding dat zo’n uitdagend gebalde vuist, zo’n rebelse retoriek altijd ontsteekt in de jongeren en armen op de wereld. Politici in Washington die zichzelf beschouwden als een baken in een onwetende, hulpeloze of regelrecht moordzuchtige Rest van de Wereld, zagen hem als een clowneske gek, maar ondertussen was er wel een eiland op nog geen 150 kilometer van Key West dat weigerde naar de pijpen van Uncle Sam te dansen of de Verenigde Staten ook maar iets te zeggen te geven.

Dan waren er de tastbare successen die zelfs in de zwaarste jaren van honger en gebrek op het eiland overeind bleven: de veelgeprezen stelsels voor onderwijs en gezondheidszorg, het beëindigen van de feitelijke apartheid, de extra aandacht voor baby’s en kinderen zodat die even gezond opgroeiden als hun tegenvoeters in de rijkste landen, een vroege belangstelling voor milieubewuste stedelijke ontwikkeling, baanbrekend medisch onderzoek. De normen die hij stelde legden de lat hoog voor de primitieve en roofzuchtige heersende klassen op het halfrond en lieten de armen zien wat ze mochten verlangen.

Een jongen in Havana laat een duif los gedurende de negendaagse rouwperiode voor Castro. – © Getty
Een jongen in Havana laat een duif los gedurende de negendaagse rouwperiode voor Castro. – © Getty

Van dichterbij werd het plaatje minder rooskleurig: smerige, overvolle gevangenissen als resultaat van vijftig jaar onhandige pogingen om de vrije gedachte te onderdrukken, een economie die er beter aan toe zou zijn geweest als hij was gerund door apen, gezinnen die uit elkaar waren gerukt door een starheid van hogerhand die deel van de nationale mentaliteit werd, kinderen die hun moeder verloren en moeders die hun kinderen verloren aan de zee bij pogingen om hun verstikkende geboorteland te ontvluchten, twee angstaanjagende weken waarin roekeloos gezwaai met kernkoppen de wereld op de rand van de totale vernietiging bracht. Ook was er de uitzichtloze verveling van de latere decennia, de claustrofobische treurigheid van het leven in een land dat zich moest plooien naar de fantasieën van zijn dictator.

En nu is Fidel Castro dood. Cubanen hebben een ongekend lange rouwperiode van negen dagen in acht genomen, al voelden de meesten van de elf miljoen eilandbewoners weinig voor het vertoon en de symboliek waarmee de staat luister probeerde bij te zetten aan het afscheid van een man wiens tijd allang voorbij was.

Nooit het plan

Het was nooit het plan geweest om zo lang te leven, zei hij afgelopen april tot een stilgevallen publiek op het Zevende Partijcongres in Havana, en inderdaad, degenen die zich hem herinnerden als de belichaming van mannelijke glorie in zijn beste olijfgroene dagen, huiverden bij de aanblik van de bevende, strompelende oude man in Adidas-trainingspak. Hij was negentig. Hij was altijd aan de macht gebleven. Hij was al meer dan tien jaar ziek. Het is al vaak gezegd: was hij in pakweg 1967 gestorven, op het hoogtepunt van zijn revolutie, dan zou hij daarna in heel Latijns-Amerika en daarbuiten zijn vereerd als een nieuwe Bolívar, een nieuwe Martí. Maar nu is het zelfs onmogelijk te zeggen hoe hij over tien jaar zal worden gezien. Gedeeltelijk omdat hij zo veel economische, morele en sociale misstanden heeft nagelaten en gedeeltelijk omdat de waarden waaraan hij vasthield – absolute loyaliteit, onwankelbaar geloof, het najagen van een utopie, onverzettelijke morele en fysieke moed – nu allemaal hopeloos uit de tijd lijken.

Hoe Cuba zal overleven zonder Fidel is niet echt een vraag: het eiland overleeft al zonder hem sinds zijn ziekte hem dwong om eerst tijdelijk en vervolgens permanent de macht over te dragen aan zijn broer Raúl Castro. Dat was tien jaar geleden. Sindsdien hebben er noodzakelijke en belangrijke veranderingen plaatsgevonden, zonder Fidel, maar het revolutionaire model dat hij heeft ingesteld sleept zich nog steeds voort en kan elk moment ineenstorten, net als de afbrokkelende gebouwen langs de Malecón, Havana’s beroemde zeeboulevard. Er is een snel opkomende toeristenindustrie, er is een beetje export, er komt steeds meer belangstelling voor het Cubaanse kankeronderzoek en andere medische innovaties, er bestaat een kleine, maar groeiende zakensector, mensen kunnen vrij van en naar Cuba reizen, er wordt minder scherp gecontroleerd op afwijkende meningen, de lhbt-gemeenschap heeft wat eerste successen behaald en er is steeds meer open toegang tot het internet.

Het graf van de Cubaanse leider in Santiago de Cuba. – © Getty
Het graf van de Cubaanse leider in Santiago de Cuba. – © Getty

Er zijn ook politieke gevangenen – weliswaar slechts een handvol, maar het feit dat ze er zijn bewijst dat het in Cuba nog steeds een misdaad is om een afwijkende mening te hebben. Met het onvermijdelijke verdwijnen van Cuba’s economische reddingsboei, het chavistische regime in Venezuela, dreigt een economische crisis. Bij zijn leven stuurde Hugo Chavez scheepsladingen olie naar Cuba in ruil voor goedkope artsen en sporttrainers; die zendingen zullen ongetwijfeld ophouden wanneer Chavez’ onbekwame opvolger Nicolás Maduro omvergeworpen wordt of aftreedt. En al sinds de ineenstorting van de Sovjet-Unie heeft het idealistische egalitarisme uit de eerste jaren van de revolutie plaatsgemaakt voor een samenleving die zich hongerig op de eerste kleine kruimels van het nieuwe consumentenkapitalisme stort, maar nu al de bijverschijnselen daarvan ondervindt: de snelle vorming van een klassenmaatschappij en toenemende ongelijkheid.

De allerbelangrijkste verandering voltrok zich aan het begin van dit jaar, toen Barack Obama naar Havana kwam ter gelegenheid van de hernieuwde diplomatieke betrekkingen tussen beide landen. Met dat bezoek erkenden de VS – eindelijk – dat 57 jaar passief-agressieve dreiging het fidelistische regime niet op de knieën had kunnen krijgen. Een bijzonder moment voor Cuba. Maar er zat een adder onder het gras: door de hand van Obama te drukken maakte Raúl Castro een einde aan een tijdperk waarin de VS niets in de Cubaanse melk te brokkelen hadden. Dit was slechts tien maanden voor de verkiezing van Donald Trump.

Uiterlijk was hij een zeer beschaafd man met uitstekende manieren, maar vanbinnen was hij een bullebak

En nu heeft Fidel het toneel verlaten op het moment dat hij misschien goed van pas was gekomen. Uiterlijk was hij een zeer beschaafd man met uitstekende manieren, maar vanbinnen was hij een bullebak. Na een nederlaag sloeg hij altijd harder terug; hij had het gewoon niet in zich om zich gewonnen te geven. Toen John F. Kennedy en Nikita Chroesjtsjov in de rakettencrisis van 1962 een overeenkomst sloten om de Sovjet-kernkoppen van Cubaans grondgebied te verwijderen, werd Fidel woest en organiseerde hij een protestdemonstratie tegen zijn Russische geldschieter. Een gedenkwaardige leus die dag was: Nikita, mariquita, lo que se da no se quita (‘Nikita, je bent een mietje, eens gegeven blijft gegeven’). Fidel was beter uitgerust om een bullebak in jumboformaat als de Amerikaanse president elect van repliek te dienen dan zijn rationelere broer Raúl.

In de tweets na de aankondiging van Fidel Castro’s dood was al te zien hoe de komende president mogelijke zwakke plekken aftastte. Nu de regering-Obama de relatie met Cuba heeft genormaliseerd, stelde Trump de Cubaanse regering voor, als een haai die een voorstel doet aan een zeebaars, om samen te gaan praten over een betere ‘deal’.

Het is niet moeilijk te bedenken wat voor deal Trump voor ogen staat. Hij heeft tot zijn eigen tevredenheid vastgesteld dat het volgens de grondwet niet verboden is om naast het presidentschap een bedrijf te bestieren, en al twitterde hij vervolgens dat het presidentschap misschien toch wel zijn volle aandacht zou vragen, dan nog kun je je voorstellen dat Trump zijn oog op de toekomst richt: nu of over vier jaar, voor zichzelf of voor zijn kinderen, is er voor een magnaat als hij geen aantrekkelijker investering denkbaar dan Cuba. De hotels aan zee, de golfclubs, de casino’s! Net als in de goede oude tijd.

Auteur: Alma Guillermoprieto

Alma Guillermoprieto is een gelauwerde Mexicaanse journaliste en auteur van verschillende boeken over Latijns-Amerika.

The New York Review of Books
Verenigde Staten | maandblad | oplage 119.000

Het lijfblad van de New Yorkse intelligentsia bestaat sinds 1963 en dankt zijn reputatie aan doorwrochte en lange bijdragen van hoge kwaliteit van diverse grote schrijvers, journalisten en historici als J.M. Coetzee, Orhan Pamuk, en eerder Tony Judt, Hannah Arendt en Saul Bellow.


Deel dit artikel


Recent verschenen