het nieuwe strijdtoneel tussen china en amerika


Wie krijgt controle over de vijfde generatie (5G) mobiel internet? Europa en de VS worstelen met de aanzwellende macht van China, dat zijn invloed steeds meer laat gelden op de mondiale markt (p. 12). Rusland wil het land elektronisch loskoppelen van de rest van de wereld om haar ‘digitale soevereiniteit’ te behouden (p. 14). Inzake de opmars van 5G is wederzijds vertrouwen ver te zoeken.

Het nieuwe strijdtoneel tussen China en Amerika

Het internet begint in twee werelden uiteen te vallen. Enerzijds is er het digitale landschap dat China propageert, waar contant geld is verdrongen door mobiele betalingen. Alles draait daar om de smartphone, waarop gebruikers met één enkele app kunnen shoppen, chatten, elektronisch bankieren en surfen op internet. Nadeel: de almachtige overheid kijkt altijd mee. Met vrienden kun je soms beter in geheimtaal converseren. En toegang tot Google of Facebook kun je vergeten.

Anderzijds is er het internet dat openstaat voor iedereen, zoals in de meeste landen. Waar internetters min of meer kunnen zeggen wat ze willen en 
webontwikkelaars elk product kunnen lanceren dat ze willen. Wie het Chinese internet gewend is, vindt dit internet maar onoverzichtelijk. Overal heb je een aparte app voor nodig: om te chatten, te shoppen, te bankieren of te internetten. En sommige sites zijn nog steeds niet op smartphones ontworpen.

Deze twee werelden beginnen te botsen door de komst van de nieuwe generatie supersnelle mobiele 5G-
netwerken.

China wil de grootste producent worden van de apparatuur voor deze nieuwe technologie en spoort de afnemende landen aan om zijn internetaanpak over te nemen. Het dringt er in feite op aan dat die net zoiets installeren als de Great Firewall die Beijing zelf gebruikt om het Chinese internet aan banden te leggen en af 
te schermen voor westerse invloeden.

Her en der in de wereld begint wrijving te ontstaan omdat Chinese techgiganten hun binnenlandse succes willen uitbouwen naar het buitenland, iets wat ze tot nu toe niet goed lukt. In 
Silicon Valley vrezen sommigen dat het Chinese internetbeleid die bedrijven een voorsprong kan geven bij nieuwe technologieën als kunstmatige intelligentie, omdat ze minder 
beperkingen kennen op het gebied 
van data- en privacybescherming.

‘De Chinese aanpak zou best een aantal grootschalige verbeteringen kunnen opleveren, voor de volksgezondheid bijvoorbeeld, allemaal dankzij de massale verzameling en analyse van gegevens,’ klonk het vorige week bij een toespraak in Brussel door Nick Clegg, de voormalige Britse vicepremier, die inmiddels hoofd mondiaal beleid en communicatie bij Facebook is. ‘Maar die aanpak kan ook worden ingezet voor griezelige vormen van toezicht en controle.’ Want het gaat hier om een keuze tussen, in zijn woorden, ‘een aan regelgeving onderworpen technologiesector die een balans zoekt tussen privacy, vrije meningsuiting, innovatie en groei, en een sector waarin technisch vernuft ten koste gaat van fundamentele zaken als privacy en individuele rechten’. 
Hij en Facebook wilden dit niet nader toelichten.

Verschillen

De verschillen tussen de twee culturen zijn overduidelijk voor mensen als 
Tom Pellman, die beide werelden kent. Hij geeft in Washington leiding aan een bureau voor internationale risicoanalyse en heeft begin deze eeuw een tiental jaren in Beijing gewerkt. De overleg-app Slack wordt in zijn bedrijf niet meer gebruikt omdat China die blokkeert. De Great Firewall omzeilt hij door steeds nieuwe VPN’s op te zetten, virtuele particuliere netwerken waarmee je je internetactiviteiten aan het oog van derden onttrekt – tot de Chinezen het netwerk ontdekken en blokkeren, waarna je weer een nieuw VPN opzet. Een kat-en-muisspel, zegt hij.

De censuur van Beijing is volgens hem net als de luchtvervuiling: ‘Als je er midden in zit lijkt het nog mee te vallen.

Als je eruit bent, besef je pas 
hoe erg het was.’ Toch was hij dol op WeChat, de Chinese alles-in-éénapp. Die miste hij wel toen hij uit China weg was. ‘Het was of ik hier in de VS teruggestuurd was naar het stenen tijdperk,’ zegt hij.

Zelfs in een ‘streng’ systeem als het Chinese leert men blokkadeste omzeilen

‘Zonder WeChat 
leek alles ineens zo ouderwets.’

Die twee werelden bestaan al een tijdje naast elkaar. In de ene wereld bestellen mensen spullen bij Amazon, in de andere bij Alibaba. In het Westen is Google zo populair dat googelen een werkwoord is geworden, maar in China valt er niks te googelen: daar heb je Baidu. In Londen kun je de metro 
betalen met Apple Pay, in Beijing met Alipay.

En voor al die dingen heb je in China genoeg aan één app, WeChat, 
die miljarden mensen gebruiken om elkaar tekstberichtjes te sturen, taxi’s 
te bestellen en wat al niet meer. Google, Facebook en andere diensten worden door Beijing geblokkeerd, terwijl 
China de rest van de wereld wel lekker probeert te maken voor bedrijven als de 
Alibaba Group en Tencent, de eigenaar van WeChat – al boeken die in het 
buitenland nog weinig succes.

Nu 5G in aantocht is, verhogen deze botsende visies de spanningen tussen China en de VS. De kloof tussen beide mogendheden groeit en de kans bestaat dat steeds meer landen het Chinese model gaan volgen.

© Nate Kitch
© Nate Kitch

Met 5G-netwerken kunnen films binnen enkele seconden op de telefoon worden gedownload, kunnen zelfrijdende auto’s de weg op en kan allerlei apparatuur, van pacemakers tot fabrieksmachines, op internet worden aangesloten.

Volgens militaire des-
kundigen kan 5G het aanzien van het slagveld veranderen als tanks en drones met kunstmatige intelligentie worden uitgerust.

China wil in eigen land graag 5G invoeren en heeft de nieuwe technologie vanaf het begin voortvarend gestimuleerd.

Al in 2013 werd een instantie opgericht van regelgevers, bedrijven 
en wetenschappers die het hele proces uitstippelen en nauwlettend controleren. De overheid heeft een testfaciliteit waar alle in China verkochte 5G-apparatuur moet worden gekeurd. Wu Hequan van de Chinese Academy of Engineering, een van de kopstukken in deze ontwikkeling, zou vorige maand op een conferentie hebben gezegd dat China streeft naar heerschappij op het gebied van 5G. Woordvoerders van de Chinese regering en van de Chinese internetwaakhond wilden geen 
commentaar geven.

Dat Chinese streven trekt nu ineens 
de aandacht omdat één techgigant de kloof tussen de twee werelden heeft overbrugd. Huawei is uitgegroeid tot de grootste leverancier van apparatuur voor mobiele netwerken ter wereld.

De 5G-apparatuur zelf zal niet de doorslag geven. De elektronica is slechts 
de infrastructuur van het internet, gebaseerd op mondiale standaarden die onafhankelijk zijn van de appontwikkelaars en de consumenten die er gebruik van maken. Maar in Washington klinkt op alle fronten, van de 
politiek tot de inlichtingenwereld, 
de waarschuwing dat Beijing de apparatuur van Huawei kan gebruiken om de wereld te bespioneren en meer in het algemeen een voet tussen de deur te krijgen en zijn invloed uit te breiden. Huawei’s oprichter Ren Zhengfei zei vorige maand in de media: ‘Ik persoonlijk zou de belangen van mijn klanten nooit schaden. En mijn bedrijf zou niet ingaan op verzoeken in die richting.’

Chinese internetdeskundigen en overheidsfunctionarissen wijzen op de aantijgingen van voormalig NSA-medewerker Edward Snowden, die zegt dat de Amerikaanse inlichtingendienst achterdeurtjes heeft aangebracht in servers die voor de export waren bedoeld. De NSA wilde hier geen vragen over beantwoorden. In het verleden heeft de dienst wel gezegd erop te letten dat onschuldige gebruikers van dergelijke technologie buiten schot blijven.

De VS hebben Huawei ook beschuldigd van het stelen van bedrijfsgeheimen 
en het schenden van sancties. Hoewel Huawei alle aantijgingen ontkent, kunnen ze ertoe leiden dat de regering-Trump het bedrijf straks de toegang ontzegt tot onmisbare componenten die in Amerika worden gefabriceerd. Als dat gebeurt, zegt Paul Triolo, oud-ambtenaar en hoofd mondiaal technologieonderzoek van risicoconsultancy Eurasia Group, kan China een versie van 5G ontwikkelen die niet compatibel is met de Amerikaanse. ‘Als de mondiale toelevering voor 5G echt verstoord wordt,’ zegt hij, ‘betreden we totaal nieuw terrein.’ Huawei telt zo’n 13.000 leveranciers, zegt vicedirecteur Ken Hu, en hij stelt: ‘Als in deze mondiale productieketen op ongewone wijze een schakel wegvalt, zou dat grote gevolgen hebben voor de ontwikkeling van de productieketen en zelfs voor de 
economische ontwikkeling van de betrokken landen.’ Huawei wilde dit niet verder toelichten.

Verschillen van inzicht over hoe je 
het internet moet organiseren liggen aan dit conflict ten grondslag. De VS propageren het open model waarop het huidige internet gebaseerd is. China en gelijkgestemde landen als Rusland vinden dat een land het internetverkeer binnen zijn grenzen moet kunnen censureren, bespioneren of anderszins controleren. In zijn streven naar een zogenaamde ‘digitale zijderoute’ heeft Beijing samen met zijn telecomapparatuur ook deze visie weten te verkopen aan uiteenlopende landen als Vietnam en Tanzania. In dat laatste land, dat zich al eerder lovend over de Chinese censuur uitliet, zijn het afgelopen jaar wetten aangenomen waardoor internetproviders een geldboete of celstraf kunnen krijgen als zij niet ingaan op een verzoek van de overheid om ‘verboden uitingen’ offline te halen. De Tanzaniaanse minister van Informatie Harrison Mwakyembe zegt de Chinese visie op strikt internettoezicht te omarmen in het belang van de nationale veiligheid en de strijd tegen ‘zedenverwildering’.

In India zoeken overheden naar manieren om de eigen internetbedrijven te beschermen tegen de hegemonie van Amerikaanse bedrijven als Amazon en Facebook, net zoals China zijn eigen start-ups heeft beschermd. Volgens Aruna Sundararajan, de minister van Telecom, willen ze 
Indiase bedrijven stimuleren om ‘uit 
te groeien tot een wereldsucces’.

China draagt zijn eigen visie op ‘cybersoevereiniteit’ ook uit bij de Verenigde Naties, waar het ervoor pleit om 
overleg over internetregulering alleen op staatsniveau te voeren, zodat 
maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven buitenspel worden gezet. Op een conferentie in China konden Tim Cook van Apple en Google-topman Sundar Pichai in 2017 horen hoe Wang Huning, hoofd ideologie en propaganda van de Communistische Partij, de lof zong van Xi Jinping en diens inzet voor het verspreiden van de Chinese internetvisie. Hij zei dat die kan rekenen ‘op brede goedkeuring en bijval van de internationale gemeenschap’.

Baidu

In de begindagen van het internet waren buitenlandse bedrijven meer dan welkom in China. De technologie ontwikkelde zich toen sneller dan de technische mogelijkheden voor censuur. Google introduceerde een gecensureerde Chinese versie 
van zijn zoekmachine. Amazon betrad de Chinese markt en Chinese gebruikers logden massaal in op Facebook, YouTube en Twitter.

Na de Olympische Spelen in Beijing van 2008 begon Beijing de teugels strakker aan te halen, uit angst voor politieke tegengeluiden en de internationale concurrentie voor Chinese start-ups. Facebook, 
Twitter en YouTube werden in 2009 geblokkeerd. Toen Google het jaar daarop zei de zoekresultaten niet langer te willen censureren, werd ook die geblokkeerd. Hetzelfde lot trof de websites van diverse buitenlandse nieuwsmedia, waaronder
The Wall Street Journal. En zo werd Baidu in China de dominante zoekmachine. Alibaba drukte eBay van 
de markt en kreeg met zijn betalingssysteem Alipay praktisch een monopolie op het online betaalverkeer, doordat tal van buitenlandse bedrijven, van PayPal tot Visa, niet in China mochten opereren.

Buiten China speelt Alibaba bijna nergens een rol van betekenis. Baidu heeft in Japan en Egypte wel geïnvesteerd in zoekmachines in de lokale taal, maar die zijn alweer opgedoekt. En ondanks een stevige reclamecampagne met grote namen als Messi slaagt ook 
Tencent er niet in om WeChat buiten China aan de man te brengen. Volgens onderzoeksbureau Sensor Tower is de app sinds januari 2012 wereldwijd zo’n 
350 miljoen keer uit Apple’s App Store gedownload: ongeveer 83 procent van die downloads is afkomstig van gebruikers in China, 17 procent van daarbuiten. Tencent wilde hier geen commentaar op geven.

Sommige Chinese technologiegiganten krijgen in het buitenland geen voet aan de grond omdat ze daar moeten opboksen tegen concurrenten als Google en Facebook. Maar wat ook meespeelt, is wantrouwen over hun banden met de Chinese overheid. Ant Financial Services van Alibaba-oprichter Jack Ma probeerde in 2017 de Amerikaanse markt te betreden door het Texaanse MoneyGram International over 
te nemen. Vorig jaar zette de Amerikaanse toezichthouder CFIUS (Committee on Foreign Investment in the United States) een streep door die overname. Ook de geplande overname van Qualcomm door Broadcom werd verboden, uit vrees dat het Qualcomm zou verzwakken, dat een grote concurrent is van Huawei op het gebied van 5G-patenten. Jack Ma, die eerder 
had beloofd om een miljoen Amerikaanse banen te creëren, heeft die belofte september jongstleden weer ingetrokken, onder verwijzing naar de vijandige sfeer in de wereldhandel. Hij reageerde niet op vragen die wij hem stuurden via Alibaba. Dat bedrijf wees alleen op een interview waarin Ma heeft gezegd dat ‘handel de vrede zou moeten bevorderen’.

Auteur: Josh Chin

The Wall Street Journal | VS | dagblad | oplage 2.000.000

De bijbel voor zakenmensen. Maar bij het lezen is enig beleid nodig: naast reportages van hoge kwaliteit drukt de krant hoofdredactionele commentaren af die zó patriottisch zijn dat ze hun geloofwaardigheid verliezen.


Deel dit artikel


Recent verschenen